column
Ann De Craemer

#WoordVanDeWeek: ‘Glamcowboy’, of verrassende taal als schild tegen glammerboys

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. #WoordVanDeWeek verschijnt wekelijks op vrijdagochtend. Eigen suggesties kunt u op insturen onder de hashtag #WoordVanDeWeek.

Ann De Craemer. ©Eric De Mildt

Dit heeft de etymologie over ‘etymologie’ te zeggen: ‘afkomstig van het Latijnse etymologia […], “zoeken naar de waarheid in de woorden”’. Het klinkt welhaast ouderwets in dit tijdperk van gemaquilleerd nieuws. Idyllisch zelfs, de idee dat elk woord een vaststaande hoeveelheid waarheid in zich draagt – iets wat president ‘I HAVE THE BEST WORDS’ Trump met weerzin zou vervullen. Dat etymologie over ‘etymologie’ kan gaan, laat ons zien dat taal – net als haar gebruikers – kan zwelgen in zichzelf. Haar woorden vertonen allerlei narcistische trekjes: op verklarend niveau als woordenboeken, op verheffend niveau als poëzie, op breinbrekend niveau als rebussen, op tenenkrommend niveau als de taalgrapjes van Ben Crabbé. Woorden verhaspelen zichzelf in anagrammen, schijnbewegen heen en weer in palindromen of aanroepen wie hen roept in onomatopeeën. Het saaist nog zijn ze aaneengeregen in middelmatige zinnen van doordeweekse teksten. Bloedeloze blokjes info die ieders bedoelingen zo flets mogelijk weergeven in verstaanbaar Nederlands – it’s true.

Toch is er die onweerstaanbare drang. De drang om het brave in de taal een loer te draaien. Om nooit gevormde woorden toch te vormen, als toevallig ingetoetste telefoonnummers die onze hersenen in verbinding brengen met nieuwe werelden. Hink-stap-sprongwoorden zijn het die eeuwenlang afwezig waren maar zich plots onontkoombaar manifesteren: uit nevel beton. ‘Glamcowboy’ is zo’n woord dat vorige week opdook en al dagenlang door mijn hoofd spookt. Niet vanwege zijn gepolijste klank en aanblik (als een Cadillac die zomaar je woonkamer binnenglijdt) of omwille van zijn on-Vlaamse maar toch volkomen begrijpbare inhoud. Nee, veeleer door de genoegdoening van zijn plotse verschijning: een neologisme dat nauwelijks nodig is maar zodanig mooi in letters verpakt dat het een column lang de schijnwerpers verdient – GLAMCOWBOY, elastomeer op de tong; vuurwerk voor het verstand.

De term viel in Nieuwe Feiten op Radio 1, tijdens de aankondiging van de 7de Bobbejaan Schoepen Memorial op 12 mei. Bobbejaan, ofte de Turnhoutse countryster en pretparkeigenaar die Amerivlaamser was dan de puntlaarzen van Björn Soenens. Het gesprek ging onder meer over de opgepoetste, ietwat camperige variant van de Midwest die Bobbejaan bij ons introduceerde, vermomd als Goedlachse Stoere Man. Een ‘Glamcowboy’ dus: de Glitter van David Bowie gekoppeld aan het labeur van Amerikaanse koeienhoeders. Een woord dat twee extremen galant tot elkaar verplicht.

Niet dat neologismen verzinnen zo ingewikkeld is. Je schudt ze moeiteloos uit de mouw: kasteelpakket, snotkont, neusringwrak, mausoleumpineut (respectievelijk opblaaskantelen voor uw fermette; diarree; dochterlief na die mislukte piercing; de soldaat die een hele, bloedhete dag lang een praalgraf moet bewaken). Alleen schuilt de kunst van een geslaagd Nieuw Woord in de combinatie van termen die zowel visueel verleidt als inhoudelijk knettert. Het woord moet een onvermoede leemte vullen met de naturel van een handdruk. ‘Glamcowboy’ doet beiden. Het is hersenhumor die zowel homo-erotiek als festivalpodia suggereert. Een lassoworp rond vele, uiteenlopende betekenissen.

Nu tweeten de norm geworden is, met taal die vaak uit de prullenbak lijkt opgeduikeld, schuilt er verzet in alles wat het omgekeerde belichaamt: meervoudige neven-en onderschikkende zinnen, wijdlopige redeneringen, ellenlange argumenten of woorden die niemand ooit zag maar iedereen laat dromen. Verrassende taal is een schild tegen digitale pseudoconversaties en een wapen tegen taalverachters, zoals de nieuwe glammerboy in het Witte Huis. Taal is tactiel. Ze doet ogen tranen en onderbuiken kriebelen ¬— dé remedie dus tegen platvloersheid, nonsens en incompetentie. It’s not true, it’s a waarheid als een koe.

Share

Een neologisme dat nauwelijks nodig is maar zodanig mooi in letters verpakt dat het een column lang de schijnwerpers verdient – GLAMCOWBOY, elastomeer op de tong; vuurwerk voor het verstand.

Leve de nieuwerwetse glamcowboys.