Woensdag 01/04/2020

Zoon Bruegel kon vader kopiëren door tekeningen

Een driedelige studie van duizend pagina's werpt meer licht op de schilderspraktijken van de Brueg(h)el-dynastie. Pieter Brueghel de Jonge maakte honderden meestal zeer getrouwe kopieën naar het werk van zijn vader Pieter Bruegel de Oude en kon daarbij gebruik maken van tekeningen uit het familiearchief.

Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525-1569) was al tijdens zijn leven een succesrijk schilder. Na zijn dood waren zijn werken nog meer in trek. Iedereen die het kon betalen, wou een Bruegel. Maar zo veel originelen waren er nu ook weer niet. De vele kopieën die zijn zoon Pieter Brueghel (met 'h') de Jonge (1564/'65-1638) vervaardigde, speelden handig in op die grote vraag. Kopieën waren toen, net als gravures, het uitgelezen middel om beelden op grote schaal te verspreiden. Pieter Brueghel de Jonge schilderde niet in zijn eentje: hij had een atelier, een heus bedrijfje, waarvan de totale productie op zo'n 1.500 schilderijen wordt geschat.

De meest opmerkelijke ontdekking van onderzoeksters Christina Currie en Dominique Allart in hun studie The Brueg[H]el Phenomenonis de manier waarop Pieter de Jonge erin slaagde om van één schilderij van zijn vader telkens een hele reeks nagenoeg identieke kopieën te maken. De twee kunsthistorica's troffen in de ondertekening van het schilderij Het gevecht tussen carnaval en vasten van Pieter Brueghel de Jonge (Koninklijke Musea Brussel) een reeks zwarte puntjes aan, telkens een speldenkop groot, die erop wijzen dat Pieter de Jonge gebruik maakte van een tekening, die op primitieve 'carbon'-manier overgebracht werd op het schilderij. Pieter de Jonge doorprikte de omtrekken van de figuren op de tekening en wreef zwart krijt of grafiet door die gaatjes. Dat leverde de basis voor de ondertekening van het schilderij, een tekening die met het blote oog niet zichtbaar is en alleen door middel van infraroodreflectografie bekeken kan worden.

"Pieter Bruegel de Oude moet tekeningen op ware grootte van zijn werken hebben gemaakt", zegt Christina Currie, hoofd van de dienst wetenschappelijke beeldvorming van het Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium (KIK). "Niet om zelf achteraf kopieën van zijn schilderijen te kunnen maken, want dat deed hij niet. Hij schilderde wel variaties op een thema, zoals De toren van Babel. Maar de versie uit Rotterdam is helemaal anders dan die uit Wenen. Vermoedelijk maakte Bruegel werktekeningen om zijn persoonlijke evolutie te kunnen zien. Dat was toen niet ongebruikelijk, ook Leonardo deed dat." Helaas is er niet één van die tekeningen bewaard gebleven.

Meestal is Pieter de Jonge alleen kunnen voortgaan op die tekeningen van zijn vader, zelden heeft hij een afgewerkt schilderij gezien. Pieter de Jonge was trouwens maar vier of vijf jaar oud toen zijn vader stierf. Doordat de zoon zich moest behelpen met tekeningen, zijn er tussen zijn schilderijen en die van zijn vader vaak grote kleurverschillen. Soms ontbreekt er ook een figuur en een vogel, of wordt een wak in het ijs een hoopje sneeuw. Dat is dan toe te schrijven aan de veranderingen die Pieter Bruegel de Oude op het laatste moment in de verf aanbracht en die zijn zoon dus niet kon kennen.

Val van Icarus

Een uitzondering is Winterlandschap met vogelknip. Het origineel hangt in de Koninklijke Musea in Brussel. Een van de zowat honderd (!) kopieën van dit razend populaire tafereel hangt in Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen. Door het onderzoek met infraroodreflectografie deden de onderzoeksters een opmerkelijke ontdekking. Pieter Bruegel de Oude had oorspronkelijk zijn vogelval helemaal in de rechterbenedenhoek gepland: in de ondertekening zijn vage aanzetten te zien. Vermoedelijk was hij niet helemaal tevreden en verschoof hij ze - tijdens het schilderen - naar het midden. "Zijn zoon heeft het schilderij ergens gezien", meent Christina Currie. "Bij hem staat de vogelval al meteen in de ondertekening op de juiste plaats. Bovendien zijn de kleuren duidelijk geïnspireerd op die van zijn vader. Althans voor zover ik dat nu kan zeggen, want het origineel is sterk vergeeld en in de loop der tijden zwaar geretoucheerd. In die mate dat een aantal figuren en de stad in de verte beter en levendiger geschilderd zijn in de kopie van Pieter de Jonge."

In de vuistdikke studie wordt ook uitvoerig aandacht besteed aan de omstreden Val van Icarus(DM 9/11/2011). "Infraroodreflectografie laat zien hoe onhandig en stug de ondertekening is van het schilderij in de Brusselse Koninklijke Musea", zegt Christina Currie. "Dat is geen werk van Bruegel de Oude, en evenmin van zijn zoon." Doordat Christina Currie de voorbije twintig jaar zich in de materie heeft vastgebeten, kan ze bijvoorbeeld aan de manier waarop bladeren geschilderd zijn, het verschil tussen vader en zoon Brueg(h)el zien, en ook vaststellen wanneer het om een andere hand gaat. Pieter de Jonge had immers veel medewerkers. De kwaliteit van wat zijn schildersfabriekje leverde was afhankelijk van de prijs die de klant wou betalen.

"De tweede Val van Icarusin Museum Van Buuren in Ukkel is evenmin een Bruegel," voegt Dominique Allart eraan toe. "Het is geschilderd op een paneel afkomstig van een boom die op z'n vroegst in 1574 geveld is. Toen was Pieter Bruegel de Oude al vijf jaar dood. We concluderen dus dat het twee werken zijn van latere kopiisten. Weliswaar naar een verloren origineel van Pieter Bruegel de Oude."

Christina Currie en Dominique Allart, The Brueg[H]el Phenomenon, KIK, Brussel, drie delen, 1062 p., 160 euro www.kikirpa.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234