Zaterdag 16/01/2021

Zwevend als een vlinder en stekend als een bij

'I ain't the greatest', liet Mohammed Ali zich in 1994 ontglippen. Verbazing alom. Had hij niet decennialang het tegendeel uitgeschreeuwd? Maar al snel verduidelijkte Ali: 'It's Allah.' Geloof heeft in het leven van de ex-bokser steeds een belangrijke rol gespeeld. En nog steeds. Na de aanslagen op de WTC-torens liet hij Amerika weten dat moslims niet gewelddadig zijn en de moslims dat de Amerikanen geen moslimhaters zijn. Zijn houding en engagement maakten van Ali een nog grotere kampioen dan hij al was op sportief vlak. Als eresaluut voor zijn zestigste verjaardag, die hij vandaag viert, ging vorige maand de film Ali in première met Will Smith in de hoofdrol.

Brussel

Eigen berichtgeving

Freddy Carremans

Het was in Broadway Cinema's dat Mohammed Ali de film over zichzelf ging zien. Niet zomaar een bioscoop, het was diegene waar hij in zijn jeugdjaren naar de film ging in Louisville. Oude kennissen en fans stonden de bokser op te wachten. Herinneringen kwamen naar boven. Het was in deze stad dat Cassius Marcellus Clay, zoals Ali toen nog heette, zijn eerste stappen zette als bokser. Toen hij als twaalfjarige de diefstal van zijn fiets ging aangeven, bracht de dienstdoende agent Joe Martin hem in contact met de bokssport.

Dat Clay talent had, bleek al snel. Op de Olympische Spelen van 1960 in Rome veroverde hij de gouden medaille bij de halfzwaargewichten. "Maar die medaille betekende niets. Niets. Ik kwam terug en was gewoon een zwarte", zei de kampioen. Toen hij enkele maanden na de Spelen wou gaan eten in Louisville, werd hem vanwege zijn huidskleur de toegang tot het restaurant geweigerd. Van pure woede smeet hij zijn gouden medaille in de Ohio-rivier.

Clay zal zich meer en meer de rechten van de onderdrukte zwarte gemeenschap aantrekken. Hij komt in contact met Malcolm X en wordt lid van de Nation of Islam, een radicale moslimbeweging onder leiding van Elijah Mohammed. Hij zal het zijn die Clay aanraadt zijn 'slavennaam' af te werpen en zich voortaan Mohammed Ali te noemen. Iets wat hij ook doet, daags na zijn eerste wereldtitelkamp tegen Sonny Liston.

Clay laat zich niet alleen kennen als een subliem bokser, maar ook als een intelligent en grappig persoon. Zo maakt hij er de gewoonte van rijmpjes te bedenken voor zijn tegenstander en voorspelt hij de ronde waarin ze tegen de vlakte zouden gaan. Velen dichten Clay in 1964 tegen kampioen Liston één ronde toe. Ali's rijmpje ziet het anders: "I predict that he will go in eight, to prove that I'm great, and if he wants to go to heaven, I'll get him in seven. If you want to lose your money, bet on Sonny." Aanvankelijk lijkt het slecht te gaan tegen Liston, maar Ali houdt woord. Als de zevende ronde begint, komt de suf getimmerde Liston niet meer uit zijn hoek. Clay hoeft ook een andere belofte aan Liston niet meer na te komen. Voor de wedstrijd stond hij immers brullend voor Listons huis: "Jij lelijke beer, ik sla je eruit in de achtste ronde." Een ding is zeker: Clay is wereldkampioen. "Float like a butterfly and sting like a bee. Rumble, young man, rumble", roept hij. De door cornerman Bundini Brown bedachte slogan zal zijn lijfspreuk worden. In de ring toont de bokser ook andere kunsten: zijn ongelooflijke reflexen, die hem in staat stellen met een lage of zonder dekking te vechten. Zo zegt hij van zichzelf: "Ik ben zo snel dat ik uit bed kan komen, de schakelaar kan omdraaien en terug in bed kan kruipen vooraleer het licht uit is." Daarnaast pakt hij uit met de 'Ali-shuffle', een supersnelle beenbeweging die nooit werd nagedaan. Will Smith doet een poging in Ali maar is slechts een bleke schim van het origineel.

In 1967 wordt Ali uitgekozen om naar de oorlog in Vietnam te trekken. "Ik heb geen problemen met de Vietcong", stelt de bokser en hij weigert dienst te nemen. Het wekt beroering op. Enerzijds is er waardering voor zijn antioorlogsstatement, anderzijds bedreigen patriotten hem met de dood. Het kost hem eerst zijn wereldtitel, later wordt hij door een rechtbank nog eens veroordeeld tot een boete van 10.000 dollar en een gevangenisstraf van vijf jaar. Een opmerkelijke straf omdat vele bekende American footballspelers die de dienst ontlopen, geen sanctie krijgen.

Later krijgt de bokser dan toch gelijk en zit Ali uiteindelijk slechts tien dagen in de cel, dan nog omdat hij zonder rijbewijs reed. Maar hij kon wel drie jaar niet boksen. "In die periode was hij nochtans geweldig", zegt zijn trainer Angelo Dundee. "De wereld heeft Ali nooit op zijn best aan het werk gezien." Intussen was Joe Frazier wereldkampioen geworden, een titel die Ali niet wou erkennen. Hij beledigde de bokser voortdurend. Noemde hem openlijk lelijk en vergeleek hem met Uncle Tom. In 1971 krijgt hij zijn kamp tegen Frazier. In de vijftiende ronde loopt Ali echter de eerste nederlaag uit zijn loopbaan op.

Later pakt de bokser dan toch voor de tweede maal in zijn loopbaan de wereldtitel. In 1974 bokst hij een van de bekendste wedstrijden uit de geschiedenis: de rumble in the jungle. In Kinshasa neemt hij het op tegen wereldkampioen George Foreman, een wedstrijd waarover de Oscar-winnende documentaire When we were Kings bericht. Ali pakt er uit met een nieuwe techniek: de rope-a-dope. De bokser laat zich een hele tijd in de touwen drukken en incasseert vele slagen van Foreman, nochtans een van de boksers met een harde slag, om dan plots terug te slaan. In de achtste ronde gaat Foreman neer.

Naarmate Ali ouder wordt, incasseert hij steeds meer slagen. Dat is ook een jaar later het geval wanneer hij het in de thrilla in Manilla voor de derde keer opneemt tegen Frazier. Na veertien ronden zijn beide boksers uitgeput, Fraziers trainer, Eddie Fuchs, kan het niet meer aan en smijt de handdoek in de ring. Ali zelf zal op deze kamp terugblikken als zijn beste wedstrijd die hij bokste.

Een jaar later neemt Ali het op tegen de Belg Jean-Pierre Coopman. Voor de wereldkampioen een tussendoortje, Coopman gaat er in de vijfde ronde uit. In 1978 verliest Ali van Leon Spinks om enkele maanden later in de herkansing de eerste zwaargewichtbokser te zijn die voor de derde maal de wereldtitel verovert. Zijn glorietijd ligt echter al lang achter hem en Ali stopt ermee.

In 1980 maakt hij de fatale vergissing een comeback te maken. Eerst verliest hij van Larry Holmes, onder meer door het nemen van te veel pillen voor gewichtsverlies, een jaar later is Trevor Berbick te sterk. Ali neemt definitief afscheid met 56 gewonnen en vijf verloren matchen.

In dat jaar van zijn afscheid wordt bij de bokser de ziekte van Parkinson vastgesteld. "Ik vecht nu nog, zie me beven", lacht Ali ermee. "Ik vecht tegen Parkinson." Zijn ziekte wordt dikwijls toegedicht aan de vele slagen die Ali op het einde van zijn loopbaan te verduren kreeg. Neuroloog Mahlong Delong twijfelt er echter aan: "Het is gemakkelijk de ziekte te wijten aan het boksen, maar je kunt niet weten of dat zo is. Volgens mij heeft hij de echte ziekte van Parkinson." Daarbij zouden ook genetische kenmerken een rol spelen.

Dat belette Ali niet om zich verder te blijven inzetten voor goede doelen. Zo is hij goodwill ambassador bij de Verenigde Naties, richtte hij World op, de World Organisation fort Right, Liberty and Dignity, en zet hij zich in voor voedselorganisaties en centra voor mishandelde moeders. Tevens speelt de bokser geregeld een politieke rol. Hij hielp Jimmy Carter bij zijn verkiezingscampagne, en bemiddelde ook voor de vrijlating van vier ontvoerde Amerikanen in Libanon. Recentelijk kwam hij als Amerikaanse moslim nog in het nieuws na de aanslagen op de WTC-torens. "Als het een terroristische godsdienst was, zou ik hier niet zijn", zei hij bij een bezoek aan ground zero. "De islam is een geloof van liefde."

Voorts houdt hij zich bezig met het uitdelen van autogrammen. Omdat ooit zijn idool Sugar Ray Robinson hem een handtekening weigerde, wat hem kwetste, beloofde hij zelf zoiets nooit te doen. Sugar Ray Robinson bleef niettemin zijn idool. Ali liet zichzelf achter Robinson eindigen in een verkiezing van de beste bokser aller tijden.

Trainer Angelo Dundee: 'De wereld heeft Ali nooit op zijn best aan het werk gezien'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234