Dinsdag 20/10/2020

‘Zware gevallen mogen zich voor mijn part vertalen in een zware straf. Punt’

Begin juni stond hij nog in de rechtbank als advocaat van de ouders Leus. Zij verloren hun dochter Emilie bij het zware accident in Oosterzele waar drie studentes het leven lieten. Maar binnenkort gaat advocaat Gaston Moentjens (65) met pensioen. Honderden zwaar gewonden stond hij bij, honderden nabestaanden van verkeersdoden en ook honderden onvoorzichtige chauffeurs. Het ergste op het einde van zijn carrière waren de cases met doodgereden kinderen. ‘Ik accepteerde het precies niet meer.’ Na ons gesprek leidt meester Moentjens ons naar buiten met de woorden: ‘En wees voorzichtig op de weg.’Door marijke Libert / Foto Jonas Lampens

Meester GastonMoentjens

eertig jaar geleden begon hij bij de Gentse balie. Het verkeer was toen minder druk, het aantal doden op de weg niet zo spectaculair. De vrees dat je jouw kind op de fiets dat je ’s ochtends uitzwaaide misschien niet terugzag, minder groot. Maar dat veranderde allemaal de voorbije decennia, onder de ogen van deze advocaat, in zijn dossiers, voor de rechtbanken waar hij zijn cliënten bijstond.

Moentjens: “Wagens werden technisch steeds beter uitgerust, reden sneller, er heerste intussen nog een grote tolerantie tegenover alcoholgebruik achter het stuur. Een stringenter, strenger en meer gelijkvormig beleid drong zich op. Nu hebben we die strengere wetten en toch blijven zich drama’s voordoen. Een van mijn laatste zaken zal die zijn als advocaat van de ouders Leus. Zij verloren hun dochter Emilie bij het zware accident in Oosterzele waar drie studentes het leven lieten. De veroorzaker van 22 kreeg een fiks rijverbod, maar wat weegt dat op tegen de feiten? Wat is drie jaar verbod om een voertuig te mogen besturen vergeleken bij het eeuwige verlies van het slachtoffer? Toch maar een peulenschil. Ach, dit zijn toch zaken waar je, zelfs na veertig jaar meemaken, voor in je stoel gaat zitten, onderuitzakt en diep zucht.”

Waarom koos u voor het specialisme verkeer?

“Ik deed mijn stage bij meester Gerard Moyaert, specialist verkeer en verzekeringsrecht. In die tijd bestond de politierechtbank nog niet. De zware ongevallen met doden en gewonden kwamen voor de correctionele hoven en de hoven van beroep. Daar ging het dan veelal om de zware dossiers, ongevallen met doden en zwaar gewonden. Voor de rest deden we schadegevallen van slachtoffers, en behandelden we het hele spectrum van de verzekeringen. Het ging iets minder over kinderen die van de sokken werden gereden door snelheidsduivels of incidenten met dodehoekspiegels. Het verkeer verliep rustiger en was lang niet zo gevaarlijk.”

Tot er een belangrijke wending kwam, wanneer?

“Met het probleem van het dronkenschap achter het stuur. Toen ik in 1970 aan de balie kwam, was de strafbare limiet 1,5 promille, omgerekend zo’n tiental pinten. Met uw kas vol kon je toen gewoon de auto in. Chauffeurs met tussen de 1,5 en 1,6 promille in het bloed konden nog worden vrijgesproken. Als je daar voorbij was, was het ernstig, en dan nog. Zwaar beschonken chauffeurs kregen rijverboden tussen de acht en veertien dagen, tot hoogstens een maand. Ik denk dat men toen nog niet besefte welk gevaar het betekende om dronken rond te rijden. Door het groeiende aantal weekenddoden is het ineens een focus geworden. Onder Europese druk werd er ook daadwerkelijk iets aan gedaan. België was al jaren de slechtste leerling in de Europese klas. Wat weekenddoden betrof was ons land niet uit de top drie weg te slaan. Eind jaren zeventig is de limiet dan op 0,8 promille gekomen. Groot spel hier in België. Het was alsof onze speeltuin werd afgepakt. Zo werd dat ervaren. Ik herinner me nog hoe we in 1976 bezoek kregen van confraters uit Luxemburg, voor een voetbalmatch onder advocaten. Nu, die keken zich de ogen uit. Bij hen gold toen al de regel van maximaal 0,5 promille. Die mannen hebben hier toen nogal plezier gemaakt. ‘Dit is het aards paradijs’, riepen ze uit.

“We hadden op kantoor in die periode nogal wat zaken lopen rond vergoedingen van slachtoffers. Als bij zware fouten en een promille van 2,2 tot 2,5 de rechter een verband legde tussen de intoxicatie en het ongeval, kreeg de chauffeur de volle lading: rijverbod, maar ook de terugbetaling van een gigantische schadevergoeding. Toen stond op het verhaal van de verzekeraar geen limiet. Die mocht de vergoeding die hij aan het slachtoffer betaalde volledig terugvorderen bij de chauffeur. Dat kon tien miljoen frank bedragen. Vandaar dat een pak veroordeelden gewoon verhuisden naar het buitenland om daar te herbeginnen. Je kunt in Spanje of de Canarische eilanden nog Belgen tegenkomen die er ooit gingen wonen om hier aan de zware schuldenberg te ontvluchten, schulden die het gevolg waren van zo’n ongeval.”

U stond zowel slachtoffers als chauffeurs bij als advocaat?

“Beiden. En dat waren er van alle soorten. Zo herinner ik me nog zeer goed een vrachtwagenbestuurder die op een ochtend een jongere van dertien onder de achterwielen kreeg en doodreed. Klassiek geval van dodehoekspiegel zeg je dan. Die man werd een tijdlang opgenomen in de psychiatrie. Hij was zelf vader en kon het maar niet verwerken dat hij aan het leven van een ander kind een einde had gemaakt. Iedereen zei hem: ‘Je kon er niets aan doen’, maar zo eenvoudig lag dat niet voor hem. Hij was een gebroken man, had medische hulp nodig, maar weigerde nog achter het stuur plaats te nemen. Alles was hij kwijt. Zijn werk, zijn leven.”

In dit geval was u advocaat van de chauffeur, maar een paar weken later kon u evengoed bij een familie zitten van wie het kind onder een vrachtwagen omkwam.

“Dat kon. En daar zag je uiteraard een ander soort verdriet, bijna te vreselijk voor woorden. Ons werk is altijd een beetje schizofreen.”

Even terugspoelen naar anderhalve week geleden toen het vonnis werd uitgesproken over het ongeval in Oosterzele. U was toen zwaar teleurgesteld. Wat denkt u nu?

“Hetzelfde als kort na de uitspraak. Ik vind het nog altijd zeer erg. De ouders waren en zijn nog steeds niet belust op wraak. Hun terechte bekommernis was dat het vonnis een signaal moest zijn. Een maatschappij kan ook niet dulden dat drie jonge, onschuldige mensen hun leven moeten afgeven door de stommiteit van één man, die een rijfout maakte na een hele nacht uitgaan, die zwaar vermoeid achter het stuur kroop en met een intoxicatie tussen 1,5 en 1,6 de bocht miste. Het ongeval was het product van de mengeling van vermoeidheid en intoxicatie, maar dat causale verband werd niet gelegd. Er was een aparte uitspraak over de onvrijwillige doding en een over de intoxicatie. Zoiets is ondraaglijk voor die families.”

Hebt u ooit met slachtoffers gepraat die zo’n ernstige aanrijding overleefden en de fameuze laatste seconden konden beschrijven?

“Hier zit er een voor u. (twijfelt) Ik wil daar eigenlijk niet veel over kwijt, alleen dit: ik ben ooit als fietser omvergereden, in de buurt van een ringweg, naast het water. Tot op de dag van vandaag kan ik me niets herinneren van het moment van de crash. Het is alsof het nooit gebeurde. Toen ik bij bewustzijn was, kwamen onderzoekers bij mij een verklaring afnemen. Een dag later stonden ze er opnieuw met de boodschap: ‘Het kan niet, wat u daar zei. U zag een auto rechts opdoemen, maar dan was hij uit het water moeten komen rijden.’ Dit leerde me hoe voorzichtig je moet zijn met verklaringen die meteen na een ongeval worden gegeven, zowel door de gewonden als de veroorzakers. Het leerde me ook iets over de effecten en gevolgen van een shock, bij zowel slachtoffers als chauffeurs.”

Zoals vluchtmisdrijf. Kunt u dat verklaren?

“Het gebeurt steeds meer de laatste jaren. Ik heb het daar bijzonder lastig mee. Het hangt altijd samen met het individu dat een fout begaat. De een zegt meteen: sorry, dit is mijn fout, een ander zal proberen het af te wentelen op een ander.”

Of het verdringen.

“Niet als er een slachtoffer op de weg ligt, dat kún je niet verdringen. Iemand die vlucht, is in paniek, over zijn toeren, de kluts kwijt, of in het uiterste geval heel berekend omdat hij weet hoeveel alcohol hij in zijn bloed heeft.”

Heeft u het moeilijk om zulke mensen te verdedigen?

“Nogmaals, iedereen heeft recht op verdediging, maar leuk is het niet, want je ziet de bui wel hangen. Dan durf ik al eens te zeggen: beste vriend, hier zal je niet goed uit komen.”

Wat met verongelukte mensen die mede aansprakelijk worden gesteld? Neem die twee meisjes die doodgereden werden in de Gentse Gasmeterlaan, door een dronken chauffeur die vluchtmisdrijf pleegde. Zij waren mee schuld, zei de rechter.

“Die rechter had gelijk. Die meisjes staken de rijweg over buiten het zebrapad, dus buiten de beschermde zone. Een wagen heeft daar voorrang op de voetgangers, hoe snel hij ook rijdt. Tenzij het aankomende verkeer niet te voorzien was. Nu, in dit geval bevond de auto zich op een kleine zestig meter van de meisjes. Ze hadden hem kunnen zien, was de stelling. En technisch gezien klopte dat.”

Maar de publieke opinie bekeek het menselijk. Een dronken man rijdt met overdreven snelheid twee meisjes dood. De meisjes krijgen postuum een veeg uit de pan. Pijnlijk.

“Toch moet je ook in deze verschrikkelijk schrijnende gevallen objectief blijven. Ik vond het zelf ook erg, geloof me vrij.”

Er wordt nooit rekening gehouden met de emotionele factor?

“Nee. Je blijft best zo rationeel mogelijk bij de beoordeling van de aansprakelijkheid, ook bij de strafmaat. Een ongeluk is een geheel van oorzaak en gevolgen. Iemand maakt een stuurfout. Dat kan als gevolg hebben blikschade, maar ook onvrijwillige slagen en verwondingen als je iemand daarbij verwondt, of onvrijwillige doding als je iemand daardoor doodrijdt. In al die schakeringen kan de oorzaak van het ongeval hetzelfde zijn, maar de gevolgen zorgen mee voor de graad van de maatschappelijke impact. De wet voorziet ook strengere straffen naargelang van de gevolgen, maar de fout blijft dezelfde.”

Voorzitter Cheyns, die het vonnis uitsprak over de zaak in Oosterzele, gaf op het einde de pijnlijke en ongepaste opmerking aan de chauffeur: ‘Wees in het vervolg toch voorzichtig’. De ouders van de slachtoffer waren murw. Zelfs wij, de pers, huiverden op onze banken. Hoe kan dit toch?

“De ouders hadden om een signaal gevraagd en kregen het niet. Omdat het verband tussen ongeval en dronkenschap niet werd gelegd in het vonnis, waren ze van de kaart. Bovendien zei de rechter dat hij de veroorzaker van het ongeval geen werkstraf kon opleggen. Hij achtte de man niet in staat in scholen te gaan getuigen. Ook daarom hadden de ouders verzocht. Oosterzele is het tweede zware drama dat ik meemaakte in mijn bestaan. Het eerste was een ongeval in Asse van een dronken melkboer die op een klas kleuters inreed. Er vielen toen verschillende doden. Zware gevallen mogen zich voor mijn part vertalen in een zware straf. Punt. Pas op, die jongen, Steven B., moest niet met de voorhamer worden bewerkt, maar zo’n vijf jaar rijverbod waarvan vier effectief, dat had misschien ook gekund.”

Maar wat met die einduitspraak van Cheyns, over dat voorzichtig zijn?

“(haalt schouders op) Ik heb dat écht niet begrepen. De dag nadien had ik een zaak in Dendermonde, alweer een dodelijk ongeval, de zaak van die kettingbotsing in Waasmunster bij dichte mist. We stonden daar met advocaten uit Leuven, Brussel, Antwerpen, Mechelen, Gent en West-Vlaanderen, allemaal mensen die verkeer doen en elkaar regelmatig tegenkomen. Onze ontgoocheling was unaniem. Iedereen zei: justitie krijgt hiermee weer zo’n slecht imago, welk effect zal dat hebben op de gemeenschap?”

In dit land doen de politierechters zeer verschillende uitspraken. Neem Peter D’Hondt in Dendermonde, die steeds de zwaarste straffen uitspreekt. Wat vindt u daarvan?

“Dat is een beetje de andere uiterste kant. Oké, dat je in eer en geweten oordeelt dat die dronkaards en snelheidsduivels van de baan moeten, maar je moet toch een evenwicht bewaren. Tenslotte heb je steeds met onvrijwillige zaken te maken. Extreme uitspraken kunnen ook ongeloofwaardig overkomen.”

Is D’Hondt dan niet geloofwaardig?

“Toch wel, maar ik heb de tijd meegemaakt dat er constant in beroep werd gegaan tegen zijn vonnissen en dat twee derde nadien hervormd werd. Wat schiet dan van zo’n vonnis over? Enkel het signaal? Je mag ook geen recht spreken bij wijze van voorbeeld. Je moet een bepaalde lijn aanhouden en een evenwicht nastreven, zonder voorhamers of extreme vonnissen die nadien toch tenietgedaan kunnen worden.”

Wat vond u in uw carrière goede signalen van rechters?

“Ik vrees dat je niet alleen naar de rechters moet kijken, maar ook naar de parketten. Ikzelf ben ooit plaatsvervangend politierechter geweest. Ik stelde toen een zekere tolerantie vast bij de parketten, terwijl zij het zijn die moeten vervolgen. Ik herinner me nog zeer goed het dossier van een man die voor de zevende keer een ongeval had veroorzaakt, met intoxicatie, met vluchtmisdrijf ook. Hij reed ook ongegeneerd rond met zijn wagen als hij rijverbod had. Ik zat met stijgende verbazing zijn dossier te lezen. Ik dacht: wat moet ik hiermee doen, waarmee breng je die man tot een zeker bewustzijn van zijn gevaarlijk rijgedrag? Het Openbaar Ministerie vorderde toen vijf jaar rijverbod. Ik heb gezegd: mijnheer de procureur, de zevende keer staat hij hier, zes keer kreeg hij een straf waar hij kennelijk weinig last van had. Deze chauffeur komt bij wijze van spreken buiten en stapt weer in zijn wagen. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb hem levenslang rijverbod gegeven. Natuurlijk ging hij in beroep en wat bleek? Nicole De Wilde bevestigde mijn uitspraak. Dat was een hele opluchting voor mij.”

U verjaart vandaag, u bent 65, gaat eind deze maand met pensioen. Het is genoeg geweest?

“Het is een intens beroep, met grote verplichtingen, waarvan men zich nauwelijks bewust is en waarvoor je veel moet opofferen. Je privéleven bijvoorbeeld.”

Met u verdwijnt op de Gentse balie een speciaal figuur. U was de man die ooit autobanden in de rechtszaal binnenrolde als bewijsmateriaal. Gaston Moentjens, dat was een fenomeen.

“Ik kwam steeds uit voor mijn ideeën. Ik vind dat je als advocaat zo mag zijn. Je wordt mede gedragen door je karakter, genetisch materiaal, maar ook door je opleiding. Ik had een schitterende stagemeester. Ook dat is mijn geluk geweest, dat hij mij gevormd heeft. Ik heb tijdens mijn eerste jaar stage zelfs bij mijn patron ingewoond, ik ging enkel tijdens het weekend naar huis. Die man hield zich enorm met mij bezig, gaf me opdrachten, leerde me scherpe analyses te maken. Hij leerde me ook het leven, de kunst te beminnen. Dat - samen met de vorming aan de universiteit door Etienne Vermeersch en Leo Apostel, die me leerden precies en logisch te denken - vormt een mens. En later bouw je sociale vaardigheden op bij je cliënten. Maar de deontologie regeert en die zegt: iemand is maar correct verdedigd als al zijn wettige verdedigingsmiddelen werden benut.”

En dat geldt ook voor doodrijders van kinderen?

“Ook voor hen. Ik heb er tijdens mijn carrière geen last van gehad dat ik hen juridisch bijstond, tenzij op het einde. De laatste jaren verdroeg ik het gewoon niet meer dat er kinderen werden doodgereden. Toch ben ik mijn werk correct blijven uitvoeren. Ik berispte deze cliënten wel altijd, ze kregen redelijk onder hun voeten op mijn bureau. Ik waarschuwde hen dat hun zaak niet zomaar, zonder verder gevolg, kon aflopen, dat ze het zouden voelen en dat ik daar niets aan kon veranderen. Wat dan weer losstond van de verdedigingsmiddelen die ik tot op het bot zou inzetten. Maar de rechtvaardige of rechtmatige straf nadien was te aanvaarden.”

Hoe was hun reactie hierop?

“De meesten zaten er redelijk schuldbewust bij en knikten, sommige hadden tranen in de ogen, stamelden iets. Ik heb hier mensen zien ineenzakken, wenen, zwaar berouw tonen, maar ik heb ook anderen gezien. Onverschillige mannen, die het allemaal niets deed. Ik ondervond met de jaren hoe de onverschilligheid toenam, in alle leeftijdscategorieën.”

Wat doe je als advocaat tegenover cliënten zonder schuldbewustzijn?

“Wat kun je anders doen dan vaststellen en gruwen. In jezelf zeg je: bon, jij hebt ook maar meegekregen wat anderen je meegaven. Je ziet de impact van de opvoeding zeer goed.”

Ik ken verhalen van jongeren die als helden werden binnengehaald bij hun vrienden omdat ze zwaaiden met een rijverbod.

“Ik ken voorbeelden van mensen die zelfs een bepaald aanzien kregen in hun omgeving omdat ze een paar weken zonder rijbewijs zaten. Die bestaan, maar gelukkig is dat een minderheid. Het is wel zo dat de confrontatie met feiten een besef doet kweken. In Sint-Niklaas had je ooit een politierechter die straffe rijverboden uitsprak, maar die verboden konden worden opgeschort als de veroorzakers een lessenreeks volgden waarbij onder meer gruwelijke foto’s werden getoond. Blijkbaar had dat effect. Ik vond het een wijze maatregel.”

Zijn er zaken die u meeneemt na uw carrière, die u moeilijk kunt loslaten?

“Wat me het meest dooreenschudde doorheen de jaren zijn die dodelijke ongevallen met kinderen en jongeren. Omdat daar de natuurwet overschreden wordt, de wet die zegt dat het de kinderen zijn die ooit van hun ouders afscheid moeten nemen, niet omgekeerd. In geen enkel levensprogramma staat ingeschreven dat de vader en moeder hun kind zullen moeten begraven. Door de evolutie in ons verkeer, de snelheid, densiteit, en stress zitten we helaas steeds meer met situaties waarin dit toch gebeurt. En hoe goed de verwerking ook loopt, de littekens blijven. Altijd weer op feesten, bijeenkomsten, verjaardagen doet die wonde verschrikkelijk veel pijn. Altijd blijft één stoel leeg staan. Heel soms is die stoel ook gevuld, een rolstoel, met een zwaar gehandicapt kind erin, slachtoffer van een ongeval. Ik ken bijzonder schrijnende gevallen, ik volg ze soms jaren. Ook dat leed is zwaar om te dragen.”

Heeft de veroorzaker zijn hele leven lang die lege stoel of die rolstoel in gedachten? Wat denkt u?

“Ik ken chauffeurs die een zware rugzak torsen voor de rest van hun leven. Anderen hebben weinig last en vergeten snel. Ik heb ook wel eens vreemde dingen meegemaakt met nabestaanden. Eén confrontatie doet me nog rillen: die met de vader van een kind dat op een afschuwelijke manier in het verkeer aan zijn einde kwam, op slag dood was, door onthoofding. Te vreselijk voor woorden. Nu, die vader dus kwam me vertellen dat hij een weddenschap had afgesloten met een vriend over de mogelijke schadevergoeding die hij kon krijgen. Ik viel bijna uit mijn stoel, en zei: ‘Mijnheer, hier doe ik niet aan mee.’”

Bent u door uw werk een ander soort chauffeur geworden?

“Ik let enorm op mijn rijgedrag. Maar er is nog iets. Als ik door Gent rijd, is bijna geen enkele straat, geen enkel kruispunt, geen enkele hoek me onbekend. Ik beschouw die plekken aan de hand van de ongevallen die er gebeurden en waar ik als advocaat bij betrokken was. Ik rij dus rond en hoor mezelf zeggen: tja, hier die zwaar gekwetste, daar een dode, daar in die bocht... Ik kan een stadsplan maken op basis van mijn cases. Ik ken de zwarte punten, de plekken waar de meeste doden vielen. Voor mij heeft de Deinsesteenweg een bijzondere betekenis. Ik heb in totaal voor drie kinderen gepleit die in die straat, op eenzelfde strook van een paar honderd meter, op verschillende tijdstippen de dood vonden.”

Alweer drie gezinnen ook bij wie u bijna samen met de begrafenisondernemer binnentrad.

“Na het eerste verteren van het bruuske vertrek en het grote gemis, komt de wonde van het proces. Je moet adequaat werken met deze zwaar gehavende mensen die jouw empathie verdienen en krijgen, maar in de behandeling van je dossier mag je niet op emotionaliteit drijven. Dan moet je met feiten en rechtsmiddelen komen, helder en duidelijk. Je weet echter en je zegt ook dat elk vonnis, elke schadevergoeding maar een aalmoes is die niet te vergelijken is met het rauwe verdriet dat die mensen doorstaan. Alles is steeds in wanverhouding, elke vergoeding. Op een mensenleven staat geen prijs, dat is onbetaalbaar.”

Wat is dan het nut van schadevergoedingen?

“Daar is veel discussie over. In Scandinavië bijvoorbeeld kent men dat niet, de morele schadevergoeding. Hun redenering is: je slaat geen geld uit miserie. Overal waar Calvijn ooit passeerde, heeft men moeite met die vergoedingen. In Nederland is het ook niet evident. De grens ligt in België. Als je meer naar het zuiden gaat, stijgt de omvang van schadevergoedingen die worden geëist en ook verkregen. In Italië, Spanje, Griekenland kan het gewoon niet op.”

Veertig jaar carrière sluit u volgende week af. Is het ondanks de thematiek een mooi beroep?

“Toch wel, op voorwaarde dat je het met passie beleeft. Maar het is nu tijd om te gaan, er zit een formidabele opvolger klaar en voor mij is het goed geweest. Nu komt de familie in het vizier, de kinderen en vooral de kleinkinderen die me al die jaren misten, die me eigenlijk amper kennen.”

Zeggen ze straks: ‘Zo zo, dus die vreemde man is opa’?

“(lacht) Ze zeggen niet opa of pépé. Ze noemen me Ché. Daar stond ik op. Naar Guevara, jawel. Ik vind dat ik hen moet bijbrengen dat we in deze wereld dwarsliggers nodig hebben. Zonder dwarsliggers gaat de trein van de sporen. Je moet durven in te gaan tegen bepaalde stromen, geargumenteerd weliswaar, niet roepend en tierend, maar uitgebalanceerd, juridisch onderbouwd. Alleen dan zul je beluisterd worden. Ik hoop dat ik van mijn kleinkinderen kritische geesten kan maken. En nu wil ik er voor hen dus zijn. En daarnaast wat reizen en van kunst genieten. Ik wil schone dingen gaan zien.”

Weg van de materiële schades, de verhakkelde voertuigen, de zwaar verminkte slachtoffers.

“Ik heb inderdaad nogal wat verval en kapotte dingen gezien, maar de schoonheid ben ik nooit uit het oog verloren. Dat hield me in evenwicht. Mijn stagemeester, Gerard Moyaert dus, woonde op de Fortlaan, naast Jan Hoet. Jan waaide af en toe binnen, en die kennismaking heeft zijn invloed gehad. Door hem kreeg ik belangstelling voor kunst, van hem leerde ik hoe dat je geest opent. De schoonheid was bovendien heilzaam als je af en toe de lelijke kant van het leven ziet. Ik vroeg ooit aan Jan Hoet of er kunstwerken waren gemaakt met wrakstukken van voertuigen, in de geest van het liedje ‘What a Beautiful Noise’. Dat bleek het geval te zijn, een of andere Amerikaanse kunstenaar werkte daar mee blijkbaar. Die song heeft een grote betekenis voor mij. Het gaat over sirenes die door de stad razen. Verkeer, auto’s, het is onderdeel van ons bestaan. Helaas ook in zijn uiterste gevolgen. Ik heb door ongevallen en drama’s vaak de nietigheid en kwetsbaarheid gezien van de mens en dan verdwaalde ik graag richting Nietzsche. Dat was een erfenis van professor Ghijsbrecht: leren troost vinden in de nietigheid dankzij Also sprach Zarathustra. Zarathustra zegt: er is geen andere keuze, vooruit met de geit, niets is voor altijd helemaal verloren. Daar moet je als advocaat voor gaan, elke dag opnieuw, anders heeft de job geen zin.”

...It’s the song of the cars

On their furious flights

But there’s even romance

In the way that they dance

To the beat of the lights...

(uit ‘What a Beautiful Noise’, Neil Diamond)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234