Maandag 03/10/2022

InterviewDe vragen van Proust

Zouzou Ben Chikha: ‘Ik schaam me nog altijd kapot, maar ik moet ermee leren leven’

‘Mijn voortdurende ups en downs worden minder frequent. Maar als ze er zijn, zijn ze wel nog altijd memorabel.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Mijn voortdurende ups en downs worden minder frequent. Maar als ze er zijn, zijn ze wel nog altijd memorabel.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. tweeëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: acteur Zouzou Ben Chikha (°1971). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Dat varieert naargelang de situatie waarin ik mij bevind, de mensen met wie ik aan tafel zit, de drive waarin ik zit. Momenteel denk ik rond de veertig, omdat mijn meeste vrienden jonger zijn dan ik. Maar als ik bij mijn kinderen ben, kan mijn leeftijd wel een serieuze duik nemen. Dan zakt die naar twintig. (lacht) Misschien is het ook daarom dat ik graag acteer. Omdat ik dan af en toe iemand anders kan zijn.

“Ik heb mij ook altijd verzet tegen oud worden. Veel mensen worden op een gegeven moment burgerlijk en raken vast in patronen conform de gemeenschappelijke verwachtingen over hoe je je moet gedragen en hoe je moet zijn. Dat wil ik niet. Ik zal altijd veel jonger zijn dan ik ben. Op momenten dat ik heel gelukkig ben, kan ik mijzelf echt verliezen. Dan kan het gewoon niet op, zeg ik op alles ja. Met alle gevolgen van dien. Je moet weten: toen ik twintig was, was alles peace and love. Ik duik dan terug die tijd in. Tot mijn vrouw zegt: ‘Het is goed geweest’. (lacht) ‘Kom maar gewoon terug en wees de vader die je moet zijn.’ Dan moet ik eventjes terugkeren naar de realiteit.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Een rode draad in mijn leven is dat ik regelmatig mijn grenzen overschrijd. In mijn werk. Schrijven tot een gat in de nacht. Tot mijn omgeving vraagt of ik het niet beter wat rustiger aan zou doen. Dan besef ik pas in wat voor een trip ik zit.

“Wanneer het ook kan ontsporen, is wanneer ik wat vrienden tegen het lijf loop. Dan gaan we op café een hele avond door over hoe we de wereld gaan veranderen. Als je dat een paar dagen na elkaar doet, ben je stikkapot. Dan moet je weer eventjes terugkeren naar de rust.

“Dat ik mij zo kan verliezen, heeft veel te maken met een gevoel van happiness willen vasthouden en daar het maximum uithalen. Vroeger kon dat heel destructief worden, met drugs en zo. Nu is dat hoogstens te veel pintjes drinken en wakker worden met een zware kater. Dat is al iets minder erg. Maar mijn dochter vindt dat afschuwelijk. Zij is veertien en schaamt zich om alles. Ik moet maar met haar op straat lopen en eventjes een deuntje meeneuriën en het is al: ‘Pa-paa!’. (lacht)

“Ik probeer gewoon zo veel mogelijk positieve vibes te halen uit het traject dat we hier afleggen en de tijd dat we hier zijn. Maar alles heeft een keerzijde. Hoe zotter je doet, hoe harder de gevolgen zijn. Het is niet zo dat ik dat telkens weer vergeet. Ik weet dat er na te hard werken een klop van vermoeidheid volgt en na te veel drinken een zware kater. En die wordt alsmaar langer met ouder worden.

“Na een zware nacht moet ik een week recupereren. Vroeger stond ik de dag nadien alweer te springen. Ik leef nu eenmaal in die tussenzone. Ik kies daar heel bewust voor. Dat is echt wat ik wil. Ik heb mijn manier van leven al bijgestuurd, omdat ik een gezin heb, maar ik mag mezelf ook niet verloochenen. Het is belangrijk om een goed evenwicht te vinden, en tot nu toe is dat wel gelukt. Die voortdurende ups en downs worden ook minder frequent. Maar als ze er zijn, zijn ze wel nog altijd memorabel.” (lacht)

3. Wat drijft u?

“Waarschijnlijk wat ik een jaar of tien geleden bij mijn therapeut ontdekt heb, namelijk het minderwaardigheidscomplex dat ik in mijn jeugd heb opgelopen. Dat proberen om te buigen, is iets wat mij drijft.

“Opgroeien in Blankenberge als kind van het enige niet-Europese gezin daar, in een tijd waarin alles wat van kleur was onbespreekbaar was, heeft zijn sporen nagelaten. Aan heel dat hobbelige parcours heb ik een zwaar trauma overgehouden, dat zeker een rol speelt in mijn hopeloze zoektocht naar aanvaarding en geliefd willen zijn. Tegelijk ben ik daar ook wel ongelooflijk voor op mijn hoede. Ik heb bij anderen gezien dat die zucht naar erkenning ook gevaarlijk kan zijn. Omdat je alleen maar kan leven als je erkenning krijgt. Dat heb ik echt niet. Maar het helpt mij wel om sterker en positiever in het leven te staan.

‘Ik heb spijt van de manier waarop ik mijn vorige relatie heb afgehandeld. Ik heb er een zootje van gemaakt en anderen daarin meegesleurd.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik heb spijt van de manier waarop ik mijn vorige relatie heb afgehandeld. Ik heb er een zootje van gemaakt en anderen daarin meegesleurd.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik ben niet op zoek naar succes, hè. Bekend zijn interesseert mij niet. Maar ik hoop wel dat mensen iets hebben aan wat ik maak. Gezien worden, daar gaat het om. Ik beschouw mezelf ook binnen een groter geheel. Alles wat ik ooit geschreven heb, heeft daarmee te maken. Daarom kan ik mij heel goed associëren met de lgbtq+-gemeenschap en de Black Lives Matter-beweging. Zelfs met de wokebeweging. Omdat het eigenlijk een schreeuw is van: ‘Hallo, wij zijn hier ook en wij mogen ook deel uitmaken van jullie gemeenschap’. Onder dezelfde voorwaarden. Het gaat vooral daarover. Genegeerd worden of op neergekeken worden, dat draag je mee voor de rest van je leven.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Dat is tweeledig, hè. Het is moeilijk om aan mijzelf toe te geven, maar soms echt niet. Omdat ik mij het leed in de wereld heel erg aantrek. Ik moet niet veel zien om helemaal kapot te zijn. Als ik onrecht detecteer, word ik heel triestig. En dat zit overal. Wij zijn immers geen maatschappij die elkaar steunend en samen zingend de toekomst tegemoet gaat. Ook als ik ruzie heb met mijn vrouw, kunnen mijn gedachten heel donker worden. Mijn gemoed kent heel veel pieken en dalen. Soms denk ik: dat het maar vlug gedaan is. Geluk zit voor mij in het interrelationele. Als dat goed zit, heb ik niet veel nodig.”

5. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Het uit elkaar gaan met mijn ex, met wie ik een zoon heb. Onze relatie was wat aan het aanmodderen en omdat ik niet capabel was om ze te redden, ben ik radicaal de andere kant uitgegaan. Vluchten in drank en drugs. Ik heb dat helemaal verkloot.”

6. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb spijt van de manier waarop ik mijn vorige relatie heb afgehandeld. Dat was heel heftig. Mijn ex en mijn zoon hebben daar zwaar van afgezien. Ik heb er gewoon een zootje van gemaakt en anderen daarin meegesleurd.

“Mijn zoon zei onlangs dat hij zich nooit ergens thuis heeft gevoeld. Ik ben daar kapot van geweest. Doorgaans kan ik de stommiteiten die ik begaan heb gemakkelijk aanvaarden, maar dit is er wel een die ik niet kan relativeren, omdat het niet alleen over mezelf gaat.”

7. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Mijn kat helemaal uitgerekt op de zetel zien liggen. Of een koppeltje zien passeren dat aan het lachen is. Het geluk opmerken bij anderen. Goed eten ook. Samen met mijn gezin, familie of vrienden. Mensen bij wie je je op je gemak voelt. Dat vind ik zo belangrijk.

“Er is ook een type mensen waar ik mij niet goed bij voel, mensen die overdreven assertief zijn. Maar mensen die kunnen relativeren, kunnen lachen met hun eigen dommigheden en zich ook af en toe kwetsbaar opstellen, daar voel ik mij supergoed bij. Waarschijnlijk omdat ik ook zo ben. En omdat ik bij die mensen een opening vind om een connectie aan te gaan.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Om alles wat ik heb te verliezen. Als jonge gast heb ik een tijdje op straat geleefd. Ik zat helemaal aan de grond en had niemand om naartoe te gaan. De paar mensen in mijn omgeving waren niet capabel om mij te helpen. Mijn grootste angst is daar opnieuw te belanden. Als ik daaraan terugdenk, krijg ik het benauwd. Gelukkig was dat een zeer korte periode en ben ik daar niet in blijven hangen. Er zijn veel mensen die zo moeten leven. Dat is echt de hel.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Tijdens de film Un monde, over een broer en een zus die op school gepest worden. Eerst wordt het broertje gepest, daarna ook het zusje wanneer zij voor hem opkomt. Hij wil dat ze zwijgt en geeft haar de schuld.

BIO

* acteur, theatermaker en muzikant * geboren in Oostende in 1971 uit Tunesische ouders * leert gitaar en trompet spelen aan de Jazz Studio in Antwerpen * richt in 1994 met broer Chokri de vzw Nit Nithei Garabam op, en later de theatergezelschappen Les Glandeurs, Union Suspecte (o.a. het autobiografische drieluik met De Leeuw van Vlaanderen) en Action Zoo Humain (o.a. Join the Revolution) * te zien in tv-series Bevergem, De dag, De twaalf * maakt in 2021 de tv-serie Grond * heeft een dochter uit een vorige relatie en een zoon bij huidige partner

“Dat is weer dat onrecht dat opspeelde. Ik werd volledig teruggeslingerd in de tijd. Ik voelde die machteloosheid in elke vezel van mijn lijf. Wat een gezellig filmavondje uit had moeten worden met mijn gezin, werd een pijnlijke herinnering aan mijn eigen schooltijd. Ik was toen nog een klein, mager ventje dat zich niet kon verdedigen. Ik weet dat ik toen humor ben gaan gebruiken als wapen en toenadering heb gezocht tot de zwaardere gasten uit een soort overlevingsmechanisme om niet meer gepest te worden. Waardoor je eigenlijk aan de kant van de pesters komt te staan. Die switch zit ook heel mooi in die film.”

10. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Tijdens een theatervoorstelling van ’t Arsenaal in Mechelen. Ik was helemaal overwerkt en ben op een bepaald moment voor iets heel stoms zwaar door het lint gegaan. Ik ben strontzat op de scène gaan staan en heb daar staan roepen: ‘Bende klootzakken!’ Dat was onder invloed van alcohol, slechte vrienden en drugs. Een heel explosieve cocktail die zwaar ontploft is in mijn aangezicht en in dat van de mensen van de productie. Ik heb hen echt schade berokkend.

“Ik weet nog dat ik achteraf thuis in elkaar ben gestuikt. Dat was de eerste keer dat ik een idee kreeg van het begrip burn-out. Ik had jarenlang keihard gewerkt voor ons theatergezelschap. Op een gegeven moment kom je jezelf tegen. Ik schaam mij nog altijd kapot, maar ik moet ermee leven. Ik heb mij toen geëxcuseerd, maar het is nooit meer goed gekomen. Ik ben al blij dat ik het onder ogen kan zien.”

11. Hebt u soms heimwee?

“Ja, naar één periode. En met ouder worden komt dat wel steeds vaker terug. Op mijn zeventiende ben ik dankzij mijn broer beginnen lezen, daarna ben ik beginnen skaten. Dat is mijn redding geweest. Daarvoor had ik heel slechte vrienden. Ik denk dat de helft ondertussen overleden is aan een overdosis of in de gevangenis is beland.

“Samen met de andere skaters gingen we naar een jeugdhuis dat gerund werd door hippies. We zaten daar hele dagen. We speelden gitaar of gingen samen eens naar de Ardennen of naar Dranouter. Dat was een enorm stimulerende context, die eigenlijk bepalend geweest is voor de verdere loop van mijn leven. Een echte oase in het burgerlijke Blankenberge. Dat was de gelukkigste periode in mijn leven. Ik ben daar ook uit mijn minderwaardigheidscomplex gekropen, omdat iedereen mij daar zag als wie ik was. Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik toen ook wat populairder begon te worden bij de meisjes. Dat zal ook een rol gespeeld hebben. (lacht) Als je zo lang genegeerd bent geworden, betekent dat iets.”

12. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Voor mijn zeventiende waren dat Saxon, Iron Maiden en Motörhead. Daarna was dat Neneh Cherry met haar dikkekrullenkop, in een jumpsuit vol dollarbiljetten. Ik was smoorverliefd op haar. Op mijn zeventiende had ik ook mijn eerste vriendin. Zij was half-Congolees, half-Belgisch. Zij had ook zulke krullen, dus de link is gemakkelijk gelegd. (lacht)

13. Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik herinner me dat ik in het eerste leerjaar zat en de leraar razend op mij was omdat er olievlekken op mijn huiswerk zaten. Het verhaal daarachter is dat wij met zeven kinderen waren thuis. Kun je je dat voorstellen? Wij hadden één tafel, waar iedereen zijn huiswerk aan moest maken. Het was altijd chaos. Die tafel werd ook niet afgeveegd. Wat moest ik zeggen: ‘Ik heb thuis geen bureau om aan te werken’? Dat was heel vernederend. Ik zakte door de grond van schaamte op dat moment.

“Voor de rest heb ik amper herinneringen. Als je weinig foto’s hebt, heb je weinig herinneringen. Ik ben er zeker van dat ik al heel veel gelogen heb over mijn herinneringen in functie van hoe ik ze zou willen invullen. Dat inzicht komt uit een boek van Harari (Yuval Noah, Israëlisch historicus, red.). Hoe creatiever je bent, hoe beter je verhaal. Dat is toch de max! Ik zou aan iedereen hier in het café willen vragen om zijn verhaal te vertellen en dan uitzoeken wat waar is en wat niet. (lacht) Ik vind dat prachtig. Dat zou heel veel vertellen over die mensen.”

‘Ik ben er zeker van dat ik al heel veel gelogen heb over mijn herinneringen in functie van hoe ik ze zou willen invullen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben er zeker van dat ik al heel veel gelogen heb over mijn herinneringen in functie van hoe ik ze zou willen invullen.’Beeld © Stefaan Temmerman

14. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Totaal niet. Wat misschien in de buurt kwam, was iets wat me overkomen is toen ik samen was met mijn eerste vriendin. Wij zaten op café, de Zanzibar in Blankenberge (lacht), en er kwam een man naar ons toe die haar begon uit te schelden. Ik was zeventien en wilde natuurlijk de man zijn die het opnam voor zijn vriendin. Slecht idee. Die gast sleurde mij mee, duwde mij op de grond, zette zijn handen rond mijn keel en begon te knijpen. In het begin spartelde ik tegen, maar op een gegeven moment dacht ik: het is gedaan, en het is niet erg. Heel raar hoe je je plots overgeeft. Achteraf dacht ik: je hebt toch wel redelijk snel opgegeven.” (lacht)

15 Welk boek heeft een bijzondere betekenis gehad voor u?

Siddhartha van Hermann Hesse. Dat is een boek dat ik gelezen heb toen ik zeventien was. Ik weet nog goed dat ik niet kon stoppen met huilen terwijl ik het las. Een paar jaar geleden heb ik het herlezen en toen was ik minder geëmotioneerd. Zo zie je maar in wat voor state of mind je verkeert als zeventienjarige.

“Op een of andere manier ervaar ik mijn leven een beetje zoals het traject dat die gast aflegt in het boek. Ik heb ook overal gezeten. Tussen allerlei soorten mensen. Tussen punks en hippies en rasta’s in Ethiopië. Het is alsof ik heel die weg moest afleggen alvorens ergens te kunnen thuiskomen. Het is mijn interpretatie van The Way of the Buddha. Alsof dat allemaal nodig was om de aanvaarding te vinden in mezelf. Om in de spiegel te kunnen kijken en toch blij te zijn met wat ik zie.”

16. Hoe definieert u liefde?

“Respect, vertrouwen en eerlijkheid. Als die drie elementen aanwezig zijn, heb je volgens mij een liefdevolle relatie. Ik kan dat toepassen op mijn vrienden, op mijn vrouw, op mijn kinderen... Op iedereen met wie ik graag aan een tafel zit.”

17. Aan wie voelt u zich schatplichtig?

“Aan mijn vriendinnen. Omdat ze mij de ruimte hebben gegeven om mijzelf te zijn en omdat zij als een spiegel gefungeerd hebben, waardoor ik aan mijzelf heb kunnen werken. Ik hoop dat ik dat ook heb kunnen zijn voor hen.

“Mijn vrouw en ik zijn al zestien jaar samen. Wij hebben een heel traject afgelegd en ik heb nog veel beter leren communiceren dan ik al kon. Nog iets assertiever, iets helderder, iets duidelijker over wat ik wil en niet wil. Al jouw vragen heeft zij al lang aan mij gesteld. (lacht) Zo zet je samen stappen vooruit en ga je je nog meer verbonden voelen met elkaar. Dat is voor mij de definitie van liefde. Die verbondenheid die je kan voelen met iemand.”

18. Wat vindt u erotisch?

“Ogen. Ik kan daar helemaal in verdrinken. Sommige mensen worden daar ambetant van. Ik heb al eens ruzie gehad met iemand die zei: ‘Wa is ’t? Heb ik iets aan van u misschien?’ Ik heb natuurlijk niet gezegd dat ik gefascineerd was door haar ogen. (lacht)

“Ik heb dat ook met mannen, hè. Het is niet meteen iets seksueels, maar wel erotiserend. Een soort verdwijnen met een gelukzalig gevoel.”

19. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Dat was met mijn eerste vriendin. We waren op zoek naar een plek, maar vonden niet meteen iets. Dus zijn we ergens in een smal straatje een openstaande garage binnengegaan en hebben daar op de grond de liefde bedreven. Mijn hele jas stonk naar de benzine toen ik thuiskwam. (lacht) Telkens als ik die geur ruik, denk ik terug aan dat moment. Het is een mooie herinnering.”

20. Hoe zou u willen sterven?

(denkt lang na) “’s Nachts in mijn bed. Eindelijk eens in rust. Mijn hele leven is chaos geweest. Ik ben heel bang om te sterven door verdrinking of verstikking. Maar ik zal waarschijnlijk niet zelf bepalen hoe en wanneer.”

21. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Ik wilde eigenlijk zeggen: de couscous van mijn moeder. Maar dat antwoord zou gewoon een eerbetoon zijn. Ik zou heel graag naar een chic restaurant willen waar ik vijftien gangen kan eten en de meest exquise smaken kan proeven. Dat zou mijn laatste avondmaal moeten zijn. Dat klinkt nu wel heel verwaand en niet respectvol naar mijn moeder toe, maar dat is het.”

22 Welke droom hebt u nog?

“Eén echte droom heb ik niet. Ik zou wel heel graag eens een belangrijke rol spelen in een film die op mijn lijf geschreven is. Een rol waar ik mijn tanden in kan zetten en alles voor kan geven. Maar ik weet niet of dat een droom is, want als ik hard werk, kan ik dat realiseren.

“Ik zou nog duizend-en- een verhalen willen vertellen via film, televisie en theater. Ik heb nog massa’s ideeën. Mijn schriftjes staan vol met dromen. Er zijn er al uitgekomen, zoals het feit dat ik een reeks geschreven heb. Maar misschien maakt dit duidelijk dat ik niet te ver durf te dromen. Dat ik mijn dromen dichtbij hou. In de hoop dat er misschien toch een uit de bus valt.

“En privé zou ik graag met mijn vrouw en kinderen ooit een reis maken naar alle werelddelen. Maar tot nu toe heb ik alleen óf tijd gehad, óf geld. Nog nooit de twee samen.” (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234