Dinsdag 29/11/2022

'Zwarte mensen zijn uit de tijd geplukt'

Een zoektocht naar identiteit, zo zou je de nieuwe roman van de Brits-Jamaicaanse schrijfster Zadie Smith kunnen omschrijven. 'Sommige dingen verdwijnen niet', zegt ze in een gesprek met collega en goede vriend Jeffrey Eugenides. 'Ze verdwijnen niet.'

Zadie Smith is er en ze is er niet. De videostream op mijn laptop toont haar aan haar bureau, van achteren belicht, in haar werkkamer vol boeken, haar rechterhand houdt een glas vast met een vloeistof die zo donkerrood is dat alle kleuren in de kamer erdoor geabsorbeerd lijken te worden. In het flauwe licht ziet Zadie's gezicht bleek, de over haar wangen en neusbrug uitgestrooide sproeten beweeglijk alsof ze geen vaste plek hebben.

Gedwongen door omstandigheden praten we via FaceTime. In Londen, waar Zadie zich bevindt, is het na middernacht. Ook waar ik ben, op de zolder van mijn huis in Princeton, New Jersey: duisternis. Ondanks de bijna 5.000 kilometer oceaan tussen ons in bestaat de illusie dat we tegenover elkaar zitten, elk aan onze eigen schrijftafel.

Ik houd niet van FaceTime. De plotselinge verschijning in mijn aanwezigheid van een starende mensachtige voelt altijd raar en opdringerig. Het zit me niet lekker, op zo'n manier met mensen te praten en te doen alsof ze echt zijn.

Er is nog een reden om te twijfelen aan wat ik deze avond zie. Ik heb zojuist Zadie's nieuwe roman, Swing Time, uitgelezen en ik leef nog steeds in het schimmenrijk van dat boek. Net als de zwart-witmusicals die erin voorbijkomen, is het boek een spel van licht en donker - zowel een bevestiging van het tastbare als een illusie - waarin het hoofdpersonage, een meisje met een zwarte moeder en een witte vader, probeert een identiteit op te bouwen vanuit de concurrerende achtergronden die haar voor zich opeisen, een identiteit die haar in staat stelt aan de dans deel te nemen. Deze vertelster is naamloos, net als het Afrikaanse land waar een groot deel van het verhaal zich afspeelt. Onder dit uiterst heldere spanningsveld gaat existentiële angst schuil.

Ik controleer het digitale opnameapparaat. Het lijkt te werken. De schimmige figuur op mijn scherm lijkt Zadie Smith te zijn. En dus beginnen we.

Wanneer romanschrijvers praten over werk dat ze onder handen hebben, gaat het zelden over het onderwerp. Plot, thema, symboliek, personages: die hoofdbestanddelen van de literatuurles die zo weinig met literatuur te maken hebben, daar hoor je een schrijver zelden over.

Richard Ford heeft duizenden passages geschreven over makelaar Frank Bascombe uit New Jersey, over diens huwelijk, zijn scheiding, de dood van zijn zoon, de zorgen om zijn gezondheid en zijn leunstoelfilosofieën, maar toen ik Ford eens vroeg wat hem ertoe aanzette die boeken te schrijven, antwoordde hij: "Och, ik had gewoon zin om iets in de eerste persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd te schrijven". Dat hoefde hij aan mij niet uit te leggen. De juiste stem, eenmaal ontdekt, stuurt alles wat een schrijver doet en levert alle benodigde informatie en inzichten - vaak zelfs dingen waarvan je niet eens vermoedde dat je ze wist.

Swing Time is Zadie's eerste roman in de eerste persoon. Dat is verrassend voor wie haar geestdriftige prozastijl van boeken als White Teeth en NW kent. "Ik minachtte de eerste persoon altijd een beetje", vertelt Zadie me. "Ik deed daar nogal dom over. Ik dacht dat ik in die vorm niet goed over andere mensen zou kunnen schrijven. Maar dat kan juist op een heel interessante manier, omdat de toon bepaald wordt door het perspectief van het personage. Vanaf het moment dat ik er niet meer zo zelfbewust over deed, ging het snel. Toen ging het echt snel."

Dat wist ik al. Afgelopen winter merkte ik dat Zadie's e-mails aan mij niet alleen in frequentie afnamen, maar ook korter werden. Vervolgens werd het helemaal stil, zoals vaak gebeurt wanneer een bevriend schrijver goed bezig is. Schrijvers zijn als pelsjagers: ze verdwijnen voor maanden of jaren achtereen in de noordelijke bossen. Sommigen keren nooit terug, omdat ze bevangen raken door wanhoop, of omdat ze zich ter plaatse vestigen (een echte baan nemen, met andere woorden), of ze komen in hun eigen wolfsklemmen vast te zitten en bloeden dood, zwijgend, in de sneeuw. De gelukkigen keren terug, met een flinke vracht aan bont.

Vermommen

Hoezeer ik Zadie ook miste, ik was bereid een jaar of twee te wachten tot ze terug zou keren. Maar in mei was haar boek af. Daarom is een van de eerste dingen die ik haar vraag, hoe ze het zo snel heeft kunnen schrijven. "Ik ben in therapie gegaan", grapt ze, maar al snel wordt ze serieuzer en legt uit: "Ik heb me altijd ongemakkelijk gevoeld over mezelf. Fictie is een manier om daaraan voorbij te gaan of om jezelf op een of andere manier te vermommen. Het feit dat ik niet in de eerste persoon schreef, had daar heel erg mee te maken. En met zelfhaat en geen 'ik' durven te zeggen. Dan zat ik voor m'n computer en had ik grote moeite met schrijven. Toen ik in therapie ging, merkte ik gewoon dat ik het niet meer zo moeilijk vond."

Zoals het een goede therapeut betaamt zeg ik niets, mompel alleen 'hmhm' om haar aan te moedigen verder te gaan.

En dan zegt Zadie iets wat ik niet verwacht, verrassender nog dan de vorige bekentenis: "Het scheen me toe, toen ik jonger was, maar ook nu als volwassen auteur, dat mannelijke schrijvers over een soort zekerheid beschikken die ik nooit heb gevoeld. Ik heb lang gedacht dat ik daar wel in zou groeien, maar ik heb nooit die zekerheid dat ik op de goede weg ben."

Zangtalent

Recentelijk heeft een heel aantal romans, geschreven door vrouwen, de aard van de vrouwelijke beleving verkend. Boeken als How Should a Person Be? van Sheila Heti en, op een wat scherpere manier, Outline van Rachel Cusk, tonen de vrouwelijke subjectiviteit als iets versnipperds of op toevalligheden gestoeld. Om die interne wanorde uit te beelden, schildert Heti een kubistisch portret van zichzelf, uit scherven herinnering, opgenomen gesprekken, lijstjes en dialogen, terwijl Cusk haar verteller niet aan een rechtstreeks onderzoek onderwerpt, maar van haar een vreemdsoortige lege ruimte maakt, gevormd door flarden van gesprekken die om haar heen zwermen.

Zoals Zadie's opmerking al suggereert, vinden zulke experimenten hun oorsprong in de gedachte dat de autoriteit die een mannelijke schrijver voor lief neemt, niet uit hemzelf voortkomt maar uit de manier waarop de maatschappij is georganiseerd, en die hém past als een mantel, maar die bij vrouwen van hun schouders glijdt of gewoonweg belachelijk voelt om te dragen.

Bezwaren tegen deze theorie zijn makkelijk te bedenken, allereerst het feit dat er vrouwelijke schrijvers bestaan die onbekommerd autoritair zijn. Maar ook is het aannemelijk dat mannelijke schrijvers door dezelfde onzekerheid gekweld worden. De machinerie van de alwetende vertelling kan in mijn handen net zo onhandig aanvoelen als in die van Zadie, denk ik, om de simpele reden dat we ons in hetzelfde literaire tijdsgewricht bevinden.

Cusks bewering dat 'autobiografie steeds meer de enige vorm voor alle kunst is', is extreem, zelfs absolutistisch. Zeker, sommige van de intelligentste recente fictie bevat overduidelijke of verkapte autobiografische elementen, of het nu gaat om Karl Ove Knausgård, W.G. Sebald of Cusk zelf. Maar aan de andere kant: is het dan echt niet mogelijk om je eigen emoties of biografie aan te boren als materiaal voor het construeren van ándere levens? Zouden Tolstoj en Shakespeare, als ze heden ten dage geleefd hadden, over zichzelf schrijven?

Voor ik de kans krijg deze vragen met Zadie te bespreken, doet zich een verbindingsprobleem voor.

"Je komt zo slecht door", zegt ze. "Moeten we bellen?"

"Oké, laten we op audio overschakelen."

"Laten we dat proberen."

Nu zijn we slechts stemmen, gereduceerd maar helder. Zadie citeert de woorden van koning Lear over zijn dochter Cordelia: "Haar stem was immer zoet/ teder en zacht/ zo heerlijk bij een vrouw".

Ik bedenk dat het makkelijk moet zijn om te schrijven met een stem als die van Zadie. Elk woord dat je uitstoot klinkt als een mot juste.

Net als de verteller van Swing Time vertoonde Zadie al op jonge leeftijd zangtalent. 'In films en op foto's', zegt haar verteller, 'had ik blanke mannen aan hun piano zien zitten terwijl er naast hen een zwart meisje stond te zingen. Wat wilde ik graag zoals die meisjes zijn!'

Dat was Zadie ook, een tijdlang. Tijdens haar studie aan King's College, Cambridge, verdiende ze haar geld als nachtclubzangeres. Met haar verteller deelt ze een liefde voor de American Songbook-klassiekers en zwart-witmusicals op BBC4 met Fred Astaire en Ginger Rogers. "De passies", zegt Zadie, "zijn het meest autobiografische element van dit boek."

Ooit toonde ze mij, oprecht verrukt, een foto van een onherkenbare tiener, met overgewicht en krullen, van wie ze bekende dat ze het zelf was. Dus naast de liefde voor zang en dans was dat er ook: de aanvankelijke onaantrekkelijkheid, een gehaat zelf, afgeworpen en ontvlucht, maar het blijft je eeuwig achtervolgen. Het is dat meisje, net zo goed als de zangeres, dat van Zadie de schrijver heeft gemaakt die ze nu is.

'Je haar en kleren zijn niet van belang als je de uitstraling hebt van Nefertiti', schrijft ze over de moeder in Swing Time, maar misschien heeft ze het over zichzelf.

Flashdance-krullen

Tegenwoordig is Zadie een glamoureuze figuur, zeker voor een schrijver. Literaire borrels zijn nu niet bepaald gelegenheden waar sterren graag gezien willen worden, maar die van Zadie en haar man, dichter en romancier Nick Laird, vormen de uitzondering. Onder de genodigden die komen opdagen (en dát ze komen opdagen is al opmerkelijk), bevinden zich Hilton Als, Martin Amis en Salman Rushdie, maar ook échte beroemdheden als Lena Dunham of Rachel Weisz.

In levenden lijve heeft Zadie een toegankelijke, ontzettend uitnodigende uitstraling, tegenover lezers, collega-schrijvers, conciërges, taxichauffeurs, iedereen die ze ontmoet. Ze benadert je met dat Nefertiti-gezicht, maar dan maakt ze een grapje, lacht, en door haar lichtelijk scheefstaande tanden te ontbloten stelt ze je op je gemak, met alle warmte, kameraadschappelijkheid en huishouden-van-Jan-Steengevoel van een meisje uit Athelstan Gardens.

Zadie's voormalige status als lelijk eendje heeft haar een gereserveerde houding ten opzichte van uiterlijk opgeleverd. 'Ik vond het niet erg om mijn kledingkeuze op anderen af te stemmen,' merkt haar verteller op in een passage waarvan Zadie toegeeft dat die tekenend is voor haar eigen verhaal, 'maar in de beslotenheid van onze kamers kon ik geen leuke meid zijn, noch iemands schatje. Dan was ik gewoon een mens van het vrouwelijk geslacht.'

Ik vraag haar naar die passage.

"Toen ik opgroeide, leek dat hele idee van een meisje zijn me een hoop gedoe. Zelfs nu nog draag ik wel lipstick en mascara, maar verder niks. Ik doe niks aan mijn teen- of vingernagels. Ik was heel slecht in afspraakjes, vanwege alles wat daarbij kwam kijken, dat je iets moest presenteren."

"Je ziet er toch behoorlijk presentabel uit", zeg ik.

"Ja, maar zoals Nick zegt: zodra ik thuiskom, gaat de make-up eraf, trek ik een gemakkelijke broek aan, laat ik mijn afro de vrije loop."

"Geen man die ooit op teen- of vingernagels van een vrouw let."

"Weet ik. Dat gevoel heb ik ook. Ik heb vaak het idee dat vrouwen sterk overschatten wat mannen opmerken of belangrijk vinden."

Het werk dat het is om vrouw te zijn, je gender tot uitdrukking brengen - Zadie kent zo haar grenzen. Complimenteer ik haar met een jurk, dan deelt ze mee hoe goedkoop ze die online gekocht heeft. Merk ik haar nieuwe haardracht op, dan propt ze een Cleopatra-achtige vlecht in mijn handen en zegt: "Extensions". Ze heeft me eens vanuit een haarsalon opgebeld om een dinertje af te zeggen omdat haar kapsel 'mislukt was', ze moest het afscheren en opnieuw beginnen. Toen we elkaar eindelijk troffen, verwachtte ik een getraumatiseerd stoppelhoofd, zoals dat van Dustin Hoffman in Papillon. Maar Zadie kwam stralend het restaurant binnenwandelen met een kruin vol springerige Flashdance-krullen. Ook nep, blijkbaar. Net als vrouwelijkheid. Net als literatuur. Ze wilde dat ik het wist.

Een persoon worden betekent, uiteraard, je eigen mensen vinden, en je plaats tussen die mensen. Voor Zadie, kind uit een gemengd huwelijk, was dat geen makkelijk proces. Haar eerste bezoek aan Jamaica ondernam ze onder dwang. "Het was de laatste plek waar ik wilde zijn", zegt ze. "Ik geloof dat mijn moeder daar een vriendje had. Dat besefte ik niet totdat we daar waren. Ik wilde gewoon in Londen zijn met mijn vrienden. Ik was overal allergisch voor. Ik had het te warm, ik raakte verbrand door de zon. Ik wilde daar niet horen."

Twee betekenissen

Jaren later reisde ze naar Afrika om erachter te komen dat men daar evenmin op haar zat te wachten. "Dat is een gebeurtenis uit het boek die mij ook is overkomen", zegt Zadie. "Dat ik dacht een soort spirituele ervaring mee te maken daar in West-Afrika, een zoektocht naar mijn identiteit. Pas na een lang verblijf werd het me duidelijk dat iedereen daar dacht dat ik wit was."

Komt het dan als een verrassing dat een zo meervoudig iemand haar carrière begint met het schrijven van White Teeth, waarin elke tint en elk type Londenaar voorbijkomt, of dat nu, weer een leven later, diezelfde auteur zich meer op de binnen- dan op de buitenwereld wil richten? Ten slotte heeft de titel Swing Time twee betekenissen. De ene verwijst naar de gelijknamige musical uit 1936 en naar swingmuziek in het algemeen. Maar het gaat hier niet alleen om de tijd waarin geswingd werd, maar ook om het swingen, of: heen en weer slingeren van de tijd zelf. Wat betekent dat?

In het boek worden hoofdstukken over de verteller als kind in Londen en haar vriendschap met ene Tracey, afgewisseld met hoofdstukken waarin de verteller volwassen is en, in dienst bij een wereldberoemde popster met enkelvoudige naam, Aimee, naar Afrika reist vanwege de oprichting van een meisjesschool. Dit dansje heen en weer heeft niet alleen betrekking op tijden, maar ook op continenten. De zoektocht naar de identiteit van de verteller is lokaal en direct, maar vindt ook ver weg en in historische zin plaats.

"Wat volgens mij de werkelijke misdaad tegen zwarte mensen is geweest, historisch gezien", zegt Zadie, "is dat ze weggehaald zijn uit de tijd waarin ze leefden. In essentie is dat wat er gebeurd is. We hadden een leven op de ene plek en dat zou zich hebben voortgezet en wie weet wat er dan was gebeurd - niemand weet het. Maar het zou zich op een bepaalde manier hebben voortgezet en we zijn weggeplukt uit die tijdlijn, verplaatst naar een heel andere plek, volkomen verstoord. De gevolgen daarvan zijn min of meer eindeloos. Elk volk heeft een trauma. Het is geen competitie van trauma's. Ze verschillen in aard. Dit specifieke trauma gaat over uit de tijd geplukt zijn."

Zadie hapert. Ik voel dat er iets veranderd is in haar gezichtsuitdrukking en voor het eerst tijdens dit interview zou ik willen dat we nog beeld hadden.

"Het is geloof ik een nogal populaire uitdrukking op het moment: check your privilege, wees je bewust van je privileges. Volgens mij is er niemand op aarde voor wie dat niet geldt. Er bestaat geen onaantastbare identiteit die ervoor zorgt dat je gedrag altijd te rechtvaardigen is. Soms, op zeker punt in de geschiedenis, besluiten mensen dat ze heel dicht in de buurt van die positie zijn gekomen. Hoe verleidelijk is het om die gelegenheid dan met beide handen aan te grijpen en zo'n persoon te zijn, de onaantastbare morele persoon, de correctheid en rechtschapenheid zelve. Maar je weet dat het een illusie is."

Op zeker moment in de roman bezoekt de verteller, tijdens haar verblijf in Afrika, een nabijgelegen eiland waarvandaan ooit slavenschepen vertrokken met hun menselijke vracht, bestemming West-Indië, Amerika en Groot-Brittannië. Menig romanschrijver zou in zo'n geval een scène inlassen waarin de verteller over het water uitkijkt en de gruwel van de geschiedenis beseft. Zo niet Zadie. Haar verteller is zich te sterk bewust van de valkuilen van wat zij het 'diasporatoerisme' noemt om de obligate beelden voor zichzelf op te roepen. Daarmee voorkomt ze dat de plek tot kitsch vervalt.

Maar Zadies afkeer van stereotypen weerhoudt haar er niet van om de geschiedenis van de slavernij onder ogen te zien. Daardoor is ze in staat te ontdekken op welke manieren die geschiedenis zich nog altijd doet gelden.

Vroeg in het boek beschrijft de verteller een idioot spel dat bij haar op school ontstond toen zij negen was: 'Het was een soort tikkertje, maar alleen jongens konden 'm zijn. De meisjes holden en holden. Tot je ergens in een achterafplekje was gedreven, uit het zicht van kantinejuffen en schoolassistenten, en dan werd je broekje opzijgetrokken en viel je vagina ten prooi aan een jongenshandje, werd er even ruw gefrunnikt en rende de jongen weer weg, waarna alles opnieuw begon.'

Aanvankelijk lijkt het vooral een seksspelletje, maar als het zich ook in de klas voortzet, verandert er iets. 'Het toevalselement was nu verdwenen: het spel werd alleen nog gespeeld door de oorspronkelijke drie jongens, die zich alleen op de meisjes in de banken rondom hen richtten, en dan alleen die meisjes van wie ze wisten dat ze geen misbaar zouden maken. Tracey was een van deze meisjes, ik ook, en een buurmeisje uit de flat dat Sasha Richards heette. De blanke meisjes, voorname prooien in het schoolpleinspel, werden nu nadrukkelijk overgeslagen: alsof ze er nooit onderdeel van waren geweest.'

Zo dringt het kolonialisme de roman binnen, niet doordat de verteller de restanten ervan in West-Afrika blootlegt, maar veel beangstigender, doordat ze beseft hoe de misvormingen en hiërarchieën die erdoor zijn ontstaan, nog steeds doorwerken in haar schoolklas, in Londen, in de vroege jaren 80. Op een of andere manier hebben haar mannelijke klasgenootjes begrepen dat ze bij zwarte meisjes de onderbroek opzij kunnen trekken; en het zijn die zwarte meisjes die dat accepteren als de normale gang van zaken, en dat alles op een leeftijd waarop seks nog niet iets bewusts is.

"Die dingen verdwijnen niet", zegt Zadie. "Ze verdwijnen niet."

Nieuw niveau van zelfexpressie

De huidige populariteit van autobiografische fictie is een geldig antwoord op de vrees dat het steeds moeilijker wordt om fictionele werelden geloofwaardig te maken. Maar wie volhoudt dat 'autofictie' de enige weg naar authenticiteit is, verwart de middelen met het doel. Zadie lijkt in ieder geval niet van plan die weg te volgen. In haar pogingen het juiste perspectief te vinden om over haar versplinterde identiteiten te schrijven - als vrouw, als zwarte persoon, als Brits onderdaan - heeft ze een niveau van zelfexpressie bereikt dat nieuw is in haar fictie, terwijl ze voor de inhoud van haar verhalen op haar verbeelding blijft vertrouwen.

Het is erg laat nu in Londen. We hebben lang gepraat en ik wil Zadie laten gaan, maar voordat we ophangen, begint ze nog even over schrijver Darryl Pinckney. Hij en zijn partner, de dichter James Fenton, duiken onder hun eigen naam op tegen het einde van Swing Time en ik vraag haar naar dit kleine paroxisme van werkelijkheid in de fictie.

"Darryl is voor mij een voorbeeld van - hoe moet ik het zeggen - actieve ambivalentie. Hij is ongelofelijk goed ingevoerd in het Afrikaans-Amerikaanse vraagstuk. En tegelijkertijd is een deel van hem een radicale existentialist. Hij is zich er donders goed van bewust wat het is om zwart te zijn, met alle consequenties die daarbij horen, in politieke, sociale en persoonlijke zin, maar tegelijkertijd eist hij de vrijheid voor zichzelf op om eenvoudigweg Darryl te zijn, in al zijn extreme eigenaardigheid. Ik ken niet veel mensen die zo zijn."

Ik heb het idee dat Zadie zo iemand wil worden. Maar als ik dat zeg, en ook zeg dat ze op mij al overkomt als zo iemand, is ze voor het eerst deze nacht lange tijd stil.

"O", zegt ze, en dan niets meer.

Vertaling: Jamal Ouariachi, vertaling citaten uit Swing Time: Peter Abelsen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234