Maandag 25/10/2021

Zuinig mag niet verworden tot gierig:

Vraag is wat er leeg is bij Devolder. Het lijf, of het hoofd?

de grens is smal, maar ze bestaat

Zeker zonder de Saunier Duvals. Afwezig, en dus bestaan ze niet meer. 'Nieuws' over dat team of andere dopingberichten worden geacteerd, haast notarieel: goed, wij stellen dit en dat vast, daar reageren wij zus of zo op, en weer over naar de orde van de dag. Vorige week stond de Tour nog even stil, nu gaat alles weer voort. Naar de enige Italiaanse col. Zonder Ricco dus, maar dat mocht de pret niet drukken, want in alle voorbeschouwingen heette het dat dit een rit voor Damiano Cunego zou zijn. Al lang uitgeschakeld voor het algemeen klassement, maar zo'n 'kleine' bergrit zou hij zeker naar hij zijn hand willen zetten. En mogen zetten. In de Belgische pers verscheen daarbij: een rit voor Devolder. Nu of nooit, Stijn. De Tourmalet met zijn 2.114 meter was te hoog gebleken, maar op papier was Prato Nevoso lager en korter.

Zo begon de eerste rit van het Alpendrieluik: bezorgd, geconcentreerd, maar zonder reden voor onmiddellijke paniek. De huizenhoge Col d'Agnello, op de grens tussen Frankrijk en Italië, dié boezemde respect in. Maar gelukkig lagen er meer dan honderd kilometer tussen de eerste en de laatste klim van de dag.

Nu gebeurde er op die Agnello niets, of toch niets bijzonders. In de afzink wel, letterlijk zelfs. Oscar Pereiro miste in de afzink een bocht een maakte een vreselijke smak. Een ervaren Tourrenner, die Pereiro, maar ook die maken fouten. Johan Bruyneel mikte zichzelf in 1996 over de reling in de afzink van de Cormet de Roselend. Een nijdige bocht, een linke beweging van de man voor hem, en ontzette tv-kijkers zagen hem gaan. Gelukkig 'braken de bomen zijn val', zoals dat heet. Zo hoog op de Agnello groeien amper bomen, en dus brak Oscar Pereiro zijn eigen val met zijn lichaam. Gebroken bovenarm - 'slechts' de arm, heet dat, want er werd eerst ook gevreesd voor zijn heup, en voor (veel) erger. Renners die het lichaam zagen liggen, roerloos en onbeweeglijk, zijn ploegmaats erbij, stopten met trappen en lieten zich bollen naar de vallei van Cuneo. "Ik heb gebeden dat hij in leven zou blijven", stamelde zijn ploegmaat Guttierez. Dat was gelukkig zo.

Die schrik bleef alvast Stijn Devolder bespaard. De kopman van QuickStep was éénmaal in beeld. Frontaal, met één arm de hoogte in, op die eerste klim? Bandbreuk? Een jasje nodig? Goede raad? Niets van. Stijn Devolder stopte, stapte af: wagen in, Tour uit. Voor de Tour riepen ex-kopman Lance Armstrong en ex-ploegleider Johan Bruyneel die Devolder nog uit tot favoriet voor het geel. "Leeg", dat was alles wat hij adjunct-ploegleider Dirk Demol zei. "Vier letters, daar bleef het bij. Daarna geen woord meer."

Vraag is wat er leeg is bij Devolder. Het lijf, of het hoofd? Het lijkt erop alsof hij zichzelf geen pijn kan doen, of toch niet in die mate die nodig is om een grote ronde te winnen. Vorig jaar in de Vuelta veroverde hij de amarillo trui. Hij zou die verdedigen, maar zakte af bij de eerste echte test in de cols. Dit jaar in de Ronde van Zwitserland: een patat. Minuten kwijt. Hetzelfde op de Tourmalet. Als het niet meer gaat, hoeft het blijkbaar ook niet meer.

Een kopman die faalt. (Devolder). Een andere kopman die ongewenst is (Boonen). Een wereldkampioen die een schim van zichzelf lijkt (Bettini). Een sprinter die nooit wint (Steegmans). Een adjunct-ploegleider die na één jaar al naar Astana gaat (Dirk Demol). Zou deze Tour de deconfiture tonen van de ploeg-Lefevere? De ontmanteling van een ooit zo sterke, zelfbewuste formatie? Ooit een topploeg met een lijn, een stijl, een attitude, karakter. Wat blijft daar van over, behalve het ophouden van een standing die er niet meer is?

Maar dat waren - letterlijk - overwegingen voor de achterhoede. De Tour rijdt elke dag verder, intussen heeft de bezemwagen achterblijvers opgepikt en uitgeladen, zijn de spandoeken verwijderd, de slogans in kalk weggespoten, de straten schoongeveegd, en ook de geheugens gewist. In de Tour is passé wie een week geleden druk druk omringd was. Kim Kirchen bijvoorbeeld. Nog altijd zevende, maar geen 'gevaar' meer. Ex-geel, ex-groen? Excusez-moi, ander, beter, sneller en nieuwer vooral.

Zoals Cadel Evans. Elke pedaalslag, elke beweging, elke versnelling van Evans wordt gezien en becommentarieerd. Van hem, en van zijn ploegmaats. Vorig jaar nog konden Christophe Brandt en Johan Vansummeren zorgeloos de bus kiezen tijdens een bergrit. Vandaag worden ze gespot, en als ze lossen ziet de hele karavaan het. Niet in de laatste plaats de andere ploegleiders.

'De zwakke ploeg van Evans', het is al dagen een item. Toen luitenant Popovitsj in Cholet een barslechte tijdrit reed, zei manager Marc Sergeant nog niet verrast te zijn: "In de Dauphiné was hij ook niet goed tegen de klok, maar wel in de bergen. Dus geen paniek."

Helaas was Popovitsj in de Pyreneeën slecht. En nu ook in de Alpen, want al van in de eerste kilometers van Prato Nevoso had de gele trui nog één ploegmaat.

- "Qui est le numéro deux?"

- "Mario Aerts."

- "Aerts? Tiens."

Mario Aerts rijdt hier voor wat hij waard is, en meer dan dat. Na de eerste Alpenrit staat deze model-helper op een verdienstelijke 35ste plaats, voor door het ijs gezakte top-tien kandidaten als Cyril Dessel of Haimar Zubeldia. Maar ook voor zijn eigen ploegmaat Dario Cioni, nochtans speciaal aangetrokken om Evans in de hoogste cols bij te staan. Op papier moet hij dat kunnen.

Na de aankomst riep sponsor Marc Coucke dat het goed was dat Evans de trui kwijt was, want dat de hele Silence-Lottoploeg stilaan "gedesintegreerd" was door het verplicht verdedigen van het geel, vijf dagen lang. Eén dag later zei Bjarne Riis dat die uitleg niet klopte: "Wie de Tour wil winnen, heeft een ploeg nodig. Ongeacht of je al in het geel staat of het geel wil grijpen. Als je in het geel staat, heb je een voordeel, hoe klein ook. Als je het geel niet bezit, moet je achterstand goedmaken."

Wat ploegmaats kunnen betekenen, werd al van in de eerste meter van Prato Nevoso duidelijk. Zeker als het broers zijn. Fränk en Andy Schleck, brothers in arms. Geen inspanning was de jongste te veel om zijn oudere broer te helpen. De Luxemburgse variant van die Amerikaanse legende: 'He ain't heavy. He's my brother.'

Andy Schleck zette zich op kop, Aerts werd in de achtergrond geblazen, van Cunego was al helemaal geen spoor meer. En ook Evans reed net te ver naar achter. "Eigenlijk reed hij de hele tijd vlak op mijn wiel", zei Fränk Schleck. Het was sec geformuleerd, maar juist daardoor klonk er enig misprijzen door. Net zoals een sakkerende Denis Mensjov al na Hautacam zijn Rabomaats uitlegde waarom hij boos was, gefrustreerd ook. Toen al reed Fränk Schleck in de aanval, "maar telkens Evans overnam, zag ik op mijn tellertje dat het tempo daalde. Twee kilometer per uur!" Zuinig mag niet verworden tot gierig: de grens is smal, maar ze bestaat. Zich niet bezatten stoort niet, nooit trakteren irriteert.

Schleck en de andere CSC's waren gul in de inspanning, maar nochtans niet voor de ritzege - die zou aan een van de vier vroege vluchters toekomen (Simons Gerrans, zo bleek), mannen die er maximaal voordeel aan hadden van het feit dat het peloton de benen stil hield na de vreselijke val van Pereiro. Hier was de Tour de France zelf in het geding.

Wat vervolgens gebeurde, was op papier onmogelijk te voorspellen geweest. Bijvoorbeeld: Denis Mensjov, haast net zo'n zuinige renner als Evans, viel al vroeg aan, fel en gevaarlijk, maar al in de eerste bocht schoof hij uit. Later ging hij nog eens, om dan op 800 meter van de streep te kraken. Ook dat was bij CSC genoteerd: "Hij ging, omdat hij zich sterk voelde. Hij is niet zo sterk als hij zelf dacht te zijn." Maar ook, Fränk Schleck. "Ik ben in het rood gegaan. Net als iedereen." Allen in het rood in de strijd om het geel. Vanaf de eerste Alpendag.

Hoe sterk ze bij CSC zijn (en blijven), is een open vraag. En vooral: wie van hen is de allersterkste. De eerste. De kopman. Hij die steun verdient, én krijgt. Net zoals op Hautacam al zichtbaar was, waren de acties van de Schlecks en Sastre niet altijd even gecoördineerd. Als de ene al zijn energie in de aanval steekt, durft de ander wel te achtervolgen. Om zijn eigen klassering, natuurlijk, maar Evans gaat wel altijd mee.

En zo gebeurt na de eerste Alpenrit wat zelfs op papier onmogelijk leek. Er verloren toprenners tijd - voor het eerst Evans zelf - maar de verschillen in de rangschikking werden niet groter, maar kleiner. Nog kleiner. De top-zes staat nu binnen de vijftig seconden. Met renners die het grote publiek niet (Bernhard Kohl) of nauwelijks (Christian Vande Velde) kende.

En zo werd Prato Nevoso 'Prato Nervoso': een oord waar de Tour in de fase kwam van de nerveuze, zenuwslopende strijd. CSC wil minstens dríé minuten pakken op Evans in de Alpen, want er volgt nog een zware tijdrit. Maar 'CSC' zal nooit of te nimmer de Tour winnen. Eventueel Fränk Schleck, of Carlos Sastre. Wielrennen is omgekeerd voetbal. Daar spelen individuen maar wint het collectief. In de koers rijdt het collectief maar wint het individu.

Maar welke CSC'er? Wie kiezen? En intussen vecht Evans voor elke seconde. Mensjov grist mee wat hij kan. Kohl en Vande Velde, iedereen ziet het potentiële gevaar van jongens die na driekwart Tour, tijdrit en drie bergritten incluis, op minder dan veertig seconden staan van het geel. Maar mentaal ziet geen mens hen al in als winnaars in Parijs. Omdat ze het niet kunnen? Neen, omdat het nog altijd ondenkbaar is.

We zijn nog altijd hardleers, veertig jaar nadat de muren van datzelfde Parijs volgekalkt stonden met slogans als: l'imagination au pouvoir.

Wie niet dromen kan, zal maar moeten zien, met eigen ogen vaststellen. Opmeten of een stijlverschil ook een tijdsverschil maakt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234