Zaterdag 16/01/2021

Zullen we het internet ooit volledig vertrouwen?

Verspreid over het internet zweven er deeltjes persoonlijke gegevens rond. Dat bezorgt veel mensen een onbehaaglijk gevoel. Is het denkbaar dat we ons daarover in de toekomst geen zorgen meer zullen maken?

Alessandro Acquisti, pionier in het onderzoek naar de gedragseconomie achter privacy, trapt een open deur in wanneer hij vertelt dat we steeds meer persoonlijke gegevens vrijgeven. Hij maakt zich daar oprecht zorgen over. Zijn stokpaardje blijft: "Elk stukje digitale persoonlijke informatie dat je vrijgeeft, kan gevoelige informatie worden."

Surf zeker eens naar Internet Live Stats en je begrijpt meteen wat hij bedoelt. Het aantal zoekopdrachten per seconde op Google is haast niet te vatten. En dan hebben we het nog niet over gps-gegevens of de data die we in de toekomst zullen vrijgeven via the internet of things.

Tegelijkertijd beseffen burgers, bedrijven en overheden steeds beter dat die overvloed aan data interessante opportuniteiten biedt. Zo krijg je elke maandag een perfecte afspeellijst van dertig nummers voorgeschoteld op Spotify, en Google Now vertelt je hoeveel verkeer er is op je vaste traject van het werk naar huis.

Uber Movement, het platform dat Uber onlangs lanceerde, helpt steden dan weer om zich beter te wapenen tegen mobiliteitsuitdagingen. De geanonimiseerde data van de honderdduizenden Uber-ritten brengen perfect in kaart waar de echte bottlenecks in steden ontstaan.

"Je kunt daar moeilijk tegen zijn", vindt techniekfilosoof Esther Keymolen. De vraag is waar het evenwicht ligt tussen kosten en baten. Zijn de spelers met wie we onze gegevens delen te vertrouwen? Ze gebruikt een voorbeeld uit de geneeskunde om haar punt te maken. "Een computer kan een oncoloog bijstaan bij het analyseren van een kankeronderzoek, omdat die arts nooit evenveel gegevens kan verwerken als een computer." In die transactie is er een duidelijke win-win voor de arts, die een beroep doet op wereldwijd onderzoek, en de patiënt.

Dankzij de toegang tot wereldwijd onderzoek kan de arts een objectievere beslissing nemen om de patiënt te helpen. Net daar wringt het schoentje volgens Acquisti: die transactie is niet altijd even duidelijk. "Heel wat internetdiensten proberen je te overtuigen van een gelijkaardige win-winsituatie. Zo zijn de gegevens die je op Facebook deelt zogezegd niet alleen nuttig voor Zuckerberg en co., om geld te verdienen aan gepersonaliseerde reclame, maar ook voor jou als gebruiker. Jij ontvangt gratis content op maat."

Directe feedback

Acquisti vindt dat het voordeel dat je als gebruiker uit Facebook haalt niet opweegt tegen wat het vriendennetwerk te winnen heeft. Rogier De Langhe, economiefilosoof, relativeert: "Uiteindelijk zorgen Facebook en co. ervoor dat je een venster krijgt op een enorm complexe wereld. Dankzij het vertrouwde netwerk dat je op Facebook uitbouwt, ben je beter in staat die complexiteit een plaats te geven."

Dat vertrouwen zorgt er net voor dat we ons huis uit durven te komen of dat we zaken delen op sociale netwerken. "Alleen dagen nieuwe technologische ontwikkelingen dat vertrouwen keer op keer uit", weet Keymolen. "Vertrouwen betekent dat je de nabije toekomst kunt inschatten." Wie in de auto stapt, mag er zeker van zijn dat andere bestuurders zullen stoppen voor een rood licht. Mocht dat niet het geval zijn, dan stappen alleen waaghalzen nog in de wagen.

We zijn het ondertussen gewend om interfaces te vertrouwen. Keymolen geeft het voorbeeld van een luchtvaartmaatschappij. "Wanneer ik online een vlucht boek, heb ik in se heel weinig informatie waarop ik me kan baseren om te beslissen of ik wel de juiste luchtvaartmaatschappij kies. Ik herken het logo en misschien een soort status die erbij hoort. Maar ik weet niet of de piloot al dan niet ervaren is en of het vliegtuig goed onderhouden is."

Als passagier ga je ervan uit dat luchtvaartmaatschappijen aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen vooraleer ze überhaupt een vliegtuig de lucht mogen insturen. "Wanneer je aan den lijve ondervindt dat de maatschappij haar beloftes niet nakomt, zul je die de volgende keer minder vertrouwen", vertelt Keymolen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij je vlucht hopeloos veel vertraging oploopt of je bagage zoek raakt.

Zulke directe feedbackloops zijn volgens Keymolen veel minder aanwezig in de digitale wereld. "Wanneer je Facebook, Google of een andere online dienst gebruikt, word je telkens verleid door prachtige interfaces. Tegelijkertijd heb je geen idee wat er achter de schermen gebeurt met de gegevens die je achterlaat." Het is maar wanneer de bank je een lening weigert omdat ze dankzij Facebook-gegevens te weten is gekomen dat je af en toe een online gokje waagt, dat je met de gevolgen van die black box geconfronteerd wordt. En dat is veel te laat.

Dado Van Peteghem, die bedrijven helpt om te gaan met de digitale realiteit, bevestigt dat probleem. "Vandaag heb je als gebruiker geen enkel idee welke bedrijven je data gebruiken en hoe ze die verzameld hebben. Dat zorgt bij gebruikers voor een onhebbelijk gevoel, alsof iedereen constant in de gaten gehouden wordt."

Dat is niet alleen vervelend voor individuen, maar ook voor bedrijven zelf, die dankzij online gegevens misschien een beter product kunnen aanbieden. Van Peteghem pleit ervoor bedrijven en overheden te verplichten transparanter te zijn en duidelijker te communiceren over hoe en welke gegevens ze precies gebruiken. Dat is trouwens een van de beginselen uit de Algemene Gegevensverordening van de Europese Unie die vanaf 25 mei 2018 van kracht zal zijn.

Het is niet altijd even makkelijk om goed te communiceren over tot wat die nieuwe technologie in staat is, weet Bart Rosseau, diensthoofd data en informatie voor Stad Gent. "Wanneer je over slimme datatoepassingen spreekt, komen daar meestal algoritmes aan te pas. Uitleggen wat zo'n algoritme precies doet, is niet eenvoudig."

Daarnaast doen overheden regelmatig een beroep op specialisten uit de bedrijfswereld om bij te leren over dat onontgonnen gebied. "Maar wie gaat controleren of algoritmes neutraal zijn? We weten ondertussen dat ze niet neutraal zijn, dus is het zaak om duidelijke ethische kaders te scheppen voor big data-toepassingen." En daar speelt ook een cultuurverschil. In de Verenigde Staten publiceert men criminaliteitscijfers over de verschillende blocks, dat is bij ons ondenkbaar.

Transparantie volstaat niet

Uit een onderzoek van Acquisti, dat hij enkele jaren geleden met zijn studenten van de Carnegie Mellon University uitvoerde, blijkt dat transparantie niet slecht is, maar ook dat het niet voldoende is. Hij peilde naar het gedrag van studenten op de campus met vragen zoals 'Heb je ooit al gespiekt tijdens een examen?'.

Hij deelde de groep op in tweeën. De eerste groep kreeg te horen dat haar informatie alleen gedeeld zou worden met medestudenten. Hij vertelde de tweede groep dat de volledige faculteit toegang zou krijgen tot de resultaten. Het mag niet verbazen dat groep één veel meer straffe verhalen deelde dan groep twee.

Acquisti herhaalde het experiment, maar bouwde een vertraging in. Hij gaf de studenten eerst mee wat hij met de informatie zou doen, liet wat tijd verstrijken en nam de enquête pas enige tijd later af. Tot zijn verbijstering waren er maar 15 seconden nodig om studenten te doen vergeten dat hun gevoelige informatie ook gedeeld zou worden met medewerkers van de faculteit. Tot zover het effect van transparantie.

Te veel definities

Je zou je de vraag kunnen stellen of we een nieuwe definitie nodig hebben voor privacy in een digitaal tijdperk. Acquisti vertelt deze krant van niet. "Er bestaan vandaag al te veel definities en uiteindelijk komen ze allemaal op hetzelfde neer: het spanningsveld tussen publiek en privaat." Keymolen vindt dat daar een grote oorzaak ligt van wantrouwen in Facebook en Google. "Die online plaatsen voelen aan als een publieke ruimte, maar we beschikken er niet over dezelfde checks-and-balances."

Journalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis schreven daar in 2016 een frappant boek over: Je hebt wél iets te verbergen. Privacy is volgens hen het meest bedreigde mensenrecht van onze tijd geworden. "De algoritmes en datagestuurde informatie van overheden en bedrijven bepalen steeds meer onze keuzes."

We mogen bijvoorbeeld niet over het hoofd zien dat je online eigenlijk meerdere relaties tegelijkertijd aangaat. In de eerste plaats gebruik je een platform zoals Facebook niet om Mark Zuckerberg een plezier te doen, je gebruikt het om contact te houden met vrienden. Daarnaast is er de relatie met het platform zelf. De uiteindelijke afweging die je onbewust maakt is: hoeveel persoonlijke gegevens ben je bereid prijs te geven om met je vrienden in contact te blijven?

Jongeren gaan daar heel pragmatisch mee om. "Zo maken tieners bijvoorbeeld meer en meer een fake-Instagram-account - of een Finstagram - aan om zichzelf te beschermen", vertelt Ellen Anthoni van Trendwolves. "Hun 'officiële' account is een soort rookgordijn waarop de prachtig gestylede foto's te zien zijn. Op het fake-account delen ze belachelijke en grappige foto's die enkel zichtbaar zijn voor de dichtste vrienden." Ook Snapchat, dat heel populair is bij tieners, speelt perfect in op die behoefte.

Daarnaast bestaan er ontelbaar veel community's waar je in alle vertrouwen jezelf kunt zijn, bijvoorbeeld op een forum, in een geheime Facebook-groep of via andere platformen. Bij Trendwolves noemen ze dat Underwebtribes. "Die online Facebook-groepen zijn eerder interest communities, maar die gedeelde interesse creëert vertrouwen."

Je kiest niet één community waar je je thuis voelt, jongeren maken delen uit van tal van groepen, rond soms heel uiteenlopende dingen. Net zoals hun eigen identiteit een creatieve collage van interesses en overtuigingen is, zijn ook de netwerken waarvan ze deel uitmaken heel divers. "Elke community is een veilige haven waar je met een bepaald probleem of een absurde passie terechtkunt, zonder raar bekeken te worden", vertelt Anthoni nog. "Het internet is zo groot geworden dat er heel wat donkere hoekjes zijn waar je zorgeloos kunt experimenteren. Bovendien ontstaan daar heel wat mooie vriendschappen en toekomstige zakenrelaties."

Een punt waar ook De Langhe op hamert. "Uiteindelijk vloeit er uit online community's persoonlijk contact voort." Hij verwijst naar een test van Turo, een Amerikaans autodeelsysteem. "Toen ze smartlocks wilden uitrollen, waardoor je met behulp van je smartphone de auto van iemand anders kunt openen, kwamen ze tot een opvallende vaststelling: wanneer er persoonlijk contact was geweest tussen huurder en verhuurder was er veel minder kans op onenigheid, schade of ongelukken." In dit geval speelt het platform dus vooral een rol om mensen samen te brengen, nadien nemen de sociale conventies zoals we die al lang kennen het over.

Maar het netwerk kan ook helpen om sociale controle uit te voeren, dat gebeurt bijvoorbeeld bij Uber en Airbnb. "Waarom zou je bij een vreemde in de auto stappen? Of waarom zou je je huis verhuren aan een vreemde?" In het geval van Uber is het feit dat je getrackt wordt een vorm van controle. Bij Airbnb spelen de beoordelingen een centrale rol.

Achteloos

De Langhe denkt dat we hier op een van de institutionele uitdagingen voor de toekomst botsen. Hoe zullen we de evolutie verwerken van een verticaal georganiseerde naar een horizontaal georganiseerde samenleving?

Dat is meteen de reden waarom we het vandaag zo moeilijk hebben met dat begrip privacy. "We denken vandaag nog over privacy in dat verticale kader, we willen niet gecontroleerd worden door een hogere macht. Of dat nu een overheid of een bedrijf is. Maar ik geloof dat we steeds meer evolueren naar een model waarin we elkaar zullen controleren. Dat kan gebeuren door elkaar in realtime te ontmoeten, maar ook door data vrij te geven via een netwerk."

Uiteindelijk draait het volgens De Langhe om een soort cocreatie. "Als we allemaal een stukje toevertrouwen aan elkaar of aan een platform, kan dat voor iedereen interessant zijn. Want hoe meer we elkaar digitaal vertrouwen, hoe meer we kunnen samenwerken met personen die we misschien nog nooit hebben ontmoet."

Dat betekent niet dat we plots achteloos moeten omspringen met onze gegevens. "In een ideale digitale wereld is privacy geen zwart-witbegrip", meent Van Peteghem. "Technologische systemen zoals de blockchain - kort door de bocht is dat een database die een groeiende lijst bijhoudt van data die gehard zijn tegen manipulatie en vervalsing - zullen ervoor zorgen dat we tijdelijk een stukje data ter beschikking kunnen stellen om het netwerk waarvan we gebruik maken te helpen. Nadien zal dat perfect kunnen verdwijnen. Uiteindelijk zul je de reis die je data aflegt perfect kunnen volgen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234