Donderdag 29/07/2021

InterviewAysha en Boudewijn de Groot

‘Zwaarmoedig naar het leven kijken zit in de familie, dus ook in mijn liedjes’

null Beeld Erik Smits
Beeld Erik Smits

De verdiensten van Boudewijn de Groot (76), die onlangs zijn definitieve afscheid van het podium aankondigde, zijn genoegzaam bekend, maar ook bij zijn nazaten stroomt het artistieke bloed met een rotvaart door de aderen. Zijn zoon Marcel de Groot is muzikant, dochter Caya actrice, zoon Jim acteur, muzikant en filmmaker. De laatste in de rij is kleindochter Aysha (27), de dochter van Marcel. Onder het pseudoniem Meis debuteerde ze onlangs met de ep ‘Eén’, een mooie verzameling van zeven weemoedige liedjes in haar moedertaal.

Voor het allereerste interview dat grootvader en kleindochter De Groot samen geven, mochten we naar Oranjewoud bij Heerenveen gaan, waar Boudewijn de Groot in een landhuis twee kamers huurt om tijdens de weekends in alle stilte te kunnen werken. Het is een bijna Bijbelse rit naar het hoge noorden van Nederland: ik vertrek in de stralende zon, krijg ter hoogte van Tilburg een sneeuwstorm over me, en drie uur later aan landhuis Klein Jagtlust schijnt er een waterzonnetje door de optrekkende nevelen. Het landhuis is meer een kasteel: de oprijlaan leidt me recht naar het koetshuis, en als ik mijn auto parkeer, zie ik op minder dan tien meter een hert wegrennen. Boudewijn de Groot ontvangt me met thee, broodjes, en open armen. Een knuffel zit er niet in. Omdat Aysha er nog niet is, beginnen we het gesprek met ons tweeën.

U kondigde onlangs uw afscheid van het podium aan. Dat had u een jaar geleden al eens gedaan, maar in de veronderstelling dat er met Vreemde Kostgangers, uw groep met Henny Vrienten en George Kooymans van Golden Earring, nog een staartje aan zou komen.

Boudewijn de Groot: “Ja, en dat is door de ziekte van George van de baan (Kooymans leidt aan de spierziekte ALS, red.). Hij blijft positief, schrijft liedjes, maar het podium opgaan, zit er niet meer in.

“Ik ga nog een plaat maken, en er komt een boek uit met achtergrondinformatie bij mijn liedjes. En samen met Jaco van der Steen, de ex-bassist van The Dutch Eagles, ben ik bezig aan een kinder-cd, met een veertiental liedjes en een boek met tekeningen en verhaaltjes. Ik ben voornamelijk bezig met teksten, meer dan met muziek.”

Had u al eerder kindermuziek gemaakt?

Boudewijn: “Ik heb twee keer muziek gemaakt bij teksten voor Kinderen voor Kinderen, maar verder niets – zeker geen teksten. Ik moet zeggen: het is leuk.”

Geïnspireerd door Henny Vrienten, die weleens hand-en-spandiensten verleent aan Sesamstraat?

Boudewijn: “Ik weet niet of hij er ook de teksten voor schrijft. Maar nee, niet geïnspireerd door Henny. Ik wandel in Haarlem elke dag met de honden in het bos, en als ouwe man beland je dan weleens op een bankje in de zon. Op een dag zag ik een vlindertje, en kwam er van alles naar boven. En nu zijn er dus een veertiental liedjes. Met Aysha heb ik ook nog wat dingen gedaan. (net op dat moment gaat zijn telefoon) Aha, daar zul je haar hebben.”

Aysha de Groot. Beeld Erik Smits
Aysha de Groot.Beeld Erik Smits

VREEMD ZWEET

Aysha de Groot: “Wat leuk om je nog eens te zien, opa! Zit je hier helemaal in je eentje?”

Boudewijn: “Nu wel, ja. De beheerders, die beneden wonen, zijn weg. We kunnen heel hard gillen. (lacht)

Je grootvader had het er net over dat jullie samen muziek hebben gemaakt.

Boudewijn: “We hebben een nummertje geschreven. Het is te zeggen: het zit in een ontwikkelingsfase. Maar zij heeft het nu zo druk met zichzelf. Wat we samen doen, heeft geen haast. Als ze tijd heeft, doen we wel weer voort. Het moet overigens vreselijk zijn om in deze covidtijden te debuteren.”

Aysha: “Mijn ep was in november 2019 klaar, en het idee was om de eerste single eind maart uit te brengen, met een showcase op 23 maart. Alles werd naar juni verplaatst, maar al snel werd duidelijk dat ook dat niet zou lukken. Maar nu gaat hij echt uitkomen, het móét. Ik wil nieuwe dingen maken, en ik merk dat dat me niet lukt omdat het vorige hoofdstuk niet is afgesloten. Ik schrijf graag over sociale situaties, luister gesprekken af in de trein. En je kunt dan wel je toevlucht nemen tot Instagram, maar ik wil weer vreemd zweet op me voelen. (lacht)

Boudewijn: “Heb je al een tekst die ‘Vreemd zweet’ heet?”

Aysha: “(lacht) Nog niet, maar die titel heb ik wel al opgeschreven.”

Dat moet dan wel ‘Zweet’ worden?

Aysha: “Omdat al mijn titels uit één woord bestaan? Ik overweeg om voor mijn tweede plaat titels van twee woorden te gebruiken. (lacht)

Omdat het allemaal titels van één woord zijn, merk ik dat ik de songs moeilijk uit elkaar kan houden.

Aysha: “Mijn band haat me erom! Als ik een setlist opstel, zeggen ze: ‘Nu weten we nog niks!’ (lacht) Maar het paste binnen het concept: de ep heet Eén, en het is mijn eerste ding, mijn eerste keer solo. En ik heb erg geworsteld met eenzaamheid.”

Zet het management en de platenfirma je aan om Instagram te gebruiken?

Aysha: “Ik doe bijna alles onafhankelijk. Ik heb zelfs een busje waarmee ik mijn plaatjes naar de winkel breng. Er is nog geen label, en mijn ex doet het management – hij is marketeer van opleiding. Maar ik merk dat ik Instagram heel leuk vind. Ik hou van contact met mensen die ik niet ken, dus dat is het enige stuk van de promotie waarmee hij zich niet hoeft te bemoeien. Daarvan weet hij: dat kan ze wel. (lacht)

Ik zag dat u ook een Instagram-account hebt, maar u hebt nog niets gepost.

Boudewijn: “(verbaasd) Nee hoor, daar doe ik niet aan mee.”

Ik heb er zelfs twee gevonden, met uw naam en beeltenis.

Boudewijn: “Huh? Ik weet nergens van.”

Aysha: “Dat moeten dan fanaccounts zijn.”

Boudewijn: “Ik weet alleen dat Universal in mijn naam een Facebook-ding onderhoudt. Ik hou me ver van de sociale media. Het is net zoals met de roddelbladen: doe je er eenmaal aan mee, dan ben je vogelvrij.”

Aysha: “Op de sociale media maak je zelf het verhaaltje.”

Boudewijn: “Prima hoor, maar ik begrijp niet waarom mensen zonodig voortdurend verhaaltjes over zichzelf moeten vertellen. Dat is toch een narcistisch geonaneer? Nee, ’t is niks voor mij. Maar ja, ik hou ook niet van vreemd zweet. (lacht)

KRITIEK VAN FAMILIE

Hoe hebt u zich het afgelopen jaar artistiek gevoed?

Boudewijn: “Niet. Ik krijg af en toe een uitnodiging in de mail – dat er in de schouwburg bijvoorbeeld iets wordt opgevoerd dat dan gestreamd wordt – maar dan mis ik de geur van het theater en alles eromheen.”

U bent niet méér gaan lezen of zo?

Boudewijn: “Nee, maar dat is een ander verhaal. Ik val na vijf minuten in slaap als ik lees. Dat zal met de leeftijd te maken hebben.”

Aysha: “Nee, dat is een De Groot-kwaal. Papa viel ook altijd in slaap als hij moest voorlezen. Dan zaten wij daar klaarwakker, en lag hij te snurken in ons bed. (lacht)

Boudewijn: “Nou, als kind las ik uren achter elkaar, hoor. Later ook nog. Ik heb heel veel boeken gelezen.”

Aysha, jouw vader zingt mee op je ep. Viel het mee om hem te sturen?

Aysha: “Als je er familie bij haalt, ben je toch geneigd om veel minder streng te zijn. Maar wat we hebben gedaan – hij zingt ergens de lage mannenstem – is heel goed gelukt.

“Die song schrijven met opa vond ik héél spannend. Ik dacht: nu moet ík mijn mening geven, terwijl hij zó veel ervaring heeft. Ik merk dat ik het mezelf heel erg aantrek wat mijn familie van me vindt. Of heel veel waarde hecht aan hun oordeel.”

Het is natuurlijk een familie die in de sector al heel wat bewezen heeft.

Aysha: “Precies. Ik heb een vriendin die ook zingt, en als haar ouders naar een optreden komen, zijn ze voor 100 procent trotse ouders. In de zin van: ‘Ach wat leuk dat je dit doet en wat doe je het tof’, zonder waardeoordeel. Van de mening van mijn familieleden kun je inhoudelijk groeien – dat is leuk – maar ik heb al meermaals voor een show tegen mijn vader gezegd: ‘Oké, vandaag ben je gewoon trots, morgen kunnen we het hebben over wat er beter kan.’ Van opa kreeg ik ook weleens een goedbedoeld mailtje met kritiek.”

Boudewijn: “Van mij?!”

Aysha: “Ik herinner me dat je me eens hebt aangesproken over de verstaanbaarheid van mijn teksten. Over de inhoud ook: ‘Waarom zeg je dit hier?’”

Is het een familietrek dat de De Groots zich in hun liedjesteksten blootgeven?

Boudewijn: “Het gaat wel veel over onszelf, ja. Toen Lennaert de teksten nog schreef, was dat natuurlijk minder het geval (Lennaert Nijgh was vele jaren de vaste schrijfpartner van De Groot, red.). Toen ging het veel over Lennaert, maar dat had niemand in de gaten. (lacht) Ik heb een aantal teksten in de ik-vorm die helemaal niet over mij gaan, maar gewoon sterker zijn dan in de derde persoon.”

Aysha: “Als je ‘hij’ of ‘zij’ gebruikt, wordt het snel een sprookje. Ik ben liedjes gaan schrijven als een dagboek, om de dingen te verwerken. Ik heb de De Groot-neiging om zwaarmoedig naar het leven te kijken. Ik schrijf om me beter te voelen, en dan komt er een hoop melancholie naar boven.”

Boudewijn: “Schrijf jij om je beter te voelen?”

Aysha: “Ja.”

Boudewijn: “Mensen denken dat, hè, dat je dingen van je af kunt schrijven.”

Aysha: “Nu zeg je dat alsof het een waarheid is.”

Boudewijn: “Nee, maar het is niet per definitie zo. Ik schrijf af en toe dingen náár me toe, zoals wat ik schrijf over mijn moeder: dat is niet om de afstand te vergroten, maar om haar dichterbij te halen.”

Aysha: “Het gaat niet zozeer om afstand creëren, maar om reflecteren en structureren. Ik heb altijd moeite gehad om uit te leggen wat ik voel, of denk, of wil. Muziek heeft dat voor mij opgeruimd.”

Op een ep met zeven liedjes zing je twee keer ‘Ik weet het niet’. Veelzeggend?

Aysha: “Dat weet ik niet. (lacht) Doe ik dat?”

In ‘Bram’ en in ‘Veel’.

Aysha: “Het is geen toeval dat het net twee liedjes over mannen zijn. (lacht)

Bram heet ook Bram?

Aysha: “Ja, en dat vindt Bram niet zo leuk. (lacht) Ik heb het wel van tevoren naar hem opgestuurd: ‘Ik ben hier niet je toestemming aan het vragen, maar weet dat dit bestaat.’ Het is geen gemeen liedje, maar eigenlijk heel liefdevol: ‘Jammer dat het zo gelopen is – helaas, pindakaas – en ik ga je heel erg missen.’ Hij vond het vooral heel heftig om de stem van zijn ex steeds zijn naam te horen zeggen.”

Ben je dan niet te overtuigen om er ‘Sam’ van te maken?

Aysha: “Nee. ‘Frank’ of ‘Jan’ of ‘Hans’: het had allemaal gekund, maar hij heet Bram.”

Zoals ‘Jimmy’ ook Jimmy heet, naar uw zoon Jim?

Boudewijn: “Ja, met dat verschil dat nergens in de tekst de naam Jimmy voorkomt. En dat het niet per se over hem gaat. Het gaat over een jongetje.”

U hebt ooit een plaat van uw zoon Marcel geproducet. Dat lijkt me niet evident.

Boudewijn: “Dat was een vorm van misplaatste arrogantie. Ik weet niet meer precies hoe het zat, maar er was iets met zijn vorige plaat, waardoor ik had gezegd: ‘Marcel, dit is niks, dat kan ik veel beter.’ Dus toen heb ik me moeten bewijzen. En dat is, euh, niet helemaal gelukt.”

Aysha: “Welke plaat?”

Boudewijn: “Manen kweken. Je wordt dan heen en weer geslingerd tussen te streng zijn en ‘laat ik maar niet te streng zijn’, en als je als producer gaat schipperen, ben je verkeerd bezig. Je moet weten wat je wilt, en hoe het moet. Het is best een goeie plaat geworden, hoor, maar ze had veel beter gekund. Dat gezegd zijnde: ik vind het óntzettend leuk om met mijn kinderen of kleinkinderen te werken, maar dan in een ander, minder definitief stadium.”

FAN VAN K3

Wanneer ben jij je bewust geworden van het feit dat muziek in jouw familie wel héél aanwezig was?

Aysha: “Er was altijd muziek, zowel via mijn vader als mijn moeder. Ze speelde geen instrument maar hield wel heel erg van muziek. Ze was een beetje een feministe, en luisterde veel naar powervrouwen – Anouk stond vaak op. En dan gingen we dansen in de woonkamer: mijn broertje, mijn moeder en ik. Het huis stond vol gitaren, en als baby vond ik cd’s heel mooi: ze glommen zo lekker! En dan kreeg ik mijn eigen stapel met cd’tjes die stuk mochten. (lacht) Ik zong ook veel: Kinderen voor Kinderen, K3… Ik ben een grote fan van K3 geweest.”

Je hebt je nooit kandidaat gesteld om één of ander Josje te vervangen?

Aysha: “(lacht) Zo ver ging het niet.”

Was het altijd duidelijk dat muziek ook jouw richting zou worden?

Aysha: “Ja. Ik was 3 toen ik popster wilde worden. En dat wil ik in principe nog steeds.”

Boudewijn: “Heb je nooit de drang gevoeld om het internationaal aan te pakken?”

Aysha: “Als tiener wel, toen ik fan was van Christina Aguilera en zo. Ik schreef teksten in het Engels, maar aan het conservatorium moesten we opeens een songtekst schrijven in tien minuten, en ik dacht: laat ik dat maar in het Nederlands doen, dat gaat sneller. Sindsdien schrijf ik in het Nederlands.”

U hebt er langer over gedaan om resoluut voor het Nederlands te kiezen. ‘Het land van Maas en Waal’ is naar het Engels vertaald geweest als ‘The Land at Rainbow’s End’, en als ik mij niet vergis, waren er ook een stel Duitse pogingen.

Boudewijn: “Dat Engelse uitstapje was een vreemde bevlieging, vanuit de kinderlijke gedachte dat ik het in het buitenland zou kunnen maken. Maar ik hoorde mijn Engelse uitspraak en dacht: daar zitten ze ginds echt niet op te wachten. Dat het in het Duits totaal niet is gelukt, viel me wel wat tegen, omdat het verschrikkelijk goeie vertalingen waren. En voor mijn muziek stonden ze daar best open. Herman van Veen lukt het wel, in Duitsland én in Frankrijk. Die heeft zelfs in L’Olympia gestaan. Maar goed, ik heb daar geen nachten van wakker gelegen.”

Uw Engelse artiestennaam was Baldwin. Was daar lang over nagedacht?

Boudewijn: “(lacht) Niet zo.”

Aysha: “Ik wil het weleens meegemaakt hebben, internationaal spelen. En ik wil ooit in een nightliner (tourbus, red.) hebben gezeten. Ik heb twee keer in Engeland gespeeld, en dat was best cool. Maar ik weet niet of ik het zou trekken: op een bepaald moment gaat er ook een huisje-boompje-beestje-verlangen ontstaan.”

Trekt u weleens een plaat van uzelf uit de kast?

Boudewijn: “Niet spontaan, maar toen we met Vreemde Kostgangers op tournee gingen, speelden we naast nieuwe liedjes ook oude dingen uit onze oeuvres. Als Henny of George dan zeiden: ‘Laten we dat nummer van jou doen,’ dan ging ik altijd even luisteren. De meeste platen heb ik zo wel weer eens gehoord. Daar zitten góéie platen tussen! (lacht)

Dat wisten wij al, hoor.

Aysha: “Mauro Pawlowski heeft enkele jaren geleden met een band jouw Nacht en ontij live gebracht – een hele weirde plaat. Ik wist niet dat die bestond en heb ze toen voor het eerst beluisterd. Ik weet nog dat ik dacht: holy shit, opa, dat heb je toch maar effe gedaan!”

Volgt u de muziek van nu? Weet u wie Billie Eilish is?

Boudewijn: “Nee. Vertel!”

Aysha: “Een ab-so-lu-te wereldster!”

Boudewijn: “Nu Aysha bezig is in de muziek van nu – want het is heel erg muziek van nu – heb ik wel af en toe geprobeerd om wat te luisteren. En het is… (denkt na) Bij The Beatles riep iedereen dat het totaal vernieuwend was, en dat was ook wel zo, maar het verschil tussen wat nu wordt gemaakt en wat ervoor kwam, is véél groter. Er is een soundscape-achtig idioom ontstaan dat nergens vandaan lijkt te komen. The Beatles kwamen uit de rock-’n-roll, en daar kwam de punk dan weer uit voort... Bij wat ik nu hoor, zou ik niet weten waar het vandaan komt. Het is allemaal van een soort vreemde monotonie, terwijl er toch een heleboel gebeurt. Er zit een zekere saaiheid in, maar dat vinden ze blijkbaar niet erg. Het fascineert me wel.”

Aysha: “Het is een nieuwe manier van songwriting: producerend schrijven. Vroeger was er tekst en compositie, en dan eventueel nog een deal met een producer. Maar als ik een song maak, kan het zijn dat ik niet vanuit tekst of compositie vertrek, maar vanuit die ene sound van die Juno-synth die ik zo mooi vind.

“Ik denk ook dat er nu op een andere manier naar muziek wordt geluisterd. Het aanbod is gigantisch, en alles is binnen handbereik. Zelf luister ik vrijwel nooit meer naar muziek als ontspanning. Ik merk dat ik heel snel inzoom: ‘Wat leuk wat dat gitaartje daar doet.’ Of: ‘Wat een mooie melodie!’ Muziek opzetten om te genieten doe ik alleen nog tijdens mijn keukendansuurtje.”

Vertel meer.

Aysha: “Te volgen op Instagram. (lacht) Elke avond sta ik in mijn keuken te dansen, al kokend. Vind ik leuk. Via Instagram kunnen de mensen zelf liedjes toevoegen aan mijn playlist.”

Er is een strekking die meent dat je pop- of rockmuziek niet op een school kunt leren. Aysha heeft op het conservatorium gezeten, u hebt destijds in Amerika een opleiding arrangeren gevolgd.

Boudewijn: “Het was eerder andersom: ik was in Amerika, en omdat ik er niet veel aan het doen was, ben ik maar zo’n opleiding gaan volgen. Het was meer een workshop, en ik heb toen weleens een arrangement voor iemand geschreven, maar dat leek nergens naar. (lacht)

Aysha: “Ik snap die puristische gedachte wel, dat rock-’n-roll vanuit de ziel moet komen, en ik weet ook nog dat mijn vader zich zorgen maakte toen ik naar het conservatorium wilde. Hij dacht dat mijn karakter uitgeleerd zou worden. Maar in de opleiding lag de focus net heel erg op: ‘Wie ben jij als maker?’ Alles mocht binnen je eigen stijl blijven. Ik heb zeker niet het gevoel dat ik er schoolse muziek heb leren maken. En je kreeg ook tools mee: ik heb bijvoorbeeld goed en gezond leren zingen.”

Boudewijn de Groot. Beeld Erik Smits
Boudewijn de Groot.Beeld Erik Smits

DE EINDFASE

Omdat de tijd er stilaan op zit, en onze fotograaf opa De Groot – die een hekel heeft aan fotosessies – nog tot actie moet verleiden, probeer ik af te ronden.

Aysha, in een mail zei je me dat je om de twee dagen een covidtest krijgt vanwege een filmproject. Kun je daar iets meer over vertellen?

Aysha: “Dat was met Eefje de Visser en Nick Verstand voor Motel Mozaïque. De film is te zien op de site van het onlinefestival.”

Krijgt u nog aanbiedingen voor rollen?

Boudewijn: “De laatste keer was twee jaar geleden, voor een musical, maar ik vond het script verschrikkelijk. Na Flikken heb ik niets meer gedaan (De Groot speelde Robert Nieuwman, een Nederlandse profiler, red.)

De scenario’s van Flikken waren wel goed?

Boudewijn: “Ik vond ze zeker niet slecht. Het was een leuke serie, en ik heb er met veel plezier aan meegewerkt. Laatst zag ik er een stukje van terug, en dacht ik wel: ik ben toch geen acteur.”

Is acteren iets voor jou?

Aysha: “Ik weet niet of ik het zou kunnen, maar waarom niet? Ik heb geen contacten in die wereld, dus het zou vanuit het niets moeten komen. Modellenwerk zou ik wel meer willen doen. Ik heb een paar keer iets gedaan voor Kinki Kappers – een grote keten in Nederland die bekendstaat voor de felle kleuren – en dat vond ik heel leuk. Fotoshoots voor mijn projecten vind ik ook altijd zalig. (klapt in de handen) Zo, opa, zullen we er maar eens aan beginnen?”

Boudewijn: “(zucht) Ik poseer niet graag.”

null Beeld Humo
Beeld Humo

Ik heb nog één vraag. Twee jaar geleden, toen hij 70 werd, was ik bij Henny Vrienten. Hij vertelde me dat hij aan het opruimen was, omdat hij niet wil dat zijn kinderen dat moeten doen als hij er niet meer is. U bent vier jaar ouder: bent u aan het opruimen?

Boudewijn: “Er zíjn dingen die opgeruimd zouden kunnen worden, maar nee. Ik ben niet zo bezig met de eindfase. Het is een groot cliché, maar ik besef natuurlijk wel dat wat voor me ligt, minder is dan wat achter me ligt. Maar het is niet iets wat me beïnvloedt. Ik ga altijd maar mee met de stroom. Ik zie wel wat er gebeurt.”

Ik denk dat het Aysha’s vader Marcel was die ooit zei: ‘Als papa een protestzanger is, dan zou er in de wereld helemaal niets veranderen.’

Boudewijn: “Dat lijkt me meer iets voor Jim.”

Aysha: “Mij ook.”

Boudewijn: “Als er één iemand cynisch is, dan hij wel.

“Dat als ik een protestzanger zou zijn, er in de wereld niets zou veranderen? Wat een afgrijselijke open deur. Maar daar is hij dan ook goed in. Kijk, ik zet het hem meteen betaald. (lacht)

Eén van Meis is uit in eigen beheer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234