Dinsdag 07/07/2020

Zwitsers zijn nog niet klaar met onderzoek

Premier Guy Verhofstadt (VLD) lag gisteren in het parlement onder vuur over het ontslag van Pierre Chevalier (VLD) als staatssecretaris voor Buitenlandse Handel. De premier bleef bij zijn versie, maar liet ook een aantal vragen onbeantwoord. Cruciaal lijkt het verslag te zijn dat de Gentse procureur-generaal Frank Schins dinsdagavond maakte over de ondervraging van en de huiszoeking bij Chevalier in Brugge. Zijn ontslag werd pas een feit nadat de premier woensdag kennis nam van dat verslag.

Brussel

Eigen berichtgeving

Patrick Martens

Premier Verhofstadt moest gisteren zowel in de Kamer als in de Senaat antwoorden op vragen van CVP, VU en Vlaams Blok over het ontslag van Chevalier. Zoals bekend, stapte de VLD-politicus op nadat dinsdag raadsheer Pieters van het Gentse hof van beroep hem samen met een delegatie van de Zwitserse justitie aan de tand voelde over het certifiëren in 1997 van een contract voor de verkoop van een vliegtuig door de Fransman Jean-Claude Lacote aan een Zweed. Omdat het misliep met die verkoop diende die laatste in 1998 klacht in bij het Zwitserse gerecht, onder meer tegen Chevalier.

De vragen van Marc Van Peel (CVP), Fons Borginon (VU) en Gerolf Annemans (Vlaams Blok) in de Kamer en van Hugo Vandenberghe (CVP) in de Senaat sloegen op de afwikkeling en timing van het onderzoek. Daarbij waren suggesties over vertragingsmanoeuvres omwille van de gemeenteraadsverkiezingen niet van lucht. De vier oppositieleden wilden echter vooral weten wat de juiste toedracht van het ontslag is geweest, aangezien de premier ook gisteren bleef zeggen dat "het onderzoek niet zwaar weegt".

Uit de repliek van Verhofstadt bleek dat hij op 18 juli door justitieminister Marc Verwilghen werd ingelicht over een vraag van diens administratie om toelating te geven voor een Zwitserse rogatoire commissie. De premier herhaalde dat hij vervolgens met niemand over dit dossier had gesproken "omwille van het geheim van het onderzoek".

Luc Declerq, de kabinetschef van Verwilghen, gaf gisteren aan De Morgen meer uitleg over het onderzoek. Dat verliep totnogtoe in twee fases. Snel na de klacht van de Zweed bij het Zwitserse gerecht in 1998 was er al een eerste rogatoire opdracht, die werd afgewerkt door het Brusselse parket. Hoewel het om relatief eenvoudige "verrichtingen" ging, had dat parket daarvoor "heel veel tijd" nodig. Het dossier, waaruit bleek dat ook toenmalig advocaat-parlementslid Pierre Chevalier erbij betrokken was, ging vervolgens terug naar Zwitserland en kwam pas in juni van dit jaar opnieuw naar België voor bijkomend onderzoek.

Op 18 juli stelde de administratie van Justitie haar vraag aan minister Verwilghen, die op zijn beurt dus de premier verwittigde. Volgens Declerq werden nadien "de normale tijdslimieten" gerespecteerd. Op 19 juli gaf Verwilghen zijn toelating voor de rogatoire opdracht. Op 7 september was er een noodzakelijk arrest van de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling. Vijf dagen later stelde procureur-generaal Schins een college van drie raadsheren samen en werd raadsheer Pieters aangesteld als onderzoeksmagistraat voor het dossier. Voor de huiszoeking en ondervraging moest hij ten slotte de agenda afstemmen op die van de Zwitserse autoriteiten.

Het antwoord van Verhofstadt gaf ondertussen ook een beeld van de gebeurtenissen dinsdag en woensdag. Dinsdagochtend werd hij door Verwilghen ingelicht over de huiszoeking die op dat ogenblik bij Chevalier plaatsvond. De staatssecretaris werd vervolgens nog tot 's avonds ondervraagd. Nadien was er een gesprek tussen Chevalier en Verhofstadt, die dan ook het verslag van procureur-generaal Schins opvroeg. Dat verslag bereikte de Wetstraat 16 woensdagmorgen. Chevalier nam woensdagnamiddag ontslag. Een officieel bericht van het paleis daarover werd toen trouwens pas om 18.13 uur verspreid via Belga.

Dat versterkt de indruk dat dat verslag een sleutelrol heeft gespeeld bij het ontslag, hoewel Chevalier woensdag zei dat hem "strafrechtelijk en deontologisch niets ten laste kan worden gelegd". Voor hem was de zaak daarmee "gesloten", maar premier Verhofstadt zei gisteren in de Kamer dat "het Zwitserse gerecht uiteindelijk moet oordelen". CVP-senator Vandenberghe wist dan weer van de Zwitserse onderzoeksrechter Fabian uit het kanton Basel-Land dat het onderzoek tegen Chevalier niet afgerond is.

Opvallend gisteren was de bittere houding van Chevalier in het middagnieuws van VTM. Hij noemde de hele kwestie "aberrant, hallucinant en schandalig". Ook verwees hij naar "verschillende figuren die rond de premier kronkelen", waarmee hij impliciet communicatiedeskundige en spin doctor Noël Slangen leek te bedoelen. Premier Verhofstadt ontkende even later in de Kamer dat Slangen bij het ontslag van "zijn goede vriend" betrokken is geweest.

Brussels parket deed in 1998 heel lang over eerste Zwitserse rogatoire opdracht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234