Maandag 12/04/2021

Zou jij nou niet lekker stadsgidsfolders gaan schrijven, Seppe?

Wat zijn ze goed, die nieuwe Vlaamse schrijvers. Prijzen dat ze winnen! J. de Witte nestelt zich in zijn comfortabele Nederlandse leunstoel, overschouwt de polonaise en denkt er het zijne van. In de slotaflevering: Seppe van Groeningen komt er maar niet uit

"Over mijn leven kun je een boek schrijven", hoor je mensen vaak zeggen. Even vaak menen ze dat ook, en niet zelden voegen ze ook nog eens de daad bij het woord, of in dit geval het woord bij de daad: eens met pensioen, worden de zwarte gaten gedempt met het schrijven van de (al dan niet geromantiseerde) autobiografie.

Bij Nederlandse uitgeverijen kreunen de posttafels onder de levensverhalen, die zelden of nooit met publicatie worden beloond -meestal of altijd terecht. Schijnbaar is het voor de mens net zo moeilijk om de opwindendheid van de eigen levensloop in te schalen als om zijn of haar eigen kunde te beoordelen: je hoeft maar één keer naar de voorrondes van een talentenjacht op televisie te kijken, om te weten dat zelfoverschatting een wijdverbreide en hardnekkige aandoening is.

Aards paradijs van de Vlaamse belofte Seppe van Groeningen heet een roman te zijn, maar het is duidelijk dat het verhaal goeddeels geënt is op 's kerels ervaringen als kind van hippie-ouders. De Vlaamse literaire pers werd net niet wild van dit debuut, wat te maken moet hebben met het feit dat de schrijver de broer is van een verdienstelijk cineast.

Het boek zelf is immers veeleer een bron van stille verbazing, nu en dan aangedikt met een weifelende glimlach. Dat Van Groeningen aanleg heeft, valt geregeld vast te stellen. Zijn humor is bij wijlen kurkdroog en zeer raak; als hij beschrijft hoe hij zich als kleuter een keertje wat te ver weg waagde van de commune (het aards paradijs uit de titel), waar hij samen met zijn ouders leefde, en pas enkele uren later werd teruggevonden, hoor je Van Groeningens literaire hart kloppen. "In een naburig dorp had de vrouw van de slager mij in haar achtertuin ontdekt, diep in gesprek met haar tuinkabouter. Een kloeke, blonde peuter, met op beide wangen een donkere laag hard geworden snot, in zijn blote flikker en met snoezige laarsjes aan": dat is goede, klare taal, die je voorstellingsvermogen zonder te veel omhaal op scherp stelt.

Het probleem is dat de schrijver gedurende de tien jaren dat hij aan dit boek werkte, nooit knopen heeft doorgehakt. Vertel ik de lezer een reeks (soms banale, soms best vermakelijke) anekdotes uit mijn kindertijd in het geitewollensokken-Vlaanderen van de jaren 70? Mik ik op een coming of age-verhaal, een familiekroniek, een zedenschets, een socioculturele satire? Wil ik louter vermaken, of wil ik aan de kaak stellen? Afrekenen of plagen? En vooral: schrijf ik een roman, of schrijf ik een min of meer opgesmukte autobiografie?

Seppe van Groeningen komt er maar niet uit. Gelukkig schrijft hij (als hij zijn kleine 'ik' laat spreken) met volwassen pen, en laat hij zich niet verleiden tot het onmachtige en irritante kindertaaltje dat we in het laatste boek van Griet Op de Beeck moesten verdragen, maar de linguïstische flauwiteiten lopen je toch nog her en der voor de voeten. "Hier, daar, every waar" is níét grappig. En wat dacht je van volgende woordenwisseling:

- "Benoit", onderbrak moeder opnieuw, "alsjeblieft! Hij wil weten waarom televisie ongezond is!"

- "Vanwege 't brainwashen natuurlijk!"

- "'t Bréén-watte?"

'Bréén-watte' is nooit, onder geen enkel beding, onder geen enkele omstandigheid, een goed idee. Noch uit een kindermond, noch onder het mom van dronkemanspraat, zelfs niet onder bedreiging van een groot, geladen vuurwapen.

Ondanks dit soort rimram blijft het eerste deel van het boek, bestaand uit pakweg de eerste honderd bladzijden, vrij goed overeind, vooral omdat je erop rekent en hoopt dat het verhaal spoedig een onvermoede draai zal krijgen, een spetterende bocht zal nemen; dat de eindeloze anekdotiek een hoger, rijker doel dient.

Dat is niet zo. Méér dan amusant wordt het nergens: het lsd-vloeitje geraakt zoek in het hoge gras; er wordt driftig naar gezocht; plots begint de kip raar te doen; de kip ploft dood neer; de hond gaat met de kip aan de haal en eet ze op; de hond begint raar te doen. Enzovoort. Het is vast een verhaal dat aan elke feestdis ten huize Van Groeningen wederom de tranen van plezier over de wangen doet bungelen en de hoofden van heimwee aan het schudden krijgt, maar in Aards paradijs blijft het allemaal maar zand, los zand, hele grote stranden vol.

Bovenop dit alles lijdt Seppe van Groeningen, net als zijn immer twijfelende en proberende schrijfzuster Ann De Craemer, aan de Wikikwaal: in de hoop wat meer gewicht aan z'n richtingloze vertelling te geven, doorspekt hij zijn werk met ditjes en datjes uit de wereldgeschiedenis, en met een zenuwslopend aantal onbenullige, pronkerige details en wetenswaardigheden.

"Na een dagje slenteren door de stad belandden ze toevallig in 't Pand", schrijft Van Groeningen, "het voormalige klooster der geschoeide karmelieten, dat onder de Franse bezetting zijn religieuze functie verloor en sindsdien altijd een toevluchtsoord voor bohemiens was geweest. Onder meer George Minne debuteerde er als jonge twintiger en beïnvloedde later kunstenaars als Gustav Klimt, Egon Schiele en Oskar Kokoschka."

Zou jij nou niet lekker stadsgidsfolders gaan schrijven, Seppe? Dat brengt je vast een pak meer geld op dan zo'n romannetje. Stadsgids-

folders hebben ze every waar nodig.

Ik wil, tot slot, nog één ding vragen. Als De Morgen een poos geleden schrijft: "Aards paradijs is geworteld in La Flandre profonde; toch doet de roman verfrissend on-Vlaams aan"; wat bedoelen jullie dan precies? Of bedoelen jullie er niks mee, en hopen jullie dat het niemand opvalt? Ik begrijp er geen snars van, zeker niet na lezing van dit boek.

Om maar te zeggen: Seppe van Groeningen, die is het zéker niet.

Wat zijn ze goed, die nieuwe Vlaamse schrijvers. Prijzen dat ze winnen! J. de Witte nestelt zich in zijn comfortabele Nederlandse leunstoel, overschouwt de polonaise en denkt er het zijne van.

In de slotaflevering: Seppe van Groeningen komt er maar niet uit

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234