Maandag 08/08/2022

GetuigenissenCoronacrisis

Zorgverleners blikken terug, twee jaar na de start van de pandemie: ‘We zien nu pas hoe zwaar die periode er heeft ingehakt’

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Ze stonden twee jaar lang in de vuurlinie van de pandemie, in het begin zelfs nauwelijks voldoende gewapend met mondmaskers of spatschermen. Nu maken ze voorzichtig de balans op, en in ziekenhuisgroep VITAZ doen ze dat met een boek vol getuigenissen. Vier zorgverleners over hoe covid hun leven binnendrong.

Dieter De Cleene

‘Sommige vrouwen rukken hun maskers af’

Marleen Van Puymbroeck (62), hoofdverpleegkundige op de materniteit

Een bevallende vrouw er in het heetst van de strijd op wijzen dat haar mondmasker niet goed zit, is niet evident. “Persen met een mondmasker lukt bij de ene al beter dan bij de andere (lacht). Sommige vrouwen rukken het masker af. In begin waren sommige collega’s daar erg bang voor, maar intussen zijn we gerustgesteld door de vaccins en de toegenomen kennis over het virus, en zijn we niet meer zo streng.”

Niet alleen onder vroedvrouwen en verplegend personeel zorgde Covid-19 voor onrust. “We werkten met een gemengde afdeling, en isoleerden vrouwen die vermoedelijk besmet waren op hun kamer. Telkens we daar binnen- en buitengingen moesten we beschermende pakken aan- en uittrekken. Aan de deur stonden gele containers om potentieel besmet materiaal in op te bergen. Dat zorgde voor angst en paniek bij de andere zwangere vrouwen op de afdeling.”

Marleen van Puymbroeck: ‘Alles wat wij belangrijk vinden om van een bevalling een mooie gebeurtenis te maken, leek door de hygiënevoorschriften plots niet meer van tel.’ Beeld Tim Dirven
Marleen van Puymbroeck: ‘Alles wat wij belangrijk vinden om van een bevalling een mooie gebeurtenis te maken, leek door de hygiënevoorschriften plots niet meer van tel.’Beeld Tim Dirven

“Tijdens een bevalling moesten we volledig ingepakt zijn, met mondmasker, bril én een face shield. Dat maakt communicatie er niet eenvoudiger op.” En de impact van Covid-19 reikte nog veel verder. “Alles wat wij belangrijk vinden om van een bevalling een mooie gebeurtenis te maken, leek door de hygiënevoorschriften plots niet meer van tel. We hebben moeten vechten om alles zo normaal mogelijk te laten verlopen.”

“We hebben altijd huidcontact tussen positieve moeders en kind toegestaan, mét mondmasker. We lieten ook altijd één persoon toe bij de bevalling, positief of niet. We vonden het erg belangrijk dat vrouwen niet alleen moesten bevallen. Het was wel zwaar om telkens kraambezoek dat niet goed op de hoogte was van de regels terug naar huis te moeten sturen.”

“De bevalling van een vrouw van wie de man met Covid-19-symptomen thuis zat, hebben we met de gsm gefilmd, zodat hij er toch een beetje kon bij zijn. Dat waren moeilijke en tegelijk mooie momenten, en de mensen waren ons voor die extra inspanningen erg dankbaar.”

‘We hingen tot drie kwartier met huilende familieleden aan de telefoon’

Tamara Van Puyenbroeck (35), medewerker in het mortuarium

Zelfs bij wie de dood gewoon is, hakte Covid-19 er stevig in. Tijdens sommige fases van de pandemie overleden er in het ziekenhuis twee keer zoveel mensen als normaal. “We hebben hier maar plaats voor acht overledenen. We moesten de familie telkens opbellen met de vraag de overledene zo snel mogelijk door een begrafenisondernemer te laten ophalen.”

Het lichaam groeten kon niet. “Het was zwaar om telkens de familie te moeten teleurstellen wanneer die vroeg of ze het lichaam mochten zien. Soms hingen we drie kwartier met huilende familieleden aan de telefoon. Vaak was een groet ook bij de begrafenisondernemer niet meer mogelijk. Dat was erg emotioneel, al hadden de meeste mensen wel begrip voor de situatie. Maar het was eigenlijk een onmenselijk einde. Sommige mensen hadden al weken in het ziekenhuis gelegen zonder familie te mogen zien.”

“In het begin, toen er nog weinig over de ziekte bekend was, en er nog geen vaccins waren, was ik zelf wel bezorgd. Ik douchte mij altijd uitgebreid als ik thuis kwam, uit bezorgdheid om mijn kinderen en mijn moeder, met een verzwakt immuunsysteem. Nu kan ik dat wel meer loslaten.”

Inmiddels zijn de regels versoepeld. “De familie kan nu de overledene bij de begrafenisondernemer wel nog groeten en mag waken aan het bed van zwaar zieke patiënten. Maar voor ons verandert er weinig. In normale omstandigheden komt een overledene in ons mortuarium toe, en zorgen wij ervoor dat hij of zij er mooi bij ligt om door de familie te worden gegroet. Overleden covidpatiënten komen nog steeds het mortuarium binnen in een gesloten lijkzak, die niet meer wordt geopend. Ze komen en gaan zonder dat je er een gezicht op kon kleven. De lijktooi is voor ons nochtans een belangrijk onderdeel van ons werk. Het geeft voldoening wanneer mensen zeggen dat de overledene mooi ligt, en die voldoening is er nu niet.”

Tamara Van Puyenbroeck: ‘Het was eigenlijk een onmenselijk einde. Sommige mensen hadden al weken in het ziekenhuis gelegen zonder familie te mogen zien.’ Beeld Tim Dirven
Tamara Van Puyenbroeck: ‘Het was eigenlijk een onmenselijk einde. Sommige mensen hadden al weken in het ziekenhuis gelegen zonder familie te mogen zien.’Beeld Tim Dirven

‘Liever extra shiften draaien dan nog meer onderbemand zijn’

Carolien De Ridder (38), adjunct hoofdverpleegkundige op de afdeling intensieve zorg

Het coronavirus pakte het personeel op de afdeling intensieve zorg op snelheid. “Normaal gezien werken we met één verpleegkundige per drie patiënten. In de eerste golf gingen we naar één verpleegkundige op zes patiënten. Dat was bijna oorlogsgeneeskunde.”

Fysiek was vooral de tweede golf heel zwaar. “We moesten een volledige covidafdeling inrichten, waar je nooit je beschermingspak, mondmasker, bril en face shield kon uittrekken. Mensen zaten daar de hele shift in hun pak met een helm op, ook achter de bureaus. Het was ook erg confronterend om te zien hoe in die tweede golf meer jongere patiënten binnenkwamen.”

Dat zovelen het niet haalden, viel telkens zwaar, zeker wanneer mensen alleen moesten sterven. Al waren er ook mooie momenten. “We vormden een erehaag voor de eerste covidpatiënt die na een lang verblijf de afdeling intensieve zorg mocht verlaten. En het deed deugd om het leed van patiënten en familie wat te kunnen verzachten door hen te helpen bij het videobellen.”

De Ridder kijkt met trots terug op de wilskracht van haar team. “Mensen kwamen liever extra shiften draaien dan te moeten werken met een bezetting van één op zes. We hopen dat deze crisis een wake-upcall is voor de overheid. We vragen al jaren hogere budgetten en meer handen per bed. Tot dusver is de reactie teleurstellend. Er is wel budget vrijgemaakt voor een bijkomende vergoeding voor personeel op intensieve maar aan de bezetting verandert niets.”

De impact van ruim twee jaar pandemie laat zich nu nog voelen. “We zien nu pas hoe zwaar die periode er heeft ingehakt. Heel wat collega’s krijgen nu de weerbots. Ze hebben het mentaal zwaar en sommigen zoeken een andere job. Daar zou best wat meer aandacht voor mogen zijn.”

De waardering voor de zorgsector van het brede publiek deed deugd. “Maar een overheid die onze verzuchtingen ernstig neemt, zou een nog veel fijnere erkenning zijn.”

Carolien De Ridder: ‘ We hopen dat deze crisis een wake-upcall is voor de overheid. We vragen al jaren hogere budgetten en meer handen per bed.’ Beeld Tim Dirven
Carolien De Ridder: ‘ We hopen dat deze crisis een wake-upcall is voor de overheid. We vragen al jaren hogere budgetten en meer handen per bed.’Beeld Tim Dirven

‘Ik voelde mij schuldig omdat ik mijn team in de steek liet’

Guy Wilssens (57), hoofdverpleegkundige op de afdeling pneumologie

Guy Wilssens zorgde op de afdeling pneumologie voor de eerste covidpatiënten. En werd er toen zelf één. “In het begin van de pandemie moest iedereen bij het omkleden zijn temperatuur opmeten. Op 1 april 2020 had ik plots 38,6 graden koorts en ik testte positief.”

Wat aanvankelijk leek mee te vallen, verergerde gaandeweg. “Ik lag vier dagen in bed met een grieperig gevoel. Maar de kortademigheid bleef. Vroeger sportte ik elke dag. Plots kon ik dat allemaal niet meer. Uiteindelijk bleef ik vier weken thuis.”

Op 1 mei 2020 ging Wilssens opnieuw aan de slag op de covidafdeling. “Ik kreeg het moeilijk als ik al die beschermende kledij moest dragen en moest mij regelmatig afzonderen om even op adem te komen. Het ging met de dag slechter, tot de longartsen me weer naar huis stuurden op 22 juni. Bij de minste inspanning was ik kortademig. Dag en nacht zat ik aan een zuurstofmachine en op den duur kon ik niets meer. Ik kon mezelf niet aankleden of wassen, en mijn vork niet meer naar mijn mond kon brengen.”

“Vroeger was ik altijd degene die zorgde voor iedereen, nu moesten ze voor mij zorgen. Ik voelde me schuldig tegenover mijn team, en had het maandenlang moeilijk met het idee dat ik hen in de steek liet.”

Vanaf september 2020 ging het fysiek beter. “Maar mijn longfunctie bleef slecht. Het begon mij wel op te vallen dat ik niets kon onthouden. Ik probeerde boeken te lezen, maar wist na drie keer lezen nog niet wat er op mijn bladzijde stond. Ik ging wandelen en wist plots niet meer waar ik was.”

Inmiddels is Wilssens terug aan het werk. “Soms werk ik met covidpatiënten, maar als het kan vermijd ik het liever. De schrik zit er toch nog een beetje in. Ik moet soms even uitblazen en heb nog wat last van concentratiestoornissen, maar mijn longen zijn genezen. Een arts zei mij dat als ik voordien niet zo gezond en sportief was geweest, ik het wellicht niet had overleefd.”

Guy Wilssens: ‘Vroeger was ik altijd degene die zorgde voor iedereen, nu moesten ze voor mij zorgen.’ Beeld Tim Dirven
Guy Wilssens: ‘Vroeger was ik altijd degene die zorgde voor iedereen, nu moesten ze voor mij zorgen.’Beeld Tim Dirven

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234