Zondag 29/01/2023

AchtergrondOorlog in Oekraïne

Kleine legers die standhouden tegen grotere legers, zoals in Oekraïne: hoe uniek is dat?

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Het Oekraïense leger boekt geregeld successen in de oorlog tegen grootmacht Rusland. Een historische zoektocht: welke landen streden in het verleden tegen een grote overmacht en welke parallellen zijn er te trekken met de oorlog in Oekraïne?

Enith Vlooswijk

“Je kunt er niet neutraal in zijn”, waarschuwt hoogleraar conflictstudies Jolle Demmers maar vast. Wie zich waagt aan een vergelijking van de oorlog in Oekraïne met eerdere oorlogen, begeeft zich onherroepelijk in een politiek mijnenveld. “Elke selectie die je maakt is politiek beladen. Je belicht iets, maar laat ook altijd iets onbelicht.”

Toch strooien militaire experts, politici en zelfbenoemde oorlogkenners vanaf dag één van de Russische invasie in Oekraïne kwistig met historische analogieën. Meestal schuilt daar een retorisch doel achter, stelt de Leidse militair historicus Thijs Brocades Zaalberg. Wil je dat het Westen snel en hardhandig ingrijpt, dan verwijs je naar het Verdrag van München van 1938 en dus naar de mislukte Brits-Franse ‘appeasement-politiek’ die een oorlog met Hitler moest voorkomen. Die fout willen we toch niet herhalen?

Wie daarentegen pleit voor terughoudendheid, trekt eerder de Vietnamkaart, doelend op een langdurige oorlog die zelfs voor de VS niet te winnen valt. De gekozen vergelijking zegt iets over het perspectief van de spreker, waarschuwt Brocades Zaalberg. “Als het gaat over de totale vernietiging van Marioepol, zeggen we al snel dat dit typisch Russisch is: kijk maar naar Grozny in Tsjetsjenië, of Aleppo in Syrië. We zullen niet snel verwijzen naar het allesvernietigende bombardement van Dresden, of naar de aanzienlijke aantallen burgerslachtoffers die in 2016-17 mede door westerse bombardementen vielen tijdens de slag om Mosul in Irak.”

Met al deze mitsen en maren in het achterhoofd doen we toch een poging: welke landen streden in het verleden tegen een grote overmacht en wat heeft de oorlog in Oekraïne met die conflicten gemeen?

Tweede Boerenoorlog: de kracht van buitenlandse wapens

Even leken de Nederlandstalige Boeren van de Zuid-Afrikaansche Republiek (Transvaal) en Oranje Staat hun mannetje te staan tegen het machtige Britse Rijk. Tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) trachtten zij een eigen staat op te richten na oplopende spanningen over de grote toestroom van Britse goudzoekers. Dat de Boeren niet direct in de pan werden gehakt, dankten zij onder meer aan de internationale steun die zij kregen. Duizenden Ierse en Amerikaanse vrijwilligers vochten aan hun zijde. Van de Duitsers ontvingen zij een nieuw type geweren, waarmee ze wel een kilometer ver konden schieten. Dat was zo uitzonderlijk, dat waarnemers spraken van een ‘onzichtbare oorlog’: Britse soldaten vielen plots dood neer zonder een schutter te zien.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

“Natuurlijk is een koloniale overheerser die zijn rijk uitbreidt anders dan de invasie van een soeverein land”, zegt onderzoeksdirecteur Tim Sweijs van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Niettemin doen de Duitse geweren denken aan de hedendaagse Amerikaanse Himars (High Mobility Artillery Rocket System), waarmee Oekraïne bruggen en Russische munitievoorraden op tientallen kilometers afstand vernietigt. Voor nieuwere technologieën vormt de gevechtszone een ideaal veldexperiment. Zo zette Oekraïne westerse gezichtsherkenningstechnologie in om gesneuvelde Russen te identificeren, terwijl Rusland zich bekwaamde in de combinatie van tanks en drones.

Dat kleine staten sinds de Tweede Wereldoorlog een grotere kans hebben te winnen van een relatief machtige agressor, heeft onder andere een technologische reden, vertelt Sweijs. “Bij oorlogen in de jaren 1910 en ’20 hadden koloniale mogendheden nog zwaardere artillerie en vliegtuigen dan de landen waartegen ze vochten. Nu krijgen op papier zwakkere staten vaker de beschikking over krachtige wapens.”

Het boerensucces was van korte duur. Na een paar maanden escaleerden de Britten en pasten ze de tactiek van de verschroeide aarde toe: alles wat ze tegenkwamen, vernietigden ze. Ze blokkeerden de toegang tot voedsel en dreven de Boeren samen in concentratiekampen met prikkeldraad. Meer dan twintigduizend Boeren, veelal vrouwen en kinderen, stierven.

Vietnamoorlog: de grootmachten doen mee

It became necessary to destroy the town in order to save it.” Dit is geen uitspraak van een Russische generaal over de totaal vernielde Oost-Oekraïense stad Marioepol, maar van een anonieme Amerikaanse majoor in de Zuid-Vietnamese stad Ben Tre, geciteerd door The New York Times in 1968. De oorlog, die in 1954 losbarstte tussen de Zuid-Vietnamese onafhankelijkheidsstrijders, gesteund door Noord-Vietnam enerzijds en hun Zuid-Vietnamese tegenstanders en de Verenigde Staten anderzijds, is vaak afgeschilderd als een krachtmeting tussen David (Noord-Vietnam) en Goliath (de VS). Dat is begrijpelijk, zegt historicus Rimko van der Maar van de Universiteit van Amsterdam. De VS bombardeerden tenslotte dorpen met napalm en B-52-bommenwerpers. Alleen stonden de Noord-Vietnamese strijders, evenmin als Oekraïne, bepaald niet alleen.

“Noord-Vietnam werd met onmisbare militaire middelen gesteund door de Sovjet-Unie en China”, zegt Van der Maar. “Zonder die hulp was het land veel langer verdeeld gebleven.” De Vietnamoorlog was, net als de oorlog in Oekraïne, een zogenaamde proxy-oorlog: grootmacht VS wilde bovenal voorkomen dat communistisch Rusland en China invloed wonnen in Azië, en vice versa.

Er zijn meer parallellen. Net zoals Rusland nu vermeed Amerika het woord ‘oorlog’ – het betrof slechts een ‘interventie’, bedoeld om de Vietnamezen te ‘beschermen’ tegen het communisme. Dat verhaal verloor al snel overtuigingskracht, omdat veel Vietnamezen de honderdduizenden Amerikanen zagen als bezetters. Verder onderschatten de VS, ook net als Rusland nu, de felheid waarmee de bevolking zich zou blijven verzetten. Tenslotte keerde de internationale publieke opinie, ook in de VS zelf, zich tegen de oorlog. Noord-Vietnam werd steeds beter in het bespelen van die opinie. Zo leverden onderhandelingen in Parijs in 1968 diplomatiek gezien weinig op, maar wisten Noord-Vietnam en het Zuid-Vietnamese bevrijdingsfront die slim te gebruiken als springplank naar de westerse media.

Zo bestendigden ze het verhaal van de onderdrukte underdog, dat soms wel wat al te ongenuanceerd werd. “De publieke opinie sloeg door en zag de Vietnamese tegenstanders alleen nog als helden”, zegt Van der Maar. “Maar uit allerlei bronnen blijkt dat het Noord-Vietnamese regime met ijzeren hand te werk ging en niet keek op duizend levens meer of minder.” Ook bij de verslaggeving van de oorlog in Oekraïne mist hij de nuance soms. “Oekraïne heeft veel betere propaganda dan Rusland. Door de emoties die loskomen bij beelden van de slachtoffers gaan mensen alles snel zwart-wit zien. Ik vermoed dat historici die over vijftig jaar met meer distantie naar het conflict kijken, zullen zien dat het allemaal wat lastiger ligt.”

Golfoorlog: olie en internationale rechtsorde spelen hoofdrol

Een glorieuze overwinning is bij oorlogen zeldzaam. Volgens een Zweedse analyse van 231 gewapende conflicten op 151 plaatsen tussen 1946 en 2005 eindigen zes op de tien oorlogen in een ‘frozen conflict’: ze blijven jarenlang doorsudderen. Slechts één op de vijf oorlogen levert een duidelijke winnaar op en de Eerste Golfoorlog (1990-1991) is daarvan een goed voorbeeld.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Na een conflict over olie viel Irak het veel kleinere buurland Koeweit, tevens schuldeiser van Irak, binnen. Het land zou een provincie van Irak zijn geworden, als de VS niet een grootschalige bevrijdingscampagne hadden opgezet. 35 landen namen aan het offensief deel, dat slechts enkele maanden zou duren. De internationale animo om Irak op zijn nummer te zetten was groot: door een soeverein land binnen te vallen schond Irak overduidelijk de internationale rechtsorde. De oliebelangen waren aanzienlijk (Irak wilde een hogere marktprijs bewerkstelligen) en de VS waren op dat moment een grootmacht die weinig te duchten had van andere machtsblokken.

Ook Rusland schendt met de inval van Oekraïne de internationale rechtsorde en weer spelen gas- en oliebelangen een belangrijke rol. Een belangrijk verschil met indertijd is dat de wereld (opnieuw) multipolair is geworden: doordat China en Rusland hun rol opeisen op het wereldtoneel, is de steun aan het Westen van Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen niet meer vanzelfsprekend. Bovendien, zegt onderzoeker Willemijn Verkoren van de Radboud Universiteit, was er bij de Golfoorlog geen sprake van een nucleaire dreiging. “De Navo is daardoor huiverig om de directe confrontatie aan te gaan. Angst speelt nu een grotere rol, ook door slechte ervaringen in Afghanistan en Irak. Je weet nooit wat voor krachten je losmaakt met een grootschalige invasie.”

Afghanistan en Irak: het argument van de ‘veiligheidskwestie’

Toen de VS met westerse bondgenoten en de Noordelijke Alliantie in 2001 de Taliban in Afghanistan aanvielen, legitimeerden ze dit als een vorm van zelfverdediging. De inval volgde op de terreuraanslagen in New York op 11 september. De Taliban zouden Al Qaida, de terreurorganisatie achter de aanslagen, steunen. Ook de inval in Irak twee jaar later was volgens het Westen een kwestie van veiligheid: Irak zou over massavernietigingswapens beschikken – wat achteraf niet waar bleek te zijn. Voor beide argumentaties moesten de westerse allianties het begrip ‘zelfverdediging’ zeer ver oprekken.

Poetin verwijst gretig naar dergelijke ‘precedenten’ wanneer hij beweert dat ook Rusland het buurland uit veiligheidsoverwegingen binnenviel: tegen oude afspraken in zou de Navo immers oprukken tot aan de grenzen. Veel westerse militaire experts vegen deze redenatie van tafel. “Bij de Navo-uitbreiding van de laatste decennia ging het om landen die zelf aansluiting zochten bij de Navo uit angst voor Rusland, door een verleden van bezetting en onderdrukking’, zegt Tim Sweijs bijvoorbeeld. ‘Rusland heeft een soeverein en democratisch land aangevallen, waarbij het bewust burgerdoelen beschiet. Ik kan mij wel andere 20ste-eeuwse analogieën voorstellen waarin landen zich moesten verdedigen tegen expansionistische agressors die andere landen wilden inlijven.”

Volgens Jolle Demmers ligt het genuanceerder. “Bedreiging is ook een kwestie van perceptie. Eind januari herhaalden de Amerikanen nog dat de deur voor het Navo-lidmaatschap voor Oekraïne open stond – een rode lijn voor Rusland. Het Oekraïense leger is vanaf 2017 geïntegreerd in de Navo-commandostructuren en er vonden militaire oefeningen op het grondgebied plaats. De afgelopen decennia hebben de VS en de Navo veel repressieve machthebbers afgezet. Dat Poetin denkt: ik ben de volgende, is niet zo gek.”

Ook de Nijmeegse hoogleraar internationale betrekkingen Bertjan Verbeek vermoedt dat die veiligheidskwestie wel degelijk een rol speelde. “Sommigen denken dat Poetin vooral de Sovjet-Unie wil herstellen, maar ik zie het ook als een uit de hand gelopen escalatie. Rusland wilde zijn invloedssfeer veiligstellen door te dreigen met binnenvallen en vervolgens konden ze niet meer terug wegens mogelijk gezichtsverlies.”

Of de Navo-dreiging tegen Rusland in februari dit jaar nu wel of niet reëel was, de oorlog is in elk geval een gevaarlijke strijd om geopolitieke invloedssfeer tussen Rusland en de VS, zegt Demmers. ‘We dachten dat dit na de Koude Oorlog voorbij was, maar het is weer helemaal terug.’

300 Spartanen tegen een miljoenenleger?

Een klein leger dat dapper stand houdt tegen een overweldigende overmacht: zo’n verhaal doet het altijd goed in Hollywood. Volgens de overlevering wisten in het jaar 480 voor Christus 300 Spartanen een leger van 2,6 miljoen Perzen tegen te houden in de bergpas bij Thermopylae. Dankzij pure moed hield de kleine expeditiemacht het drie dagen vol, tot een Griekse verrader de vijand wees op een geheime bergpas. Daardoor wisten de Perzen de helden toch nog te overmeesteren, maar pas nadat de Spartanen nog eens 20.000 strijders in mootjes hadden gehakt.

De werkelijkheid was anders. Volgens historici stak de Perzische koning Xerxes dat jaar inderdaad de Hellespont over om de stadstaten Athene en Sparta te veroveren. Alleen telde zijn leger niet 2,6 miljoen soldaten, maar ongeveer 300.000. En het clubje Spartanen bevatte in werkelijkheid ook Thespiërs, Korinthiërs en Arcadiërs, in totaal 5.000 tot 7.700 man.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234