Woensdag 19/01/2022

Zwarte Angels met een missie

Machismo genoeg, maar geen zweem van criminele randjes. De Sowetan Eagles zijn in meer dan één opzicht geen doorsneebikers. De enige zwarte motorbende van Zuid-Afrika verbergt onder de stoere bandana's en het ruige leer een groot hart. Haar strijd is divers: tegen aids en seksueel geweld, maar ook tegen racisme. Nogal een verschil met de blanke Zuid-Afrikaanse bikers.

Aernout Zevenbergen

Bikes, babes & booze; motorfietsen, lekkere meiden en drank. Dat zijn de drie sleutelwoorden op de motormeeting net boven Johannesburg. Een Zuid-Afrikaans motorblad organiseerde het weekend. Motorrijders stunten met hun motoren op de asfaltweg buiten het kampeerterrein, waar politiewagens met zwaailichten de laatste restjes orde en beschaving proberen te handhaven. "Hoor je die sirene", vraagt Rex Makhubela (50). "Drank en motoren. Dat gaat altijd fout. Je zult het wel vaker horen vandaag."

Rex is de voorzitter van de Eagles uit de zwarte stad Soweto, nabij Johannesburg. 'President' staat er op de rug van zijn leren jasje, op de voorkant prijken badges van alle meetings die hij bezocht. De Eagles is de enige zwarte bikersclub in Afrika. Motorfietsen zijn voor koeriers en voor de armen, vindt de rest van het continent. 'Echte mannen' kopen een auto. In de jaren tachtig veroverde de motorfiets langzaam Soweto, waar ongeveer vier miljoen mensen wonen. Niet langer reden zwarten, vooral mannen, op een uitgebouwd scootertje, nu scheurden ze door de wijken op motoren met 1.000 cc en meer.

De Eagles zijn met weinigen. Maximaal vijfentwintig man accepteert Rex in zijn club. "Anders wordt het onoverzichtelijk." Zij vormen een selecte groep van zwarte mannen die genoeg geld verdienen om een dure motorfiets te kopen en te onderhouden en om meetings te bezoeken. De jeugd van Soweto vindt het fantastisch. Knallende uitlaten, glimmend chroom, piepende en rokende banden bij het optrekken.

Ze rijden op Harleys, Honda's en Suzuki's. Gestoken in hun stoere bandana's, leren jasjes en handschoenen en gebleekte spijkerbroeken lijken de Eagles jongens voor wie je moeder je waarschuwt. In werkelijkheid poseerden ze voor een postercampagne in Soweto tegen aids en seksueel geweld. "Een echte man slaat zijn vrouw niet", stond er onder de metershoge posters met de bikers.

"Wij willen iets doen aan ons slechte imago", legt Rex een paar maanden na de meeting uit, thuis in zijn woonkamer in Soweto. Hij roept zijn dochter Gladys uit de keuken om het licht in de woonkamer aan te klikken. Door de deuropening zie ik zijn vrouw, zijn twee zonen en een van zijn twee dochters zitten. Hij zal mij niet aan ze voorstellen. Hij is de man, de vader. "Ik ben het paard dat de kar trekt", zei hij eens. "De stier die de kudde de weg wijst."

We praten over de reputatie van zijn Eagles. "Mensen zien de motorfiets, ze zien ons in onze kleding. Ze denken dat we ruziemakers zijn, of criminelen. Natuurlijk: dat soort bikers bestaat, ook hier bij ons. We noemen hen de ducktails. Zij zijn de zware jongens, mannen die flirten met de dood, misdaad en het kwaad. Wij zijn anders. Als ik me niet aan de wet houd, arresteert de politie mij en verlies ik mijn baan. Wie betaalt mijn motor dan, wie onderhoudt mijn gezin? Hoe kan ik dan nog naar meetings gaan? Ik ben geen gangster, ik ben een biker." Hij lacht hardop. Voor hem is het een onweerlegbare logica. Schend de wet en je raakt je eerste echte liefde kwijt.

Rex' woonkamer is een schoolvoorbeeld van burgerlijkheid. Een gehaakt tapijtje ligt op de tafel, de televisie staat verborgen in een kast van glimmend fineer, aan de muur hangen foto's van vrouw en kinderen. Hij verdient zijn geld als mecanicien. Naar school ging hij maar heel even, omdat zijn ouders geen geld hadden. Hij moest werken om het huishouden draaiende te houden. Anderhalve rand verdiende hij in zes weken tijd, werkend op een boerderij. "Toen leerde ik de betekenis van 'eigen verantwoordelijkheid'. Niemand doet 'het' voor je. Alleen jijzelf kunt je leven veranderen."

De bikers van Soweto vormen een vreemde mix van ultiem machismo en burgerlijkheid die wereldwijd de middenklasse eigen is. Ze koesteren hun woning, hun meubeltjes en hun gezinnen. "Ik ben een echte gezinsman", benadrukt Rex meermaals. Tegelijkertijd houden ze van hun drankje, hun vrijheid en hun motoren. "Die motorfiets is om te ontspannen", glimlacht Rex. "Om even weg te zijn van alle verplichtingen. Op de motor hoef ik even met niemand rekening te houden."

Zijn motor is zijn uitlaatklep. Daar kan hij al zijn opgekropte energie kwijt. Zijn zorgen over het werk, of over thuis. "Eer en trots maken het soms moeilijk om te praten. Dan ben je gewoon te boos over iets dat is gebeurd. Dan voel ik me zo in mijn eer aangetast, dan weet ik: even weg nu, even op de motor, voor er ongelukken gebeuren. Als ik dan thuiskom, heb ik weer rust, dan kan ik weer praten."

Met zijn vrouw, onderwijzeres Anna (46), heeft hij harde afspraken gemaakt over de motorfiets. Oorspronkelijk had ze klachten over de kosten voor zijn hobby. Sindsdien bepaalden ze in overleg dat zij een vast bedrag krijgt voor het huishouden. Hij stopt haar deel van zijn salaris netjes in een envelopje. "Ze weet hoeveel ik verdien, dus daar valt niets op af te dingen. Als er 20 rand te weinig in zit, klopt ze op mijn schouder." Alle verdiensten uit overwerk zijn voor Rex zelf. "Dat is voor mijn motor."

Hoe houdt Rex zijn kinderen op het rechte pad? De verleiding van de misdaad is groot, erkent hij. En vrije, onbeschermde seks lonkt. Hij worstelt met de uitdagingen van de jeugd. "In mijn cultuur, in voorbije dagen, sprak niemand over seks. Maar de wereld is veranderd. Ik kan niet zwijgen, denk ik. Ik weet dat ik moet praten over seks, over verkrachting, over aids. Zodra mijn zonen oud genoeg zijn en als het echt moet, zal ik hen informeren. Mijn vrouw zal de dochters moeten bewerken. Zij gaat naar de kerk, daar hoort ze. Ik ga niet naar de kerk, daar ben ik nog veel te jong voor", schatert hij.

Op de meeting in Hartebeespoort draait Rueben Matlapeng (35) de worst en de kippenpoten om op de grill. De geur van de barbecue vult de lucht. Twee bikers schenken nog eens wat brandy in hun metalen bekers, lengen het aan met cola. "Je hebt niet echt gedronken als er nog wat in de fles zit", leggen ze uit. Rex en zijn clubleden staan in het verste uithoekje van het kampeerterrein. Het is na twee uur 's middags. Hun motoren glimmen, bierflesjes liggen op de grond.

De enige bezoekers aan de tentjes van de Eagles zijn wat zwarte bikers uit buurlanden, 'onafhankelijken' heten ze. Jongens die geen lid zijn van een club, omdat er te weinig motorliefhebbers in de buurt wonen om samen een club te beginnen. Blanken kijken hen na; staren is een beter woord. Zwarten en motorfietsen gaan niet samen in de perceptie van talloze blanke Zuid-Afrikanen. Langzaam stijgen zwarte Zuid-Afrikanen op de economische ladder en omarmen ze onderdelen van wat voorheen slegs vir blankes was. Ook de cultuur van de motorfiets.

Op de meeting worden ze geaccepteerd. "Zolang het nog ochtend is of vroeg in de middag", lacht Rueben. "Daarna heeft iedereen te veel gezopen en komt de ware aard van het beestje naar boven. Dan is het voor ons niet slim om nog de feesttent in te gaan." Hij zou zomaar tegen iemands meisje kunnen stoten, of even verkeerd naar iemand kijken. "Hoe kom je aan die motor?", is een klassieke blanke vraag. Een zwarte op een Harley, dat kan nooit eerlijk verdiend zijn. Andries Molise (29) kocht zijn Harley van zijn werkgever, de dealer van de gewilde Amerikaanse motoren in Johannesburg. Wijd openstaande ogen. Andries rijdt niet alleen op Harleys, hij verkoopt ze zelfs.

Onder de blanke bikers van Zuid-Afrika hangt nog de oude sfeer van de Afrikaners, de blanken van Hollandse afkomst die de apartheid bedachten en uitvoerden. De vlaggen van het oude Zuid-Afrika wapperen op de hoeken van tentjes en prijken op de revers van leren jasjes. De mannen van de Eagles laten zich deze middag niet meer zien elders op het terrein. "Ik heb geen zin om kaffer genoemd te worden", lacht Andries. "Dat is vragen om problemen. Vroeger reageerde ik er nog op. Dan zei ik beleefd: 'thank you, baas'. Daar heb ik geen zin meer in. Problemen kun je soms maar beter uit de weg gaan."

Achter in de tent van Rex knuffelen Arnie en Lina. Ze slapen de roes uit van vannacht. Rueben schenkt nog een cola-cognac in en Rex knabbelt op zijn kip. Rueben begint een hommage aan het motorrijden. "De vrijheid van de wind door je haar, de kracht in die ene hand die het gas bepaalt, de blikken van verbijstering van wandelaars, het knallen van de uitlaat, de stilte als je staat... Als ik niet op de motor zit en ik zie er een, dan krijg ik kippenvel."

Voor Rueben is de levensstijl van de bikers de levensstijl van zijn voorouders, gestoken in een nieuw jasje. "Eropuit trekken, slapen in een tent, je wassen in de regen of in een stroompje, kijken wat er voorbij de horizon ligt. Dat was vroeger onze manier van leven. Tenten, vuur, slapen in de natuur, broederschap en praten, altijd maar praten. Wat wij doen, is wat onze voorouders deden." Rueben kijkt voor zich uit, laat wat hij zegt even op zichzelf inwerken en rondt dan af: "Alleen hadden zij geen motorfietsen." Hij schatert om zijn eigen grap.

Rueben rijdt op een stoere Honda en plaatste lange leren banden aan de handgrepen. Als de middag vordert, zal hij er rondjes op gaan rijden, gestoken in het satijnen onderjurkje van een vriendin en een bandana om zijn haar. Een vriend kruipt achterop en grijpt hem bij zijn denkbeeldige borsten. Voor alles zijn de Eagles goede vrienden. Standsverschillen spelen geen rol. Dit zijn mannen, met een gedeelde liefde. Salarisstrookjes doen niet meer ter zake. Sommigen zijn opgeklommen tot de elite van Zuid-Afrika, hebben goede banen, chique auto's en dure huizen in wijken die met slagbomen en bewakers zijn afgesloten voor onbekenden. Anderen wonen nog altijd in Soweto.

"We spelen en stoeien, we vergelijken onze motoren en proberen die van elkaar uit. En we praten over dingen waar we met anderen niet snel over praten", legt Rueben uit. Hij woont ver van Soweto, in de plaats Rustenburg. Hij werkt er bij een mijnbouwbedrijf, als manager van de voorraadkamer. Zwarte mannen praten onder elkaar niet veel over problemen en al helemaal niet over de liefde, legt Rueben uit. Hier, bikers onder elkaar, doen ze het wel. Ze praten over condooms. Over kinderen en huwelijken. "Dit zijn mijn vrienden, met wie ik kan praten over thuis, over trouwplannen of over het nieuwe bedrijf dat ik wil opzetten." En na een paar biertjes of cognacjes praten ze ook over vrouwen en hoe alles anders is geworden.

Rueben en Rex zijn in een van de tenten gaan zitten, met binnen handbereik de koelbox waarin de drank zit. Rex trekt aan zijn metalen kettinkje aan zijn riem en tovert zijn metalen beker tevoorschijn. Nog een cognacje, met cola. Hun vrienden hebben de tent verlaten en lachen hard om een grap ergens verderop. Rueben: "Ze hebben nu gelijke rechten. Prima. Waarom zouden ze minder rechten hebben? Maar weet je: er is nooit een gesprek gevoerd over hoe we dan nu de dingen gaan doen, wat we anders gaan doen, wat ze van mannen verwachten. Daar heb ik wel een probleem mee. Je kunt niets meer zeggen of vragen. Vrouwen klagen nu alleen nog maar. Steen en been. Over ons, de mannen. Daar baal ik van."

Rex kijkt over het terrein uit, heft zijn metalen mok en dankt zijn maat voor de wijze woorden gesproken.

Bij biker Alfred Avhashoni Matamela thuis in Soweto hangt een grote poster aan de wand van de kerk waartoe hij behoort. "Andere leden van de Eagles noemen mij 'de priester'. Ik vind het wel een leuke bijnaam." Ook zijn huis is in aanbouw. Golfplaat ligt op het dak, stevige balken dragen het. Elektrische draden hangen in plastic buizen. Alfred verontschuldigt zich. "Ik kocht alvast een stukje land waar ik naartoe wil verhuizen na mijn pensioen. Iets waar ik aardappels kan verbouwen en een paar koeien kan houden om mij door mijn oude dagen te helpen."

Voor zijn woning in de wijk Pimville van Soweto staan grote zwarte cirkels op het asfalt van de straat. Hier oefent hij de stunts, die hem van het hele motorrijden nog altijd de grootste kick geven. Jongetjes applaudisseren voor hem en proberen op hun vingers te fluiten. "Voor mij is de motor het ideale middel tegen stress. Zodra ik het voel opkomen ga ik even een blokje om op de motor. Mijn uitlaten laten knallen lucht op. Het gevoel, van vrijheid, daar gaat het mij vooral om. Niets dan vrijheid. Er zijn zo veel meer manieren dan gewoon naar de shebeen (een typisch townshipcafé met goedkope drank, ten tijde van de apartheid opgericht als zwart alternatief voor de 'witte' cafés, AZ) gaan en dronken worden om je te ontspannen."

Alfred combineert zijn hobby met zijn strikte geloofsbeleving. Hij ziet geen tegenstelling. Op zijn leren jasje is een van de vele opschriften: 'If Jesus were alive today, He would be a biker.' Of nog: 'If u miss heaven, what in hell will you do' en 'Can't cope? Jesus offers hope'. Op de festijnen van bikers is hij een roepende in de woestijn. Het deert hem niet. Hij combineert zijn passie met zijn missie. Niemand herkent hem overigens als hij op zondag in pak met stropdas naar de kerk gaat. Zijn buurtgenoten kennen hem enkel van de leren jasjes en de bandana's.

Vijf jaar moest hij het eens zonder zijn motorfiets doen. Zijn vrouw vond het allemaal te gevaarlijk en wilde een auto. Alfred luisterde en deed zijn motor weg. Maar al die jaren bleef het onrustig. Hij miste iets. "Het zat in mijn bloed, ik moest weer een motor hebben. Ik stelde mijn vrouw voor: als jij nu eens een rijbewijs haalt, dan kun jij in de auto rijden en kan ik weer een motor kopen." Op een van zijn eerste ritjes na jaren kwam hij de Eagles tegen. Ze deden stunts en hij wilde die leren. De Eagles werden zijn vrienden. "Ze zijn nu onderdeel van mijn identiteit, van wie ik ben."

Alfred groeide op zonder vader, die overleed toen hij nog een peuter was. Zijn moeder stuurde hem naar zijn oom in Johannesburg en vroeg hem de opvoeding van Alfred op zich te nemen. "Hij leerde mij respect te hebben, dat stond centraal. Respect voor mijn ouderen, voor mijn kinderen, voor mijn vrouw." Zijn biologische vader had vier vrouwen, zijn oom slechts één. "Zoals mijn vader leefde, zo wil ik het niet meer. Het lukt gewoon niet om al die vrouwen en kinderen te bieden wat ze nodig hebben om het te redden in dit leven en in deze maatschappij. Ik hoor vrienden van me zeggen: 'Het is onze cultuur om vele vrouwen te hebben en vele kinderen.' Maar als je het mij eerlijk vraagt, zoeken ze gewoon redenen om zichzelf geen discipline of beperkingen te moeten opleggen."

De avond valt boven Hartebeespoort, een wassende maan schijnt boven het kampeerterrein. In het licht van koplampen dansen de Eagles naast hun iglotentjes. In de centrale feesttent kondigt de ceremoniemeester wedstrijden aan. De Miss Impala en de Miss Body Beautiful. De Eagles hoeven niet. Te riskant, nu, op dit tijdstip. "Als je problemen zoekt, krijg je ze ook."

De blanke jonge vrouwen op het podium willen maar wat graag de titel. Aangespoord door honderden joelende, blanke mannen tonen zij hun verleidelijkste poses. Van een van de kandidaten staat het vriendje op de voorste rij. Hij moedigt zijn meisje aan haar borsten te tonen, haar billen. "Yeah baby." De hele dag al sleutelden zij aan hun motoren, openden ze hun benzinetoevoer om de omslagen per minuut te maximaliseren. Nu is het tijd voor wat zachte schoonheid. Strings willen de mannen zien, borsten en tepelpiercings.

Bij de tentjes van Rex en Rueben is het stil, zij zijn al gaan slapen.

De volgende ochtend wekt een brullende motor de clubleden. "Tijd om op te staan", schreeuwt een stem. Andries pakt een biertje als ontbijt. Rex neemt een cognacje.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234