Donderdag 08/12/2022

ReportageCorona

Zweedse scholen bleven grotendeels open tijdens de pandemie, welk effect had dat op de leerlingen?

Scholieren vieren het einde van het jaar.  Beeld AP
Scholieren vieren het einde van het jaar.Beeld AP

Wereldwijd moeten leerplichtige jongeren leven met de erfenis van de schoolsluitingen tijdens de coronapandemie. Maar in Zweden, dat alles net een tikje anders deed, lijken leerlingen weinig negatieve gevolgen te ondervinden.

Anne Grietje Franssen

Voor een groot deel van de wereldbevolking kwam het dagelijkse leven in het voorjaar van 2020, met de komst van het nieuwe coronavirus, abrupt tot stilstand. Maar niet in Zweden. Het land werd beroemd en berucht om zijn onorthodoxe pandemierespons.

Maatregelen als lockdowns en een avondklok werden er beschouwd als draconisch, en bovenal in strijd met het grondwettelijke recht op vrijheid van beweging – zelfs toen de buurlanden een voor een de in het Westen gangbare restricties instelden. In Zweden luidde de mantra: persoonlijke verantwoordelijkheid.

Anders dan in de rest van Europa bleven ook de scholen in Zweden grotendeels open. Kleuterscholen, basisscholen en de eerste jaren van het middelbaar hebben hun deuren nooit gesloten. Alleen de zogeheten gymnasieskolor, vergelijkbaar met de Belgische derde graad, verhuisden in het voorjaar van 2020 voor drie maanden naar een digitaal klaslokaal.

Tijdens een infectiegolf in de daaropvolgende winter namen sommige van deze middelbare scholen zelf het besluit om weer tijdelijk over te gaan op afstandsonderwijs.

Broze grootouders

Het openscholenbeleid stuitte op veel binnenlands verzet, maar Folkhälsomyndigheten, het Zweedse ministerie van Volksgezondheid, hield voet bij stuk: het op slot doen van scholen bij wijze van voorzorgsmaatregel, zonder wetenschappelijke onderbouwing voor de doeltreffendheid van een dergelijke zet, viel niet te verantwoorden.

Bovendien waren de maatschappelijke gevolgen, volgens het ministerie, niet te overzien. Want wie moest de zieken behandelen als het zorgpersoneel gedwongen met de kinderen thuiszat? Zou een schoolsluiting niet een contraproductief effect sorteren op het moment dat broze grootouders werden gemobiliseerd als oppas?

Negen op de tien scholieren wereldwijd, ook in België, hebben tijdens de pandemie vroeg of laat thuisgezeten door een schoolsluiting. Deze leerlingen hebben anderhalf jaar lang af en aan vanuit hun slaapkamer les gekregen, met alle gevolgen van dien. De langdurige isolatie veroorzaakte meerdere problemen, zoals leerachterstanden, stress, depressies, angststoornissen en concentratieproblemen.

De Zweedse covidbenadering heeft een flinke portie kritiek geoogst, zowel binnen als buiten de landsgrenzen. Een onafhankelijke onderzoekscommissie die in Zweden in het leven werd geroepen om het gehanteerde coronabeleid onder de loep te nemen had veel aan te merken op bijvoorbeeld de gebrekkige bescherming van ouderen in verzorgingstehuizen. Maar over één besluit had de commissie niks dan lof, vertelt universitair docent logopedie Anna Eva Hallin (Karolinska Instituut Stockholm), die ook deel uitmaakte van de commissie: de beslissing om de scholen open te houden. “Dat was achteraf gezien een goede en gebalanceerde politieke afweging.”

Betere schoolresultaten

Des te meer omdat is gebleken dat de gezondheid van schoolkinderen niet op het spel gezet is. De besmettingscijfers onder jongeren bleven laag, ondanks het opendeurenbeleid. De strategie lijkt daarmee geen uitwisseling te zijn geweest van betere schoolresultaten in ruil voor meer corona.

Maar de bewering dat de pandemie zonder consequenties bleef voor de leercurve van Zweedse leerlingen is te stellig. Ondanks de keuze om geen harde lockdown af te kondigen, hanteerde Zweden wel degelijk de dwingende aanbeveling om bij de minste symptomen thuis te blijven. Kinderen met aanleg voor een snotneus meldden zich om de haverklap ziek. Het ziekteverzuim van leraren en studenten, dat op het hoogtepunt met zo’n 70 procent toenam ten opzichte van het precoronatijdperk, onderbrak veelvuldig de continuïteit van het lesprogramma.

Toch bekrachtigen Hallins onderzoeksresultaten het positieve effect van het Zweedse schoolbeleid. Hallin vergeleek de leesvaardigheid van zeven- tot negenjarigen voor en tijdens de pandemie. Omdat de landelijke toetsmomenten van het de leeftijden die overeenkomen met het Belgische eerste, derde en zesde leerjaar tijdens de coronacrisis waren opgeschort en officiële onderwijsgegevens ontbreken, beriepen Hallin en haar collega’s zich op de scores van een (facultatieve) online leestest. Veel docenten kiezen ervoor om met behulp van dit beoordelingsinstrument het niveau van hun leerlingen drie keer per schooljaar te toetsen. Op die manier houden ze zicht op hun voortgang.

Kansarme achtergrond

De onderzoekers legden de testresultaten van tijdens de eerste twee coronagolven naast die van de prepandemische periode. Niets duidde op een achteruitgang in leesvaardigheden en tekstbegrip. Sterker: de resultaten van 2020 waren marginaal beter dan die van het jaar ervoor. Schoolkinderen met een kansarme achtergrond, normaliter een kwetsbare groep, leken evenmin achterop te zijn geraakt.

“De conclusies van een dergelijke studie staan of vallen bij de kwaliteit van de dataset”, zegt Hallin. “Het had bijvoorbeeld gekund dat tijdens de pandemie veel minder leerlingen dan normaal waren getest, of alleen de groep die onevenredig goed meekomt. Maar dat bleek niet het geval: het aandeel getoetste leerlingen was vergelijkbaar met voor de coronacrisis.”

Dat gezegd hebbende: er zullen ongetwijfeld individuele gevallen zijn bij wie de pandemie toch leerachterstanden heeft veroorzaakt. Zo noemt de Zweedse onderwijsinspectie Skolinspektionen de kinderen van (recent gearriveerde) migranten als een demografische groep die tijdens de coronacrisis hard is getroffen. Niet-Zweedse staatsburgers liepen bijvoorbeeld een disproportioneel groot risico om aan Covid-19 te overlijden. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben gehad voor de schoolcarrière van de kinderen in deze door ziekte gevelde gezinnen.

Meer kennisvergaring

Daarbij, zegt Hallin, richtte haar studie zich uitsluitend op begrijpend lezen en niet op bijvoorbeeld ontwikkelingen in rekenvaardigheid. “Samen met je kind thuis een boek erbij pakken is voor veel ouders aanzienlijk makkelijker dan gezamenlijk wiskunde bijspijkeren.” De overtuiging dat schoolgaande kinderen per definitie niet achterop zijn geraakt is daarom te rooskleurig.

Hoe is het de leerlingen van de hoogste graad in het middelbaar - de enige groep jongeren die verplicht thuis kwam te zitten - vergaan? Het korte antwoord: dat is moeilijk te zeggen. Ook hier geldt dat de officiële toetsmomenten zijn geschrapt, waardoor landelijke gemiddelden ontbreken. Docenten hebben tijdens de pandemie betere cijfers uitgedeeld dan in het studiejaar ervoor, en een groter aandeel leerlingen mocht doorstromen naar het hoger middelbaar. Ook behaalden bovenmatig veel eindexamenleerlingen tijdens de pandemie hun diploma.

Toch gelooft econoom en onderzoeker Anna Sjögren van het IFAU (het Instituut voor de evaluatie van de arbeidsmarkt en het onderwijsbeleid) niet dat dit wijst op meer kennisvergaring tijdens de schooljaren 2020-2021. “Ik denk dat hier sprake is van cijferinflatie en dat docenten milder hebben beoordeeld tijdens de pandemie. We weten bijvoorbeeld dat middelbare scholieren hogere cijfers voor wiskunde hebben behaald. Het lijkt me niet een teken dat jongeren meer hebben geleerd; eerder dat er minder of minder streng is getoetst.”

Scholieren op straat in Stockholm  Beeld Getty Images
Scholieren op straat in StockholmBeeld Getty Images

Succesvol afstandsonderwijs

Een kwalitatief onderzoek van de Zweedse onderwijsinspectie dat zich baseert op gesprekken met honderd middelbareschooldirecteuren signaleert wel degelijk moeilijkheden bij de overgang naar online onderwijs in het voorjaar van 2020. Aanvankelijk verliep die transitie vrij voorspoedig, niet in de laatste plaats door Zwedens positie als technologische wegbereider. De beschikbaarheid van digitale technologie is – vanzelfsprekend – een vereiste voor succesvol afstandsonderwijs.

Zweden heeft in dit opzicht een lange weg afgelegd. Ongeveer negen op de tien middelbare scholen deelden al voor de covidcrisis computers uit aan al hun leerlingen. Volgens een studie van de Swedish Media Council uit 2017 had 97 procent van de 13- tot 16-jarigen thuis toegang tot een computer, en 99 procent had toegang tot het internet.

Dat neemt niet weg dat ongeveer de helft van de docenten naarmate de maanden van schermonderwijs verstreken melding begonnen te maken van scholieren die niet meekwamen, hun motivatie verloren en zich geïsoleerd voelden.

En ook dit rapport onderstreept de bij uitstek kwetsbare positie van jongeren die onlangs naar Zweden zijn geëmigreerd. Over de hele linie lijkt de (relatief korte) periode van afstandsonderwijs niet tot enorme achterstanden te hebben geleid, maar er is een risico dat al bestaande ongelijkheden op basis van sociaal-economische achtergrond verder toegenomen zijn.

Kwetsbare leerlingen

Zo zullen zaken als het studieklimaat, toegang tot een aparte ruimte, snel internet en hulp van ouders bij schoolwerk sterk van gezin tot gezin hebben verschild.

In de nasleep van de pandemie moet blijken of de onderwijsresultaten van de al benadeelde groep studenten verder afdreven van de norm. Het feit dat middelbare scholen de meest kwetsbare leerlingen de keuze gaven om toch in kleine klasjes les te krijgen op locatie zal de situatie voor deze groep mogelijk iets hebben verzacht.

Resteert de vraag: hoe hebben Zweedse jongeren het er mentaal vanaf gebracht? Wonderbaarlijk goed, althans als je de beschikbare statistieken wilt geloven. Minder, en niet méér, leerlingen van het hoger middelbaar (de groep die tijdelijk vanuit huis les kreeg) deden een beroep op ggz (geestelijke gezondheidszorg) naarmate het eerste coronajaar verstreek.

En niets wijst erop dat deze afname is te wijten aan een beperkte beschikbaarheid van zorg. Onderzoekers van de universiteiten van Stockholm en Uppsala dragen drie argumenten aan die het tegendeel bewijzen.

Spoedbezoeken

Ten eerste namen behalve de geplande bezoeken aan de ggz ook spoedgevallen en ander ongepland contact met psychiatrische zorginstellingen af. De onderzoekers vermoeden dat de frequentie van deze spoedbezoeken waarschijnlijk zou zijn toegenomen als jonge mensen inderdaad in grotere mate hadden rondgelopen met psychische klachten en niet in staat waren zich te wenden tot de gebruikelijke geestelijke zorg.

Ten tweede was er niet méér contact met de ggz op het moment dat de middelbare scholen in het najaar van 2020 weer hun deuren mochten openen. Volgens de onderzoekers duidt dat erop dat er onder de leerlingen geen sprake was van ‘uitgestelde zorgbehoeften’.

Tot slot toont het onderzoek aan dat het aandeel doktersbezoeken voor lichamelijke klachten stabiel bleef. Het artikel zinspeelt hiermee op het gegeven dat tieners niet minder geneigd waren dan gewoonlijk de hulp te zoeken die ze nodig hadden. En waar veel landen volgens de Wereldgezondheidsorganisatie melding maakten van onderbrekingen in de geestelijke gezondheidszorg, leek de gespecialiseerde psychiatrische zorg in Zweden redelijk probleemloos over te stappen op online behandelingen.

Het zwembad, de sauna

Nu hoeft het geen verrassing te zijn dat de geestelijke gesteldheid van Zweedse tieners betrekkelijk goed is. Zweden hád nu eenmaal een andere coronastrategie. Jongeren, of ze nu afstandsonderwijs kregen of niet, is nooit verteld zich koest te houden en thuis te blijven, behalve als ze daadwerkelijk ziek waren. Ze konden hun vrienden zien, naar de sportschool, het zwembad, de sauna, de bibliotheek en het café gaan.

Hoewel beslist wat valt af te dingen op Zwedens pandemische uitzonderingsbeleid lijkt het voor jongeren toch vooral goed te hebben uitgepakt.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234