Zondag 25/10/2020

Interview

Zwarte dokter werd er valselijk van beschuldigd superverspreider te zijn: ‘Ik huil mezelf in slaap, tot ik weer wakker word, en daarna begint het opnieuw’

Ngola: ‘De premier wijst naar ‘één onverantwoordelijke gezondheidswerker’. Al snel gaan mijn foto, naam én adres rond op sociale media’Beeld rv

Je zult maar een superverspreider worden genoemd. In Canada werd ‘halve Belg’ Jean Robert Ngola, een dokter van Congolese origine met de Canadese nationaliteit, verantwoordelijk gehouden voor de heropflakkering van het Covid-19-virus in de provincie New Brunswick. De premier van de provincie wees hem zelfs persoonlijk met de vinger. Ngola verzeilde in een racistische storm, waarvan hij nog altijd niet is hersteld: ‘Ik was zwart, ik verdiende de doodstraf. Ik moest terug naar mijn land om daar stront te eten.’

Zeven jaar lang was Jean Robert Ngola (51) een dokter in Campbellton, een ingedommeld industriestadje in het zuidwesten van Canada. Hij had er een bloeiende praktijk. Hij had ook geregeld dienst in het plaatselijke ziekenhuis op de spoedafdeling. Hij was een geliefde arts die dicht bij zijn patiënten stond: desnoods klopte hij tachtig uur per week. Maar toen kwam corona.

Op 12 mei stak dokter Ngola, ondanks een officieel verbod, de provinciegrens over om zijn 4-jarige dochtertje in Montreal op te halen. Veertien dagen later bleek hij met Covid-19 besmet te zijn. Blaine Higgs, de premier van de provincie New Brunswick, noemde de verboden trip van Ngola ‘onverantwoordelijk’ en gaf de dokter de schuld voor de heropflakkering van het virus in zijn provincie, wat tot 41 nieuwe besmettingen en twee overlijdens zou leiden. Even later opende de Canadese politie een onderzoek naar ‘het misdrijf’. Maar dat leverde niets op: er was geen splinter bewijs dat de dokter het virus zou hebben verspreid. Hij was ook lang niet de enige gezondheidswerker die gedurende de lockdown de provinciegrens had overschreden. Kortom, Ngola viel weinig te verwijten, maar het kwaad was geschied: de dokter woont intussen in de naburige provincie Quebec, waar hij in stilte zijn wonden likt.

Het is niet eenvoudig dokter Ngola aan de lijn te krijgen. Eerst komt er een onverwachte telefoon uit Brussel: de broer van de dokter, die met enkele welgemikte vragen nagaat of ik, als journalist, wel te vertrouwen ben. “Er is te veel nonsens gepubliceerd”, zegt hij. “Mijn broer kan het zich niet veroorloven dat ook in de Belgische media nare dingen over hem gaan circuleren: hij is een halve Belg.”

Jean Robert Ngola heeft in Gent en Brussel gestudeerd. Als hij me vanuit Canada te woord staat, met een dreinende dochter in de achtergrond, doet hij dat aanvankelijk in uitstekend Nederlands. Dat komt ervan, zegt hij, als je van het land houdt: “La Belgique, c’est mon autre Congo.”

“Momentje”, zegt hij. Hij zet zijn dochter op de bank, drukt een tablet in haar handen, en stemt af op een onweerstaanbare tekenfilm: “Nu kunnen we praten.”

Ngola: “Begin mei krijg ik telefoon van mijn ex, die het hoederecht over mijn dochtertje heeft. Ze heeft triest nieuws, zegt ze: ‘Papa is overleden.’ Ze wil zo snel mogelijk naar Kameroen om er zijn begrafenis bij te wonen, maar op dat moment zijn er geen vluchten van Canada naar Kameroen. ‘Ik zal niet kunnen gaan’, besluit ze.

“Op 7 mei is er een wending in de zaak. De ambassade van Kameroen zal op 9 mei alle in Canada achtergebleven Kameroeners met een vlucht vanuit Toronto repatriëren. ‘Ik ken mensen op de ambassade,’ zegt mijn ex, ‘ik kan nog wel een plekje versieren.’ Maar wat moet er dan gebeuren met ons meisje van 4? Het lijkt me niet slim haar in volle pandemie naar Kameroen te laten vliegen: in Afrika heb je bijna geen ziekenhuizen van niveau. Ikzelf kan niet mee naar ginds: te veel werk. ‘Oké,’ zegt mijn ex, ‘dan laat ik haar bij vrienden.’ Vrienden van haar moeder, mensen die ik zelfs niet ken: dat vind ik geen oplossing. Je laat je kind niet in vreemde handen. Maar wat kan ik doen? Canada is sinds maart in lockdown. Ik mag de provincie niet verlaten, en mijn ex-vrouw en dochter wonen in de buurt van Montreal.

“Ik informeer me, en ik verneem dat men in sommige gevallen een uitzondering maakt. Ik neem dus contact op met de politie en leg mijn probleem uit. De politie verwijst me door naar de Nationale Gezondheidszorg. ‘Geen enkel probleem, dokter Ngola’, zeggen ze daar. ‘U mag van ons over en weer naar Quebec om uw dochtertje op te halen. Maar zal de provincie Quebec u de grens laten oversteken in het gezelschap van een kind van wie u niet het hoederecht hebt?’ Dus bel ik naar het gespecialiseerde coronacentrum in Quebec. Ook daar doen ze niet moeilijk: ‘Zorgt u er wel voor dat u een brief van de moeder bij zich hebt, waarin duidelijk staat dat u het hoederecht over uw kind hebt zolang zij in het buitenland vertoeft.’ Ik bel naar haar moeder, maar die is al naar Toronto vertrokken. In zeven haasten schrijft ze een brief, die ze via WhatsApp verstuurt: ik heb alles om naar mijn dochtertje toe te rijden. Alleen, ik word op dat moment overmand door het werk. Enkele dagen later, op 12 mei, stap ik na de middag in de auto en rijd in één ruk tot diep in de nacht naar Longueuil, een voorstad van Montreal, waar ik met de hulp van kennissen een plekje in een motel vind.

“’s Ochtends vroeg ontmoet ik de broer van mijn vrouw, die in de tussentijd op mijn dochtertje heeft gepast. Hij haalt haar uit de wagen, geeft haar koffertje mee, houdt afstand: ‘Au revoir’ – en we rijden terug naar Campbellton. Alles netjes volgens de regels. Op de terugweg stop ik, na drie uur rijden, in Trois Rivières. Daar heb ik gesolliciteerd naar een baan in het plaatselijke ziekenhuis. Ik heb de baan, dat weet ik sinds een week. Ik bel twee dokters om, vlak voor het ziekenhuis, de laatste papieren te tekenen. We ontmoeten elkaar met het mondmasker aan, op 2 meter van elkaar, en na een kwartier rijden we alweer. We stoppen nog één keer voor de provinciegrens, voor een sandwich en een tankbeurt. Aan de grens stel ik me voor als dokter Ngola die zijn dochter is gaan halen. Dat volstaat voor de agenten, die erg hoffelijk zijn. Ze geven me een papier met de Covid-19-richtlijnen voor de provincie New Brunswick, en ik mag vertrekken. Op 13 mei kom ik omstreeks 21 uur thuis aan. Ik zoek meteen mijn bed op: ik ben doodop, en ’s anderendaags moet ik werken.”

Ngola: ‘Ik woon nu in een flat in Quebec en mijn dochtertje begrijpt niet waarom we nog altijd binnenblijven: ‘We zijn toch genezen, papa?’ Ze heeft gelijk, maar ik durf niet meer naar buiten.’Beeld RV

SLECHT NIEUWS

Ngola: “Ik heb een drukke praktijk van tweeduizend patiënten. Daar heb ik hard voor gewerkt: jarenlang heb ik lange dagen gemaakt, niet uit winstbejag, wel om gewone mensen ten dienste te zijn, zoals het een goede arts betaamt. Campbellton, een achtergebleven stadje, heeft een chronisch tekort aan artsen. Sinds het begin van de coronacrisis handel ik het meeste werk aan de telefoon af. Alleen patiënten met urgente problemen komen nog over de vloer: één à twee per dag, mensen die ik met handschoenen en mondmasker onderzoek.

“Ik heb ook regelmatig op de spoedafdeling in het ziekenhuis van Campbellton gewerkt. Opnieuw: niet uit winstbejag, wel voor de patiënten. Op 19 mei dien ik mijn ontslag bij het ziekenhuis in. Dat is geen verrassing. Een jaar daarvoor had ik al kenbaar gemaakt dat ik weer dichter bij mijn familie in Montreal wilde wonen. Maar als je een praktijk met tweeduizend patiënten hebt, kun je niet van de ene dag op de andere je valies pakken. Daar moet wat tijd overheen gaan. De afspraak is dat ik op 1 augustus in het ziekenhuis van Trois Rivières zal beginnen.

“Op 19 mei komt een oude man op consult, in het gezelschap van zijn zoon. De oude man heeft last van zijn prostaat. Het onderzoek neemt alles bij elkaar genomen nog geen tien minuten in beslag.

“Op 24 mei ontvang ik een bericht van het ziekenhuis van Campbellton: ze aanvaarden mijn ontslag. Ze danken me ook voor mijn inzet gedurende zeven jaren.

“Op 26 mei gaat de telefoon: de Nationale Gezondheidszorg. ‘Slecht nieuws, meneer Ngola, één van uw patiënten heeft Covid-19.’ Het blijkt om de oude man met zijn prostaat te gaan. Ondanks zijn besmetting maakt hij het goed, maar hij moet wel twee weken thuis in quarantaine blijven. Intussen worden ook al zijn contacten van de voorbije dagen in kaart gebracht. Ik bel de man op. ‘De eerste symptomen zijn opgedoken enkele dagen na het consult’, zegt hij. Daarna hebben ze in het ziekenhuis vastgesteld dat ik corona onder de leden heb.

“Ik besluit mijn dochter en mezelf te laten testen. Ik meld me ook af voor de avonddienst in het ziekenhuis van Campbellton. Mijn chef geef ik alle informatie waarover ik beschik: een patiënt, die ik een week geleden heb onderzocht, is ziek; ikzelf vertoon nog geen symptomen. De chef dringt aan dat ik toch in het ziekenhuis kom werken: ‘Als je geen symptomen hebt, is de kans klein dat je ziek bent.’ – ‘Nee,’ zeg ik, ‘ik wil eerst het resultaat van de test kennen.’”

GESCHORST

Op 27 mei belt de Nationale Gezondheidszorg weer: ‘Dokter Ngola, u bent positief voor Covid-19.’

Ngola: “Dat is even schrikken, dat zeg ik eerlijk. Ik voel me niet ziek, ik vertoon ook geen symptomen, maar ik moet veertien dagen in quarantaine, en ik zal elke dag door een verpleegster worden gebeld die mijn lichaamstemperatuur zal bijhouden. Ook word ik verzocht een lijst over te maken van de patiënten die ik lijfelijk heb onderzocht en de dagen op te geven dat ik dienst in het ziekenhuis heb gehad. ‘Met wie woont u samen?’, vragen ze nog. ‘Mijn dochtertje’, zeg ik. Ik vertel ook, zonder enige terughoudendheid, over mijn lange rit naar Longueuil: ik noem de namen van alle mensen die ik heb ontmoet.

“Drie uur later hangen mijn vrienden aan de lijn. In alle staten: ‘Jean Robert, wat is er in hemelsnaam aan de hand? Op de sociale media verschijnen overal foto’s van je. Je krijgt de gruwelijkste verwensingen naar je hoofd. Ze zeggen dat je naar Quebec bent gereisd en ons nu ziek maakt.’ Ik surf naar Facebook, en inderdaad: het regent daar scheldwoorden en krachttermen. Ik ben zogezegd een zwarte vluchteling. Ik verdien de doodstraf. Ik moet zo snel mogelijk naar mijn land terug om daar stront te eten.

“Ik ben verbijsterd. Hoe kan dit nu? Ik heb alleen met de Nationale Gezondheidszorg en het ziekenhuis gesproken. Het moet zijn dat één van beide het medisch geheim heeft geschonden, met als gevolg dat mijn foto, met een Congolese vlag in de achtergrond, mijn naam én mijn adres opeens publiek bezit zijn. In drie dagen tijd zal die foto vierduizend keer worden gedeeld.

“Om half vijf komt een brief van het ziekenhuis van Campbellton binnen, met het bericht dat ik met onmiddellijke ingang word geschorst omdat ik me niet professioneel heb gedragen: ‘U hebt het leven van uw collega’s in gevaar gebracht.’ Het ziekenhuis heeft geen enkel onderzoek naar de feiten gedaan, ik ben op geen enkel moment gehoord, maar ik word dus wel geschorst. En dan moet het ergste nog komen: om acht uur geeft Blaine Higgs, de premier van New Brunswick, na een periode van veertien dagen zonder besmetting in zijn provincie een persconferentie naar aanleiding van de heropflakkering van het virus. Hij wijt het aan één ‘onverantwoordelijke gezondheidswerker’ die om persoonlijke redenen naar Quebec is gereisd. Hij noemt geen naam, maar voor iedereen is het overduidelijk om wie het gaat: mijn foto met naam en adres wordt al enkele uren gedeeld op sociale media.”

Ngola: ‘Mijn advocaat heeft premier Blaine Higgs (foto) twee keer gevraagd zich te verontschuldigen, maar dat weigert hij.’Beeld NY Times

‘TRUMPIAANS’

Higgs vertelt nog wel meer op de persconferentie. Hij beweert dat de roekeloze gezondheidswerker niet transparant was over de reden van zijn verplaatsing toen hij naar New Brunswick terugkeerde. En dat hij na de reis niet, zoals de regels vereisen, veertien dagen lang in quarantaine is gegaan. Citaat van Higgs: “Als je de regels negeert, breng je je familie, je vrienden, je provinciegenoten uit New Brunswick in gevaar. Wat we vandaag meemaken, is daar een illustratie van.” In de nasleep van de persconferentie gaat de spoedafdeling van het ziekenhuis in Campbellton dicht. De emoties op sociale media culmineren in haat.

De advocaat van dokter Ngola, Joël Etienne, noemt het optreden van premier Higgs ‘trumpiaans’ – New Brunswick grenst aan de Verenigde Staten.

Joël Etienne: “De premier sprak een publieke veroordeling over mijn cliënt uit zonder onderzoek of bewijsgrond.”

Ngola: “Ik was bang. Ik zat alleen thuis met mijn dochtertje, in een stad waar ik geen familie heb, en de hele wereld leek zich tegen mij te keren. Ik heb zo snel mogelijk mijn profiel op Facebook en Twitter verwijderd, omdat ik het niet meer vertrouwde. Daarna heb ik de politie gebeld met een verzoek om bescherming. Niet nodig, zeiden ze: ‘We patrouilleren al rond uw huis.’

“Ik voelde me een opgejaagd dier. U moet weten: de eerste golf met besmettingen in New Brunswick was, door massale contacttracing en tests – waaraan ik mijn steentje heb bijgedragen – beperkt gebleven tot 130 Covid-19-patiënten. De mensen waren blij dat het stilaan achter de rug was. Er was sprake van een spoedige heropening van winkels en handelszaken. En plotseling is er ‘één onverantwoordelijke dokter’ die het onheil weer over de gemeenschap afroept. Natuurlijk waren de mensen boos. En boze mensen zijn tot veel in staat.

“’s Anderendaags, op 28 mei, krijg ik opnieuw telefoon van de Nationale Gezondheidszorg: ‘Waar bent u nu?’ Ik zeg: ‘Waar ik in quarantaine hoor te zijn: thuis.’ – ‘Oké, bij ons is namelijk een melding binnengelopen dat er een grote verhuiswagen voor uw deur staat.’ Ook de politie komt nog een keer aanbellen: ‘Meneer Ngola, 10.000 dollar boete als u zich niet aan de regels houdt.’ Ik ben zwaar aangeslagen, de kluts kwijt.

“Intussen noemen alle televisiezenders me bij naam: ik ben de patient zero van New Brunswick, de dokter die uitsluitend aan zichzelf dacht en iedereen ziek maakt. Ik wil me verweren tegen de valse aantijgingen, maar het syndicaat van de artsen dwingt me te zwijgen. Intussen rinkelt de telefoon onophoudelijk: de ene journalist na de andere wil me spreken. Voor mijn deur staan journalisten te dringen, maar ik doe wat me wordt opgedragen: ik sluit me op. Maar diep in mezelf neemt de wanhoop toe: heb ik me hiervoor zeven jaar lang uit de naad gewerkt? Ik ben één van de populairste artsen in de provincie omdat ik, als Afrikaan, dicht bij de mensen sta: ik voel me, als arts, helemaal niet beter dan mijn patiënten.

“Ik heb negen jaar lang geneeskunde in Congo bedreven, vijf jaar in België – weinig artsen in Campbellton hadden zoveel ervaring als ik. Ik was altijd beschikbaar. Zelfs als mijn patiënten tijdens een chirurgische ingreep problemen hadden, konden ze een beroep doen op mij. En opeens word ik door iedereen uitgespuwd.”

Op 27 mei laat de politie weten dat ze een onderzoek opent naar dokter Ngola.

Ngola: “Het nieuws dat ook een witte arts is besmet raakt bekend, maar hem trekt de politie niet na. Ik ben de zondebok. Mij wordt aangerekend dat ik de lockdown niet heb gerespecteerd en de provinciegrens ben overgestoken. Ik zal u eens iets vertellen, mon frère: Campbellton is een stadje op de grens tussen New Brunswick en Quebec. Als je in de stad de brug over de Restigouche-rivier neemt, sta je in Quebec. In onze regio werken 22 artsen van buiten de provincie. Die mensen hoeven echt niet elke keer in quarantaine als ze naar huis terugkeren. In het ziekenhuis van Campbellton werkt een verpleegster die in Montreal woont! Maar dat doet er allemaal niet meer toe, want ik ben de kwade genius. Ik heb het virus weer in omloop gebracht.”

Etienne: “Quebec maakt deel uit van het ecosysteem van het stadje Campbellton: ongeveer 40 procent van de bevolking rijdt dagelijks over de brug.”

Ngola: “Op 28 mei heb ik er schoon genoeg van: ik ben op van de zenuwen, ik slaap niet meer. In het holst van de nacht bel ik journalisten die een boodschap op mijn antwoordapparaat hebben achtergelaten. Ik geef interviews waarin ik mijn versie van de feiten geef: ik ben een slachtoffer van het virus, een zieke, net als mijn dochtertje. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat ik patient zero ben.

“Het syndicaat van de artsen is razend over mijn demarche. ‘Onvergeeflijk’, zeggen ze. Maar weten zij veel! Zij hebben nooit met discriminatie te maken gehad, hun verhaal is niet internationaal uitgevent, hun reputatie is niet geruïneerd. Mijn arme vader heeft via TV5Monde vernomen dat ik er in Canada een verschrikkelijke knoeiboel van had gemaakt.

“Na mijn interviews keert het tij: er ontstaat begrip. Het merendeel van de mensen staakt hun scheldpartijen op sociale media. Drie burgemeesters komen zich bij me thuis verontschuldigen voor het aangedane leed. Ik krijg wel honderd brieven met sympathiebetuigingen. Er staan cadeaus voor de deur. Maaltijden. Bloemen.”

Ngola en zijn advocaat nemen het heft in eigen handen. Ze schakelen een privédetective in, al heeft die in deze tijden van pest en cholera een aangepast profiel: het is een voormalige gezondheidsinspecteur met vierentwintig jaar ervaring op de teller. Hij zal de contacten van Ngola natrekken en testen.

Etienne: “We moesten het zelf doen, want de overheid deed niets. In deze zaak is sprake van een onwaarschijnlijk grote nonchalance.”

Ngola: “Het was de omgekeerde wereld: ik moest bewijzen dat mij geen schuld trof. Onze gezondheidsinspecteur heeft iedereen getest die ik op mijn trip naar Longueuil heb ontmoet. De broer van mijn ex: negatief. De dokters in Trois Rivières: negatief.

“Op die ene trip naar Longueuil na, ben ik drie maanden lang in de provincie gebleven. Het kan niet anders of ik ben daar met het virus besmet, als dokter in de uitoefening van mijn ambt. Behalve die ene oude man met zijn prostaat zijn al mijn andere patiënten ook getest: allen negatief.”

GEEN EXCUSES

Etienne: “De politie heeft in een brief laten weten dat er geen criminele inbeschuldigingstelling komt. Dat wilt daarom niet zeggen dat het onderzoek afgelopen is – ze kunnen het zo lang rekken als ze willen, om geen gezichtsverlies te lijden. Het betekent wel dat ze niets in handen hebben. Ze hebben geen enkel argument om mijn cliënt te vervolgen.”

Ngola: “Er is geen enkele reden om mij een superverspreider te noemen. Mijn advocaat heeft de premier inmiddels twee keer gevraagd zich te verontschuldigen, maar dat weigert hij pertinent. Hij beweert niets verkeerds te hebben gedaan: hij heeft mijn naam niet genoemd. Hij zal zich ook niet verontschuldigen. In zijn ogen ben ik slechts un petit noir, een simpele zwarte.

(zucht) De pandemie heeft Canada zwaar getroffen, dokters en verpleegsters hebben risico’s genomen voor hun patiënten, we hebben ons leven ingezet, sommigen zijn gestorven in het harnas. En dan krijg je dit: één man wordt met de vinger gewezen. Eén zwarte man. Het is racisme, een ander woord heb ik er niet voor. Daarom dien ik een klacht in: ik wil dat mijn schorsing wordt opgeheven en mijn naam gerehabiliteerd. Ik was jarenlang de chouchou van mijn patiënten. Ik kan me niet in een grootwarenhuis vertonen of mensen klampen me aan om zich te verontschuldigen. Ze schamen zich diep – maar de premier niet.

“Op 8 juni ben ik genezen verklaard, mijn dochtertje op 10 juni, maar ik durf me niet voor te stellen wat er zou zijn gebeurd als onze gezondheidstoestand was achteruitgegaan. Waar zou ik dan, in het midden van die verschrikkelijke shitstorm, terechtgekund hebben? Ik zeg u: dan was ik hier, thuis, met mijn dochtertje in volstrekte eenzaamheid gestorven. Je suis un petit noir qui n’a pas le droit de respirer – ik heb, als simpele zwarte man, het recht niet om adem te halen. Dat was met George Floyd in de VS niet anders. Wij, zwarten, moeten onze mond houden.

“Ik ben niet boos op de bevolking van Campbellton, integendeel: ik hou van de mensen in deze stad. Ik ben wel boos op de lui die zonodig een schuldige moesten zoeken. Patient zero bestaat niet. Ik heb epidemiologie aan de ULB in Brussel gestudeerd. Daar heb ik geleerd dat het geen zin heeft op zoek te gaan naar die ene persoon die het virus van een epidemie verspreidt. Meestal is er geen eerste verspreider – zo werkt het niet. De heropflakkering, met 41 nieuwe besmettingen en twee overlijdens in Campbellton, hoef je niet aan mij toe te schrijven, maar ook niet aan iemand anders. De pandemie woedt sinds februari in Canada. Hoe kun je dan, op basis van foute gegevens in mei, een patient zero opduikelen? Dit is geen wetenschappelijke oefening. Dit is een zoektocht naar een zondebok die niets met geneeskunde te maken heeft.

“De voorbije twee jaren zijn hier vijftien dokters vertrokken. Geen enkele is ervoor in de plaats gekomen. Deze streek is arm: het is bijna apostolair om er te werken. En toch word ik, zonder enig onderzoek, als een pestverspreider gebrandmerkt. Dat neem ik niet. Met mijn diploma’s kan ik werken in Frankrijk, België en Zwitserland. Ik heb niets op mijn kerfstok – ik hoef niet in Canada te blijven. Maar ik ga nu wel vechten tegen de regering en de Nationale Gezondheidszorg: ik laat me niet afschilderen als een crimineel. Ik geef ook niet op. Mijn schorsing geldt uitsluitend voor de provincie New Brunswick, sinds 1 augustus ben ik aan de slag in Quebec.

“Sinds kort woon ik niet meer in Campbellton. Ik ben verhuisd naar een appartementje in Quebec. Met mijn dochtertje, jazeker: haar moeder is nog altijd niet teruggekeerd uit Kameroen. We zijn vertrokken met een officieel communiqué voor het ziekenhuis, maar voorts is het in alle stilte gebeurd, zonder afscheid te nemen. Dat was wel hard, na zeven jaar lang het wel en wee van de mensen te hebben gedeeld. Ik verzeker u: de eerstkomende tien jaar zal je in Campbellton geen nieuwe dokter van vreemde origine meer zien, de stad zal zich moeten redden met dokters met dubieuze diploma’s. Dokters uit het buitenland zullen zich wel bedenken voor ze zich hier vestigen, en vele anderen zullen nog vertrekken. Ze hebben gezien wat je kan overkomen als je geen echte Canadees bent. We hebben misschien wel dezelfde nationaliteit, we zijn nog altijd tweederangs: on reste des gens de seconde zone. Het spijt me, maar als witte arts was dit me niet overkomen.

“Ik heb het gered dankzij mijn dochtertje: wij tweeën tegen de rest van de wereld. Nu begrijpt ze niet waarom we nog altijd binnen blijven: ‘We zijn toch genezen, papa?’ Ze heeft gelijk, maar ik durf niet meer naar buiten. Stel dat iemand, nadat hij mij heeft gezien, besmet blijkt te zijn, dan zal het weer hetzelfde liedje zijn: ‘Dokter Ngola is hier geweest.’ Nee, ik blijf binnen. Het zal nog even duren voor ik hiervan ben bekomen. Ik heb het slaappatroon van een baby tegenwoordig: ik huil mezelf in slaap, tot ik weer wakker word, en daarna begint het opnieuw. Huilen en slapen, zo blijf ik overeind.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234