Zondag 24/01/2021

'Zwakste leerlingen beter maken? Zet ze bij elkaar'

Een klasje voor de sterke en eentje voor de minder sterke leerlingen. Het zorgt volgens het Nederlandse Centraal Planbureau voor fors betere prestaties op de basisschool, maar veroorzaakt ook veel ophef. 'Kinderen zullen zich gestigmatiseerd voelen.'

Zet leerlingen van hetzelfde niveau bij elkaar in de klas en ze gaan er flink op vooruit. Tot die conclusie komt het Centraal Planbureau, onderdeel van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken, in een nieuw rapport. Het invoeren van zogeheten parallelklassen zou ertoe leiden dat de scores van leerlingen met 40 procent kunnen stijgen. "Dit kan liggen aan het feit dat docenten beter maatwerk kunnen leveren", klinkt het. "Een andere verklaring kan zijn dat ondergemiddelde leerlingen en studenten geactiveerd worden zelf met oplossingen te komen."

Het is een maatregel die weinig moet kosten, maar veel kan opleveren. Een succesrecept in de dop, dus. Het Planbureau, dat op basis van literatuuronderzoek meer dan 150 maatregelen bespreekt, stelt concreet voor om leerlingen al vanaf de basisschool te verdelen in twee klassen. Waar de een zou moeten bestaan uit leerlingen die minder goed presteren dan gemiddeld, moet de ander bestaan uit leerlingen die juist beter scoren dan gemiddeld.

Wel plaatst het Planbureau enkele kanttekeningen bij zijn aanbeveling. Zo moeten de kinderen in beide klassen uitgedaagd worden. Ook moet er regelmatig worden gecontroleerd of de leerlingen nog wel op de juiste plek zitten of dat ze misschien kunnen doorstromen naar een ander (hoger) niveau. Als dat laatste in de praktijk nauwelijks mogelijk wordt gemaakt, dan zou dat haast betekenen dat al in de basisschool wordt bepaald wie later naar de universiteit kan gaan.

Ondanks de slag(en) om de arm slaat de aanbeveling in onderwijskringen in als een bom. Onlangs gaf de OESO nog mee dat het op jonge leeftijd indelen van kinderen geen goed idee is. Het zou ervoor zorgen dat de ongelijkheid tussen kansrijke en (kans)arme leerlingen verder toeneemt. "Bijna alle onderzoeken waarnaar het Planbureau verwijst, komen uit economische hoek", zegt pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool). "Die zijn zeker bruikbaar, maar het liefst samen met sociologische, psychologische en onderwijskundige studies. En daar wordt nu niet naar gekeken. Dat terwijl het maar voor twee groepen leerlingen zin heeft om ze wat vroeger voor een stuk apart te behandelen: de allersterkst presterenden en de zwakst presterenden. Maar de overgrote meerderheid hoort bij geen van beide kampen."

Er loert nog een ander gevaar om de hoek. Een waar Vlaanderen (helaas) maar al te vertrouwd mee is. Ooit neutrale benamingen als beroeps- en technisch secundair onderwijs zijn in de ogen van velen uitgegroeid tot negatieve labels. Eenzelfde stigmatisering kan optreden als leerlingen al in de basisschool louter op basis van cognitieve kennis uit elkaar worden gehaald. Waar in het rapport wordt gesproken over 'onder- en bovengemiddeld', kan dit op straat en op de speelplaats al snel ten onrechte worden vervangen door 'dom en slim'.

Ideale wereld

Het zou de ongelijkheid in onze scholen volgens onderwijssocioloog Mieke Van Houtte (UGent) doen toenemen. "Als je alle onderzoeken van de voorbije decennia naast elkaar legt, dan lijkt er toch een consensus te bestaan. En die luidt juist dat gemiddelde en zwakke leerlingen geen baat hebben bij zo'n opdeling. Het Planbureau gaat uit van een ideale wereld. Maar het onderwijs is geen vacuüm. De verwachtingen van de leraar en het welbevinden van de leerling spelen ook een rol. Het is een illusie om te denken dat leerlingen niet beseffen dat zij in een 'lagere' groep zijn terechtgekomen. Zij zullen zich gestigmatiseerd voelen en op termijn school minder belangrijk gaan vinden."

Juist daarom bepleiten veel experten voorzichtigheid. Zij zijn meer te vinden voor differentiatie binnen de klas, waarbij een leerkracht tijd neemt om groepjes leerlingen extra begeleiding of uitdaging te geven. "Niveaugroepen kennen we vandaag al volop in het basisonderwijs", zegt De Bruyckere. "We zien daar leerlingen van hetzelfde niveau regelmatig samen leren rekenen of lezen. Het lijkt op wat het Planbureau beschrijft, maar er zijn enkele cruciale verschillen. Het gebeurt bijvoorbeeld niet voor alle vakken, maar vaak slechts voor een deel van een vak. Het is daardoor een stuk minder stigmatiserend en kan een gunstiger effect hebben op hun prestaties."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234