Donderdag 28/05/2020

Zwart Rusland

In Wit-Rusland zijn haar boeken alleen ondergronds te krijgen. Zo ook het zojuist vertaalde De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht. Nobelprijswinnares Svetlana Aleksijevitsj weet alles van censuur, heimwee naar de dictatuur en de angst voor grote buur Rusland.

De felicitaties stroomden binnen op de dag nadat de Wit-Russische schrijfster Svetlana Aleksijevitsj vorig jaar de Nobelprijs voor de Literatuur had gekregen. Als eerste werd ze gelukgewenst door de president van Duitsland, vervolgens belde de Franse president, daarna volgde Michail Gorbatsjov en pas 's avonds liet de Wit- Russische president Loekasjenko iets van zich horen. "Maar niet persoonlijk. Hij belde niet, maar op de tv werd een verklaring voorgelezen dat hij blij was en mij feliciteerde", vertelt Aleksijevitsj. Erg lang duurde Loekasjenko's blijdschap niet. "Twee dagen later beschuldigde hij mij alweer van het 'belasteren van het Russisch-Wit-Russische volk'."

Daarmee kon Aleksijevitsj aansluiten bij een rijtje illustere voorgangers uit de Russische literatuur. De Russische schrijver Boris Pasternak, die in 1958 de Nobelprijs kreeg, Aleksandr Solzjenitsyn (1970) en de dichter Joseph Brodsky (1987), alle drie werden ze verketterd door hun regering, toen nog de Sovjet-autoriteiten. "Zo gaat het bij ons nu eenmaal. De kunstenaar leeft altijd op voet van oorlog met de autoriteiten", zegt ze gelaten.

Net als in de Sovjet-tijd zijn er alleen ondergrondse Wit-Russische edities van haar werk te krijgen. In het Russisch zijn ze wel te koop, maar lang niet overal. Sommige boekhandelaars zijn bang haar boeken te verkopen, vooral Het einde van de rode mens waarin ze het uiteenvallen van de Sovjet-Unie beschrijft aan de hand van gesprekken met gelovige communisten, ontgoochelde democraten, aan de bedelstaf geraakte pensioentrekkers, overlevenden van Stalins kampen en 'Sovjet-sukkels' die vergeefs naar het verleden haken.

Het gesprek met Aleksijevitsj heeft plaats in het Literarisches Colloquium van Berlijn, een statig gebouw dat uitkijkt op de Wannsee. Hier heeft ze na alle drukte rond de Nobelprijs een onderkomen gevonden. Gaat ze opnieuw in ballingschap, zoals ze al eerder heeft gedaan? "Nee", zegt Aleksijevitsj. "Minsk is waar ik woon. Twee jaar geleden besloot ik na tien jaar in het buitenland terug te keren naar huis, hoewel het ook weer niet mijn thuis is. De autoriteiten stellen zich agressief tegenover mij op, vooral sinds ik de Nobelprijs heb gekregen. Ze kunnen me nu weinig doen, maar ergeren zich eraan dat ik alles zeg wat ik denk. Dat is iets wat maar weinig mensen zich tegenwoordig in Wit-Rusland kunnen veroorloven."

Om haar dwars te zitten, mijden de officiële uitgeverijen haar boeken als de pest. "Voor een schrijver is het heel moeilijk als zijn boeken in eigen land niet worden gedrukt. Mijn boeken worden in tal van landen vertaald, maar ik wil dat zij thuis worden uitgegeven. Er zijn wel jongelui die mijn werken ondergronds drukken, net zoals de samizdat ('zelfuitgeverij') in de Sovjet-periode. Eén uitgever die het wel aandurfde, heeft al een paar keer een flinke boete gekregen. Maar dan brengen allerlei mensen het geld bijeen."

Komende week verschijnt hier uw boek De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht: over de rol die vrouwen speelden in het Sovjet-leger. Met de eerste versie van dit boek had u vroeger problemen. Waarom?

"Ze vonden het te somber, te negatief. Dat was nog in de Sovjet-tijd. Eerst probeerden ze het tegen te houden, onder druk van de censor moest ik van alles schrappen, maar uiteindelijk is het toch uitgekomen, onder Gorbatsjov. Er gingen meteen twee miljoen exemplaren van over de toonbank."

Hoe verliepen die onderhandelingen met de censor eigenlijk?

"Nu, van onderhandelingen kun je niet spreken. Je wordt voor een gesprek uitgenodigd en dan zeggen ze wat er mis aan is: 'Na uw boek gaat niemand meer vechten, u schildert de oorlog veel te erg af. U bent een verraadster, u heeft geen eerbied voor het heldendom van de Sovjet-soldaten. Voor u is de waarheid wat je op straat vindt, maar de waarheid, dat is dat waarvan wij dromen', zei een van hen.

"Veel van die lui hadden als officier in het leger gediend en later een baantje bij de censuur gekregen. Allemaal mensen die heel recht in de leer waren. Ze geloofden er werkelijk in, net als mijn vader. Die is de partij ook tot aan zijn dood trouw gebleven. Hij wilde zelfs met zijn partijboekje begraven worden. Hij was lid van de partij geworden toen hij bij Stalingrad vocht, waar zich de meest vreselijke gevechten van de hele oorlog afspeelden. Dat heeft hem nooit losgelaten. Hij was ervan overtuigd dat Stalin het socialisme had verpest, maar het idee zelf was prachtig.

"We hielden van elkaar, maar we hebben veel ruzie gemaakt. Ik heb vaak gezegd: papa, hoe kun je toch zwijgen? Dat zou ik vandaag niet meer zeggen, want nu houden de mensen ook allemaal hun mond dicht."

Wanneer bent u eigenlijk van het communistische geloof gevallen?

"Na mijn studie journalistiek werkte ik eerst bij een provinciaal krantje en zag ik hoe zwaar die mensen op het platteland het hadden, vooral de mensen die de oorlog hadden overleefd. Maar toen ik later als verslaggeefster de oorlog in Afghanistan versloeg, gingen bij mij definitief de ogen open. Ik zag dat dit systeem niet deugde. Ik kwam bevrijd uit Afghanistan terug."

U besloot De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht te schrijven omdat er nooit werd geschreven over de rol die vrouwen in de oorlog speelden. Waarom eigenlijk niet?

"Er waren wel veel boeken, maar alleen over beroemde vrouwen, Helden van de Sovjet-Unie, niet over gewone vrouwen. De meeste van die boeken werden in feite door redacteuren geschreven of journalisten. Allemaal van die heroïsche werken, die niets met de werkelijkheid van doen hadden.

"Er werd alleen met de stemmen van mannen over de oorlog gesproken. Hun oorlog draait om feiten en overwinningen, de oorlog van vrouwen om gevoelens. Een van de vrouwen die ik sprak, nam haar lievelingspantoffels mee maar het front; dat zijn van die details die in de mannelijke boeken ontbreken.

"Of neem de soldate die korte tijd met verlof naar haar dorp mocht. Toen ze terugkwam, besnuffelden de andere vrouwen uit haar eenheid haar omdat ze naar thuis rook, naar haar dorp, naar haar moeder.

"De vrouwen vertelden me over de verschrikkingen van de oorlog, maar ze wilden niet dat ik erover schreef. Een vrouw schreef mij: ''Mijn zoon heeft mij altijd als een heldin beschouwd, nu blijkt dat ik heel anders was'. Maar toen ze merkten dat er miljoenen exemplaren van werden verkocht, legden de meesten zich er toch bij neer."

In een van uw boeken schrijft u: 'Wij hebben altijd gevochten of ons op de oorlog voorbereid. Kennelijk kunnen we niet anders.' Geldt dat nog steeds?

"Zo is het toch nog steeds? Nou ja, Wit-Rusland is een klein land, met wie zal het gaan vechten? Hoewel Loekasjenko onlangs wel gezegd heeft dat iedere provincie een parate gevechtseenheid moet hebben; kennelijk is hij bang voor de 'groene mannetjes' van Poetin.

"Maar in Rusland is die oorlogsmentaliteit weer helemaal terug. Er is geen geld voor medicijnen of scholen, maar wel voor de nieuwste tanks en raketten. Het leger gaat voor alles.

"Dat was in mijn jeugd ook zo: een militair was een belangrijk figuur. Wij leerden dat we voor het Vaderland moesten sterven. Niemand zei ons dat we gelukkig moesten zijn, nee, alleen maar dat we ons moesten opofferen voor het Vaderland.

"Nu is het precies zo: al op de kleuterschool krijgen de kinderen te horen dat ze Oekraïners moeten haten. Wij zijn een groot volk, we worden omringd door vijanden, de Krim is van ons, al die nationalistische leuzen."

Hoe wordt er in Wit-Rusland gereageerd op de oorlog in Oekraïne?

"De mensen zijn bang, ze zijn bang voor Maidan, een revolutie en voor oorlog. Als Rusland hier tanks heen stuurt, net als naar het oosten van Oekraïne, dan breekt er een burgeroorlog uit. Dat kan overal in de voormalige Sovjet-Unie gebeuren, want er is zo veel verbittering.

"Daarom is het lastig laveren voor Loekasjenko: aan de ene kant is hij bang voor het volk, aan de andere kant is hij bang voor Moskou.

"Nu maakt hij wat gebaren richting Europa, in de hoop dat Europa hem geld geeft. En Europa wil Wit-Rusland losweken van Rusland, maar dat is niet realistisch: Poetin zal Wit-Rusland nooit loslaten.

"Wit-Rusland is de enige buffer tegen Europa die is overgebleven: alle andere landen hebben Rusland de rug toegekeerd, zelfs Oekraïne, waarmee het altijd zo nauw verweven is geweest."

U bent er zelf een voorbeeld van.

"Ja, ik ben in Oekraïne geboren. Mijn moeder was een Oekraïense, mijn vader een Wit-Rus en zelf ben ik deel van de Russische cultuur: ik schrijf in het Russisch. Ik ben een kind van de perestrojka, de hervormingen onder Gorbatsjov. Wij waren romantici, wij geloofden in verandering.

"Maar Poetin kent het volk beter, Loekasjenko ook. Wij hielden ons niet bezig met het volk, maar met onze verheven ideeën over het volk. In werkelijkheid waren de gewone mensen heel anders.

"Het probleem was dat iedereen dacht dat we allemaal morgen zouden leven zoals in het Westen, maar morgen kwam niet. Er was geen programma, ze begonnen Rusland leeg te roven. Jeltsin begon als democraat, maar eindigde als tsaar Boris en het volk bleef met lege handen achter. Dus borrelde er woede en haat op.

"Daar heeft Poetin handig gebruik van gemaakt. Hij heeft die woede en haat tegen het Westen gericht, tegen Europa en tegen mensen zoals ik, die ze nu verraders noemen. En de mensen zijn bereid offers te brengen in die oorlog tegen het Westen, ook als ze onder sancties moeten lijden. Bij ons woedt er een voortdurende strijd tussen de televisie en de koelkast, voorlopig wint de televisie."

Veel Russen zijn het met Poetin eens.

"Ja, ik geloof echt dat 80 procent van de Russen Poetin steunt. Maar er zijn ook veel mensen die angstvallig hun mond houden. De afgelopen tijd hebben ze bloggers voor de rechter gesleept omdat ze dingen zeggen die niet stroken met wat Poetin vindt.

"Maar er zijn veel meer mensen die de Oekraïners en het Westen als vijand beschouwen, die in hun handen wrijven als Dmitri Kiseljov (de populaire anchorman van het Russische tv-journaal, BL) een atoomontploffing laat zien en zegt: 'De VS moeten niet vergeten dat we het land in één keer in een hoop as kunnen veranderen'.

"Het is een soort burgeroorlog. Voorlopig zaaien ze alleen en wordt er nog niet geschoten, maar als ze zeggen: leg die of die om, dan denk ik dat de kans groot is dat het ook gebeurt. Ik geniet nu door de Nobelprijs een zeker gezag in Wit-Rusland, maar ik weet niet wat er zou gebeuren als er iemand met een kalasjnikov opduikt. Er zijn veel mensen die naar het verleden terugverlangen."

Maar wat me opvalt is dat die mensen allerlei tegenstrijdige gevoelens hebben. Sommigen verlangen terug, hoewel ze toch ook de slechte kanten van het verleden zien.

"Dat klopt. Ik schrijf ook over een man die tegen de Finnen heeft gevochten, krijgsgevangen werd gemaakt en na de oorlog op bevel van Stalin naar een strafkamp werd gestuurd. Toch nam hij dat niemand kwalijk: zo ging het in die tijd nu eenmaal.

"Onbegrijpelijk, maar dat hoor je heel veel van mensen die de Stalinperiode hebben meegemaakt. De terreur, daar herinneren ze zich niets van, maar wel hun heerlijke jeugd, de liederen die ze zongen en de reisjes die ze met hun ouders naar de Zwarte Zee maakten.

"Als ze door Oekraïne kwamen, moesten de raampjes en de gordijnen dicht, zodat ze de slachtoffers van de door Stalin veroorzaakte hongersnood niet hoefden te zien.

"Hoe die mensen dat konden wegdrukken... Op de een of andere manier heeft de overwinning in de Tweede Wereldoorlog al die misdaden uitgewist: de hongersnood in Oekraïne, de Stalinkampen. Vooruit, er werden misschien mensen vastgezet, maar de oorlog hebben we toch gewonnen! Vandaar die eindeloze parades ieder jaar. We hebben niets anders om de natie bijeen te houden."

Ook jongeren lijken te verlangen naar het verleden.

"Ja, ongelooflijk. Ik kom wel in studentenhuizen en dan zie ik daar portretten van Marx en Lenin, of Trotski. Ook in het Westen heb je trouwens jongeren die met Lenin of Trotski dwepen.

"Een Franse student legde mij eens uit dat wij het socialisme een slechte naam hadden gegeven. Ja, in Frankrijk heb je makkelijk praten. Bij ons stond boven de poort van een van de strafkampen de leuze: 'Met ijzeren hand dwingen we de mensheid tot geluk!' Zij dachten dat dat werkelijk mogelijk was. Dus roeiden ze boeren uit als klasse en stuurden ze miljoenen mensen naar de kampen. Daar hebben ze veel mee bereikt: die angst zit er nog steeds diep in bij de mensen."

Het komt toch ook doordat er in de jaren '90 niet alleen vrijheid kwam, maar ook een rauw soort kapitalisme.

"Ja, er kwam vrijheid, maar er waren geen vrije mensen. Als je in een kamp hebt gezeten, weet je niet wat vrijheid is.

"Wij kenden alleen het kampleven. We gebruikten wel woorden als vrijheid en democratie, maar wat dat echt inhield, dat begrepen we niet. Daar heb je decennia en misschien nog wel langer voor nodig. Alles stortte ineen en in die chaos waren er twee soorten mensen die de weg wisten te vinden: voormalige communisten en bandieten. Die legden meteen de hand op de staatseigendommen en wij bleven met lege handen achter."

Een Rus en vrijheid, is net als een aap met een bril, zegt een vrouw in een van uw boeken. Dat is wel heel hard...

"Toch hoor je dat wel vaker. Iedereen vraagt zich af: waarom is het bij ons niet gelukt? De één zegt dat Russen de knoet nodig hebben, de ander zegt dat het leven heen en weer slingert tussen de kampbarakken en de chaos, weer een ander verlangt naar de monarchie.

"Rusland is een ketel waarin van alles pruttelt en borrelt. Hoe het verder gaat, kan niemand zeggen, maar je krijgt het gevoel dat het op bloedvergieten gaat uitlopen of, God moge het verhoeden, fascisme. Het bloedvergieten is trouwens al begonnen, in Oekraïne..."

U schrijft ergens: Stalin kan niet worden begraven.

"Nee, tot nog toe is dat niet gelukt. Lenin is in vergetelheid geraakt, maar Stalin niet. Er worden nu zelfs weer musea aan hem gewijd, standbeelden opgericht. En dat is niet het werk van de autoriteiten, dat komt van beneden.

"Maar het zaad is natuurlijk wel gezaaid door televisie. Sinds Poetin aan de macht is, krijgen we eindeloos series over KGB-agenten te zien, over Stalin en ga zo maar door. Kennelijk had Poetin een plan; alleen wij democraten hadden geen plan."

Had er, achteraf gezien, een afrekening met het stalinisme moeten plaatsvinden? Zou dat geholpen hebben?

"Nee, ik denk dat dat niet mogelijk was. Dat zou op een burgeroorlog zijn uitgelopen, want er waren niet alleen miljoenen slachtoffers, maar ook miljoenen mensen die aan de terreur hebben meegewerkt.

"Wij zijn eraan gewend tussen de slachtoffers en de beulen te leven. Stel je voor dat ze geprobeerd hadden die beulen op te pakken... Dat durfde Jeltsin niet aan. Hij had zelf trouwens ook boter op het hoofd: hij gaf bevel het huis te slopen waar de tsarenfamilie was vermoord. Chroesjtsjov had ook bloed aan zijn handen.

"Veel van de hervormers hadden ergens wel wat op hun kerfstok. Niemand had zulke schone handen, dat ze zoiets aandurfden. Ze kwamen allemaal van hier, uit dit leven."

Maar doordat die afrekening nooit heeft plaatsgevonden, zijn de mensen de verschrikkingen van de Stalinterreur ook een beetje vergeten.

"Dat is waar, maar toch kan ik me niet voorstellen hoe dat had moeten gebeuren. Bovendien zaten er tussen die communisten ook veel fatsoenlijke mensen en romantici, zoals mijn vader. Hij was hoofd van een school. Altijd geprobeerd een eerlijk leven te leiden en toch had hij het steeds maar over die Grote Oktoberrevolutie.

"Sommige mensen praten over de mensen die terugverlangen naar het communistische verleden als 'Sovjet-sukkels'. Maar ik houd niet van niet van dat woord 'sovók', 'Sovjet-sukkel'. Voor mij is dat een tragische figuur, zo eenvoudig is het niet. Ik ken veel van die mensen persoonlijk. Ik zou het liever hebben over een 'verloren veldslag'. De schrijver Varlam Sjalamov, die zeventien jaar in het kamp zat, noemde het zo. De communisten probeerden een nieuwe beschaving te scheppen, maar dat lukte niet. Het eindigde in bloed.

"Toen ik de Nobelprijs had gekregen, zei een van mijn vroegere leraren voor de televisie dat ik me had laten omkopen door het Westen. Dat ik de Nobelprijs had gekregen omdat ik lelijke dingen over mijn land zeg. Zo iemand kun je een 'Sovjet-sukkel' noemen, maar ik doe dat niet. Het zijn mensen die ongelukkig zijn. Ze hebben het gevoel dat hun leven helemaal voor niets is geweest."

Uit andere hoek klonk de kritiek dat uw boeken geen literatuur zijn, maar journalistiek, een verzameling getuigenissen.

"Het leven gaat steeds sneller, er verandert voortdurend van alles, dus zoekt de muziek naar nieuwe vormen. Hetzelfde in de kunst. Waarom zou dat dan in de literatuur niet mogen?

"Ik schep uit al die stemmen die ik hoor een symfonie. Ik heb geprobeerd een genre te scheppen waarin ik de melodie kan laten horen van de mensen die anders nooit zouden worden gehoord."

Svetlana Aleksijevitsj, De oorlog heeft geen vrouwengezicht, De Bezige Bij, 384 p., 29,90 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234