Vrijdag 30/10/2020

‘Zoveel macht heb ik niet’

Toen ik de archieven opentrok, viel het me op dat u nooit gewoon Koen Blijweert wordt genoemd. Het is altijd ‘de veelbesproken’, ‘de beruchte’ of ‘de in opspraak gekomen’ Koen Blijweert.

Koen Blijweert: “Dat vind ik spijtig, ja, maar wat doe je eraan? De mensen die me beter kennen, weten dat het niet strookt met de waarheid. Ik probeer gewoon mezelf te blijven, vooral door de opvoeding die ik heb gekregen van mijn vader Renaat, in mijn ogen zowat het dichtste wat je je kunt voorstellen bij de uitdrukking ‘God op aarde’. Van hem heb ik geleerd dat vriendschap, vertrouwen en het gestand doen van een gegeven woord heel hoog in je vaandel moeten staan. Een familieman pur sang ook, een reus van een mens, een meter negentig, honderdveertig kilo. In zijn glorietijd een van de grootste aannemers van België, hij leverde toen 4.000 Amelinckx-appartementen per jaar af. Ik probeer me aan hem te spiegelen. Ik draag nog voortdurend de brief op me die hij zijn kinderen schreef toen ze 21 werden. Er staan zowat alle levenswijsheden in die je nodig hebt.”

Hij was ook de man die niet alleen iedereen in de politiek kende, maar iedereen ook af en toe een envelop toestopte. Wat overigens wettelijk was in die tijd. Spiegelt u zich ook daaraan?

“Met envelopjes doelt u op partijfinanciering, maar dat is gelukkig verleden tijd. Van kleins af heb ik papa zien omgaan met politieke relaties, er kwamen mensen van alle partijen bij ons eten. Op een keer kwam Paul Vanden Boeynants eten, net toen ik als middelbare scholier op Sint-Lukas iedere dag tegen zijn plannen voor een beroepsleger ging betogen: ‘Tik-tak-Pontiac, Vanden Boeynants dikke zak’ was de favoriete slogan. Hij was een heel goede vriend van vader, en terwijl zij samen binnen zaten te eten heb ik de vier banden van zijn auto plat gezet. Hij is met de chauffeur van papa terug naar Brussel gemoeten, maar hij nam het wel sportief op. (imiteert VdB vlekkeloos) ‘Renaat, die jongen heeft wel kloten aan zijn lijf.’

“Dat heb ik genetisch overgekregen, ik ben ook gepassioneerd door politiek, terwijl mijn broer er dan weer absoluut niets mee te maken wil hebben. Toen ik tien jaar oud was, zat ik op zondag al naar de politieke praatprogramma’s te kijken en legde papa uit wie wie was, en waarvoor die mensen stonden. Mijn vader is jong weduwnaar geworden en na zeven jaar hertrouwd met een Française. Ik ben helemaal in het Frans opgevoed, een van de redenen waarom ik vandaag de gevoeligheden van de andere kant van het land goed begrijp en er begrip voor heb. Wat mij eraan boeit, is dat te weinig mensen beseffen dat politiek een ongelooflijk moeilijke taak is, dat het ook meestal maar hardwerkende mensen zijn die proberen hun ideeën in een maatschappelijke realiteit om te zetten. Ze verdienen meer appreciatie dan ze krijgen. Ook al is er geen enkele partij die 100 procent aan mijn ideeën beantwoordt, het praten met politici vind ik nu eenmaal boeiender dan in een voetballoge naar een match gaan kijken.”

Naar wie kijkt u zoal op?

“Bij de socialisten heb ik heel goede gesprekken gehad met Guy Peeters en Willy Claes, bij de liberalen met onder meer Pierre Chevalier. Ik kijk op naar de kordaatheid van een Jean-Luc Dehaene, die moeilijke en onpopulaire maatregelen durfde te nemen, die achteraf wel juist bleken te zijn. Leo Delcroix mag ik tot vandaag een vriend noemen, en er zijn er gelukkig nog veel, ook aan Franstalige kant.”

U hebt vrienden en kennissen in alle partijen, maar tegelijk in iedere partij ook mensen die niets van u moeten weten. Vernoem uw naam bij Steve Stevaert of Karel De Gucht en ze lopen spontaan drie kilometer ver een blokje om.

“Love him or hate him, zeker? Ik ben geen rancuneus mens, ik probeer goed te doen, maar ik kan moeilijk ontkennen dat ik af en toe de perceptie tegen heb. Mijn broer is een succesvol zakenman die fortuin heeft gemaakt in aluminium, maar hij heeft zich nooit met politiek beziggehouden, en hij is dus door iedereen geliefd en wordt steevast omschreven als een bonafide zakenman. Ik praat met veel politici, zorg er af en toe voor dat mensen elkaar ontmoeten, en dus krijg ik het stempel ‘berucht’. Ik durf al eens ongezouten mijn mening te geven, misschien komt dat in gewijzigde of aangedikte vorm dan ter ore van de één of de andere, je hebt nu eenmaal geen controle over geruchten. Steve Stevaert en Karel De Gucht hebben me nog nooit gezegd waarom ze me eigenlijk niet zo erg graag zien. Ik zou het best boeiend vinden om daar met hen eens van gedachten over te wisselen.”

Ik probeer het u uit te leggen, en ik beperk me tot de twee recentste zaken want alles oprakelen zou ons een dag kosten. As je hoort dat een substituut-procureur, ooit belast met de strijd tegen witteboorden- criminaliteit, met de chauffeur van Koen Blijweert een nachtje is gaan feesten in het duurste bordeel van Nederland, de YabYum, en dat de rekening daar is betaald met één van uw kredietkaarten, begrijpt u dan nog niet waarom er wenkbrauwen gefronst worden?

“Ik begrijp dat, ja. De conclusie lijkt dan immers wel heel erg voor de hand te liggen, maar daarom is ze nog niet de juiste. Gesteld dat ik inderdaad iets zou willen van die magistraat, wat absoluut niet zo is, zou ik dan, met mijn verleden, en ondertussen al ongeveer zeventig keer verhoord in allerlei kwesties, dan zo naïef zijn om zo’n nachtje te betalen met mijn eigen kredietkaart? Dat zou toch pure zelfmoord zijn? Via je gsm-rekeningen en je kredietkaarten is alles - zelfs met datum en uur der dingen - makkelijk na te trekken. Dat is dus het eerste waar speurders naar zullen kijken. Ik kende die magistraat zeer oppervlakkig, mijn chauffeur kende hem wel, ze waren beiden lid van dezelfde schietclub. Ze zijn gaan stappen, en die chauffeur, die één van onze kaarten had omdat hij vaak klusjes of bestellingen moest afrekenen, heeft dat feestje daar betaald, omdat geen van beiden voldoende cash bij zich bleek te hebben. Toen ik mijn afschriften kreeg en het opmerkte, is dat bedrag trouwens terugbetaald.”

U ziet Yab Yum op het afschrift staan en denkt: ‘Tiens, heb ik nu echt ergens zo’n grote fles champagne gekocht?’

(lacht) “Allez nu, ik ben een man van het leven, ik heb mijn fouten en ik ben zeker geen witgekalkt graf, dus niemand moest mij vertellen wat de Yab Yum was. Maar ik wist ook verdomd goed dat ik daar niet geweest was, dus is het verhaal snel uitgekomen. Die chauffeur werkt inmiddels niet meer bij ons. Ik weet ook niet wat hem bezield heeft om zo’n stunt uit te halen. Ik weet dat de schijn tegen me werkt, maar ik heb daar echt niets over te verbergen.

“Bovendien, als die magistraat dan toch zo’n goede vriend zou zijn geweest, dan had hij toch een rare manier om dat te uiten. Het is die magistraat die mee geijverd heeft om Jan De Clerck, een jarenlange jeugdvriend van onze familie, in voorhechtenis te stoppen. Zo hartelijk zal de relatie dan wel niet geweest zijn, zeker?”

Een tweede verhaal is het onderzoek dat naar u loopt over een grootschalige btw-carrousel met gsm’s, waar u volgens sommige berichten miljoenen aan verdiend zou hebben.

“De familie De Pauw en de familie Blijweert zijn altijd heel close geweest, dat is geen geheim. Een grote aannemer en een grote bouwpromotor, wat wil je, die relatie gaat terug tot in de jaren ’60, ik ben opgegroeid met de kinderen De Pauw. Op een bepaald ogenblik krijg ik de vraag van oom Charles De Pauw of ik zijn neef niet financieel kon bijspringen in het opstarten van een bedrijf dat zich zou bezighouden met het traden van gsm-toestellen. Ik heb toen daarvoor wat kapitaal en garanties gegeven, maar verder heb ik in die maatschappij nooit een mandaat of een directiepost bekleed, ik was er geen bestuurder van, ik had zelfs geen handtekeningbevoegdheid. Ik was gewoon een minderheidsaandeelhouder, net zoals ik dat toen was in tientallen bedrijfjes. Ik was er ook van overtuigd dat alles koosjer was, want men had mij verzekerd dat het bedrijf gecontroleerd werd door Ernst & Young en door twee advocatenbureaus, gespecialiseerd in de materie. Dus ik sliep op twee oren.

“Toen zijn we ervan beticht dat we zogezegd met ons medeweten gsm’s gekocht en verkocht hebben van en aan andere mensen die wel met een btw-carrousel bezig zijn geweest. Maar wij zelf - het bedrijf Action Trading - heeft geen euro carrousel gedraaid. Wij hebben altijd betaald en ontvangen wat officieel moest, belastingen betaald op de winsten, de balansen die dat bewijzen liggen bij het gerecht. Waar men mij zwaar op heeft gepakt, is dat vanwege mijn geldschieterschap het bedrijf de mogelijkheid heeft gehad om te kopen en te verkopen aan malafide mensen. In eer en geweten, die zaak draait nu al veertien jaar... Veertien! Wanneer het gerecht spijkerharde bewijzen had tegen mij en Charles De Pauw, dan zouden ze toch niet zo lang twijfelen? Men had ons dan toch allang tegen de muur genageld? Maar ik moet nog altijd afwachten wat er nu uiteindelijk van komt. Het laatste wat ik ervan gehoord heb, is dat ze toch de zwaarste betichting uit het dossier, met name het witwassen, hebben laten vallen. Dat is toch een aanwijzing dat men na al die jaren onderzoek tot de vaststelling is gekomen dat er elementen op wijzen dat mijn effectieve betrokkenheid wel degelijk bonafide was? Maar ik kan nu al voorspellen dat men het laten vallen van die klacht zal uitleggen als ultieme bewijs van mijn zogezegde lange arm. Mensen geloven graag wat ze willen geloven, daarover heb ik al een tijdje weinig illusies meer.”

Heeft die affaire u veel gekost?

“Financieel? Je veegt dat toch niet met een paar honderdduizend euro weg, nee. U moet weten dat diezelfde carrouselzaak ook in Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland is onderzocht, in al die landen ben ik ook verhoord en is die zaak tegen mij allang geseponeerd omdat men er daar wel van overtuigd is dat ik er niets mee te maken had, dat alles wat we deden legaal was. Alleen hier duurt het wat langer, hangt het na veertien jaar onderzoek nog steeds boven mijn hoofd, en dat alleen is voldoende reden om te schrijven dat waar er rook is, er ook wel vuur zal zijn: je kunt je daartegen haast niet verdedigen. Want veel meer dan het financiële luik heeft dit dossier me een stuk van mijn reputatie gekost. En dat is pas echt afschuwelijk. Want zowel in het zakenleven als bij de banken kleeft dat etiket op je hoofd. Dat heeft immense schade berokkent, waarvan ik vrees dat het gerecht er niet altijd de draagwijdte van beseft. Een schade die bovendien onherstelbaar is, want die veertien jaar kun je nooit meer terugwinnen.

“Sommige dingen in het leven kun je niet kopen: gezondheid en een goede naam zijn er twee van. Bij veel mensen heb ik die door deze zaak verspeeld. Het ergste is nog dat ook je familie daaronder lijdt. Mijn oudste dochter heeft daar vandaag nog problemen mee, die ik niemand toewens. Zij was een beginnende puber toen haar vader plots werd opgepakt en in de gevangenis werd gestopt, en niet iedereen kan dat even makkelijk plaatsen. Dat ik de druk kon weerstaan, dat ik daarvoor vecht, dat is je eigen verantwoordelijkheid en die kracht haal je uit je opvoeding, maar je kunt niet aan je kinderen vragen om dezelfde druk als hun papa te ondergaan. Ik wil hier niet het slachtoffer uithangen, maar makkelijk is het niet.”

Wat doet bijna drie maand voorhechtenis met een mens?

(stil) “Als men mij op voorhand had gezegd dat ik in het gevang ging vliegen, was ik in paniek geslagen. Maar het is mij overkomen, plots was ik aangehouden, en toen dacht ik dat het niet kon, eenvoudigweg omdat ik onschuldig was en me dus ook zo voelde. Het gevoel van onrechtvaardigheid dat je overvalt, is gewoon onmetelijk, niet uit te drukken. Maar bon, er zijn dingen die je kunt veranderen, andere dingen moet je ondergaan. Dan moet je daar in je hoofd het beste van proberen te maken. Het was geen gemakkelijke periode, maar ik heb er veel uit geleerd. (bijt even op de lip) Dat je leven in een seconde dramatisch kan veranderen, en nooit meer hetzelfde zal zijn. Dat je ik, je wezen, plots in een heel ander daglicht komt te staan, zeker voor de buitenwereld. Het is ook een les in ultieme nederigheid geweest, want dit kan iedereen overkomen. Iedereen. De les die ik eruit getrokken heb, is ‘ne jugez jamais personne’, wees o zo voorzichtig voor je ooit nog iemand veroordeelt.”

U bent miljonairszoon, geïntroduceerd in alle betere kringen van het land, en dan een cel in Vorst. De cultuur- schok kan niet groter.

“Da’s juist. Je moet het karakter en de moed hebben even je verstand op nul te zetten, want als je daarover begint te malen, bega je ongelukken, ga je onderuit. Je roeit met de riemen die je hebt. Ik heb het gigantische geluk gehad dat ik in de gevangenisbibliotheek mocht werken, dat ik een bezigheid had en niet permanent tussen die vier muren zat. Die bibliotheek organiseren, kranten bedelen, boeken uitlenen, dat heeft me mentaal gered. Ik heb er veel brieven naar vrienden en kennissen geschreven, op het einde was ik er tot ‘l’écrivain du soir’ gebombardeerd. Dan hield ik me bezig met de sociale problemen van de andere gedetineerden, vaak mensen die niet zelf kunnen schrijven, die in problemen zaten, verzoeken of klachten wilden indienen, met alle kleine problemen die zich in zo’n samenleving voordoen proberen op te lossen. Dat heeft de tijd gelukkig doen versnellen.”

U was dus ook daar weer aan het lobbyen.

(lacht) “Me toch een beetje nuttig proberen te maken. Ik heb ook het geluk dat mijn beste vriend in het leven Peter Blijweert is, die ook mijn broer is. Dat gebeurt niet altijd, want familie kies je niet, vrienden wel. Peter is mij elke dag komen bezoeken met mijn echtgenote. Hij moest daar om zeven uur ’s ochtends zijn om een ticketje te bemachtigen, om negen uur laten ze je toe om je dan vanaf tien uur veertig minuten te mogen zien. Peter heeft al zijn voormiddagen bijna drie maanden aan een stuk opgeofferd aan dat ritueel, al had hij een aluminiumfabriek met meer dan duizend mensen te runnen. Ik wil daar niet emotioneel over doen, maar ik ben het wel, die band is toen onverbrekelijk geworden. Het heeft me ook geleerd dat wanneer je de kans hebt om iemand te helpen, je het dan ook moet doen. In die bijna drie maanden voorhechtenis ben ik slechts twee keer verhoord over mijn zaak, waar ik nu, veertien jaar na de start, elf jaar na mijn drie maanden gevangenis, nog altijd op mijn tegensprekelijk debat voor de rechtbank wacht. Zolang leef je in het limbo, ook financieel, want er is al die jaren een bewarend beslag gelegd op een groot stuk van mijn kapitaal, waar ik dus al die jaren niets mee kan doen. Geld ook dat van ver of van dichtbij niets met de onderzochte firma te maken had, daar zit zelfs nog geld van de erfenis van papa tussen.”

In uw versie lijkt het verhaal veel op Het proces van Kafka: vervolgd, zonder te weten waarom. Hoe verklaart u het dan? Of moeten we geloven dat speurders en parket een groot complot tegen u gesmeed hebben?

“Ik wist wel waarom, hun vermoedens hebben ze altijd kenbaar gemaakt. Maar niet alleen kloppen die vermoedens niet, ze hebben er ook nooit een bewijs voor gevonden. Integendeel: ze botsen steeds weer op stukken die het tegendeel aantonen. Na veertien jaar is er niets hard gemaakt van die btw-carrousel, geen euro is gevonden die naar mijn rekening is gegaan. Ik weet niet waarom het zo lang duurt, misschien vanuit de al te menselijke reflex dat niemand graag zijn ongelijk toegeeft? Ik lijd gelukkig niet aan achtervolgingswaanzin. Iedereen in de zakenwereld heeft wel eens een dossier waar men vragen over kan stellen, daar heb ik geen probleem mee. Maar als ik op alle vragen kan antwoorden, papieren en bewijzen in de hand, als ik al die jaren altijd bij dezelfde verklaring gebleven ben, kan men dan nu misschien toch eens tot een besluit komen?”

“Natuurlijk ben ik gefrustreerd dat mijn zaak zo lang aansleept, maar ik ben ook de eerste om toe te geven dat het gerecht zwaar moet geherwaardeerd worden. Er zitten daar heel capabele mensen met een enorme verantwoordelijkheid. Als je ziet wat ernstige magistraten aan uren kloppen, welke verstrekkende beslissingen ze moeten nemen, en wat daar maar aan loon tegenover staat... Veel goede mensen lopen daarom weg en gaan in topadvocatenkantoren werken. Die advocaten rekenen soms tussen 300 en 400 euro per uur, magistraten werken voor gemiddeld een goede 3.000 euro per maand. Dat is een grove disproportie, en ze werken dan nog vaak in middeleeuwse toestanden met verouderde of zelfs zonder IT.

“Weet u wat ook helpt? Wat humor en zelfrelativering. Een paar weken nadat ik uit de gevangenis kom, word ik gecarjackt aan de Naamsepoort in Brussel. Iets voor middernacht sleuren een paar gewapende gasten me uit de wagen, eisen ze de code en stuiven weg. Ik had ze wel een verkeerde code gegeven, misschien niet mijn beste idee, want een kilometer verder vielen ze al stil en hadden ze terug kunnen komen om even duidelijk te maken wat ze van mijn idee vonden. Maar gelukkig was de politie er toen al. Ik mee naar het bureau voor een verklaring, en daar kreeg ik de vraag of ik geen psychologische bijstand wou. Waarop ik: “Mijnheer, ge weet niet hoe blij ik ben dat ik hier eens als slachtoffer zit, en niet als verdachte.” (lacht)

In de tijd van uw vader was zaakjes regelen heel gewoon, zelfs grote giften konden. Is de zoon niet iemand die in die cultuur is opgevoed, wel beseft dat het nu anders is, maar toch telkens de lijn opzoekt en er soms over trapt?

“Natuurlijk ben ik met die cultuur opgevoed, maar ik denk in eer en geweten dat de zeden en gewoonten veranderd zijn, en dat iedereen daarin geëvo- lueerd is, de politici in de eerste plaats. De aanbestedingen zijn transparanter, giften zijn taboe geworden, en ik vind dat ook niet meer dan normaal. Overschat trouwens de macht van politici niet om nog zaakjes ‘te regelen’. Er zitten zoveel controlemechanismen ingebouwd, zoveel adviezen en administraties, dat ze heus niet meer doen wat ze willen. En nogmaals: gelukkig maar.”

U bent ooit redelijk actief geweest op de overheidsmarkt: de rattencontracten, de milieuboxen, ook daar hing telkens een geurtje aan.

“Momentje, met de milieuboxen heb ik nooit iets te maken gehad: het bedrijf dat daar aan meedeed, was Aralco, een bedrijf van mijn vader, niet van mij. Wij hebben spijtig genoeg dat dossier geërfd van vader, maar dat is allemaal op een propere manier afgehandeld geweest. Vandaag zit ik samen met mijn broer in een aluminiumbedrijf en heb ik zelf een verzekeringsmakelaarskantoor waar veertig mensen werken, en waar het cliënteel uitsluitend uit bedrijven en privépersonen bestaat, en waar dus geen enkele overheidsinstelling klant bij is. Dus het idee dat je mijn belangstelling voor de politiek alleen zou kunnen begrijpen omdat mijn firma’s er beter van zouden worden, klopt niet: ik heb geen overheidsklanten. Niet één.

“Ik heb een heilige schrik gepakt na die gevangenisperiode. Ik had op dat ogenblik tientallen participaties in kleinere groeibedrijven, ik heb die allemaal prompt van de hand gedaan, omdat ik niet opnieuw in een situatie wilde terechtkomen waarin ik als minderheidsaandeelhouder plots weer verantwoordelijk gesteld zou kunnen worden als er iets misliep. Ook dat heeft me geld gekost, want een aantal van die bedrijven zijn de afgelopen jaar serieus uitgegroeid. Maar ik was zo diep ontgoocheld dat ik afstand heb genomen van al die zaken waar ik geen directe controle op had, en ik heb mij teruggeplooid op de familiebedrijven. Bon, dat is het leven.”

Hoe vermijdt u de verbittering?

“Die overvalt je van tijd tot tijd, maar ik ben een onverbeterlijke optimist. En een dik vel helpt ook. (lacht) Komaan jongens, wanneer de nood het hoogst is, is de redding nabij, die ingesteldheid. Natuurlijk dat je er soms onderdoor gaat: waarom terug ik, waarom zoeken ze me? Als je de artikels over Bruneau ziet, waar ik hooguit een klein radertje ben geweest om iets in gang te zetten, dan lijkt het alsof ik de grote spin in het web ben, die aan de touwtjes trekt van alles en iedereen. Geloof me, zoveel macht heb ik niet. Ik behoor niet tot de top twintig van bedrijfsleiders die open brieven schrijven naar de regering. Mijn enige bedoeling, en daar is denk ik toch niets kwaads aan, was om enkele mensen, tussen wie op dat ogenblik weinig vertrouwen was, terug even aan tafel te krijgen. Dat is alles: een sfeer van vertrouwen creëren. Ik doe dat niet alleen voor de mensen die bij Bruneau waren, ik heb ook al andere mensen samengebracht. Er lopen nog andere mensen rond in dit land, de meesten zelfs buiten de politieke wereld, die zich vergaderingen zullen herinneren waaraan ik bijgedragen heb, waarop dan conflicten werden bijgepraat of mensen elkaar leerden kennen en er vriendschapsbanden ontstonden, die dan weer tot vruchtbare samenwerkingen hebben geleid.

“Het is waar dat ik een uitgebreid netwerk van mensen heb, en dus ontmoeten die elkaar ook. Omdat de ene partij mij vertrouwt en de andere ook, en ze elkaar daardoor ook een beetje beginnen vertrouwen. Menselijke relaties spelen een rol in het zakenleven, meer nog dan wie het laagste bod uitbrengt. Zo werkt dat nu eenmaal, of er nu een Blijweert rondloopt of niet. Men staart zich blind op mijn politieke interesse, maar ik had als makelaarskantoor nooit zo’n groei kunnen realiseren als wij geen commerciële relaties hadden. Want hoe je het ook draait of keert, in het zakenleven start alles met de verkoop, en verkoop is toch alleen maar people’s business, het vertrouwen in elkaar?”

Over dat etentje bij Bruneau zijn er inmiddels evenveel versies als er deelnemers waren. Maar iedereen zegt wel dat ze dachten dat u tot de andere delegatie behoorde, iedereen bleek razend verrast dat u er was. Een beetje stank voor dank voor een man die het alleen maar goed met ze voorhad, nee?

(glimlacht) “Ik weet niet of iedereen ‘razend verrast’ was. Hoe dan ook, ik heb respect voor de perceptie van de deelnemers aan dat etentje. Ik herhaal dat ik slechts een bijdrage heb geleverd om enkele mensen samen te brengen. Ik ben ervan overtuigd dat ook publieke figuren weten dat Blijweert een heel andere man is dan hij vaak wordt afgeschilderd, maar ik begrijp perfect dat zij daarover geen publiek debat gaan voeren.

“Ik heb in de gevangenis geleerd nederiger te zijn. Want wat je ook uitlegt, het zal altijd op een andere manier kunnen worden geïnterpreteerd. Daar sta je machteloos tegenover. Van het aanwezige gezelschap heeft Siegfried Bracke trouwens wel erkend dat hij een vriend is. En wijlen Tuur Van Wallendael had ook geen enkele moeite om dat te erkennen.”

U zou ook kunnen zeggen: ‘Vivons cachés, vivons heureux.’

“Dat probeer ik ook, ik was er de afgelopen tien jaar zelfs behoorlijk in geslaagd, het bleef allemaal relatief kalm tot jullie weer begonnen. (lacht) Hoe je dat verhaal ook wilt voorstellen, het was echt niet meer dan een vriendendienst. Je staat machteloos tegenover die interpretaties en de grote complottheorieën.”

U had ze ook kunnen afzetten aan de deur van Bruneau. Mannen, trekt vanaf hier uw plan.

“Ja, dat had gekund. Maar allez, niets menselijks is mij vreemd; natuurlijk wil je daar graag bij zijn, dat horen. Geloof me, ik moei me dan niet in die discussie, ik zit gewoon met grote oren te luisteren, een stukje geschiedenis mee te maken. Kick ik daarop? Misschien, maar dan als toeschouwer, verder reiken mijn ambities niet. Wie zou ik zijn om de loop van de geschiedenis te veranderen? Maar het is leuk om even mee van op de eerste rij te kijken, dat geef ik toe, en te denken dat je een steentje hebt bijgedragen aan het begin van een vertrouwen. Wat is het probleem vandaag bij de regeringsonderhandelingen: dat er geen millimeter vertrouwen is, anders hadden ze al lang terug aan tafel gezeten. Wel, in godsnaam, ik weet ook niet wie in dit landje, maar als er iemand is die de zeven mensen goed kent, en kan zorgen voor een basis van vertrouwen, dat hij dan opstaat.

“Ik denk dat ze er op termijn wel uit zullen geraken, dat de ogen zich zullen openen, en dat iedereen een stap wil zetten. Maar dat ogenblik is nog niet aangebroken, men tast nog altijd de grenzen af, het vertrouwen is er nog niet. Ik heb aan een goede politieke vriend gezegd, de dag na de verkiezingen: je gaat nu aan tafel zitten met mensen die een andere taal, een andere cultuur, een ander idee over zowat alles hebben. Ik ken de twee culturen: un oui n’est jamais un oui, un non jamais un non. Als je dat niet begrijpt in de Franstalige cultuur, is het redelijk moeilijk om eraan te beginnen. Het is altijd een oui mais of een non mais. Eén woord kan er tien nuances hebben, en wij Vlamingen zijn Germaanser: een ja is ja en nee is nee.

“Ten tijde van mijn vader was er wel een geweldige dialoog tussen noord en zuid, zagen ze elkaar regelmatig. En ze kenden elkaar verdomme heel goed, en ze wasten hun vuile was eerst binnen en kwamen dan naar buiten met een gezamenlijk standpunt. Daar was een woord een woord en vertrouwen vertrouwen. Vandaag zie ik dat niet meer. Aan beide kanten is er een nooit gezien opbod in alle mogelijke richtingen geweest, ook al omdat ze denken alleen zo bij hun achterban stemmen te kunnen halen. Zo’n opbod leidt dan weer tot een zeer korte termijnvisie, waar ze niet aan kunnen ontsnappen omdat er om de haverklap wel weer ergens verkiezingen zijn. Je moet iedereen met de vinger wijzen, niemand gaat daarin vrijuit.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234