Maandag 13/07/2020

InterviewPaul Stoffels (Johnson & Johnson)

‘Zonder vaccin wordt dit één van de grootste crisissen in de geschiedenis van de mensheid’

Paul Stoffels.

De race naar een coronavaccin verloopt in een moordend tempo. Alle grote spelers in de farmawereld gooien zich in de strijd, en het Amerikaans-Belgische Johnson & Johnson zit mee in de kopgroep, met een zeer ervaren piloot aan het stuur: Paul Stoffels, de invloedrijkste Belg in farmaland. Hij heeft de beste aidsremmer ontwikkeld en vaccins tegen ebola en zika op de markt gebracht. Geen wonder dat Donald Trump hem uitnodigde in het Witte Huis. ‘Hij vond dat het te traag ging, en toen heb ik hem de waarheid gezegd. Hij leek het een redelijke uitleg te vinden.’

Update

Dit interview vond plaats voor de bekendmaking dat Johnson & Johnson vanaf juli begint een vaccin te testen op mensen.

Paul Stoffels (58) is de tweede in rang bij het grootste farmabedrijf ter wereld als Chief Scientific Officer, wat betekent dat hij vijftienduizend wetenschappers aanstuurt. Normaal doet hij dat vanuit het hoofdkwartier van Johnson & Johnson in New Brunswick, nabij New York, maar nu zit hij al drie maanden vast in België, in de buurt van zijn kinderen en kleinkinderen. Toen hij begin maart naar België vloog voor een bezoek aan dochterbedrijf Janssen Pharmaceutica, sloot president Trump de grenzen. Sindsdien leidt hij het onderzoek naar het coronavaccin aan zijn keukentafel in Hoogstraten.

Slaapt u soms nog?

(droog) Ja, toch minstens zes uur per nacht. Anders ben ik overdag te moe om na te denken. Het is uiteraard alle hens aan dek, maar toch voel ik me frisser dan gewoonlijk. Normaal reis ik voortdurend tussen alle continenten en zit ik elke maand ergens anders. Het is rustgevend dat ik nu al zo lang op dezelfde plek zit. Bovendien beleven we een heel mooie lente. Tijdens mijn dagelijkse wandelingen heb ik ervan genoten om de natuur te zien openbloeien.”

U werkt op vier schermen tegelijk.

“Ja. Twee computerschermen en twee iPads.”

Wordt een mens daar niet knettergek van?

(lacht) Nee, ik ben dat gewend. Het ene scherm dient voor videogesprekken, het andere om presentaties op te maken, en op de iPads heb ik mijn agenda en e-mails bij de hand. Voor mij werkt dat het meest efficiënt.”

De hele wereld zit ongeduldig op uw vingers te kijken. Hebt u ooit eerder zoveel druk gevoeld?

“De middelen tegen hiv, ebola, zika en hepatitis C die ik mee heb ontwikkeld, waren óók dringend nodig, hoor. Technisch gezien was het veel moeilijker om een doeltreffende aidsremmer te ontwikkelen. Dat virus muteert razendsnel. Daarom bestaat er nog altijd geen vaccin tegen. Het SARS-CoV-2-virus is makkelijker aan te pakken, omdat het slechts minimaal muteert. Maar doordat het zich over de hele wereld heeft verspreid, is het toch de grootste uitdaging van mijn carrière. Van ons vaccin tegen ebola hadden we twee miljoen stuks nodig, nu praten we over één miljard vaccins. Dat is ongezien. Gelukkig heeft de Amerikaanse regering ons een budget van een half miljard euro gegeven, waardoor we ons hele onderzoeksteam kunnen inzetten. Honderden mensen werken er in een waanzinnig tempo aan.”

Vijftien farmabedrijven werken aan meer dan honderd vaccins. Wat als één van uw concurrenten sneller is?

“Dat zou fantastisch nieuws zijn.”

Meent u dat?

“Zeker. De schade die dit virus aanricht, is zo groot dat elke dag vroeger pure winst is. Het Westen zal er wel bovenop raken, maar ik vrees voor catastrofes in de armste landen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika wegens hun beperkte gezondheidsinfrastructuur. Zonder vaccin wordt het één van de grootste crisissen in de geschiedenis van de mensheid. Er zullen wellicht nooit méér doden gevallen zijn in zo’n korte periode, behalve tijdens de twee wereldoorlogen.”

Het bedrijf dat als eerste een doeltreffend vaccin op de markt brengt, wint toch de jackpot?

“Wij doen het niet voor de winst. De productie en verdeling van het vaccin wordt een reusachtig project, waarvoor we nauw moeten samenwerken met de Wereldgezondheidsorganisatie, overheden en stichtingen zoals de Bill & Melinda Gates Foundation. Als die nog maar vermoeden dat wij hier vooral veel geld aan willen verdienen, krijg je discussies en vertragingen. Daar is geen tijd voor. Janssen Pharmaceutica bestaat al zeventig jaar, ons moederbedrijf Johnson & Johnson (J&J) bijna 135 jaar: als we één keer in ons leven iets kunnen doen wat echt belangrijk is voor de mensheid, is dít het moment. Sommigen zien ons als kille zakenmensen, maar wij zijn ook ménsen en dokters die levens willen redden. Dat is altijd mijn missie geweest.”

U suggereerde eerder al een prijs van 10 euro per vaccin.

“Dat ligt nog niet vast, omdat het afhangt van onze productiekosten. Maar ik garandeer dat de prijs aanvaardbaar zal zijn.”

Hoe begint u aan de ontwikkeling van zo’n vaccin?

“Met een papiertje waarop de genetische code van het virus staat. Zodra we die hadden, in januari, hebben we twaalf potentiële vaccins ontwikkeld. Elk van die vaccins bestond uit een ander DNA-deeltje van het virus. Uit dat onderzoek kwam een winnaar naar voren die we nu testen op muizen, fretten en apen. We spuiten dat virusdeeltje in, waardoor die dieren ziek worden, en dan kijken we of ze voldoende antilichamen aanmaken. Daarna besmetten we ze opnieuw met het virus, om te zien of ze opnieuw ziek worden. Dat blijkt niet het geval te zijn: ze zijn immuun. Het gaat dus de goede richting uit.”

Slaan jullie stappen over omdat het zo snel moet gaan?

“Nee, maar we doen veel experimenten in korte tijd. Het is de derde keer dat we zo’n versnelde procedure volgen. Eerder hebben we het gedaan voor ebola en zika, telkens met hetzelfde onderzoeksteam en dezelfde techniek. Bij de ebola-uitbraak van 2014, in West-Afrika, hadden we het geluk dat ons team jaren eerder al een vaccin tegen dat virus had gemaakt. Het lag in de diepvriezer. In een halfjaar tijd maakten we het vaccin in het laboratorium via dierenproeven klaar voor de mens. Bij het zikavirus konden we na twaalf maanden tests op mensen uitvoeren. Nu zal dat na minder dan negen maanden zijn.

“Tegelijk zijn we begonnen met de productie van het vaccin om voldoende voorraad te hebben tegen begin september, wanneer we starten met onze klinische tests bij minstens dertigduizend mensen. Daarna loopt de productie gewoon door, zodat we begin volgend jaar al enkele miljoenen vaccins hebben. Eerst in vaten van 50 liter, daarna in vaten van 2.000 liter. In die grote ketels kunnen we ongeveer driehonderd miljoen vaccins per jaar maken. We hebben daar al verschillende fabrieken in Amerika en Europa voor gereserveerd. En we willen samenwerken met fabrikanten in Europa, India en Japan. Zo hopen we tegen eind 2021 minstens één miljard vaccins klaar te hebben.”

Als de klinische tests in het najaar mislukken, zijn die eerste ladingen voor de vuilnisbak. Of houdt u daar geen rekening mee?

“We geven onszelf meer dan 50 procent kans dat het zal lukken, maar helemaal zeker ben je pas aan het einde van de rit. Ondanks al het onderzoek is er bijvoorbeeld nog geen vaccin gevonden tegen RSV (een virus dat de longen aantast en dodelijk is bij ouderen en baby’s, red.).”

In hoeverre kunnen concurrerende farmabedrijven elkaar helpen?

“Ik bel elke week met topmensen van andere farmabedrijven. We zijn nu partners in dezelfde strijd. Bij de ontwikkeling van het vaccin kunnen we elkaar moeilijk helpen, omdat de technieken zo verschillend zijn. Bij de productie kunnen we mogelijk wél samenwerken. Maar als de wereld vier à vijf miljard vaccins nodig heeft tegen eind 2021, moeten we hopen dat niet alleen wij, maar ook drie of vier andere grote spelers werkende vaccins hebben.”

Zal de verdeling niet tot conflicten leiden? President Trump zal de eerste voorraden willen aanslaan. Het Franse farmabedrijf Sanofi suggereerde dat de Amerikanen het vaccin als eersten zouden krijgen, omdat zij 600 miljoen euro in het onderzoek hebben geïnvesteerd. De Franse president Macron kon daar niet mee lachen.

“Ik hoop echt dat we zulke discussies kunnen vermijden door op een immense schaal en in verschillende werelddelen te produceren. Er moeten wereldwijd afspraken komen over wie het vaccin het eerst krijgt: zorgverleners en risicogroepen.”

U kent Anthony Fauci goed, de viroloog die persconferenties geeft aan de zijde van president Trump. Ziet hij het nog zitten, nadat de president het virus een verzinsel had genoemd en mensen had opgeroepen om bleekwater te drinken?

“Ik beschouw Tony als een vriend, we bellen elkaar geregeld. Hij doet zijn best om een medisch verantwoorde lijn in de communicatie te krijgen.”

U blijft diplomatisch.

(lacht) In het begin probeerde hij de president subtiel bij te sturen, de laatste tijd durft hij hem al wat harder de waarheid te zeggen.”

Begin maart nodigde de president u uit op een meeting met andere CEO’s uit de farmasector. Hoe verliep dat?

“Tot mijn grote verrassing had hij tientallen journalisten uitgenodigd. ‘These guys are going to solve the problem’, zei hij hun. (lacht)

‘Ik hoor jullie liever spreken over ‘maanden’, niet over ‘meer dan een jaar’’, zei hij ook.

“Ja, hij vond dat het te traag ging. Toen het mijn beurt was, heb ik hem de waarheid gezegd: dat het normale proces minstens vijf jaar duurt, en dat we dat nu terugbrengen tot twaalf à achttien maanden. Nóg sneller gaan is zo goed als onmogelijk. Als je hard traint, kun je de 100 meter in 10 seconden lopen, maar in 5 seconden zal het nooit lukken. We moeten absoluut zeker weten of het vaccin veilig is. We zullen honderden miljoenen mensen injecteren om te voorkomen dat 1 à 2 procent van de bevolking ziek wordt. Dan mag je geen enkel risico nemen.”

Hoe reageerde hij?

“Hij leek het een redelijke uitleg te vinden. Daarna nodigde hij ons uit in zijn Oval Office. Ik heb daar eens rustig rondgekeken. Het is een enorme zaal met een klein bureau.”

Wat dacht u? Hier sta ik dan, als manneke uit de Kempen?

“Zo denk ik niet. Mijn enige doel is dat vaccin ontwikkelen. Als ik daarvoor naar de Amerikaanse president moet, dan doe ik dat.”

U hebt ook een goed contact met Bill Gates, de oprichter van Microsoft en een van de rijkste mensen ter wereld. Wat voor iemand is hij?

“Ik had vorige week nog een Zoom-meeting met hem. Bill Gates is een stille mens, maar in zijn strijd voor de derde wereld is hij echt passioneel. Het grote voordeel is dat hij over zijn eigen geld beslist, waardoor het snel kan gaan. Als hij ergens 15 miljard euro voor nodig heeft, hoeft hij dat niet eerst aan iemand anders te vragen. (lacht)

‘Ik heb al een paar grote uitbraken van nabij meegemaakt: de paniek ebt telkens snel weg. Als het opgelost is, zullen we weer gewoon naar het voetbal gaan en op zuiderse stranden liggen. Zelf neem ik me wel voor om minder te reizen.’

De farmasector stond na het verhaal van baby Pia in een slecht daglicht. Is dit jullie kans om het imago op te poetsen?

“Ik kan niet voor iedereen spreken, maar wij hebben altijd naar een evenwicht gestreefd tussen winst maken en de volksgezondheid. Elk jaar investeren we met Johnson & Johnson 11 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling. Hoeveel kost een appartement in België? 300.000 euro? Wel, dat zijn dus meer dan 36.000 appartementen. Om de tien jaar moeten wij de helft van ons aanbod vernieuwen. En de helft van onze onderzoeken mislukt. Autofabrikanten kunnen hun assortiment vernieuwen door bestaande modellen te upgraden. Bij ons gaat het telkens om nieuwe technologie, vergelijkbaar met de overgang van de benzinemotor naar een elektrische. Elke keer opnieuw. Farmabedrijven die dat niet doen, gaan er onverbiddelijk uit. Dáárom moeten wij miljarden winst boeken. En de helft daarvan keren we uit aan onze aandeelhouders.”

Zo worden de superrijken nog rijker.

“Maar dankzij hun kapitaal kunnen wij nieuwe geneesmiddelen ontwikkelen die de mensheid ten goede komen. Trouwens, een groot deel van onze aandeelhouders zijn pensioenfondsen, en die zijn toch niet onbelangrijk? Zij krijgen 2 à 3 procent per aandeel, dat zijn geen woekerdividenden. De andere helft van de winst gaat naar onderzoek en naar de aankoop van nieuwe licenties en technologieën. Zo hebben we in 2011 Crucell opgekocht, het Nederlandse biotechbedrijf dat nu onze vaccins ontwikkelt. Daarnaast hebben we een netwerk van vijfhonderd kleine labs en medische start-ups. De grootste biotechbedrijven van Europa hebben we in hun beginjaren ondersteund met geld en samenwerkingsverbanden. Als ze met iets interessants komen, kunnen we dat eventueel kopen. Zo maken we de beste wetenschap mogelijk.”

NIET SLIM GENOEG

Wat was uw kinderdroom?

“Muzikant worden. Vanaf mijn 11de speelde ik orgel in de kerk van Achtel, een gehucht van Rijkevorsel. Later speelde ik ook mee in allerlei ensembles. Maar op mijn 18de besefte ik dat ik een groter verschil kon maken door geneeskunde te studeren. Dat zat in de familie. Mijn vader was één van de eerste werknemers van Janssen Pharmaceutica. Hij was bij dokter Janssen begonnen als chemicus. Maar ik werd vooral geïnspireerd door mijn nonkel pater en tante nonneke, die allebei in Congolese ziekenhuizen werkten.”

In de middelbare school zagen ze nochtans geen wetenschapper in u.

“Nee, ze vonden mij niet slim genoeg. Ik antwoordde: ‘Dat is niet úw probleem, ik zal wel hard genoeg werken om te slagen.’

“Vanaf het derde jaar aan de universiteit trok ik elke zomer naar Kinshasa om er te helpen in een ziekenhuis. Eerst als stagiair-verpleger, later als beginnende dokter. Zo maakte ik de beginperiode van hiv mee. Alle patiënten die binnenkwamen, overleden binnen de zes maanden. Dat woog zwaar op de hele samenleving. En 10 tot 15 procent van de bevolking in Kinshasa was besmet. Dat is bepalend geweest voor mijn carrière: ik zag af van mijn plan om chirurg te worden omdat ik vond dat ik nuttiger kon zijn door onderzoek naar virussen te doen. Daarom specialiseerde ik me in tropische geneeskunde en infectieziekten, en heb ik een tijdje in Rwanda gewoond.”

Waarom bent u na drie jaar teruggekeerd naar België?

“Het was er niet veilig meer. In 1990 vielen Tutsi-rebellen vanuit Oeganda het land binnen. Dankzij de tussenkomst van het Belgische en het Franse leger liep dat goed af en kwam er een vredesverdrag. Maar de spanningen bleven en ik vond het niet meer verantwoord om er nog te wonen met mijn vrouw en kinderen. Drie jaar later brak de genocide uit. Ik heb toen veel vrienden verloren.”

In België ging u aan de slag bij Janssen Pharmaceutica en mocht u zich concentreren op het aidsonderzoek.

“Ik heb bij dokter Janssen een fantastische leerschool gekregen, als wetenschapper en als ondernemer. Hij maakte van zijn start-up een onderneming van 25.000 mensen, met een omzet van 20 miljard euro per jaar. Ondertussen hebben we 45.000 werknemers en een omzet van 45 miljard euro per jaar.”

Toch vertrok u al na vier jaar.

“We waren vastgelopen. Onze eerste geneesmiddelen tegen aids waren mislukt, omdat het virus zo snel muteerde. Ze werkten zeven dagen, maar na twee weken was het virus al resistent. Johnson & Johnson geloofde er niet meer in, maar ik wilde niet lossen. Samen met Rudi Pauwels van het Leuvense Rega Instituut heb ik een eigen laboratorium opgericht, Tibotec-Virco.

“Uit ons onderzoek bleek dat we het virus klein konden krijgen door geneesmiddelen te combineren. We gaven dokters het advies om zulke combinaties voor te schrijven, waarna zij ons de bloedstalen van hun patiënten opstuurden die wij konden testen. Zo kwamen we tot een ideale mix van twee verschillende medicijnen. Dat werd de eerste aidsremmer, die nu nog het meest wordt gebruikt. Sommige patiënten nemen die al veertien jaar, terwijl ze destijds nog maar drie tot zes maanden te leven hadden.”

U vormde zelf ook een winnende combinatie: die van ondernemer en wetenschapper. Was dat even heilzaam?

“Voor mijn gezondheid niet. (lacht) Ik leefde op adrenaline en werkte zeventien uur per dag. Die wilde periode heeft me geleerd dat de job van CEO eigenlijk onmenselijk is.

“Onze eerste bureautafel was een oude voordeur op twee schragen. De pc’s had ik geleend bij een vriend met een computerzaak, het kapitaal hadden we bijeengeharkt bij vrienden en kennissen. We wilden zo snel mogelijk resultaten boeken om grotere geldschieters te overtuigen. Op een bepaald moment was het geld op. Ik ben toen op maandagmorgen op zoek gegaan naar vers kapitaal en pas op vrijdag naar huis gegaan. Vier dagen en nachten doorwerken, dat kun je alleen als je jong bent.

“Op de valreep konden we een groot contract met GlaxoSmithKline binnenhalen. Het weekend erna hebben we in één keer 25 man aangeworven. We hadden geld voor één grote advertentie in de krant en hoopten dat daar genoeg volk op zou afkomen. Het waren allemaal jongelingen, recht van de schoolbanken. De gemiddelde leeftijd in ons laboratorium was 24 jaar. Toch is daar de basis gelegd voor één van de grootste hiv-onderzoeken ooit. Op een bepaald moment deden we meer virologische tests dan alle andere laboratoria ter wereld sámen. We hebben 600.000 patiëntenstalen getest. Dat heeft een schat aan informatie over het virus opgeleverd, en zo hebben we onze aidsremmer kunnen ontwikkelen. In 2002 heeft Johnson & Johnson ons opgekocht.”

Is uw balans tussen leven en werk sindsdien verbeterd?

“Gelukkig wel. In 2006 kreeg ik het aanbod om een topfunctie op de hoofdzetel te bekleden. Sindsdien leef ik drie weken per maand in Amerika en een paar dagen in België. Gelukkig reist mijn vrouw altijd met me mee. Nu de kinderen het huis uit zijn, kan dat. Ik werk nog veertien uur per dag. Zonder jetlags lukt dat perfect.”

Hebt u trucs om jetlags te vermijden?

“Ik eet altijd vóór ik aan boord ga, zodat ik op het vliegtuig meteen kan slapen. Meestal neem ik ook een aspirine, zodat mijn bloed beter circuleert. En als ik in de VS ben, leef ik tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds. Ik vervroeg mijn dag dus met drie uur, zodat er maar drie uur verschil is met Europa. Preventie blijft het beste medicijn.”

Waar bent u het gelukkigst?

“Op vakantie, bij mijn kinderen en kleinkinderen. Tussen Amerika en België is het moeilijk kiezen. Eigenlijk ben ik overal gelukkig.”

‘Eigenlijk ben ik overal gelukkig. Geluk zit niet in luxe, maar in het contact met je naasten en samenwerking met anderen.’

U vindt even goed uw draai in een hut in Afrika als in een vijfsterrenhotel in Amerika of Azië?

“Ik heb dat geleerd, ja. Geluk zit niet in luxe, maar in het contact met je naasten en samenwerking met anderen. De meeste westerlingen beseffen alleen hoe het is bij de rijkste 50 procent van de wereld. Ik heb 100 procent van de wereld gezien: de armste sukkelaars in Kinshasa én de allerrijksten, zoals Bill Gates. Genetisch zijn die mensen voor 99,9999 procent hetzelfde. Doordat ik de hele wereld heb gezien, blijf ik het vuur hebben om het verschil te maken voor zoveel mogelijk mensen.”

Hoe kijkt u met uw internationale bril naar België?

“Met veel bewondering, vooral voor het gezondheidssysteem. Dat werkt zo goed dat we het niet eens meer beseffen. In een straal van 10 kilometer rond je huis vind je minstens drie huisartsen. Voor een doktersvisite betaal je iets, waarna het ziekenfonds je het grootste deel teruggeeft. Je gaat langs bij de apotheek en diezelfde dag nog heb je je medicijnen. En als je je knie breekt of je moet bevallen, moet je geen halfuur rijden om in een ziekenhuis van topgeneeskunde te genieten. Dat vinden we veel te evident. In de meeste landen bestáát dat gewoon niet.”

Toch hoor je Belgen klagen dat ze in een ‘apenland’ leven omdat ze in de file staan of hun mondmaskers niet op tijd krijgen.

“Ik gruw van de term ‘apenland’. Ik heb gewerkt in landen waar per hoofd van de bevolking maar 10 euro per jaar naar gezondheidszorg gaat, terwijl dat in het Westen 15.000 à 20.000 euro is. Een vrouw die in België zwangerschapsproblemen krijgt, bevalt met een keizersnede, in Sierra Leone is de kans groot dat ze sterft. En haar baby ook. In de armste landen gaan kinderen nog altijd dood aan malaria, tbc en ondervoeding. Dan kun je moeilijk zeggen dat wij het hier slecht hebben, omdat we zelf een mondmasker moeten maken. Mijn moeder heeft er twintig gestikt, mijn dochter honderdvijftig. De overheid mag van mensen toch nog vragen om zelf de handen uit de mouwen te steken?”

Wat moeten we nog meer doen?

“De maatregelen van de overheid respecteren! De versoepeling was nodig, maar daardoor stijgt het risico op een tweede golf in het najaar. Er is niets beschamends aan een mondmasker dragen. Het is een teken van respect voor anderen. Laat dat nu de sociale norm worden, dan raken we snel van dat virus af.

“Ik vind ook dat we mensen op tv en in scholen les moeten geven over het virus. Leg uit hoe klein het is, wat het doet en waarom de maatregelen zo belangrijk zijn. Als mensen dat beter begrijpen, zullen ze de instructies ook beter opvolgen. Vooral voor jongeren is dat belangrijk, want er zullen nóg epidemieën op ons afkomen. Toon kinderen hoe we ebola, SARS en MERS onder controle hebben gekregen met afstandsmaatregelen, hygiëne, isolatie, testen en tracen.”

U was in de jaren 90 getuige van de eerste ebola-uitbraak in Kikwit. Wat herinnert u zich daar nog van?

“We hadden geen verweer. Het sterftecijfer lag boven de 90 procent. Het leger plaatste een muur rond het ziekenhuis waar de besmette patiënten lagen, en bewaakte die permanent. Niemand mocht er nog in of uit. Men wachtte tot de besmette patiënten dood en begraven waren, en daarna beschouwde men de epidemie als onder controle. Uiteraard slaagden enkelingen erin om toch te ontsnappen, waardoor het virus bleef sluimeren. Dat leidde in 2014 tot een zware uitbraak in Sierra Leone, Liberia en Guinee. We zijn toen op het nippertje aan een pandemie ontsnapt: herinner u dat Brussels Airlines als enige Europese luchtvaartmaatschappij naar Afrika bleef vliegen.

“Het Engelse, Franse en Amerikaanse leger hebben mee geholpen die epidemie onder controle te krijgen. Ze hebben hun helikopters ingezet om bloedstalen uit afgelegen dorpen naar de laboratoria te brengen. Bij een positief staal werd het gezin of het hele dorp geïsoleerd. Zo konden we het virus indijken.

“Ook de hygiënemaatregelen die we nu kennen, waren van toepassing. Ebola is nog besmettelijker dan het nieuwe coronavirus. Als je in een taxi stapte waarin net een besmette persoon had gezeten, kon je al prijs hebben.”

Wat vindt u van het verzet tegen apps die onze contacten in kaart brengen, waardoor mensen sneller opgespoord en geïsoleerd kunnen worden?

“We zouden daar tijdelijk enkele persoonlijke vrijheden voor moeten laten vallen. Vaccinatie is ook niet fijn, maar je doet dat om jezelf en de gemeenschap te beschermen tegen ziektes.

“Het huidige contactonderzoek is nog niet geperfectioneerd. Het is verontrustend dat besmette personen gemiddeld maar één persoon vermelden met wie ze contact hebben gehad. Blijkbaar denken mensen dat ze gestraft zullen worden als ze te veel contacten opgeven. De overheid moet duidelijk maken dat dat niet zo is. In elk geval zal het ons op die manier niet lukken om de epidemie onder controle te krijgen. Een app lijkt me een effectievere manier. Maar als die er komt, moet men garanderen dat die privé-informatie uitsluitend wordt gebruikt voor de bestrijding van de epidemie.”

Staan we nu voor een nieuw tijdperk?

“Het zal nog twee à drie jaar duren voor we ons vroegere leven kunnen hervatten. Als het virus deze zomer verder woekert op het zuidelijk halfrond, is het zeer waarschijnlijk dat we tegen de winter een nieuwe opstoot krijgen in Europa. Dan kan alleen een vaccin soelaas bieden.”

Zal de wereld daarna voorgoed veranderd zijn, zoals na WO II?

“Dat geloof ik niet. Ik heb al een paar grote uitbraken van nabij meegemaakt: de paniek ebt telkens snel weg. Als het opgelost is, zullen we weer naar het voetbal gaan en op zuiderse stranden liggen. Zelf neem ik me wel voor om minder te reizen. Ik heb geleerd dat ik met Zoom en Microsoft Teams ook goed kan werken. Daardoor zal ik veel CO2-uitstoot uitsparen.”

Er werd al tientallen jaren een pandemie voorspeld. Hoe komt het dat de farmawereld en de overheden daar niet op voorbereid waren?

“In 1995 schreef wetenschapsjournaliste Laurie Garrett in haar boek The Coming Plague dat er om de twintig jaar een ernstige virusuitbraak plaatsvindt, en ze voorspelde een pandemie die de mensheid even zwaar zou treffen als de Spaanse griep in 1918. Wij waren ons daar wel degelijk op aan het voorbereiden. Alleen had niemand gedacht dat het van een coronavirus zou komen. Iedereen verwachtte een dodelijke griep. Daarom hebben we, met steun van de Amerikaanse overheid, veel onderzoek gedaan naar een universeel griepvaccin. Helaas is dat er nog niet, omdat influenza een slim virus is dat snel muteert.”

Mogen we van geluk spreken dat het ‘maar’ een coronavirus is?

“Ja. Het heeft een mortaliteit van 1 à 2 procent bij de mensen die ziek worden. Het SARS-virus in 2003 en het MERS-virus in 2012 waren dertig keer dodelijker, maar daardoor beperkt tot kleinere gebieden. Als het virus zijn gastheren zo snel en massaal doodt, heeft het weinig tijd om op anderen over te springen.

“In Europa is er een netwerk van honderden laboratoria die elk nieuw virus oppikken en monitoren. Het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid heeft een kamer met gigantische schermen waarop elk virus in de wereld wordt gevolgd. Zij weten perfect waar er nog restjes zika en ebola circuleren. Sinds de jaren 70 zijn er zeker dertig uitbraken geweest. Telkens stuurde de Wereldgezondheidsorganisatie daar specialisten naartoe die tests uitvoerden, plekken isoleerden en mensen in quarantaine plaatsten. Telkens is dat goed afgelopen, maar nu is de wereld een maand te laat in gang geschoten. De snelheid van het virus is onderschat. Er moet een beter systeem komen om uitbraken in de kiem te smoren, met slimme technologie. Want wat we nu meemaken, dat kan de wereld niet om de tien jaar aan.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234