Maandag 24/01/2022

'Zwart, homo en arm, maar geen slachtoffer'

'Een soort stadslegende uit Rio': zo wordt het hoofdpersonage uit Madame Satã, de debuutfilm van de Braziliaanse regisseur Karim Aïnouz , door de filmmaker zelf omschreven. Madama Satã was slechts een van de talrijke 'artiestennamen' van João Francisco dos Santos - zwart, homo en straatarm - die er in de jaren dertig van droomde een travestiester te worden in Lapa, de rosse buurt van Rio.

Cannes

Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

João Francisco werd in 1900 geboren in het noordoosten van Brazilië en na de dood van zijn vader als achtjarige jongen door zijn moeder verkocht aan een paardenkoopman. Of juister: hij werd geruild voor een muilezel. Een jaar later vlucht hij naar Rio en wordt daar het hulpje van een prostituee uit de Lapa-wijk. Jaren achtereen werkt hij als kelner en kok in allerlei bordelen en droomt inmiddels van een eigen showbizzcarrière. Tussendoor belandt hij regelmatig achter de tralies voor allerlei diefstallen en geweldplegingen. In totaal zou Dos Santos uiteindelijk meer dan een derde van zijn leven (1900-1976) in de gevangenis doorbrengen, onder meer tien jaar voor moord. Maar hij triomfeert ook enkele keren als 'koningin' van het carnaval en maakt vooral furore onder de naam Madame Satã, gebaseerd op het personage van Madame Satãn, uit de gelijknamige Hollywood-film van Cecil B. De Mille. Vorig jaar in Cannes kwam regisseur Karim Aïnouz zijn debuutfilm presenteren in de 'Un certain regard'-selectie.

Hoe beroemd/berucht is die Madame Satã-figuur nu nog in Brazilië?

Karim Aïnouz: "Het personage van Madame Satã is voornamelijk bekend in Rio de Janeiro. Je zou kunnen zeggen dat hij op zichzelf een soort stadslegende vormt. Zijn hoogdagen beleefde Madame Satã in de jaren dertig en veertig, maar in het begin van de jaren zeventig, ten tijde van de militaire dictatuur, is hij opnieuw populair geworden, onder meer via een interview in het linkse tijdschrift Pasquim, dat toen van hem een soort held van de underground heeft gemaakt. Maar buiten Rio is Madame Satã, die in het voorjaar van 1976 overleed, grotendeels onbekend gebleven."

Misschien kwam dat ook wel door de vele namen die hij gebruikte?

"Ja, telkens als hij de gevangenis in vloog, nam hij een andere naam aan, zodat hij steeds weer voor een 'nieuwe' gevangene kon doorgaan. (lacht) Misschien was dat zijn manier om niet als recidivist beschouwd te worden. In de film gebruik ik vooral de naam João Francisco dos Santos en de reden daarvoor is dat die naam in het Portugees zoveel betekent als John Smith in het Engels of Pierre Dupont in het Frans. Met andere woorden, een heel gewone naam, want voor mij is deze film in eerste instantie het verhaal van een gewone man. Madame Satã wil zeker niet het leven van een 'held' vertellen; het is veeleer een intiem portret van een personage dat in zijn leven heel veel verschillende dingen heeft gedaan, waarvan er enkele misschien 'heldhaftig' genoemd kunnen worden.

"Rio was in die periode al een zeer belangrijke haven, een zeer kosmopolitische stad en tegelijk ook een zeer Afrikaanse stad, want na de afschaffing van de slavernij in Brazilië in 1888 werd Rio als hoofdstad echt het centrum van de zwarte immigratie. Die afschaffing had toen namelijk een zeer pervers neveneffect. De slavernij was weliswaar afgelopen, maar de zwarten kregen geen werk meer aangeboden. Men importeerde liever Italianen, Duitsers en Portugezen in een soort poging om het Braziliaanse werkvolk te 'verbleken'. De zwarten zaten zonder werk en trokken massaal naar Rio om daar vaak in de, al dan niet criminele, marginaliteit te belanden."

De Lapa-wijk, die toen blijkbaar de bohémienbuurt van Rio was en waar een groot deel van Madame Satã zich afspeelt, wordt in de persmap omschreven als een soort 'tropisch Montmartre'.

"Dat komt omdat er in die periode in Rio ook sprake was van een zeer sterke invloed vanuit Frankrijk. Dat land fungeerde toen echt als dé culturele referentie. Vandaar ook de verwijzingen naar bijvoorbeeld Josephine Baker. Die is zelf enkele keren op bezoek geweest in Brazilië, een keer met haar spektakel en een andere keer met Le Corbusier. In die Lapa-wijk woonde ook een grote populatie prostituees, die ofwel Frans ofwel Pools was. Die laatste groep bestond eigenlijk uit joodse vrouwen, die afkomstig waren uit Oost-Europa. Rio was toen echt een ongelooflijke smeltkroes, met een grote seksuele vrijheid, zeker in zo'n typische bohémienwijk als Lapa.

In die context had de homoseksualiteit van João Francisco dos Santos dan ook niets choquerends. En voor hemzelf is dat ook nooit een probleem geweest. Die grote vrijheid betekende echter ook weer niet dat alles toegelaten was, want Brazilië is weliswaar een vrijheidsminnend maar tegelijk ook nogal hypocriet land. Op dezelfde manier wordt er ook gedaan alsof er in Brazilië geen racisme zou bestaan; het bestaat nochtans wel, maar men praat er niet over. Tijdens zijn leven heeft Madame Satã dus veel moeten onderhandelen. Er waren momenten en plaatsen waar hij zwaar gediscrimineerd werd, maar ook plaatsen waar dat absoluut niet het geval was. In de gevangenis, bijvoorbeeld, waar hij over veel autoriteit beschikte.

"Wat mij vooral in dat personage fascineerde en wat ik ook het interessantste vind aan Madama Satã, is het feit dat hij werkelijk alles had om een slachtoffer te worden - hij was zwart, hij was homo, hij was arm - maar dat hij zich nooit in een slachtofferrol heeft laten dwingen. Hij werd uitgescholden, hij werd gediscrimineerd, zijn leven was bijzonder hard, maar toch heeft hij nooit zijn joie de vivre, zijn levenslust verloren. Dat vond ik behoorlijk indrukwekkend. Toen ik al die verhalen over hem hoorde of las, heb ik mij vaak afgevraagd waarom die man, geconfronteerd met al die obstakels, het nooit heeft opgegeven. Hij behield niet alleen zijn plezier in het leven, maar hij bleef zich ook verzetten. Meer zelfs: hij bleef zichzelf steeds opnieuw uitvinden. Vandaar ook die talrijke naamsveranderingen, als een soort letterlijke manier om zichzelf telkens opnieuw als een ander personage uit te vinden. Het was alsof hij steeds op zoek was naar nieuwe wegen, andere manieren om toch maar in leven te blijven."

Was João Francisco dos Santos echt zo overtuigd van zijn showtalent? Of was dat meer een soort blinde overlevingsdrang?

"Ik denk dat zijn drang om een artiest te worden vooral te maken had met het feit dat hij zich daarmee van een podium verzekerd wist, een plek waar hij telkens iemand anders kon zijn. Daarnaast was hij ook iemand die niet alleen maar wilde dromen; hij wilde zijn wensdromen in daden omzetten. Telkens hij zich transformeerde in Carmen Miranda of een andere vrouw, was dat voor hem een mogelijkheid om zich zover mogelijk van zijn dagelijkse leven te verwijderen. Maar in werkelijkheid is hij nooit een groot kunstenaar geweest; hij is altijd een groot amateur gebleven. Hij zong wel, maar hij had niet echt talent. Hij had wel ontzettend veel charisma, niet door zijn perfectie, maar veeleer door zijn fouten en gebreken. Dit is dus niet het verhaal van een onbegrepen kunstenaar of van een vergeten artiest.

"Bij de voorbereiding van de film dacht ik nog dat Madame Satã voor haar shownummers in de film een welbepaalde stijl moest hebben , een herkenbaar register, iets wat van hem een 'auteur' zou maken. Maar ik heb snel begrepen dat dat een dwaze benadering was. Het was niet zijn 'stijl' die Madame Satã interessant maakte, maar juist het feit dat hij elke keer iets totaal nieuws deed en totaal anders van wat hij de vorige keer gedaan had."

Vervolg op pagina 22

Het titelpersonage wordt vertolkt door theateracteur Lazaro Ramos, voor wie dit slechts zijn tweede film is.

"Dat was inderdaad niet vanzelfsprekend. João Francisco dos Santos was eigenlijk zelf een acteur, want in zijn leven speelde hij allerlei verschillende rollen, zowel in het dagelijkse leven als in de cabarets waar hij optrad. Om dat personage te vertolken had ik dus ook een acteur nodig die heen en weer kon schuiven tussen naturalisme en theatraliteit. Daarnaast moest het iemand zijn die zowel kon dansen als vechten, iemand met een zeer sterke fysiek ook. Lazaro Ramos was op het moment van de opnamen vooraan in de twintig, maar hij moest in staat zijn om João Francisco te vertolken die in de film al 32 is.

"Het was dus behoorlijk gecompliceerd om de juiste acteur te vinden, temeer daar er in Brazilië weliswaar veel zwarte acteurs zijn met talent, maar zonder veel werk. Ze krijgen dus nauwelijks de kans om ervaring op te doen. Met Lazaro Ramos hebben we een voorbereidingsperiode van enkele maanden gehad, waarin niet alleen de acteerscènes gerepeteerd werden, maar waarin hij ook intens getraind werd voor de dansscènes en voor de capoeira (typisch Braziliaanse vechtstijl, JT)."

De film handelt weliswaar over een flamboyante travestiet, maar de vormgeving...

"(lacht) is helemaal niet de glitterstijl van Baz Luhrmann (de regisseur van de visueel exuberante en wellustige musical Moulin Rouge, JT). Een groot deel van mijn film speelt zich af tijdens het dagelijkse leven van Madame Satã, dat dus helemaal niet zo glamoureus was. En het showgedeelte is al evenmin van topkwaliteit, maar meer iets van tweede of zelfs derde categorie. Ik heb deze film bijna als een documentaire willen draaien. Het leven van een personage zoals Madame Satã laat zich niet verfilmen op een klassieke manier en al evenmin op jubelende wijze."

'Toen de slavernij werd afgeschaft, kregen de zwarten geen werk. Men importeerde liever Italianen, Duitsers en Portugezen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234