Vrijdag 23/10/2020

Racisme

Zwartepieten met de geschiedenis

Beeld Artur Eranosian

Terwijl Zwarte Piet stilletjes verbleekt, blijft Sinterklaas in België vrij van verscheurende discussies. Vervelend vraagje toch: wat gaan we doen met al dat andere culturele erfgoed uit een tijd dat racisme nog heel gewoon was?

Toen in 2013 de rel over de kleur van de knecht van Sinterklaas goed losbarstte, schreef ik over Zwarte Piet dit: "Toch blijft het intellectueel oneerlijk om het sinterklaasfeest uit zijn huidige maatschappelijke en lokale context te halen. Er is vandaag werkelijk niemand die de aankomst van de stoomboot uit Spanje viert als een feest van de blanke superioriteit over het zwarte ras."

Nog altijd betreur ik dat een vrolijk kinderfeest politiek geïnstrumentaliseerd wordt. Het is niet omdat een beeld ontstaan is in een tijdperk van kolonialisme en grote etnische ongelijkheid, dat die 'racistische' betekenislaag - blanke meester, zwarte slaaf - vandaag behouden is gebleven.

En toch ben ik sindsdien fel aan het twijfelen geslagen. Laat ik maar bekennen dat de grootste weerstand tegen het idee van een mogelijk racistische Zwarte Piet erin bestond dat ik me niet kon voorstellen dat ikzelf al die tijd vreugde geput had uit een kinderfeest dat discriminatie bevestigt.

Dat welwillende, maar typisch blanke standpunt schiet tekort. Het houdt het perspectief van de ander buiten beeld: de gekleurde medemens, die lijdend voorwerp van de discussie mag zijn, maar blijkbaar niet het actieve onderwerp. De blikvernauwing kenmerkt immers een groot deel van het actuele racismedebat, waarvan wij goedmenende blanken toch nog altijd vinden dat wij en niet de slachtoffers de contouren mogen bepalen. Kort samengevat: Filip Dewinter van Vlaams Belang: wel racistisch; onze Zwarte Piet: niet racistisch.

Hier klopt iets niet. De komst van de Sint geeft elk jaar weer aanleiding om kinderen met een donkere huid op de speelplaats aan te spreken of uit te lachen met hun Zwarte Pieten-kleur. Dat gebeurt lang niet altijd met kwade bedoelingen, maar dat maakt het er niet minder pijnlijk om. Zelfs maar één omwille van Zwarte Piet gepest kind moet volstaan om onze eigen onschuldig ogende gewoontes toch in vraag te durven stellen.

Roet op de snoet

Die ongemakkelijke waarheid is ook voor Hugo Matthysen, een van de behoeders van onze Sint-traditie, de reden om het beeld van 'zijn' Zwarte Piet zachtjes te laten evolueren. Sinds dit jaar geen zwartgeschilderde knechten meer bij de officiële intrede van de goedheilig man, maar enkel hulpjes met roet op de snoet. Het is een even eenvoudig als typisch Belgisch compromis: Zwarte Piet wordt 'een beetje Zwarte Piet'. De pragmatische kijk van Hugo Matthysen is een van de belangrijkste redenen waarom de discussie over Zwarte Piet in Vlaanderen zo rustig blijft, ondanks pogingen aan weerszijden om de boel in de fik te steken.

Daarnaast is het ook een banale kwestie van huidtint: in Nederland wordt de forcing gevoerd door de grote, mondige Surinaamse of Antilliaanse gemeenschap. Ondanks de historische band met Congo hoor je in Vlaanderen weinig zwarte spraakmakers. Grote monden in de Vlaamse migrantengemeenschappen hebben vooral Noord-Afrikaanse roots. En hoewel hun eigen hedendaagse racismeclaims vaak gerechtvaardigd zijn, is het voor hen lastig om Zwarte Piet voor de kar te spannen. Omwille van de huidskleur, maar ook wel omdat er over de houding van sommige mensen van Noord-Afrikaanse afkomst tegenover wie uit de Sub-Sahara-regio komt, ook wel iets op te merken valt.

In de praktijk van de voorbije weken bleven vele Vlaamse hulp-Pieten toch pikzwart. Een erfenis van eeuwen kantel je niet zomaar. Belangrijk is dat de kering is ingezet. Zachtjes, zonder te bruuskeren. Kinderen gaan flexibeler om met de veranderlijkheid van levend erfgoed dan sommige 'grote mensen' die de Sint pogen te vangen in een gestolde, onbuigzame traditie.

Het internationale onbegrip over Zwarte Piet, nu weer met de CNN-documentaire Blackface van Roger Williams, leidt tot emotionele en defensieve reacties. Toch is dit zeker niet de enige gevoelige erfeniskwestie, en al helemaal niet de moeilijkste. Precies omdat de Sint een levende en dus veranderlijke traditie is, is evolutie mogelijk. Bij 'vast' erfgoed ligt dat heel wat moeilijker. Bij volwassenen volstaat context nog om ze te duiden als producten van een bepaalde tijdgeest.

Vandaag kijken we zo helemaal anders naar een standbeeld van Leopold II dan een eeuw geleden. Je ziet niet alleen de koning der Belgen, maar ook de man die medeverantwoordelijk was voor de gruwelijke massamoorden in 'zijn' Congo. Daarop rust in dit land geen enkel historisch taboe, al hadden we buitenlandse onderzoekers nodig om onze neus in die onwelriekende feiten te duwen. De standbeelden van Leopold neerhalen hoeft niet, omdat het riekt naar een poging om de geschiedenis te negeren. Maar een beetje extra duiding in opschriften en gidsen zou wel mogen. Zonder lijkt voor een Afro-Amerikaan met kennis van het historische Congolese heart of darkness een standbeeld voor Leopold vast even vreemd als een kinderfeest met een Black Pete.

Wat met Pippi?

Een volwassene kan de betekenis van Leopold II wel plaatsen, lastiger wordt het met nog immer populaire producten uit de kindercultuur van pakweg een halve eeuw geleden. Neem bijvoorbeeld Pippi Langkous, de kinderboekenserie van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren uit de periode na 1945. Voorleesouders komen vandaag al meteen op de eerste pagina in de problemen, waar Pippi zichzelf voorstelt: "Mijn vader is een negerkoning." Oei! Nu kan je van Pippi veel zeggen, maar niet dat ze een rabiate aanhanger is van de blanke suprematie. Integendeel, Pippi lijkt juist een vrolijke voorloper van een soort progressieve emancipatie die Europa pas twee decennia later zou verleiden. Maar dus wel met een vader die 'negerkoning' is.

Het probleem zit hem niet in dat ene woordje. Daar slalommen behendige voorlezers wel omheen. Het punt is dat het een soort kinderlijke verbeelding van het kolonialisme en de bijbehorende rassenongelijkheid oproept: natuurlijk wordt de blanke 'beschaafde' bezoeker meteen koning over die 'negers' - wie anders? Wanneer Pippi haar vader later gaat bezoeken op 'Taka-Tukaland', gedragen de inboorlingen zich gehoorzaam als onderdanen van de blanke koning en zijn dochter: ze "wierpen zich voor haar op de grond en bogen het hoofd".

In de dit jaar nog heruitgegeven druk van het boek die op ons nachtkastje ligt, staan illustraties met zwarte kinderen met kroeshaar, kralen, een strooien rokje en palmen om de blanken koelte toe te wuiven. Dat is exact hetzelfde beeldapparraat van de onderdanige zwarte dat ons met Zwarte Piet in gewetensnood brengt.

Zo wordt in kinderhoofden toch een subtiele, onbewuste vanzelfsprekendheid geïnstalleerd van blanke superioriteit. Niet omdat de schrijfster racistisch was, maar omdat ze schreef in een tijd dat die vanzelfsprekendheid inderdaad nog algemeen geaccepteerd werd. Astrid Lindgren gaf in de jaren zeventig overigens zelf al toe dat die hele 'negerhistorie' ongepast was, achteraf bekeken.

De kwestie-Pippi bezorgde Zweden de voorbije jaren zijn eigen Zwarte Piet-debat. De beslissing van de Zweedse omroep om uit de oude tv-reeks onder meer het woordje 'negerkoning' weg te knippen, stootte er vorig jaar op nationaal verzet. Nog meer kritiek komt er op voorstellen om ook in de oorspronkelijke boeken te gaan snoeien in woord en beeld.

Die kritiek is begrijpelijk. Censuur op cultuurproducten blijft een poging om de werkelijkheid te verdoezelen en aan te passen aan een nieuwe maatschappelijke of ideologische waarheid. Zoals Olaf Tempelman in de Volkskrant stelt: "Rondom Koning Langkous I wordt het dan net zo leeg als rondom Stalin na 1937 - als diens oude kameraden een enkele reis vuurpeloton hadden gekregen, verdwenen ze netjes van foto's en tekeningen."

Covertekening van 'Pippi Langkous in Taka-Tukaland' uit 1968.Beeld rv

Sjakie, Jommeke en Lambik

Pippi dan maar nooit meer voorlezen, uit voorzorg? Het blijft natuurlijk wel een ge-wel-dig kinderboek. Pippi zit ook niet alleen in dit benarde schuitje. De Britse schrijver Roald Dahl introduceert in die andere tijdloze klassieker van de kinderliteratuur Sjakie en de chocoladefabriek (1964) de Oempa-Loempa's: een primitieve pygmeeënstam met cacaokleur, die als een soort gelukkige slaven tewerkgesteld zijn in Wonka's chocoladefabriek. Onder vooral Amerikaanse druk zijn de Oempa-Loempa's vanaf de jaren zeventig 'etnisch geneutraliseerd' tot rozige kabouters. Opnieuw voelt de censuur niet erg prettig aan.

Soms is censuur gewoon onmogelijk, tenzij je de hele creatie gaat verbieden. Bij beeldverhalen bijvoorbeeld. De grote, Vlaamse volkse kinderstrips hebben elk hun aanstootgevende, oudere verhalen, waarin zwarten enkel worden voorgesteld als primitieven. Ofwel zijn ze arme sloebers ofwel wilde kannibalen. Steevast spreken ze een soort kleutertaal, zijn ze verwikkeld in stammenoorlogen, lopen ze rond met lendendoek en pijl en boog, en kunnen ze zonder blanke hulp niet gered worden.

In De vliegende aap (1948) laat Willy Vandersteen een met een zwarte dansende tante Sidonia bijvoorbeeld zeggen: "Daar begint die nikker zowaar te swingen. Hij is beschaafder dan ik dacht." En ook Lambik heeft het over "domme negertjes". In De gramme huurling (1968) komen Suske & Wiske zelf in de kookpan van (weliswaar blauwhuidige) kannibalen terecht, net zoals Jommeke in De Njam-njambloem (1977) of Nero in tal van avonturen.

Willy Vandersteen en Jef Nys hebben elk een paar aartsconservatieve, Vlaams-nationalistische of ideologisch rechts geïnspireerde stripverhalen in hun (vroege) oeuvre. Toch blijft het te makkelijk om hen nu ook maar meteen als racistisch te bestempelen. Zelfs al bakte Nys het in een interview in De Morgen in 2003 nog erg bruin. Op de vraag waarom hij Afrikanen tekende met dikke lippen, zei hij: "Alsof zwarten geen dikke lippen hebben, ze zijn verdorie een en al lip."

Beiden aartsvader van de Vlaamse volksstrip, hebben ze er, tot in hun testament toe, altijd over gewaakt dat hun figuren buiten het ideologisch en politiek gewoel bleven. Maar kinderen van hun tijd zijn Jommeke en Suske en Wiske altijd wel geweest - en, oké, Jommeke misschien wat achter op zijn tijd. De paternalistische blik op Afrika is dan ook minder een persoonlijke ideologische overtuiging, maar wel een spiegel van een koloniale tijd - een tijd waarin de grens tussen paternalisme en racisme bepaald dunnetjes was.

De Oempa-Loempa's van Roald Dahl, oorspronkelijk een pygmeeënstam met cacaokleur, werden later 'etnisch geneutraliseerd' tot rozige kabouters.Beeld rv
Jommeke in De Njam-njambloem (1977) en Kuifje in Congo/Afrika (r.): blik op Afrika als spiegel van een koloniale tijd waarin de grens tussen paternalisme en racisme nogal dunnetjes was.Beeld rv

Ik ben geen racist, maar...

Met het vorderen van de tijd, evolueert ook de blik op andere culturen in dit type populaire strips. Suske en Wiske's De pompenplanters bijvoorbeeld is een ronduit geëngageerd pleidooi voor ontwikkelingssamenwerking, even typisch voor het eind van de jaren zeventig als De vliegende aap dat was voor het koloniale tijdperk van dertig jaar eerder. Hoe verschillend is bijvoorbeeld ook de toon al in Kiekeboes De dorpstiran van Boeloe-Boeloe (1977). Merho speelt hier met de klassieke Afrika-stripclichés om toenmalige corrupte regimes te kijk te zetten. Tegelijk introduceert hij met buurman Van der Neffe de ook nu nog actuele 'ik ben geen racist maar...'-racist.

In menig ouderlijke boekenkast staan de oude Jommekes en Suske en Wiskes netjes naast het hedendaagse werk. De strips hertekenen volgens nieuwe inzichten zou een zware inbreuk zijn op het oorspronkelijke werk. De strips uit de handel nemen is een te verregaande vorm van censuur. We moeten ook niet terugwillen naar een soort hedendaagse index van verboden boeken, waarin bezorgde ouders hun oude stripschatten moeten verbergen. Diversiteit moet niet beknot, maar wel uitgelegd worden.

Want een probleem is er wel. Kinderen van 7 tot 77 met Afrikaanse roots, die in oude strips lezen hoe de geschiedenis van het Afrikaanse continent wordt verbeeld, riskeren gekwetst of vernederd te worden. Ze hebben daar zelfs alle reden toe. Die erkenning, dat het ook niet niks is wat die strips tonen over 'de ander', is een lastige maar belangrijke eerste stap. Het doet niets af aan het feit dat diezelfde boeken volwaardig en terecht deel uitmaken van ons cultureel erfgoed. We hoeven niets te verbieden, niets te hermonteren, maar we moeten wel durven erkennen dat sommige beelden vandaag kwetsend en racistisch overkomen.

Kuifje als uitweg

Kuifje biedt een uitweg. Omwille van de koloniale en soms racistische stereotypes werd de strip Kuifje in Afrika (oorspronkelijk Kuifje in Congo, 1931) in 2011 en 2012 aangeklaagd door Congolese activisten met de eis om het verhaal uit de handel te nemen. Dat proces eindigde op een vrijspraak, maar in sommige Britse en Amerikaanse uitgaven is wel een historische duiding toegevoegd.

"In zijn weergave van Belgisch Congo schetst de jonge Hergé de koloniale gebruiken van die tijd. Hij heeft zelf toegegeven dat hij de Afrikanen afschildert volgens de burgerlijke en neerbuigende stereotypes die in die tijd heersten", luidt het bijvoorbeeld in de versie van de Amerikaanse uitgeverij Last Gasp. Dat gebruik kan makkelijk veralgemeend worden. Je doet er het oorspronkelijke werk en zijn of haar auteur geen oneer mee aan, maar geeft het juist meer en preciezer reliëf.

Politiek correct? Wat is er dan verkeerd met het correct opvoeden van kinderen? Niets moet verborgen of verschoond worden. Kinderen krijgen volop de kans om zich te verbazen over de andere, gekke en soms dus ook ronduit foute gedachten die nog niet zo erg lang geleden nog erg normaal waren. Zo'n 'disclaimer' kan juist het begin zijn van een gesprek met kinderen over oude ideeën over rassendiscriminatie. Het kan zelfs de opstap zijn naar een even noodzakelijk inzicht in vaak subtielere, maar ook taaiere uitsluitingsmechanismen die vandaag nog erg werkzaam zijn.

Erkenning van en inzicht in stereotypes die we vandaag racistisch noemen, leert ons veel over racisme en discriminatie in de huidige samenleving. Daarom is er ook geen sprake van historisch superioriteitsgevoel. Want, zoals Olaf Tempelman in de Volkskrant mooi schrijft: "Dat ook onze achterkleinkinderen de wenkbrauwen zullen fronsen over onze misvattingen en onhebbelijkheden, is namelijk wel zeker."

Zo is het maar net. Zoals wij nu stilletjes beginnen te beseffen dat zo'n pikzwarte Zwarte Piet toch een beetje raar is, zullen onze achterkleinkinderen zich vast in de haren krabben bij beelden uit een tijd dat mensen kilometerslange files vol auto's die giftige gassen uitbraken heel normaal vonden.

In zijn weergave van Belgisch Congo schetst de jonge Hergé de koloniale gebruiken van die tijd.Beeld Eric de Mildt
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234