column
Ann De Craemer

#WoordVanDeWeek: praatpaal

Ook in 2017 blijft Ann De Craemer voor demorgen.be over taal schrijven, maar vanaf nu loopt er een rode draad door de columns: die van het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een nieuw woord, of een totaal vergeten woord. #WoordVanDeWeek verschijnt wekelijks op vrijdagochtend. Eigen suggesties kunt u op Twitter insturen onder de hashtag #WoordVanDeWeek.

Ann De Craemer. ©Eric De Mildt

Dinsdagochtend. Ik reed op de E40 richting Gent, waar de kou een glinsterende ijsmantel over de vangrails had gedrapeerd.

Beetje 'van ons'

Poëtisch gemijmer op een uitpuilende snelweg: het kan je blijkbaar overkomen. Net zoals nostalgie, die ik voelde opborrelen toen ik de zakken zag die deze week over onze praatpalen zijn getrokken. ‘Onze’, want ze waren decennialang toch een beetje ‘van ons’ – van de generatie die nog een leven zonder smartphone heeft gekend. Ik herinner me de autopech van mijn ouders toen we terugkeerden van familiebezoek in Antwerpen. Met knikkende knieën op de pechstrook parkeren. In stilstand het gesuis van voorbijzoevende vrachtwagens horen en bij elke snok die hun passage aan je carrosserie geeft beseffen dat je in een luciferdoos zit. Maar dan: een helpende mensenstem die uit de praatpaal fladdert, als een vlinder in een kille jungle van staal.

Praatpaal. Ooit is het een neologisme geweest, maar terwijl veel nieuwe woorden een kort leven is beschoren, werd praatpaal een blijver. Het is een mooi woord omdat het lekker bekt, met die alliteratie van de p- en de assonantie van de aa-, waarvan de lange klank bovendien perfect past bij het verticale van de paal. In het Engels heet een praatpaal een ‘emergency telephone’, in het Frans een ‘borne d’appel’ en in het Duits een ‘Notrufsäule’. Geeuw. Geef mij maar onze praatpaal, waarop je natuurlijk liever nooit een beroep wilde doen, maar als het dan toch moest, straalde het woord op zijn minst nog enige taalpret uit.

Zak over de kop

De zak over de kop van de praatpaal is ook een zak over de herinneringen van een generatie die zonder smartphone opgroeide, en die – ik in elk geval niet – nooit had kunnen bevroeden dat op een dag een mensenstem op de autosnelweg zomaar uit de luidsprekers van je eigen auto zou komen.

Share

Het is niet omdat de praatpaal begraven wordt, dat we het woord ook naar het kerkhof van de Nederlandse taal moeten dragen

Maar het is niet omdat de praatpaal begraven wordt, dat we het woord ook naar het kerkhof van de Nederlandse taal moeten dragen. Ik wil graag dat we het woord reclycleren. In tijden waarin echte praatpalen zijn verdwenen en de smartphone ons leven overneemt, zijn veel vriendschappen vooral virtueel geworden. Maar – dat mag ik hopen – altijd is er wel iemand in je leven bij wie je in nood terecht kunt. Iemand met wie je in het holst van de nacht kunt praten, en die meteen met geruststellende woorden komt. Die persoon is je praatpaal. Mijn praatpaal, dat is mijn beste vriendin, die als sinds mijn zestiende aan mijn zijde staat. Ontelbaar is het aantal keren dat ik haar kon zeggen dat ik een probleem had, en zij als een vlinder in de duisternis kwam aanfladderen.

De praatpalen zijn dood; leve de nieuwe metaforische praatpalen. De praatpaal is je steun en toeverlaat die nooit een zak over het hoofd zal trekken wanneer je hem of haar nodig hebt, maar een glinsterende warme mantel over je schouder legt wanneer je het koud hebt.

Ann De Craemer is schrijfster, (taal)columniste en co-auteur van 'Heerlijk Helder'.

nieuws