Woensdag 12/05/2021

Zwart op wit over kleur

Wie draagt het eerste geelgroene jacquet en kiest voor een citroengele begrafenis?

De geschiedenis van de kleur

Naar aanleiding van de Erfgoeddag over kleur loopt Patrick De Rynck aan de hand van de boeken van Michel Pastoureau, professor aan de Sorbonne, door de geschiedenis van de kleur. Waarom zijn pandjesjassen zwart en goktafels groen? Waarom was de jodenster geel?

Ontkleuring. Waarom maakte Henry Ford lang alleen zwarte auto's? Omdat Ford een chromofobe puritein was. De puriteinen zijn sinds de Reformatie voor sober en tegen kleur. Voor zwart en tegen de liturgische poppenkast van de katholieke kerk, waar Gerard Reve zo graag in verwijlde. Wie zich te kleurig opsmukt, zakt lager dan de dieren, aldus Luthers vriend Melanchton. Diehard protestanten - er waren ook gematigden - accapareerden volgens Pastoureau een kleurvijandige katholieke onderstroom uit de middeleeuwen. Want ook voor een chromoclast als Bernardus van Clairvaux (twaalfde eeuw) was kleur vuige materie. Bedrieglijke luxe. Des duivels. Wie aan zoiets belang hecht, wordt verblind en verliest de essentie uit het oog. Kleur verdonkeremaant.

Bernardus vertegenwoordigde een minderheid. Voor chromofiele christenen was kleur geen materie, maar immaterieel licht. En licht was God. Zij zongen de lof van de kleurrijke schepping en maakten van hun middeleeuwse bidhuizen vrolijke kleurparadijzen. Die middeleeuwse kleurenrijkdom trof je ook aan in vorstelijke paleizen en gerechtszalen, op toernooien, kleren van boeren, burgers en edellieden én op wapenschilden. Pastoureau is ooit begonnen als kenner van de heraldiek. Die leeft nog voort in vlaggen en uniformen en op logo's, tenues en etiketten. Donkere middeleeuwen? Mon oeil.

Ook volgens mediëvist Herman Pleij, auteur van Van karmijn, purper en blauw. Over kleuren van de Middeleeuwen en daarna, waren de middeleeuwen kleurrijker dan onze tijden. Er is al zo'n vijf eeuwen een ontkleuring bezig. Kleuren trokken zich terug in de marge en Pleij ziet ze niet gauw terugkomen. Pasteltinten en rondhossende violette joggingpakken versterken de toppositie van elitair zwart, wit en grijs alleen maar. Klopt dat? Zijn we nog altijd aan het ontkleuren? Zullen onze tijden ook voor kleuren geen kantelmoment in de geschiedenis blijken te zijn? Volgens Pleij niet. Wie draagt het eerste geelgroene jacquet en kiest voor een citroengele begrafenis?

Zwart. Terug naar de protestanten. Zij walgden van middeleeuwse kleurenfolies en kalkten hun en andermans muren wit. Al vóór hen legden vestimentaire wetten luxezucht aan banden. Iedereen moest de passende kleren en kleuren dragen. De wetgeving was vooral gericht tegen jongeren en vrouwen, gepatenteerde aanhangers van nieuwigheden. Het hielp allemaal om... zwart te promoten. Somber en sober, franjeloos zwart én donkerblauw worden vooral in de (mannelijke) kledij in Europa van de vijftiende tot de twintigste eeuw de meest gebruikte kleuren. Vorsten en in hun zog burgers steken zich in het zwart. Ze voegen zich in de oude chromofobe, katholiek-protestantse traditie. Bernardus van Clairvaux, Calvijn en Henry Ford, één strijd!

Pastoureau wijt het aan die kleuronvriendelijke houding dat veel massaproducten tot in de twintigste eeuw nauwelijks kleur vertoonden, hoewel dat technisch had gekund. De eerste telefoons, fototoestellen, typemachines, de auto's van Ford... Allemaal passen ze in de waaier zwart en in mindere mate bruin, grijs en wit. De niet-kleuren.

Wit. Mannen met witte sokken, zij zijn de onwetende behoeders van een traditie die volgens Pastoureau sinds kort teloorgaat. Stoffen die in aanraking kwamen met lijf en leden, moesten wit zijn. Smetteloos, zuiver. Het liefst nog witter dan wit, zoals de reclame het al decennia wil. Wit is heilig.

Wit is van oudsher zuiverheid, ongereptheid, netheid. Altijd schoon. De kleur van engelen, doopjurken en lijkwaden. Natuurlijk is wit geen niet-kleur, integendeel. Niets zo zuiver en ongerept als een ongeschonden wit sneeuwtapijt vrij van vuile voeten. Wit is zó schoon dat we er maar geen afstand van kunnen nemen.

Zwart-wit. Behalve uit zwarte en witte komen we ook uit zwart-witte tijden. Afgaande op de betere recepties, de galabals en de schone designschijn zijn die nog niet passé. Pastoureau laat de zwart-wittijd beginnen met de drukkunst halfweg de vijftiende eeuw, als teksten, gravures en etsen zwart op wit op papier komen, "une profonde révolution culturelle qui a bouleversé l'univers des couleurs". Er ontstaat naast de kleurenwereld een wereld van zwart-witbeelden. De zwart-witwereld is het product van een uitvinding (de drukkunst) die een tendens (chromofobie) heeft versterkt. Echo's van Bernardus' oude kleursmetvrees hoor je bijvoorbeeld in discussies over zwart-wit- versus kleurenfotografie. Michiel Hendryckx schreef daar voor Erfgoeddag over: "Als ik begin van de jaren zeventig aan de Gentse academie fotografie studeer, zijn de eerste twee jaar van de opleiding uitsluitend in zwart-wit en de laatste twee in kleur. Maar onderhuids wordt vrij snel duidelijk dat zwart-wit het 'echte ding' is. Kleurenfoto's hebben op dat moment nog de kwalijke reputatie niet lichtecht te zijn, snel te verkleuren, onbetrouwbaar en dus lichtzinnig te zijn."

Kleur. Terwijl zwart-wit of zwart en wit of kleurloosheid aan de macht zijn, zijn opzichtige kleurfestijnen marginaal en not done tot verdacht. Iets voor kermissen, voor slechteriken en narren, voor verleidsters, voor alternatievelingen, voor volkssporten (tennissen deed je in het wit), voor operettes (een symfonie speel je in het zwart), voor flowerpower-revoluties, voor feesten en reclame, voor komieken in pakken met streepjes of ruiten en voor rosse clowns met rode neuzen. Kleuren zijn in het beste geval bijkomstig en in het slechtste handlangers van de duivel. Ververs en kleurders van stoffen stonden lang in een kwalijk daglicht: behalve vervuilers waren het ook bedriegers die aan Gods schepping tornden. Het apparaat van kleurregels en -wetten dat dienstig was om mensen te stigmatiseren, is schokkend. Het gamma verplicht kleurrijke middeleeuwse marginalen gaat van mensen met een eerloos beroep en al wie is veroordeeld tot gehandicapten, (psychisch) zieken en niet-christenen. Je zult maar roodharig geweest zijn. En ook de gele jodenster is geen nazi-uitvinding.

Blauw. "De volledige geschiedenis van blauw moet nog geschreven worden." (Ultramarijn, Verantwoording) Ik moet Gouden Uil Henk van Woerden tegenspreken: Pastoureau schreef in 2000 een monografie over blauw. Blauw dringt zich vanaf de twaalfde eeuw op en gooit de heersende kleurenorde omver. Pas dan wordt de hemel blauw en draagt Maria blauw. Dat kreeg uiteraard navolging. Voordien stond de kleur niet in hoog aanzien: mensen met blauwe ogen waren voor de Romeinen verwijfd, barbaars, belachelijk. Maar blauw beconcurreert vanaf de twaalfde eeuw rood. Het is sindsdien Europa's voorkeurkleur nummer één gebleven. Zijn totale triomf beleeft het in de twintigste eeuw, als veel mannenkleren en -uniforms van zwart blauw worden. De ultieme zege van blauw is uiteraard de jeans, ons aller uniform.

Rood. Naast wit en zwart was rood millennia lang en in veel beschavingen de derde basiskleur, ook bij de Romeinen en in de vroege middeleeuwen. Wit had twee tegenpolen: zwart en rood. Zwarte heks, rode appel, wit meisje: Sneeuwwitje. Schaken was ooit rood tegen zwart of rood tegen wit. Zwart tegen wit wordt het pas als zwart-wit de macht grijpt. Rood moet vanaf de twaalfde eeuw opboksen tegen zijn tegenpool blauw en doet dat nog altijd. Blauw staat in hedendaagse lijstjes van kleurpsychologen voor devotie, naastenliefde, vriendschap en rust, en in het negatief voor vaag, saai, koud en afstandelijk. Rood is vitaal, krachtig en dominant, en in het negatief nerveus, agressief, schreeuwerig. Westerse volwassenen kiezen volgens enquêtes in meerderheid voor blauw, kinderen voor rood. Rood is fout en rood is verbod, maar rood is ook kracht en liefde. De vlammen van Satan en de tongen van Pinksteren. Rood is het symbool van de onderdrukte proletariërs wier bloed vloeit, maar ook van de macht en de aristocratie. Rood is het goddelijke bloed van Jezus en de rode lantaarn van hoeren.

Groen. Kleur tussen geel en blauw. Geel en groen vormen voor een middeleeuwer het allerbrutaalste contrast. In geelgroen kleedde je gekken en onnozelaars. Groen en rood daarentegen contrasteren in hun ogen nauwelijks, voor ons zijn het tegenpolen. Groen is nu kleur nummer twee, na blauw. Groen is gezondheid, jeugd, vrijheid, strijd tegen viezigheid en afval. Groen is de partner van het zuivere wit geworden. Dat zouden onze voorouders niet begrijpen. Maar groen is ook onrijp, koppig, valse hoop en vergiftiging. En die tweede reeks associaties heeft wél stokoude wortels. Groen was geniepig en hypocriet, de kleur van de wispelturigheid en dus van goktafels en sportterreinen. Groen was fortuin en noodlot, de kleur van vergif en jaloezie. Het wekte onrust, is de kleur van draken, demonen, Marsmannetjes en geld.

Geel. In de middeleeuwen de kleur van verraders, leugenaars, ketters en joden. Van de uitsluiting. Volgens enquêtes nog altijd de minst gewaardeerde hoofdkleur. Devalueerde al in de Oudheid, waar geel lang wel een goede naam had, net als in Azië. Verraders dragen gele kleren en zijn steevast ros, het meest kwaadaardige geel waar ook de kwalijke facetten van rood in zitten: hel, geweld, bloed. Rosse haren stonden in de meeste samenlevingen in een kwaad daglicht, van de bijbelse tot de Germaanse. Geel was ook herfst, aftakeling, ziekte. Zijn dichte collega goud trok als het ware al het positiefs naar zich toe: goud is zowel materie als licht, is energie, macht, vrolijkheid. De impressionisten rehabiliteerden geel, maar kunst is dan al een marginale bezigheid. Geel wordt sinds de negentiende eeuw ook gevaloriseerd als 'primaire' kleur. Het heeft een nieuwe concurrent: oranje, symbool van vreugde, vitamines en vitaliteit.

Er zijn geen universele waarheden over kleur en alles is context, zegt Pastoureau. Zo werd ik onlangs geroerd door een grafbeeld van een witte zwarte vrouw uit de Afrikacollectie van de Leuvense universiteit. Wit is voor de Yombe in Congo de rouwkleur. Om maar te zeggen: het wereldverhaal van kleuren ziet er heel anders uit dan het Europese.

Terwijl zwart-wit of zwart en wit of kleurloosheid aan de macht zijn, zijn opzichtige kleurfestijnen marginaal en not done tot verdacht

De boeken van Pastoureau, die zichzelf tergend graag herhaalt, zijn niet in het Nederlands vertaald, sommige wel in het Engels. Een vlotte inleiding op zijn kleurwerk is Le petit livre des couleurs. In Bleu. Histoire d'une couleur kom je zijn ander werk op het spoor en krijg je een bibliografie van kleurenpublicaties.

Raster, nummer 111/112 over 'Kleur'.

Michel Pastoureau & Dominique Simonnet, Le petit livre des couleurs, Panama.

Erfgoeddag 2006 over 'kleur'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234