Woensdag 25/11/2020

ZWIJGEN is niet altijd goud

Na Duitsland blijken nu ook in Zweden aanrandingen door asielzoekers of migranten te zijn verzwegen, uit vrees rechts-radicalen in de kaart te spelen. Nu de waarheid toch aan het licht komt, zien beide landen het tegenovergestelde effect. 'Maak de afkomst van daders zo snel mogelijk bekend. Dan kan ook de gemeenschap zelf er iets aan doen'.

"Dit is dubbel verraad tegenover slachtoffers." De Zweedse premier Stefan Löfven is geschokt dat de politie de aanranding van een twintigtal meisjes, sommigen slechts 11 jaar jong, door enkele Afghaanse asielzoekers op een festival in 2014 én 2015 heeft verzwegen en geseponeerd. Vooral schadelijk is dat een politieke afweging is gemaakt om de affaire stil te houden.

Hans Rosén, reporter bij Dagens Nyheter: "Waarom de politie de feiten zo lang verzweeg? Een officiële verklaring hebben we nog steeds niet gekregen, maar bronnen vertelden aan onze krant dat dit gebeurde uit vrees dat de zaak xenofobe partijen in de kaart zou spelen ."

Net zoals in Duitsland, met het beruchte incident op oudejaarsnacht in Keulen en nu ook in een dancing in Bielefeld, wordt een tegenovergesteld effect bereikt. Extreemrechts stigmatiseert alle vluchtelingen, wat zelfs al tot gewelddadige aanvallen op asielzoekers leidde. Bovenal is de algemene geloofwaardigheid van politie, justitie en politici geschaad, waardoor het nu moeilijker is nuances aan te brengen.

Rosén: "In Zweden is er veel verontwaardiging over het feit dat de politie niet openlijk over deze zaak heeft gecommuniceerd. Er is wel discussie over de vraag of ook de Afghaanse afkomst van de verdachten moest worden vrijgegeven. Mijn krant oordeelde dat de etnische origine wel degelijk relevant was in deze zaak, omdat we vermoeden dat net dit element verklaart waarom over deze misdaad maandenlang niet is gecommuniceerd."

In Duitsland spelen nog andere overwegingen, zegt Marion van San, sociologe en criminologe aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. "De reden dat men in Duitsland krampachtig niet de afkomst van daders heeft benoemd, heeft veel te maken met het oorlogsverleden. Nu krijg je er te midden van de moeilijke asieldiscussie nog een beladen thema als seksualiteit bij. Dan vreest men snel voorspelbare reacties van groepen die de asielzoekers willen weren: 'Zie je wel, ze zijn niet alleen een economische bedreiging, ze vallen ook onze vrouwen lastig.' Iedereen gaat panisch reageren, en dan krijgen politie en politici de neiging om de achtergrond van daders te verzwijgen."

De afkomst van verdachten is 'altijd gevoelig', stelt Van San. Haar veldonderzoek naar criminaliteit onder stedelingen met een migratieachtergrond choqueerde in het België van de jaren 90 nog de goegemeente, omdat ze man en paard noemde. Dat blijft ze de verstandigste aanpak vinden. "Zaken verzwijgen is het allerslechtste wat je kunt doen", zegt ze. "Dan ga je de angst nog versterken als de verzwegen werkelijkheid uitkomt. Dan krijg je veronderstellingen als: 'Dit zal maar het topje van de ijsberg zijn.' Als er zich problemen voordoen, dan is het juist goed om die zo snel mogelijk bespreekbaar te maken, want alleen zo kan er iets positiefs veranderen. Niets lost zichzelf op. Stel vast wat er aan de hand is en doe er iets aan."

Loverboys

Dirk Voorhoof, professor mediarecht aan de Universiteit Gent, noemt open communicatie vanuit justitie net daarom cruciaal. "Het achterhouden van bepaalde informatie uit vrees voor misbruik door xenofoben of bepaalde politieke partijen is een gevaarlijke en ook onwenselijke strategie. Justitie moet met open vizier het debat aangaan. Belangrijke informatie in de doofpot stoppen, heeft bijna altijd een averechts effect. In onze maatschappij, die omwille van allerlei technologieën steeds transparanter wordt, is het bijna onmogelijk om deze informatie achter te houden.

"Als justitie niet vrijwillig communiceert over ernstige feiten die de samenleving beroeren en dus over aangelegenheden met een maatschappelijk belang, dan komt dat vroeg of laat als een boemerang terug. Op dat moment heeft het gerecht zijn communicatie niet meer in handen, waardoor het veel moeilijker wordt om geruchten te ontkennen of aspecten van het geheim van het onderzoek effectief te beschermen."

Volgens Van San zijn er parallellen met de paniek die in Nederland ontstond over Nederlands-Marokkaanse loverboys, die meisjes in de prostitutie dwongen. "Omdat niemand de vinger op de wonde durfde te leggen, ontstond plots een enorme morele paniek. Het leek alsof we werden overspoeld door pooiers die het op onze kinderen hadden gemunt ." Haar academisch onderzoek leerde uiteindelijk dat het probleem van alle tijden en culturen was en zich wel degelijk stelde binnen de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap, maar in omvang al bij al beperkt was.

De lessen die ze hieruit trok zijn brandend actueel. "Hoe sneller je misdaden kunt kaderen in historische statistieken en actuele misdaadtrends, hoe beter. Seksuele delicten - hoe vreselijk ook - lijken massaal door de grote aandacht die ze krijgen, maar komen gelukkig weinig voor in het totaal aantal misdrijven. Er is ook een grote diversiteit onder de dadertypes, in alle opzichten. Hoe opener je hierover communiceert, hoe minder je algemene angsten voedt. Nu oordelen mensen op basis van beschuldigende nieuwstitels of Twitter-berichten."

De criminologe wijst er ook op hoe belangrijk het is om een betrokken gemeenschap aan te spreken als blijkt dat leden zich schuldig maken aan misdrijven. "Als je van binnen uit voor bewustwording kunt zorgen, dan kan de gemeenschap er zelf iets aan doen. Bij de loverboys herinner ik me een groep Marokkaanse vrouwen die een hulpverleningsgroep oprichtte voor slachtoffers en probeerde het gesprek aan te gaan met ouders van daders. Ook mensen uit ex-Joegoslavië organiseerden zich om criminaliteit tegen te gaan door zich openlijk te distantiëren van enkele dadergroepen."

Wondermiddelen

Geduld is bij zo'n aanpak wel nodig. Bij sommige migranten- of asielzoekersgemeenschappen zijn seksuele delicten een taboe. Pas met antropologische kennis van het seksueel waardepatroon en de culturele achtergrond kun je zo'n gesprek respectvol en kwaliteitsvol aangaan. Van San denkt aan de Afghanen die in Zweden nu als groep met de vinger worden gewezen. "Maar het zou een sociologisch wonder zijn als er onder de vluchtelingen uit zo'n door oorlog verscheurd land - met weinig tot geen vrouwenrechten - geen mannen zijn met een verstoord seksueel wereldbeeld", zegt ze. "Je moet daar op een verstandige, niet-emotionele manier mee omgaan. We moeten ook realistisch zijn. Er bestaan geen wondermiddelen. Het gesprek aangaan is al erg belangrijk. Doe je dat niet, dan krijg je uitwassen zoals in Stockholm."

Toch is Van San er niet van overtuigd dat cursussen over man-vrouwverhoudingen in asielcentra de beste aanpak zijn. "Dan schiet je met een kanon op een mug, denk ik. Je gaat ervan uit dat iedereen daar een potentieel probleem heeft, maar is dat wel zo? Ik vind het beter om je meteen te richten op de probleemgevallen, die in samenlevingsverbanden als asielcentra snel aan de oppervlakte komen. Zelfs dan maakt een cursus het verschil niet. Respectvol omgaan met vrouwen is iets wat je door de jaren heen moet leren."

Om seksuele frustraties door culturele invloeden bespreekbaar te maken, ziet Van San nog veel werk in scholen. "Ik hoor het onderwijs al zuchten dat we ook dit op hun bord leggen, maar het is nu eenmaal zo'n belangrijk thema dat je er niet zomaar overheen kunt stappen. Je mag het probleem tegelijk ook niet overdrijven. Ook sociale media zijn belangrijk om aan voorlichting te doen, want ook daar wordt het seksuele wereldbeeld gevormd. Loverboys bleken bijvoorbeeld erg vatbaar voor de letterlijke interpretatie van teksten en videoclips van rappers zoals 50 Cent."

Duitsland en Zweden wacht binnenkort nog een lakmoesproef. Hoe zullen ze omgaan met de openbaarheid van de rechtsgang? In veel Europese landen worden seksuele delicten dikwijls achter gesloten deuren behandeld. Maar deze zaken hebben net een openbaar debat nodig. Hoe gaan wij daar mee om?

Openbaar belang

"In België wordt de communicatie over het strafonderzoek geregeld in het wetboek van strafvordering", zegt Voorhoof. Er is een goede basis voor informatieverstrekking aan de pers door parket en politie, 'indien het openbaar belang het vereist'. Tijdens het opsporingsonderzoek is het aan de procureur om te beslissen al dan niet informatie over een bepaalde zaak te verschaffen, in de fase van het gerechtelijk onderzoek komt die beslissing toe aan de onderzoeksrechter.

"In beide gevallen geldt het principe dat over zaken die het algemeen belang raken onder bepaalde restricties wordt gecommuniceerd. Die restricties hebben te maken met het geheim van het onderzoek, de privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers, de rechten van de verdediging en het vermoeden van onschuld. Bij seksuele delicten moet bijzonder scherp worden toegezien op de privacybescherming van slachtoffers."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234