Dinsdag 19/11/2019

'Zullen we er nog eentje doen?'

Plan Bart is een langspeelfilmdebuut. Maar dan wel zo'n debuut dat eigenlijk geen debuut meer is. Zoals ook Pieter Van Hees (Lin- keroever), Christophe Van Rompaey (Aanrijding in Moscou), Hans Van Nuffel (Adem), Michaël Ros- kam (Rundskop) en Peter Monsaert (Offline) er eerder een afleverden. Doorgewinterde filmmakers voor ze aan het lange werk begonnen. Ze hadden al zo veel uur op een set gestaan dat ze beter wisten hoe een film gemaakt werd dan sommige regisseurs die in de wereld van het lange filmwerk al een palmares hadden.

Roel Mondelaers is op zijn 36ste ook lang geen groentje meer. Hij stond al als stagiair-opnameleider op de set toen Dominique Deruddere Iedereen beroemd draaide. En de laatste tijd is hij ook een veelgevraagd scenarist. Hij hielp de tv-serie De vijfhoek schrijven en zette ook net de horrorfilm Welp op papier, samen met Jonas Govaerts, gitarist van The Hickey Underworld die straks zijn langspeelfilmdebuut gaat draaien. Tot enkele jaren geleden was Mondelaers ook een reclamejongen. Zij het dat hij de meeste van zijn clips in duo draaide, met Raf Reyntjens. Hun bekendste is Who Took My Badjas?! voor Belgacom. En nu hij het alleen en in het lang gaat doen, wil hij het ook prettig en grappig houden. Zijn film moet een romantische komedie worden. Luchtig, fleurig en zaadrijk.

Hij heeft ook dit verhaal zelf geschreven, samen met Hans Van Nuffel. De pitch? Sarah en Alex hebben al jaren een vaste relatie. Ze zitten beiden in de reclamewereld en de plannen om aan kinderen te beginnen, schuiven ze voor zich uit. Tot Alex haar opeens bekent dat hij zich liever niet wil voortplanten. Sarah voelt zich verraden en dumpt hem. Ze is 35 en zoekt wanhopig naar een man met wie ze een gezin kan stichten. Wanneer ze toevallig een oude vriend terugziet, stelt ze hem voor om tegen betaling een kind met haar te verwekken. Eén voorwaarde: na de levering van het zaad moet hij uit haar leven verdwijnen.

Geen dieren en geen kinderen

De romantische komedie mag dan de zonnige kleur hebben van een verse bananenschil, het genre is even verraderlijk: menigeen is er al over uitgegleden. Er zit intussen een geurtje aan dat ruikt naar 'flauw', 'suikerachtig' en 'voorspelbaar'. Heel vaak zitten de drie goeie moppen uit de film ook al in de trailer. En dan situeert Mondelaers zijn film ook nog eens in een stad als Brussel, die bij velen niet meteen romantische gedachten oproept. Maar dit is een man die geen uitdaging uit de weg gaat.

Die dag hebben zelfs ijsberen - die nochtans het ijs onder hun poten voelen wegzakken - niet zo veel redenen om te ijsberen als Roel Mondelaers. Hij zal op zijn tenen moeten lopen. En hij is al zo groot. Maar hij beseft dat dit een gruweldag kan worden. De reden: vandaag zijn er kleine kinderen op de set. En Roel kent natuurlijk zijn klassiekers: "Never work with animals or children", zei W.C. Fields, een man die wist wat voor een ernstige zaak het maken van grappige films wel was.

Stilte op de set, daar hoeft hij ook al niet op te rekenen. We bevinden ons pal in het centrum van Brussel, in het Warandepark, en dan nog bij de grote fontein die qua decibels de kracht heeft om ieder normaal gesprek onverstaanbaar te maken.

Joke Pevenage heeft een stem die daar gelukkig moeiteloos bovenuit gaat. Met haar klankkast had ze in de opera kunnen staan, maar ze heeft voor een carrière als eerste regieassistente gekozen. Als je denkt dat een regisseur veel aan het hoofd heeft, doe het dan voor de eerste assistente nog maar maal twee. Zij dirigeert werkelijk het verkeer op de set. Samen met Roel en zijn cameraman heeft ze eindeloze uren gewerkt op wat ze haar bijbel noemt. Even laat ze er een glimp van zien: een draaiboek waarin shot- en decoupagelijsten in detail zijn opgenomen. De decoupage van een scène is het opdelen in kleine stukjes: vooraf wordt bepaald welke camerastandpunten en kaders er nodig zijn. Joke weet precies wat er bij elke take van iedereen verwacht wordt en ze geeft dan ook voortdurend instructies. Zodat Roel zijn gedachten en zijn stem voor betere doeleinden kan sparen. "We gaan even een kader maken", roept ze. "Iedereen uit beeld. On libère le plateau s'il vous plaît. Ze doet het in zoveel talen als nodig. De set moet vrijgemaakt worden van iedereen die er niet hoeft te zijn. Moeten er wel zijn: Wine Dierickx en Wouter Hendrickx, die Sarah en Alex spelen. Daisy Ip is de fotografe, Eva Van der Gucht speelt de stiliste en beste vriendin van Sarah en Maarten Mertens is de klant.

Acteurs die je gelooft

Eigenlijk zeggen de namen van de acteurs alles over deze productie: Mondelaers is gegaan voor uitstekende acteurs en pas in de tweede plaats voor namen. Het zijn stuk voor stuk mensen die je gelooft in alle rollen die ze spelen. Wine Dierickx heeft een naturel dat je sommige bomen zou toewensen. Jeroen Perceval was verliefd op haar in Dagen zonder lief. Hij had toen nog haar op zijn hoofd. Inmiddels is hij zeven jaar ouder en heeft hij films als Rundskop achter de kiezen, en de Nederlandse prent Borgman, waarvoor hij onlangs nog de trappen van het festivalpaleis in Cannes mocht beklimmen. Wouter Hendrickx is echt, oprecht en authentiek in alles wat hij doet. De helaasheid der dingen en Adem zouden zonder zijn aandeel nooit de topfilms geweest zijn die ze waren. En ook Mourade Zeguendi is zo'n naam die niet toevallig altijd in de juiste films belandt: Les Barons en Offline, om er maar een paar te noemen.

Tijd om te acclimatiseren

"Mijn personage Alex organiseert een fotoshoot voor zijn klant Maxi-Cosi, maar die hele bedoening loopt volledig in het honderd", antwoordt Hendrickx op de vraag welke scène er wordt gedraaid. "Zodra de bestelde peuter in het kinderzitje belandt, zet ze haar keel open. Reden voor veel spanning, des te meer omdat Alex en Sarah op dit punt in het verhaal al uit elkaar zijn. Hij wil haar terug, maar zij beschouwt hun relatie als verleden tijd: op een kus hoeft hij niet meer te rekenen, hij kan hooguit een koele handdruk krijgen."

Veel heeft Hendrickx niet te doen bij de eerste scène. Hij moet er gestrest en geïrriteerd bij lopen, wat bedenkelijke gezichten trekken en gefrustreerd een zoveelste lolly weggooien als er weer een kind aan het huilen gaat.

"Dit is pas mijn derde draaidag", zegt hij, "en ik ben blij dat ik tijd krijg om wat te acclimatiseren. Ik kom net van de opnamen van de serie Cordon. Ik speel er een flik bij de oproerpolitie die er in een besmette en afgesloten wijk op uit wordt gestuurd om mensen te redden. Heel veel drama. Ik heb dagenlang iedereen rond mij zien sterven. Dus ik ben blij dat mijn eerste scènes niet te heftig zijn. Het is niet altijd zo. Bij De helaasheid der dingen moest ik op mijn allereerste draaidag mijn laatste scène spelen. Meteen lappen tekst."

Joke buldert alweer. Ze kondigt aan dat ze aan het eerste shot van de 49ste scène gaan beginnen. Eerst zal de camera gericht staan op de acteurs die bij de fotoshoot achter de fotocamera staan. Het is 9.30 uur en Brussel is al wakker. Aan alle kanten spoeden heren in kostuum en dames in deftige ensembles zich naar de kantoren in de buurt. Achter de filmcamera staat een man met een buggy. Hij komt niet in beeld. Alleen de acteurs die hem en het denkbeeldige kind in zijn kinderwagen bekijken, worden bij deze take gefilmd.

Op het moment dat er zogezegd een wenend kind in de buggy wordt gezet, legt Joke er een houten latje in en zet ze een slechte imitatie van een jankende baby neer. Zo is de kijkrichting van de acteurs gelijk en hebben ze een signaal om te reageren. Wouter begint te sakkeren en zwiert van frustratie nog een lolly door de lucht.

Kindertranen op bestelling

De kinderen zijn al aanwezig, maar ze worden nog gespaard. Er is een matje waarop ze kunnen spelen en ze zijn zich nog van geen kwaad bewust. Producer Ivy Vanhaecke heeft ook haar kleine bengel mee, Nelson. Een bevallig jongetje van een jaar en vijf maanden dat nog niet op eigen benen loopt. Is het omdat hij nog wankelt dat Nelson slechts invaller is? In ieder geval, er is een andere jongedame die haar dochtertje heeft meegebracht. Ze had op een castingsite gelezen dat er een peuter gezocht werd en "iedereen zegt mij altijd dat ik haar bij een kindermodellenbureau moet inschrijven, maar dat weiger ik te doen", tracht het moedertje zich te excuseren voor het feit dat ze haar tweejarig kind al in het arbeidscircuit laat meedraaien.

Haar kleine Emma heeft een grote toekomst als actrice. De tranen komen op bestelling. Ze doet precies wat ze moet doen. Wanneer ze door haar moeder aan het fotomodel wordt overhandigd, een figuur die er niet toevallig kleurloos en saai uitziet, moet ze volgens het scenario beginnen te wenen. Telkens als de moeder zich omdraait en wegloopt, zet Emma haar keeltje open als was ze de hond van Pavlov die een belletje hoorde rinkelen.

Met ontzetting slaat Eva Van Der Gucht het wrede tafereel gade. Je zou haast geloven dat ze een horrorfilm aan het bekijken is. Gelukkig worden de takes met het wenende kind tot een minimum beperkt. De productie zal zonder problemen 'No children were harmed' op de aftiteling kunnen zetten.

Zaad van een maat

Iets later komt Jeroen Perceval aan. Hij is de Bart uit de titel. Een voorlopige titel, benadrukt Roel Mondelaers. Onze nochtans logische suggestie 'Zaad van een maat kan geen kwaad' wordt op gefronste wenkbrauwen onthaald. 'Zot van B.' is geen optie, al zou het ook kloppen. De hoofdpersonages zijn bijna allemaal Vlaamse Brusselaars. Zoals Roel Mondelaers. Van origine is hij Antwerpenaar, maar na zijn studies aan de filmschool bleef hij in Brussel hangen. Het verhaal is uit zijn leven gegrepen. En uit dat van zijn vrienden.

"Ik kwam op het idee toen we met een bende vrienden samen zaten. Een vriendin was haar beklag aan het doen. Ze was na lange tijd weer vrijgezel en vreesde dat ze nooit nog een man zou vinden die met haar een kind op de wereld zou willen zetten. Waarop iemand uit het gezelschap haar troostte met: 'Als het dat maar is. Als je op je 35ste nog geen partner hebt, dan wil ik je wel aan een kind helpen.' En dat hij ook wel inspiratie zal gevonden hebben bij de 'Mad Men' voor wie hij jaren reclameclips draaide, verklaart wellicht waarom het verhaal deels in de reclamewereld is gesitueerd.

Vlaams Frans

Zoals wel vaker op Vlaamse filmsets, wordt ook op deze set veel Frans gesproken. Vaak zoeken films van over de taalgrens hier extra steun en andersom kloppen onze filmmakers bij de Franse Gemeenschap aan. De centen die ze krijgen, moeten dan wel gespendeerd worden aan mensen uit de eigen industrie. In dit geval betekende de steun van het fonds Bruxellimage- /Wallimage dat een deel van de crew en het materiaal Brussels moest zijn en een ander deel Waals. Voor deze film leek dat logisch.

"Joke, de eerste regieassistente is perfect tweetalig", zegt Ivy. "Onze costumière is Vlaams, de afdeling make-up is Franstalig, de cameraploeg is Nederlandstalig en ons opnameleidingsteam is Franstalig. Het is een mix. Zoals op heel veel filmsets." In de film zelf wordt hooguit 15 procent Frans gesproken. Het enige hoofdpersonage dat Frans spreekt is Abbi. En hij is er vandaag niet bij.

"Mourade Zeguendi speelt Abbi, een Brusselse dj die samenhokt met de Bart die door Jeroen Perceval wordt gespeeld", aldus Roel Mondelaers. "Abbi is een levensgenieter met het hart op de juiste plaats, een volle platenbak, en een 'agenda' vol telefoonnummers van mooie vrouwen. Hij is Barts geweten, en hoewel doodeerlijk heeft hij niet altijd de beste raad in pacht. Abbi spreekt Frans. En aangezien de heren boezemvrienden zijn, spreekt Bart ook Frans met Abbi - Vlaams getint weliswaar.

"De dialogen van Abbi heb ik samen met een Franstalige vriendin (Vanja d'Alcantara, regisseuse van Beyond the Steppes) vertaald naar het Brusselse straat-Frans. Die van Bart heb ik zelf gedaan. Dat was niet zo moeilijk: gewoon mijn eigen Vlaams-Franse taaltje, met bijbehorend beperkt vocabulaire op papier gezet, en there it was: een Brusselse cocktail van talen. Oorspronkelijk gingen Bart en Abbi in het Nederlands, Engels en Frans aan de slag - zoals ik spreek met mijn Franstalige vrienden - maar dat bleek op beeld onverstaanbaar."

Perceval heeft superzaad

In tegenstelling tot veel romantische komedies wordt dit geen chick flick. Wel, zoals Roel Mondelaers zegt, "een romantische film met kloten. Het moet grappig zijn en liefst ook ontroerend." Op de vraag aan welk soort film we dan moeten denken, laat hij titels als 500 Days of Summer, Juno en toch ook wel Notting Hill vallen. Hoofdrolspeler Perceval denkt dan weer meer aan de films van Judd Apatow, de maker van A 40 Year Old Virgin en Knocked Up. Of aan iets als Little Miss Sunshine.

Zijn Bart is een avonturier, een flierefluiter. Zijn enige ambitie op termijn is deel te nemen aan het wereldkampioenschap luchtgitaar in Osaka. Typecasting, zou je geneigd zijn te denken, als je weet dat Perceval ook een fase in zijn leven had dat hij het niet zo nauw nam met zijn verantwoordelijkheden. Die fase ligt achter de rug. Hij bezong ze nog toen hij vorig jaar als 'Kramer' een plaat vol rapnummers uitbracht. Nu is hij vaak in het theater te zien, heeft hij zijn theaterstuk Les Ardentes bewerkt tot een scenario dat met hem en zijn copain Matthias Schoen- aerts in de hoofdrollen verfilmd zal worden door Robin Pront. Een ander stuk van hem, Liebling, is deze zomer in Frankrijk als een klei-ne, onafhankelijke film gedraaid door Jozefien Scheepers, met Ellen Schoenaerts en Bert Hael- voet in de hoofdrollen. De voorbije maanden heeft hij een Franse film gedraaid aan de zijde van Charlotte Gainsbourg en in Duitsland werk- te hij met de legendarische Edgar Reitz, in wiens vervolg op Heimat hij een rolletje heeft.

Met andere woorden, Perceval is een fabriek van tekst, vertolkingen en creativiteit. Voor de camera is hij extreem gefocust en gebruikt hij zijn verstand. Ernaast komt er alleen nonsens uit. "Het is een film over sperma", zegt hij. En als je te weten wilt komen waarom hij is gevraagd, lacht hij dat hij superzaad heeft. Als we hem dan toch even tot enige ernst kunnen bewegen, beklemtoont hij dat dit een gedurfde film wordt: "Als je mij bekijkt, moet je toegeven dat het een moedige beslissing is om me de hoofdrol te laten spelen in een romantische komedie."

Hij moet even op. Pronken met het kind. In de kinderwagen. Omstandigheden hebben van Bart een model gemaakt. In de film draagt hij meestal hiphop-outfits, maar in deze scène is hij chic uitgedost en voelt hij zich wat onwennig. Het vorige model is gedumpt. En nu moet hij op de foto met de kleine Emma.

Dit keer blijft ze heel rustig. De truc is simpel. Haar moeder blijft nu naast de camera staan, en Eva Van Der Gucht, toekijkend als de stiliste uit het verhaal en de beste vriendin van Sarah, trekt zoveel gekke bekken dat het kind al vlug zit te kraaien van de pret. In de filmzaal moet deze scène ons laten geloven dat Bart een geboren vader is. Roel kan opgelucht ademhalen. Het is middag en de scènes met de kinderen zijn al ingeblikt.

De twijfel van Wine

Wine Dierickx heeft getwijfeld vooraleer ze toezegde. In Smoorverliefd en Het varken van Madonna was ze ook de vrouw aan wie mannen niet konden weerstaan. Ze geeft toe dat ze in het echte leven best romantisch is, maar blijkbaar vreesde ze ervoor om in herhaling te vallen. Of had ze geen zin om de Sandra Bullock of Kate Hudson van Vlaanderen te worden. Wine heeft meer en andere ambities als actrice. Het hele jaar door staat ze op de planken met de acteursgroep Wunderbaum. En als ze dan in de zomer tijd heeft voor een film, mag er best wat variatie in zitten. Toen ze het scenario een paar keer had herlezen, wist ze zeker dat Plan Bart een film zou worden zoals ze er nog nooit een gedaan had. Een stadsfilm over dertigers: Sperm in the City of zoiets.

"De dialogen zijn heerlijk en verrassend", zegt Wine. "En ook de verhaallijn, hoe die personages zich ontwikkelen. De complexiteit. Hoe er met het onderwerp van relaties wordt omgegaan. Dat iedereen goed wil doen, maar eigenlijk alleen verkeerd doet en rare keuzes maakt. Waardoor het ook grappig wordt. We proberen de situaties heel serieus te benaderen en oprecht te spelen. En daardoor krijgt dat volgens mij iets komisch. Omdat het pijnlijk herkenbaar wordt."

Hendrickx, die zit mee te luisteren, beaamt. "Pijnlijk ja. Het gaat over zeer herkenbare situaties: keuzes maken in het leven, cruciale beslissingen voor je uitduwen, en geconfronteerd worden met voldongen feiten. Als je er dan toch een term op moet plakken, zou ik al even vlug van een tragikomedie durven te spreken."

Het moet in ieder geval een film van deze tijd worden: almaar meer dertigers stellen het maken van kinderen zo lang mogelijk uit. Toch zegt Mondelaers dat de film voor hem "niet per se over het krijgen van kinderen gaat. Het wordt zeker geen pamfletfilm om te pleiten voor de voortplanting. Maar het gaat wel over engagement in het leven. Als je aan de zijlijn blijft staan en geen risico's neemt, dan gebeurt er niets."

Een speelse stadsfilm

Bij Caviar nemen ze ook risico's. Maar dat zijn ze gewoon. De Belgische productiefirma heeft kantoren in Los Angeles, Praag en Amsterdam en draait reclame- en videoclips, tv-series en films: Clan, The Spiral, De smaak van de keizer, Linkeroever, My Queen Karo en ook Smoor- verliefd en Het varken van Madonna. Caviar heeft er als coproductiefirma ook voor gezorgd dat Lars Von Trier zijn nieuwe film Nymphomaniac deels in België draaide. Hilde Van Mieghem zal de verfilming van Tom Lanoyes Sprakeloos ook door Caviar laten produceren.

Volgens producer Ivy Vanhaecke hebben zij en haar CEO Bert Hamelinck niet lang getwijfeld toen Roel met het script kwam aanzetten.

"De basis waarom je een project doet", zegt ze, "zijn het scenario en het trackrecord van de regisseur. Roel is geen onbekende voor ons. Hij heeft veel setervaring. We hielden vooral van de speelse toon van het script. Het gaat over on- derwerpen die een hele generatie bezighouden: kiezen voor een relatie, voor een kind en voor de stad. En het is een stadsfilm. De personages wonen hier. Ze zijn aan het twijfelen, zoals veel jonge gezinnen: de stad verlaten of toch blijven."

Brussel is geen prentkaart

Roel woont er nog altijd: "Brussel wordt al te vaak negatief afgeschilderd in de pers, terwijl hier toch echt wel heel veel mensen wonen, werken en verliefd worden. Het is eigenlijk een heel aangename stad om in te leven. Brussel speelt een belangrijke rol in het verhaal, maar eigenlijk had het om het even welke stad kunnen zijn. De film gaat over wonen in de grootstad en wat dat voor invloed heeft op je leven en je liefdes."

Brussel was recentelijk nog een prachtig decor in films als The Invader en Swooni, maar filmploegen zijn er niet echt welkom. Het is er moeilijk draaien. Op veel plekken vinden mensen er lol in om de filmwerkzaamheden te verstoren, parkeren is overal een probleem en je met een hele filmploeg verplaatsen van de ene locatie naar de andere is ook geen pretje. En dat terwijl de ploeg 52 locaties aandoet in 30 dagen. Voor de meeste van die locaties moet betaald worden. In Brussel kost alles geld.

Ivy is zelf een echte Brusselse. "We tonen geen prentkaartbeeld van Brussel, het is geen Amélie Poulain. We tonen ook niet het Brussel zoals de meeste mensen de stad kennen: als een pendelstad of een drukke heksenketel. Maar eerder als een stad waar mensen wonen en effectief keuzes maken in het leven." Tijdens de opnamen logeert Wine in een appartement in de Dansaertstraat, hartje Brussel. Het helpt haar om haar personage beter aan te voelen, zegt ze. En sommige locaties liggen op wandelafstand. Zo wordt er vrij veel in Molenbeek gefilmd, waren er opnamen in café De Walvis en ook in de Flamingo zette de ploeg van Mondelaers de camera's neer. Dat was zo'n dag die qua weer de vier seizoenen te bieden had. Terwijl de gefilmde scènes allemaal deel uitmaakten van dezelfde sequentie.

Een film zonder romantisch licht

Gelukkig beschikt Roel met Philip Van Volsem over een director of photography die kan toveren met licht. Maar dat mag enkel in noodgevallen. Want Roel wil in deze film vooral natuurlijk licht. "Hij wil het licht niet voelen", legt Van Volsem uit. "Ik sta bekend als iemand die nogal expressionistisch met licht omgaat. Ik zou zeggen: ik ben een Italiaanse cameraman. Ik laat je het warme licht voelen, het romantische licht. Maar dat wou hij dus niet."

Zelf beweert Mondelaers dat hij Van Volsem, die hij als een topcameraman bestempelt, bewust wou prikkelen, hem uit zijn comfortzone halen. Van Volsem snapt wat hij bedoelt. "We kunnen gewoon goed samenwerken. En ik was er ook aan toe om eens iets anders te doen. Aanvankelijk is het moeilijk om iets tegen je gevoel, tegen je natuur in te doen. Maar ik heb er intussen veel zin in."

Ondertussen wordt het almaar drukker in het park. Joke roept ook de voorbijgangers toe dat ze uit beeld moeten verdwijnen en stil moeten zijn. Toeristen staan toe te kijken en er is ook een bus met zakenmensen. Een deel van hen heeft via de taxshelter geïnvesteerd in deze film, een ander deel overweegt om te investeren. Mede dankzij hen is het budget van deze film ongeveer 1,9 miljoen euro. Niet weinig, maar het had wat meer mogen zijn voor D.O.P. Philip Van Volsem.

"Vijf bijkomende draaidagen zouden het leven comfortabeler maken", zegt hij. "Ik ben 45 en ik heb tien jaar lang geen films meer willen draaien, omdat er gewoon te veel van ons wordt verlangd. Als je een film van dit kaliber goed wilt doen, dan ben je als D.O.P. minstens drieëneenhalve maand bezig. Tijdens de opnamen zie ik mijn gezin niet. Ik vertrek om 5 uur 's morgens en kom ten vroegste om 9 uur 's avonds thuis. Je moet werkelijk helemaal bezeten zijn van zo'n project, anders begin je er beter niet aan. Dan kun je beter reclamefilms draaien. Daar hoef je niet na te denken en ben je veel beter betaald."

Maar hoe bezeten Philip ook is, Roel is het nog ietsje meer. Voor hem is dit zijn kans. Op het moment dat hij stilaan een internationale reputatie kreeg als reclameregisseur, zette hij alles in op die speelfilm. Hij laat dan ook niets aan het toeval over. Beminnelijk, warm en kordaat in alle gesprekken met acteurs en andere medewerkers, maar bij iedere nieuwe take verdwijnt hij in zijn eigen wereldje.

Dan zet hij de kleppen van de monitor recht, stopt zijn hoofd in de kijkdoos die hij voor zichzelf heeft gemaakt en is even weg van de wereld. Tot er na de "Cut" even stilte volgt en hij laat weten: "Dat was prima. We gaan er nog eentje doen." Joke herhaalt zijn uitspraak, maar veel luider: "We gaan er nog eentje doen." En soms mag ze dat heel vaak blijven roepen.

Wat staan we nog te draaien?

Roel is inderdaad niet zuinig met zijn takes. De acteurs hoor je daar niet over klagen. Ze zeggen hooguit dat hij een perfectionist is en dat ze dat wel graag hebben. Zelf vindt hij niet dat hij veel draait. "Ik heb hier vandaag zes personages. Als ik die allemaal wil coveren, dan moet ik gewoon voldoende beeld hebben. Ik wil in de montagecel niet tot de conclusie komen dat er beelden zijn die ik niet heb."

Maar Philip Van Volsem laat een andere klok luiden: "Soms staan wij ons ook af te vragen: 'Wat staan wij nog te draaien?' Maar hij zal het wel weten. Hij zit in zijn eigen coconnetje. Hij zit voortdurend te kijken, niets ontgaat hem. Ik geef hem het voordeel van de twijfel. Ik geloof heel erg in zijn talent en zijn kunnen. Hij heeft zelf het scenario geschreven. Hij is wellicht op zoek naar iets in de acteurs dat jij en ik niet kunnen zien. Na twee, drie takes zie ik geen verschil meer. En soms zie ik het wel. Dan komt na de vijfde of zesde take die sprankel die ik niet eerder heb gezien.

"Ik begrijp het ook wel: die relatie tussen Bart en Sarah moet geloofwaardig zijn. Het is heel moeilijk om een soort liefdesverhouding te creëren zonder in pathos te vervallen. Soms zie ik de chemie, soms zie ik ze niet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234