Maandag 16/09/2019

Zoo koosj 't toch neit blieve

Dik tien jaar, zo lang heeft het politieke hoogtepunt van Steve Stevaert geduurd. In januari 1995 werd hij officieel burgemeester van Hasselt, in de lente van 2005 gouverneur van LimburgEr waren ook mindere momenten. Als Stevaert in iets niet goed was, dan in het erkennen van fouten of gebreken in de eigen politieke lijn. Dat was het drama van 2004

Walter Pauli

Foto's Filip Claus

Ga er maar aan staan: Steve Stevaert. Probeer hem maar eens te verklaren. De man die zijn naam maakte als de socialist die groener was dan Agalev en nadien door de verzamelde groenen als geen ander gewantrouwd werd, beschimpt en bescheten. De ongekunstelde jongen, die wel zijn wettelijke voornaam veranderde van 'Robert' in 'Steve'. De man die bij herhaling liet verstaan dat hij intellectuelen niet op een piëdestal had staan, en snobs al evenmin, maar zelf een discreet maar gepassioneerd liefhebber van moderne kunst was. De man die er prat op gaat dat hij niet graag school liep en zeker geen universitair diploma heeft, maar die als eerste pleitte voor 'gratis onderwijs'. De man voor wie de populaire boekskes in de rij stonden, die als hij wilde bij Bruno op de sofa mocht, en nadien bij die man uit Mechelen, maar die al bij al niets over zijn privé-leven loste. Zijn vrouw heet Marleen, that's it. Waarom zij bijvoorbeeld geen kinderen hebben: de Margrieten van deze wereld leveren over dergelijke thema's coverkoppen en coverbeelden, de Steves vinden dat de buitenwereld daar inderdaad niets mee te maken heeft.

De man die de indruk gaf dat hij niet tegen het Vlaams Blok wilde strijden, maar meemaakte dat het Vlaams-Blok-lid uit de Hasseltse gemeente zijn partij de rug toekeerde, omdat er onder Stevaert niets was om tegen te protesteren. De vrijzinnige die God propageert, de middenstander die droomt van een nieuw socialistisch Charter van Quaregnon. De slimme succesjongen, die evenwel niet goed blijf wist met de wat tegenvallende verkiezingsuitslag van 2004. De zogezegde pragmaticus die overal zegt dat ideologie leeft, dat links en rechts bestaan, en wie dat ontkent rechts is. De gratis-man die de Hasseltse stadsfinanciën gezond kreeg. De eeuwig jong lijkende man die werd geroemd als de toekomst van de socialistische partij, maar die na geen twee jaar in functie er vrijwillig mee stopt, en daarmee de kortstondigste partijvoorzitter is sinds de Tweede Wereldoorlog (op een 'interim' als Fred Erdman na).

Hoe die Stevaert te verklaren? Zijn succes, de methode die hij gebruikte, het waarom van zijn lange opgang, intens hoge vlucht, en ongemeen snelle countdown. Voor men er erg in had, is Stevaert Wetstraat-af.

Twee interviews helpen bij een verklaring. Een eerste gesprek vond plaats in januari 2002, toen Steve Stevaert nog de Vlaamse vice-minister-president was. Dus al meer dan drie jaar geleden, en ruim anderhalf jaar voor hij partijvoorzitter werd. "Ik heb de strijd tegen mezelf verloren", zei hij in Zeno. "Ik zou wel eens een ander leven willen, een beetje menselijker. Ik ben en blijf de jongen die uit Limburg gehaald is naar Brussel, maar men kan Limburg niet uit de jongen halen.' Toen al. Eén jaar later, de dinsdag na de spectaculaire verkiezingsoverwinning van 2003 - 'Steve is God', kopte deze krant de avond van de verkiezingen. Drie dagen later, een kop koffie in de hand, en nog altijd kleine oogjes van vermoeidheid van 'the days after', de roes van die historische zondagavond, laat de genaamde God al weten dat de hemeltroon niet zijn favoriete stekje is. "Ik ben niet belangrijk. U gelooft me niet? Ik zal dat ooit nog wel bewijzen. Op een spectaculaire manier. De ultieme stunt."

Zo stond het er, twee jaar geleden. De ultieme stunt. Twee jaar geleden, op de dag af, stond ook al de datum vast waarop de Limburgse gouverneur Hilde Houben-Bertrand met pensioen zou gaan. Maar, zo verzekert socialistisch Limburg (of zij die ervoor gegaan zijn) met de hand op het hart: twee jaar terug speelde het gouverneurschap Stevaert nog niet in het hoofd. Wél, algemeen, zijn afscheid aan de politiek.

Het zou pas een bom geweest zijn, God die zichzelf vrijwillig zou excommuniceren. En toch dacht hij eraan, serieus, en zonder dat de buitenwereld iets vermoedde. Het is ook abnormaal. Alsof Leo Tindemans na zijn monsterscores de anonimiteit verkozen zou hebben. Alsof Guy Verhofstadt niet stond te popelen om door de koning ontvangen te worden, alsof Wilfried Martens, als politiek leider van de CVP, zou hebben laten weten dat hij geen persoonlijk mandaat ambieerde. Het is niet tegen de Wetstraat-regels in, het is a-Wetstraat.

Maar dat kon Stevaert toen niet maken, terug naar Hasselt gaan, meteen na de grote overwinning. Hij zou een super-Tobback geweest zijn. Ook Louis Tobback moest, in barre tijden, 'zijn' Leuven verlaten om, in het belang van het land, de regering, in het belang van de partij, maar zeker niet in zijn eigen belang. Als Stevaert op zijn 49ste in de Wetstraat al met brugpensioen was gegaan, zou hij nog tien jaar als stand-in gevraagd worden, telkens als er hoge nood aan hem zou zijn. En omdat alle politieke partijen structureel nood hebben aan talent wist Stevaert dat die stap nog niet voor dat ogenblik zou zijn.

Maar het besef dat hij toen speelde met zijn afscheid is wel cruciaal om de man te kennen. Intimi zijn formeel: "Steve Stevaert heeft nooit tot het Wetstraat-gremium behoord. Hij is zelfs geen beroepspoliticus - de soort die al op jonge leeftijd moet lenen om in het parlement te raken, dan helemaal niet zo rijk is als het publiek denkt van een parlementslid (want hij moet die persoonlijke lening terugbetalen), en intussen wat moet sparen voor een volgende campagne, en toch weer moeten bijlenen, et cetera. Er zijn er zo (veel) meer dan de kiezer vermoedt, de drama's worden pas zichtbaar als een gevestigde partij sterk verliest, en vele 'gegarandeerde' zetels wegvallen."

Stevaert heeft de Wetstraat nooit actief opgezocht. Hij werd 'ontdekt', of, ietwat bescheidener, 'gevraagd'. Ironie van de geschiedenis: Steve Stevaert was een van de namen in het zogenaamde 'Rosa'-team van toenmalig partijvoorzitter Frank Vandenbroucke. Stevaert was bekend, maar niet dé naam uit die Rosa-groep. Anne Van Lancker was slimmer, Patsy Sörensen kreeg veel meer aandacht, Philippe De Coene bespeelde de media met meer flair en Jan Peeters was al parlementslid.

Toen was nieuwkomer Stevaert al een ancien. Het is deze dagen in Limburg honderdmaal herhaald, maar Steve Stevaert staat nagenoeg vijfentwintig jaar in de politiek. Hij was in 1982, na de gemeenteraadsverkiezingen, door Willy Claes de politiek binnengeloodst. Drie jaar later werd hij verkozen in de provincieraad. Politiek gezien is zo'n provincieraad een lift: naar beneden, of naar boven. Stevaert had geen zin om aan iets te beginnen waar hij niet meer kon bereiken dan hij voordien al deed. Hij was 31 in 1985, en zat vol ambitie.

De man was toen cafébaas, en niet de minste. Een van zijn bekendste zaken, De Witte Non, moest niet onderdoen voor veel bekendere bruine kroegen in Gent, Antwerpen, Brussel of Leuven. Maar omdat Hasselt perifeer ligt, en Humo-journalisten daar hun pinten niet kwamen drinken, was het niet hip, niet wereldbekend in Vlaanderen. Maar Stevaert werkte naarstig. Hij deed niet voor het geld aan politiek. Zeggen dat hij 'niet onbemiddeld' is, is ietwat een understatement.

Wie bij de Hasseltse socialisten binnentreedt, en zeker wie het daar wil maken, kan niet anders dan zich - negatief uitgedrukt - te plooien naar de gangbare zeden - positief uitgedrukt - zich de lokale partijcultuur eigen te maken.

Die is gebaseerd op twee pijlers: interne discipline - 'saamhorigheid' - en nauwe samenwerking met de zuil. Althans met de ziekenkas.

Voor de discipline staat de welhaast legen-darische Paul Butenaerts. De sterke man van de Limburgse socialisten, opgegroeid en opgeleid als de rechterarm van Willy Claes. De man die door iedereen gerespecteerd wordt, omdat hij 'rijdt voor de partij en de partij alleen'. Hij is niet de man die de ideologische lijnen uitzet. Dat laat hij aan anderen over. Maar zodra het kader getekend is, voert hij de taken perfect uit. Een grandioze organisator, en de beste onderhandelaar van politieke akkoorden die de provincie ooit had.

En precies dat geeft Butenaerts gezag, en ook macht. Tot vandaag is hij in staat Stevaert tegen de spreken. Niet als dat eens echt nodig is, maar telkens als hem iets niet zint. Meer dan één partijgenoot heeft Stevaert al horen zeggen: "No way. Dat krijg ik nooit bij Paul verkocht." Als Stevaert in Limburg een speech geeft, en Butenaerts zit in de zaal, zal de blik van Stevaert gegarandeerd die van Butenaerts kruisen, alsof Stevaert nog altijd bevestiging nodig heeft: is het wel goed, Paul?

Dat zo weinig mensen Butenaerts kennen, komt omdat hij zich tot het uiterste inspant om 'de man zonder gezicht' te blijven voor het publiek en de kiezers. Waarom zou hij, de kiezer hoeft toch niet op hem te stemmen? Butenaerts' job is ervoor te zorgen dat de Claesen en de Stevaerts van deze wereld stemmen halen, daar heeft hij werk genoeg mee.

TV-Limburg maakt er nochtans een punt van hem regelmatig te contacteren, en telkens weer ketst hij vragen voor interviews af: "Ik meen dat jullie een nieuwszender zijn, en ik heb geen nieuws." Hij haat het om in de media te komen, ook al omdat hij de media niet kent, dat is zo ongeveer zijn enige manco. Een partijgenoot: "Butenaerts denkt dat de politicus baas is en dicteert, en dat de journalist opschrijft en uitvoert, zoals vroeger bij De Volkswil het geval was. Terwijl het eigenlijk omgekeerd is. Maar dat aanvaardt Butenaerts niet."

De man zonder gezicht, het is zelfs letterlijk te nemen. In 2000, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, publiceert het weekblad Knack dossiers per provincie, foto's ook van 'de mannen die tellen'. En in Limburg télt de feitelijke nummer één van de SP. Er gaat intens zoekwerk aan vooraf, maar de redactie vindt een foto van Butenaerts. Die verneemt dat, wil zijn kop uit Knack. Er komt een deal. Niks Butenaerts met foto in het blad, maar - beloofd - binnen een jaar, misschien twee jaar, komt er het grote Butenaerts-interview. De foto is nooit verschenen, het interview, tot dusver, evenmin.

Dat is fase één: de Limburgse SP.A is een partij waar iedereen zijn plaats kent, zijn taak uitvoert, bref, zijn job doet. Een partij zonder dissidenties ook: intern discussiëren, maar naar buiten altijd samen optrekken. Een partij waar zij die niet in de media hoeven te komen met aandrang gevraagd worden hun klep te houden - maar meestal moet dat niet gezegd, zij weten dat ook. Waar de politieke kopstukken wel tussenbeide komen, als dat nuttig is, en gepast.

Twee: de zuil. Voor socialisten was het geen sinecure om op te boksen tegen de almachtige CVP, die destijds ook een zeer goede voet in huis had bij Het Belang van Limburg. Al werkte Willy Claes aan een goede band met hoofdredacteur Hugo Camps. En vandaag heeft ook de SP.A contacten te over bij uitgeverij Concentra.

Maar hoe pak je die almachtige zuil aan, dat was jarenlang de vraag in een provincie waar BSP en Liberale Partij veroordeeld waren tot, jawel, een kartel, om ten minste één 'linkse' zetel uit de brand te slepen (tot de vroege jaren zestig waren de liberalen officieel 'links' gelabeld). Wel, door nijver aan een eigen zuil te werken.

De Limburgse (B)SP had natuurlijk ook wel contacten met de vakbond, maar voor de uitbouw van het socialisme in Limburg zou ziekenfonds De Voorzorg een veel crucialere rol spelen dan het ABVV. Willy Claes werd al midden jaren vijftig gepusht in de politiek door toenmalig BSP-kopstuk Walter Theys. Die man was tevens de De Voorzorg-voorzitter. Claes zelf begon zijn loopbaan als adjunct-secretaris en werd nadien secretaris van diezelfde De Voorzorg. In de jaren zeventig kregen mannen als Guy Moens leiding over De Voorzorg, en die gingen de concurrentie met de almachtige Christelijke Mutualiteiten aan. En hoe deden ze dat? Door leden 'weg te lokken' (de CM-uitleg) met allerlei aantrekkelijke cadeaus. Het was geen uitgewerkt gratis-beleid, nog geen maximumfactuur, maar wel een poging om naar informele minimumtarieven te gaan. En het werkte, want De Voorzorg groeide gestaag en tegelijk ging de (B)SP vooruit - Willy Claes was intussen ook nationaal voorzitter van de landsbond van socialistische mutualiteiten.

Vanaf de vroege jaren negentig kwam De Voorzorg trouwens onder vuur, in het beruchte 'ziekenkasonderzoeken' te Limburg, van het Riziv en nadien van de gerechtelijke politie. Vele waarnemers verklaarden die toegenomen spanning en activiteit, ook op controlerend en juridisch vlak, door te wijzen op de historische verandering in de samenstelling van de bestendige deputatie, waarvan Stevaert deel uitmaakte. Die had namelijk een 'paars' akkoord gesloten: voor het eerst sinds de onafhankelijkheid van België was de katholieke of christen-democratische partij uitgesloten van het Limburgse provinciebestuur. Het was een alternatieve meerderheid van PVV, SP en Volksunie. In Limburg, het was zeker Stevaert niet ontgaan, waren die Vlaams-nationalisten 'anders'. Ze profileerden zich als jong, zelfs progressief, ook al krijgen de Limburgse VU-kopstukken van toen nu nog maar weinig applaus van de linkerzijde. Maar wie zijn geschiedenis kent, weet dat mannen als Jaak Gabriels (lijst Jong, in Bree) en Johan Sauwens (lijst Nieuw, in Bilzen) veel appeal hadden bij het meer idealistische deel van de bevolking, dat de oude, verstarde CVP-gewenning beu was. Zij waren niet alleen nieuwer en jonger, maar ook meer begaan met milieu, jeugd, verkeersveiligheid, noem maar op.

De oppositie was rauw, soms op het ranzige af. Vanuit de CVP (via Johan Weyts, toen NCMV-strekking) werd de zogenaamde 'KS-affaire' gelanceerd. En de christelijke en socialistische mutualiteit stonden met de messen tegenover elkaar.

Stevaert raakt gepokt en gemazeld door de Limburgse politiek. Hij zetelt er in Interelectra, de zuivere intercommunale voor energie (alleen maar gerund door gemeenten), en ontpopt zich in geen tijd tot een echte elektricien. Groene stroom, goedkope tarieven, hij kent de politieke logica erachter, ook de technische problemen van de dossiers. (Dat zou hem later geen windeieren leggen. Toen Steve Stevaert Vlaams minister van Energie was, had hij een ontmoeting met een topman van Electrabel. Stevaert liet hem alle hoeken van de kamer zien, forceerde belangrijke toegevingen. En, op het einde van het gesprek, één hand in de broekzak, klopte hij met de andere hand de Electrabel-bons op de rug: 'En volgend jaar kom ik terug voor een volgende ronde.' Welja, in Limburg leeft een belangrijke Italiaanse gemeenschap, en ook die regelt haar zaken zo.

En toen was er Rosa, en al snel volgde de vraag naar een nationaal mandaat voor Stevaert. Dat ging nog niet door in 1994, bij de Europese verkiezingen. Het jaar nadien, in 1995, raakte hij voor het eerst verkozen in het Vlaams Parlement. Intussen, in 1994, had hij ineens nationale faam gemaakt door in Hasselt de rooms-blauwe coalitie te breken van de zetelende burgemeester Louis Roppe jr. Die man, Stevaerts grote tegenstander van het eerste uur, is broer van Spirit-volksvertegenwoordiger Annemie Roppe, ook even genoemd als kandidaat-gouverneur, beiden kinderen van Louis Roppe sr., van 1950 tot 1978 gouverneur van Limburg.

Het nieuwe aan Stevaerts lijst was zijn bondgenootschap met Agalev. Het was het eerste succesvolle rood-groene verbond, en dat succes gaf Stevaert nationale street credibility ter linkerzijde.

Maar toen Stevaert in 1995 de nationale politiek binnen rolde, was dat niet zijn wensdroom. Hij was dertien jaar lid van de SP, het zou een ongeluksgetal kunnen zijn, want voor zijn partij braken de vier zwarte jaren aan - het Agusta-schandaal, met de pijnlijke val van Willy Claes.

Maar in die Limburgse jaren had Stevaert álles geleerd wat nadien zo 'vernieuwend' heette. Ga maar na: zijn groene klemtonen. Zijn grote aandacht voor gezondheidszorg én voor mutualiteiten. Zijn partij-opvatting. De zoektocht naar politieke oplossingen 'naar de mensen', als goedkope stroom, lage tarieven. De wetenschap dat je de sterkste politieke tegenstrevers klein krijgt in een kartel. Als middenstander, zijn aparte omgang met belastingen - zoals het ABVV met de Algemene Sociale Bijdrage kon ervaren. Zijn houding tegen de kerk - in Limburg bestaan er nauwelijks militante antikatholieken, zeker niet in Hasselt, waar de Virga Jesse-processie zowat het belangrijke event is. Hij weet dat Vlaams-nationalisme en een zekere mate van progressiviteit best samen kunnen gaan. Of, aanvankelijk minder duidelijk: zijn in wezen zeer Limburgse omgang met allochtonen, of met zogenaamde allochtonen-problemen als de hoofddoek. Limburgers zeuren daar niet over, op een of andere recalcitrante burgemeester na. Maar de meeste burgemeesters maken duidelijke afspraken, en laten ze naleven. En ten slotte misschien de bescheidenheid - de valse bescheiden-heid, zullen critici zeggen, het 'ik ben maar een gewone jongen'. Wie in Limburg zegt, 'ik ben een hele meneer', die dragen ze buiten. Echte meneren zeggen dat namelijk niet alleen, echte meneren dénken dat zelfs niet van zichzelf.

Als Steve Stevaert minister wordt, is dat in opvolging van Eddy Baldewijns. De minzame Baldewijns kwam van Gingelom, zelfs van Jeuk, of all places (toen de lokale voetbalploeg de leiding overnam in de provinciale competitie kon Het Belangske het niet nalaten in vette letters te koppen: 'Jeuk aan de spits!').

Toen Baldewijns minister werd, leidde dat op nogal wat kabinetten tot gegrinnik. Niet om de minister zelf, wel om zijn entourage. Memorabel is de anekdote van het kabinet-Vande Lanotte, waar tien, twintig keer identiek dezelfde fax van bij Eddy Baldewijns binnenliep. Telefoontje naar zijn secretariaat. Een Gingelomse dame aan de lijn, helemaal over haar toeren: 'Ik heb al ik-weet-niet-hoeveel keer die fax in het machien gestoken, en die komt er altijd aan de andere kant weer uit!"

Maar Eddy Baldewijns was taaier dan hij leek. Samen met zijn kabinetschef Dirk Van Melkebeke begon hij aan het radicale afbraakbeleid van de grofste gevallen van illegale woningbouw. Maar door de vele en vaak onverwachte ontslagen van SP-ministers in die tijd verhuisde Baldewijns veel te vlug naar Onderwijs en werd Stevaert de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening. En omdat hij als laatste kwam, en nu eenmaal een oneindig betere great communicator is dan zijn voorganger, kreeg het afbraakbeleid zijn naam. Dat ging ver, zelfs buiten Stevaerts medeweten om. In P-Magazine tekende Erik Meynen een geweldige afbraakcartoon met de naam 'Eddy Baldewijns'. Later werden zijn beste cartoons gebundeld in zijn boek De jaren van Dehaene. De afbraakcartoon staat er ook in opgenomen, maar nu met de naam Stevaert. Baldewijns was zonevreemd geworden.

Dat afbraakbeleid was bijzonder nuttig voor Stevaert, want het gaf hem in die ongenadige witte-marsjaren tussen 1996 en 1999 de aura van een politicus die 'de rotte plekken' durfde aan te pakken.

Eigenlijk is Stevaert geen ongenadige 'afbreker'. Eigenlijk is hij een vriendelijke jongen. Als cafébaas leer je vriendelijk te zijn, in Limburg was dat ooit zelfs een sociale conventie. In de jaren zeventig werd in heel Limburg een en dezelfde sticker verspreid, glanzend blauw, met in witte lijnen een glimlachend gezicht. Daaronder die historische slagzin: 'Ik ben Glimburger.' Je zag hem op iedere auto, elke boekentas, iedere fiets.

Glimburger glimlachte zoals Steve Stevaert dat sinds jaar en dag doet: de lippen op elkaar, een héél brede glimlach van de ene kant naar de andere.

Ontwapenend zijn, het is een van de voornaamste wapens van Stevaert in de politieke strijd. Hij gebruik die techniek dag in dag uit. Vriendelijk zijn, een grapje: daar kan niemand tegenop. Zuurheid, zogezegd gepantserd beton, dikke rapporten, harde politieke aanvallen: Stevaert pareert die met de ogen dicht, met twee wapens: begrijpbaarheid en die ontwapenende glimlach.

Vandaar dat Pieter De Crem geen partij voor hem is. Zoals die nu weer reageert op de carrièrewissels van Steve Stevaert en Johan Vande Lanotte: "De ratten verlaten het zinkend schip". Mensen mensen toch, wat een fijnzinnigheid. Het toont nogmaals waarom hij niet aan de top speelt. We zullen het De Crem uitleggen: harde oppositie is iets anders dan altijd brutaal zijn. Cassant mag men niet verwarren met onbeschoft. Welbespraakt is iets anders dan het hoge woord luid declameren. Een stevig beleid iets anders is dan altijd hard willen besparen en kappen.

Maar er zijn weinig klassieke Wetstratezen, zonder Glimburger-achtergrond, die dat mee hebben. En als Stevaert dat wapen eens tegen zichzelf gericht ziet, heeft hij het moeilijk. Dan riskeert hij een koekje van eigen deeg.

Zonder het te weten, was Agalev er één - 1! - keer in geslaagd om alle mogelijke groene vooroordelen te counteren. Op het congres waarover beslist zou worden of de groene minister Ludo Sannen nu al dan niet op een rood-groene kartellijst zou mogen staan, neemt congresganger Alex Polfliet het grapje over dat Paul Goossens eerder die week in De Standaard had gelanceerd: 'Het schijnheilig Paterke van Hasselt'. De zaal ging uit de bol, politieke tegenstrevers hadden eindelijk iets wat Stevaert niet zomaar kon pareren: iets om mee te lachen.

Stevaert wéét dat. Het is het abc van de nieuwe SP.A-generatie: die moeten vrouwen kunnen overtuigen. Géén rode De Crems in Stevaerts buurt. Wel de 'babes'. Stevaert is wat trots dat de mooie jongedames van toen uitgroeiden tot knappe politica's: ministers Freya Van den Bossche en Kathleen Van Brempt, en nu, in snelvaarttrein aan maturiteit en gezag winnend, interim-voorzitter Caroline Gennez.

(Dat besef gaat ver. Erg ver. Stevaert zal nooit in debat willen gaan met een Vlaams Belangster als Anke Van dermeersch of Marie-Rose Morel, "omdat je van hun niet kúnt winnen. Zelfs als je de juiste argumenten gebruikt, maar zij zijn zwanger, of ze lachen eens lief, heb je voor het publiek toch verloren".)

Er zijn nog andere zwakke kanten. Het politieke debat zoals Het Belang van Limburg dat voert, is vrij concreet en down to earth. Als dat anders gevoerd wordt, in kringen van de door Stevaert zo misprezen 'linkse intellectuelen', toonde hij zich na enige tijd kittig. Dat was soms begrijpelijk - lui die tegen gratis onderwijs zijn, met het argument dat het eigenlijk om kosteloos onderwijs moet gaan. Dat was soms berekend - "ik moest mij wel tegen hen afzetten, om de idee ingang te doen vinden dat politiek van iedereen is, ook van de gewone man, en niet alleen van een paar specialisten". Dat was, zo heeft men hem op een onbewaakt moment al horen bekennen, "misschien soms wel een beetje overdreven."

Nu had hij wel contacten met een paar exemplaren van de officieel verfoeide soort der intellectuelen. Stevaert spaart zijn lof niet voor de Brusselse socioloog Mark Elchardus, door hem liefdevol 'de professor' genoemd. "Elchardus heeft namelijk de zuilen bevrijd van hun negatieve connotatie, door ze positief op te waarderen als middenveld. Ik ben er hem eeuwig dankbaar voor, en de CVP ook, neem ik aan. En de hele samenleving zou dat moeten zijn, ook de linkse yuppen die ooit tegen de zuilen waren, tegen de ziekenkas en de vakbond, maar die de zachtere praat rond het middenveld en de grote waarde voor de samenlevingsopbouw die daarvan uitgaat wel pikken."

Meer nog dan intellectuelen legt Stevaert met plezier een 'zogenaamd linkse yup' tussen zijn boterham. Het gaat dan om de Vincent Van Quickenbornes van deze wereld, en andere links-liberalen. Er is soms in het progressieve kamp kritiek op Stevaert en zijn liberale linksheid, maar de voormalige SP.A-voorzitter doet er alles aan om het verschil tussen liberaal links en links-liberaal in de verf te zetten. Liberaal links gaat bij de middenstander de klassevijand niet zoeken. Links-liberalen, zie het memorabele optreden van 'Quick' op tv, gaan er nog altijd van uit dat mensen met de hoogste lonen het hardste werken - versta: dat de armsten minder hard of goed werken, en dus terecht weinig verdienen. En dus ook geen fiscale voorkeursbehandeling verdienen. Daarom de vlaktaks.

Maar dat is nog iets anders dan de liberalen tot volksvijand uitroepen. Niets plezanter dan een liberaal mee te krijgen. Op het hoogtepunt van de DHL-crisis was er een memorabel tv-optreden van Stevaert en Somers. Out of the blue richtte Stevaert zijn beruchte waarschuwing aan de Brusselaars, dat ze het recht niet hebben werkgelegenheid kapot te maken. Somers stond erbij, keek ernaar, en knikte heftig bevestigend, en knikte, en knikte, en beaamde. Het leek wel een late heruitgave van de legendarische regeringsmededelingen van Paul Vanden Boeynants en zijn liberale secondant Willy De Clercq. Vanden Boeynants scoorde alle punten, en niemand die zo beamend kon knikken als De Clercq. Stevaert zat, horresco referens, in de rol van Vanden Boeynants, en net als De Clercq speelde Somers met verve de liberaal van dienst. Ook Van den Boeynants kon pre-stevaertiaans glimlachen.

Er waren ook mindere momenten. Als Stevaert in iets niet goed was, dan in het erkennen van fouten of gebreken in de eigen politieke lijn. Dat was het drama van 2004: fout bezig, en toch doorgaan, en kritiek van buitenaf klopte niet, en interne kritiek (Frank Vandenbroucke!) zat evenmin lekker. In het Limburgs model wordt intern wel gediscussieerd, Limburg-in-Brussel vergat dat wel eens.

En de eerste barsten kwamen in de vriendenclub. Extern en intern. Extern, dat was Anissa Temsamani, die er wel heel vlug uit ging. Intern, dat was bijvoorbeeld kabinetschef Geert Mareels, die te deloyaal werd bevonden, en naar ander werk mocht uitkijken. Dan was de Glimburger veraf.

Soms is er ook blindheid. Neem de verkiezingscampagne voor het Vlaams Parlement, SP.A-Spirit die uitpakt met een affiche met daarop een man en vrouw of tien. Je weet niet waar kijken, helaas. Je ziet geen lijn. "Maar dat straalt onze ploeggeest uit." Er helpt geen argumenteren aan. Tot op de verkiezingsdag blijkt dat de verkiezing niet slecht was, maar ook zeker niet briljant.

Niet dat dat alleen door die affiche kwam, maar dat dit geen steun was, geen opstapje, kon een kind zien. Maar op het SP.A-hoofdkwartier lopen geen kinderen rond - gezinsdagen, die zijn voor de concurrentie.

Terwijl er affiches zijn waarvan je ziet dat ze goed zijn, in één oogopslag. In 1995, in Thermae Palace te Oostende, SP-partijcongres voor de verkiezingen. Helemaal op het einde, het gordijn gaat open. De close-up van Louis Tobback, die prachtig dubbel te begrijpen slogan: 'Uw sociale zekerheid'. Het thema, gepersonifieerd door de Winston Churchill van de Vlaamse socialisten. Wie toen in die zaal zat, voelde de opwinding van die honderden, door Agusta gemakkelijk murw te krijgen socialisten: yés. Met hun Churchill aan het hoofd zouden zij hun Battle of Britain aangaan, hun morzels grond verdedigen, "with blood, sweat and tears". En ze hebben het die maanden allemaal gehad, de SP'ers van toen, er werd bloed vergoten, ze hebben gezweet, tranen weggeveegd. En ook zij hielden stand. Soms is een aanval afslaan een dikke overwinning op zich. Soms is de aanval niet kunnen doorzetten, zoals in 2004 gebeurde, niet verder gaan op het elan van 2003, een nederlaag waard.

Die verkiezing, zo zeggen intimi, heeft Stevaert nooit echt verteerd. Hij kon het voor zichzelf niet uitgelegd krijgen, hij had de uitslag ook niet echt zien aankomen, al werd er naar buiten wel op gewezen dat het helemaal geen slechte zaak was. Maar hoe placht tennisser Filip De Wulf dat weer te zeggen: "Als het niet perfect is, is het niet goed. En wat niet goed is, is slecht." Zo is dat.

Het is ook vanaf 2004 dat naaste medewerkers van Steve Stevaert, op een hele zachte manier, de eerste hints krijgen dat ze niet moeten twijfelen als zich elders, professioneel, betere opportuniteiten voordoen, vast werk ook. Bij De Lijn bijvoorbeeld. Is het uit te sluiten dat hij in 2004 weer speelde met het idee van 2003, het afscheid aan de politiek, de terugkeer naar Limburg?

Stevaert oefende in snelvaarttempo echt alle mandaten uit: provincieraadslid, bestendig afgevaardigde, volksvertegenwoordiger, minister, partijvoorzitter. Een roetsjbaan. Hij was de vedette der vedetten, maar werd op hetzelfde moment ook keihard verguisd. Niet alleen door rechts, ook door links. Men probeerde hem in de Visa-schandaalsfeer mee te slepen, door zijn (legale) afrekening van betaalde restaurantrekeningen op het internet te zwieren. Maar de lijst toonde ook een socialistische Bourgondiër, die het keiharde werk compenseerde met een intense train de vie. Het zou al een wonder zijn mocht dat ook privé geen enkel spoor hebben nalaten - elke manager, iedere politicus maakt dat wel eens mee. En dan was er het overlijden van zijn moeder.

Dik tien jaar, zo lang heeft het politieke hoogtepunt van Steve Stevaert geduurd. In januari 1995 werd hij officieel burgemeester van Hasselt, in de lente van 2005 gouverneur van Limburg. In een van zijn afscheidsliederen zong de (Nederlands-) Limburgse heimatzanger Jo Erens: "Zoo koosj 't toch neit blieve" - zo kon het toch niet blijven. Bij Erens was dat 'Vaarwel mie Limburgland'. Bij Stevaert was het, even bewust, 'Vaarwel Brussel'.

Niet dat hij de files ter hoogte van Bertem niet meer zal moeten doorstaan. Het is niet uitgesloten dat de nieuwe gouverneur van Limburg, als straks het mandaat vrijkomt, de nieuwe voorzitter van Ethias wordt. Wie weet. Hijzelf, misschien, wellicht. Maar over wat nog niet gezegd hoeft te zijn, kan men altijd beter zwijgen. De eerste en laatste les van zijn leermeester Butenaerts: Stevaert zal zijn afkomst nooit loochenen. Een jongen met koksschooldiploma, maar meer dan ooit de nummer één van de Limburgse school.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234