Vrijdag 28/02/2020

Zusters in de beelden-storm

'Hoe komt het dat we zo weinig bezig zijn met vrouwenbeelden?' (Agna Smisdom)

Dames die de macht hebben om de meningen van het publiek te beïnvloeden, bestaan ze in Vlaanderen? Programmamaaksters, festivaldirectrices, recensentes, editorialistes? Vrouwen hebben een zwakke stem in het publieke debat en gender vormt nauwelijks een thema in de kunst. 'Een vrouw in een directeurszetel van een culturele instelling kan wonderen verrichten.'

Het plaatje lijkt allesbehalve positief, maar is ook weer niet honderd procent negatief. Hoeveel vrouwen leiden grote culturele instellingen of festivals? Weinig. Frie Leysen staat aan het hoofd van het Kunstenfestival des Arts, Barbara Wijckmans leidt het Paleis (ex-KJT), Eliane de Wilde is de baas van het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Bij kleinere organisaties lijken de cijfers beter. Het Zuiderpershuis, de Beursschouwburg, Bronks, Rosas, het Stuc... alle worden door een vrouw geleid. De Kaaitheater-programmering wordt momenteel verzorgd door één vrouw en één man.

In de mediaproductie zijn vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd, is de conclusie van Sonja Spee, verbonden aan het Centrum voor Vrouwenstudies van de UIA, in haar pas verschenen onderzoek Vrouwen in de beeldenstorm. In de raad van bestuur van de VRT zetelen twee vrouwen tegenover negen mannen. De televisiedirectie is helemaal mannelijk, het hoofd cultuur van Canvas is een vrouw, Regine Clauwaert. Bij de radio doet men het beter: Marleen Bergen is directeur programmering, Annemie Van Winckel is nethoofd van Radio 1. In totaal werken bij de VRT 30 procent vrouwen, maar tegenover de 20 procent mannen met een tijdelijk contract heeft 40 procent van de vrouwen een contractueel statuut, en dat verkleint hun carrièremogelijkheden aanzienlijk.

Voor de geschreven pers slaagde Spee er niet in om juiste cijfers te krijgen over de werkgelegenheidssituatie. In de hogere regionen, hoofdredacties en editors, is volgens Spee het aantal vrouwen op één of maximum twee handen te tellen. Navraag bij de collega's leert dat, literatuurrecensenten buiten beschouwing gelaten, het aantal vrouwelijke recensenten of cultuurjournalisten bij De Standaard, De Morgen en De Tijd Cultuur miniem is.

Leden van culturele adviesraden? Een gemiddelde van een, twee of een enkele keer drie dames op tien of twaalf leden. Het aantal vrouwelijke juryleden voor grote prijzen: twee op zes voor de laatste editie van de Océ-podiumprijs, zeven vrouwen op vijftien voor de literatuurprijs De Gouden Uil, dat valt dus mee. Maar welke boeken in Vlaanderen worden uitgegeven, in die materie hebben vrouwen nauwelijks een stem. De grote Vlaamse uitgeverijen worden alle door mannen geleid.

Dat er zo weinig vrouwen in selectiejury's zetelen, is volgens de organisatie Gynaika een van de redenen waarom er ondanks het grote aantal vrouwelijke afgestudeerden in de kunstscholen toch relatief weinig vrouwelijke artiesten naam maken. Hun oeuvre zit niet in de collecties van musea, ze zijn zelden de prima ballerina op het podium. Gynaika-directrice Marijke Seresia: "Een vrouw in een directeurszetel van een instelling kan wonderen verrichten: in het Museum van Hedendaagse Kunst in Arnhem, geleid door Liesbeth Brandt Corstius, is de helft van de collectie van vrouwelijke artiesten." Gynaika's eerste actie twee jaar geleden was een 'kwantitatieve' campagne. In een brochure werden 850 projecten van vrouwen gebundeld die over een periode van vier maanden op 350 plaatsen in Vlaanderen liepen, zowel in een kunsttempel als deSingel als in een volkshogeschool. De grootschaligheid was een van de belangrijkste troeven.

"Je moet een debat op gang brengen door te tonen", is het standpunt van Seresia, "en hopen dat er zo meer initiatieven worden genomen. Soms nemen we bij Gynaika wel eens de telefoon, wanneer we vaststellen dat een programmering volledig mannelijk is of dat er in een jury geen vrouwen zitten. Er zit meestal een enorm zelfbeschermingsmechanisme achter die mannelijke keuzes." In een databestand worden alle namen opgenomen van vrouwelijke kunstenaressen, uit heden en verleden. Programmatoren kunnen het raadplegen wanneer ze rond een bepaald thema actief willen zijn. "En je merkt dat het werkt", zegt Seresia, "maar je moet aan de boom blijven schudden." Als vrouwen maar een zwakke stem hebben in het culturele debat, heeft dat ongetwijfeld ook gevolgen voor de manier waarop een publiek reageert op bepaalde statements in de voorstellingen van kunstenaressen. De voorstelling 14 tiny pictures, no more less van de New Yorkse choreografe Jennifer Lacey en componiste Zeena Parkins toont veertien korte scènes uit een vrouwenleven. Naar verluidt reageerde het publiek tijdens de voorstellingen enkele dagen geleden in de Brusselse Kaaitheaterstudio's met de nodige gêne op de voorstelling.

"Uiteindelijk moet je vaststellen dat, in tegenstelling tot de Angelsaksische landen, de man-vrouwrelaties nauwelijks een topic zijn in het culturele debat in Vlaanderen", meent publiciste Myriam Van Imschoot. "Het is toch vreemd dat er op dat vlak een absoluut gebrek aan kijktraditie bestaat. Mijn indruk is dat de vrouwen die nu rond de dertig zijn, altijd zijn uitgegaan van een idee van gelijkheid tussen mannen en vrouwen maar dat ze op een bepaald ogenblik toch moeten vaststellen dat dit niet zo is."

Agna Smisdom, die Jennifer Lacey in het Kaaitheater uitnodigde, volgt al geruime tijd de discussies die in de Angelsaksische culturele wereld worden gevoerd rond gender en rassenongelijkheid. "In deze landen wordt het idee van political correctness misschien overdreven en is anderzijds de kwaliteit van het getoonde niet altijd groot genoeg. Maar onrechtvaardigheid in de maatschappij, bijvoorbeeld tussen man en vrouw, is wel een interessant thema", meent Smisdom. "Hoe komt het dat we zo weinig bezig zijn met vrouwenbeelden? Ik vermoed dat het een deel is van een historisch proces. Aanvankelijk was de vrouw ondergeschikt; toen ging ze meetellen maar zag ze zich verplicht zich aan te passen aan de code van de mannen. Terwijl we dat punt zouden moeten kunnen voorbijgaan en ons afvragen: moeten wij ons ook zo gedragen, en op hun ritme leven?" Komt daarbij de vaststelling dat de Vlaamse kunstwereld in de jaren tachtig zeer sterk bezig is geweest met esthetiek, minder met geëngageerde onderwerpen. Smisdom: "Zelf probeer ik voorstellingen uit te nodigen die een goede symbiose vormen tussen een intelligente vorm en een goede inhoud. Het is niet interessant wanneer het pamflettair is. Ik vind zeker ook niet dat alleen vrouwelijke artiesten een interessante kijk kunnen hebben op gender."

Volgende week organiseert het Kaaitheater in samenwerking met de Sint-Lukas Hogeschool van Brussel een lezingenreeks over 'visuele geletterdheid in tijden van oude en nieuwe media'. In deze tijden van e-mail, websites en cd-roms gaan mensen nog altijd naar het theater en kijken ze nog steeds televisie. Hoewel nieuwe media gemakkelijk worden geassocieerd met de wereld van mannen, nodigde Smisdom vier vrouwelijke sprekers uit. "Het zijn stuk voor stuk vrouwen die een zeer interessante visie hebben. Mannelijke collega's zouden misschien toch iets gemakkelijker uitkomen bij mannelijke sprekers."

Anne Brumagne

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234