Zondag 24/01/2021

Zonde tegen de toekomst

Vivien Stern haalt het gevangenissysteem onderuit en pleit voor alternatieve straffen

Gie van den Berghe

De tekortkomingen van gevangenisstraf en -systeem zijn al lang bekend, de argumenten tegen al zo vaak herhaald dat je zou verwachten dat gevangenschap intussen zoveel mogelijk wordt beperkt - alleen om mensen te beschermen tegen fysieke geweldpleging, moord en georganiseerde misdaad. De vrijgekomen financiële middelen zouden dan worden aangewend voor slachtofferhulp en alternatieve straffen. Helaas, dit laatste blijft een utopie. Sinds de jaren tachtig nemen de gevangenisstraffen over de hele wereld zelfs toe. In de VS loopt het de spuigaten uit, met de drugsoorlog en de nultolerantie als opvallendste oorzaken, maar ook de besparingen in de sociale zekerheid en de groeiende sociaal-economische onzekerheid.

De dagelijkse gevangenisbevolking wordt wereldwijd op 5,3 miljoen mensen geschat, voorhechtenis en korte gevangenisstraffen niet inbegrepen. Per honderdduizend mensen zijn er gemiddeld 106 gevangenen. De VS en Rusland scoren het slechtst, met respectievelijk 615 en 690 gevangenen per honderdduizend. Vergelijk met 65 in Nederland, 75 in België, 85 in Duitsland, 91 in Frankrijk en 109 in Luxemburg.

Bestraffing blijft een populair thema, veel mensen zouden overigens moeiteloos nog een stap verder gaan. In het Westen is een meerderheid te vinden voor lijfstraffen en de doodstraf. Het gerecht zou veel te laks optreden, vindt een bepaalde, zeer gebrekkig geïnformeerde publieke opinie. Immers, steevast wordt het aandeel van geweldmisdrijven in de criminaliteit overschat, bitter weinigen hebben een realistisch beeld van de rechtspraak of het gevangenissysteem, de meesten weten zo goed als niets over alternatieve bestraffingsmethodes en het effect ervan.

Dat is in een notedop de inhoud van A sin against the future, een voortreffelijke studie over het gevangeniswezen van de hand van Vivien Stern. Zij is gespecialiseerd in gevangenisstudies en werkzaam als secretaris-generaal van de internationale beweging voor de hervorming van het gevangeniswezen, een organisatie die menselijke bestaansvoorwaarden voor gevangenen nastreeft. Het boek is geen afstandelijke academische analyse geworden. De auteur put uit eigen ervaring en kennis, opgedaan tijdens inspectiebezoeken aan gevangenissen over de hele wereld. De vele voorbeelden, dagboekuittreksels en ooggetuigenverslagen van beroemde (politieke) gevangenen als Nelson Mandela en Václav Havel, stellen de lezer in staat zich de vaak onvoorstelbare levensomstandigheden van gevangenen voor de geest te halen.

Mensen worden gevangengezet als straf, niet om gestraft te worden. Gevangenissen mogen dus geen bestraffingsoorden worden. Integendeel, ze horen op rehabilitatie gericht te zijn. Onderzoek leert echter dat er van deze herstellende functie helaas maar weinig in huis komt. Toch moet ze als een ideaal worden nagestreefd. Wreedheid, brutaliteit en vernedering zijn uit den boze. Als er één plaats is waar rechtvaardigheid moet heersen, dan is het wel de gevangenis. Stern: "Het rechtssysteem waardoor iemand in de gevangenis kwam mag zijn geldigheid niet verliezen aan de gevangenisdeur. Het moet de gevangene vergezellen in zijn cel en alle aspecten van zijn gevangenisbestaan beheersen." Mandela getuigt dat "je een natie niet echt kunt kennen als je haar gevangenissen niet kent. Een natie moet niet beoordeeld worden naar de wijze waarop ze haar hoogste, wél haar laagste burgers behandelt." De behandeling van gevangenen moet, anders gezegd, aan een minimumstandaard voldoen. Een staat mag gevangenen niet behandelen op een wijze die buiten de gevangenismuren strafbaar is.

Ons gevangenissysteem, ontstaan in de 18de eeuw als alternatief voor lijfstraf en verbanning naar onbewoonde gebieden, heeft zich via de kolonisatie over de hele wereld verspreid. Overal rezen hoge muren en gevangenistorens op, zelfs in nomadische culturen waar de meeste mensen in tenten wonen. Binnen dit universele systeem tref je in grote lijnen steeds weer dezelfde wantoestanden aan, dezelfde infrastructuur, regels, overbevolking. Gevangenen zouden zich in om het even welke gevangenis meteen 'thuis' voelen.

De meeste van die gevangenen zijn mannen (95 procent), relatief jong, en ze komen uit de laagste sociale milieus. Talrijke gevangenen zijn opgegroeid in tehuizen voor ongewenste kinderen of verbeteringsinstellingen, waar velen onbedoeld voorbereid werden op een leven in de criminaliteit. Eén op vier gevangenen komt uit een ontworteld gezin; één op drie heeft een familielid dat in de gevangenis gezeten heeft of zit. De gevangenis houdt ons een vergrotende spiegel van niet opgeloste sociale problemen voor. Een sterke oververtegenwoordiging van ongeschoolden, minderheden, werklozen en geesteszieken. In de VS is het gevangenissysteem uitgegroeid tot de sociale instelling bij uitstek voor de armen. Ze krijgen er tenminste gratis medische verzorging, opvoeding, opleiding en raad.

In ontwikkelingslanden is het verband tussen armoede en gevangenschap zelfs nog groter. Armen kunnen zich immers geen advocaat veroorloven. En ook racisme speelt een rol: in de VS zijn zwarte gevangenen in ernstige mate oververtegenwoordigd, in Nieuw-Zeeland de Maori's, in Australië de aborigines, in Oost-Europese landen de Roma, in West-Europa de migranten en asielzoekers. De gevangenis werkt niet. Een goede gevangenis is een contradictio in terminis. "Je kunt mensen niet op de vrijheid voorbereiden in een toestand van gevangenschap," schrijft Carl Niehaus, Zuid-Afrikaans ambassadeur in Nederland, in het woord vooraf. Oorden van onderdrukking, discriminatie, vernedering en potentieel geweld zijn het, levensgevaarlijke plaatsen voor alle bewoners. De gevangenis creëert een fataal misvormde maatschappij, een wereld op zijn kop waarbinnen constructief menselijk gedrag maar weinig kans maakt, zwakken en minderheden het zwaar te verduren krijgen, mensenrechten met voeten worden getreden. Door de opsluiting van het individu worden zijn banden met de maatschappij grotendeels doorgesneden, terwijl die met de criminaliteit worden verstevigd. De maatschappelijke afwijzing leidt tot de afwijzing van maatschappelijke waarden: velen gaan de maatschappij als vijand nummer één aanzien. Ook de financiële kost is enorm: in Groot-Brittannië beloopt die 28.000 frank per gevangene per week, 100 miljard frank per jaar dus, "een dure manier om mensen slechter te maken". De gevangenis is een anachronisme dat meer problemen schept dan dat het er oplost en is schadelijk voor de gevangene, zijn gezin en de gemeenschap.

In de meeste West-Europese landen beseft men dat maar al te goed. In veel landen doen ze er dan ook alles aan om het aantal gevangenen zo laag mogelijk te houden, net boven de tolerantiedrempel van rechters en groot publiek. Vandaar bijvoorbeeld de voorwaardelijke straffen en vroegtijdige vrijlatingen. Gevangenen krijgen een vak aangeleerd, het contact met hun familieleden wordt bevorderd, ze krijgen hulp bij de rehabilitatie en reïntegratie. Het zijn humanitaire maatregelen die een scherpe kritiek op het gevangenissysteem bevatten.

Stern besteedt veel aandacht aan pogingen om het systeem te verbeteren en de ingebouwde vernielzucht te verminderen. Af en toe probeert iemand van binnen af een andere aanpak uit door gevangenen als medeburgers te benaderen. Maar dit soort initiatieven is gedoemd om een vroege dood te sterven zodra de directie verandert of een andere regering aantreedt. De roep van de kiezer om een meer repressief beleid speelt hierin een belangrijke rol. In de ogen van de publieke opinie baden gevangenen immers al snel in het comfort. Dat gevangenen recht hebben op ontspanning, workshops voor kunstbeoefening mogen volgen of in het weekend soms naar huis kunnen, zien velen als een belediging van de slachtoffers. En niet alleen het 'gewone' volk, onlangs vroeg zelfs een hooggeleerde professor zich in alle ernst af "waarom men ernaar zou streven gevangenissen zo min mogelijk op straf te laten lijken", hoe men "als gevangenissen leuk worden, de mensen er buiten zal houden" en "hoe het met de rechtvaardigheid is gesteld als men mensen beloont voor slecht gedrag" (The Times Literary Supplement, 26 juni jongstleden). Dat het in ontwikkelingslanden moeilijk te verteren is dat gevangenen eten en verzorging krijgen terwijl mensen buiten van honger en ziekte creperen, valt licht te begrijpen; de verontwaardiging van overvoede westerlingen daarentegen heeft weinig van doen met verdelende rechtvaardigheid, maar des te meer met archaïsch vergeldingsrecht, het bijbelse oog om oog, tand om tand dus.

Na een korte geschiedkundige schets van verschillende gevangenissystemen wijdt Stern aparte hoofdstukken aan de toestand in Rusland, Midden-Europa, Japan, China en de VS. Midden 1996 zat één op 163 Amerikaanse burgers in de gevangenis. In de VS heersen mensonterende toestanden, de chain gang bijvoorbeeld, aan elkaar geketende gevangenen die dwangarbeid moeten verrichten. De helft van de mannelijke gevangenen is er zwart, terwijl slechts zes procent van de bevolking van Afrikaanse oorsprong is. De kans dat een jonge zwarte in de bajes belandt is groter dan dat hij hoger onderwijs geniet. Het aantal doodstraffen gaat in stijgende lijn. Drie executies in 1983, 56 in 1995. De death row, de gang met cellen voor ter dood veroordeelden, is een ondraaglijk oord. Tegenwoordig mogen in sommige staten familieleden van de slachtoffers de executie van de dader bijwonen. De staat, die wraak en vendetta hoort te voorkomen, organiseert de wraakoefening. In China hebben ze geen dodengang nodig, de ter dood veroordeelden worden er vrijwel meteen publiek geëxecuteerd.

Door de massale opsluiting is het Amerikaanse gevangenissysteem overigens big business geworden. Talrijke privé-ondernemingen storten zich op deze veelbelovende sector. Sleutel-op-de-deur-gevangenissen worden per cel of als geheel verhuurd of verkocht aan een overheid van stad of staat. Het gevangeniswezen is een van de sterkst groeiende markten. Ook in Groot-Brittannië bestaat een tendens tot privatisering; in 1992 opende de eerste privé-gevangenis er haar deuren.

Voorstanders van het gevangenissysteem zijn van mening dat het werkt. Niet dat het misdadigers op het rechte pad brengt, maar het zou de maatschappij afdoende tegen de misdaad beschermen, rotte appels uit de mand verwijderen en toekomstige criminelen afschrikken. Het probleem met deze benadering is dat misdadigers als een apart soort mensen worden beschouwd, een goed afgelijnde en beperkte groep. Eens ze allemaal zijn opgesloten, is het gedaan met de misdaad, luidt de redenering. De voorstanders doen "alsof er een reservoir van misdadigers bestaat, dat wel wordt aangevuld met nieuwe rekruten onder de jongeren, maar dat kan worden leeggemaakt als de opsluitingsstrategie sneller en grondiger werkt dan de rekrutering".

De feiten spreken dit tegen. De harde Amerikaanse aanpak heeft de algemene criminaliteit niet wezenlijk doen dalen. Bij een vergelijking tussen verschillende Amerikaanse staten valt er ook weinig of geen verband te bespeuren tussen strengheid van beleid en misdaadcijfers. Een toename van de gevangenisbevolking met 25 procent levert een daling van slechts één procent op in de misdaad.

Bij de beoordeling moet trouwens ook rekening gehouden worden met andere factoren, demografische bijvoorbeeld. Hoe meer jonge mannen, hoe meer misdaad. De sociale ontwrichting die de massale opsluiting van jongeren teweegbrengt zal op iets langere termijn meer misdaad opleveren. Als de huidige groei doorzet, zullen in 2020 4,5 miljoen zwarte Amerikanen gevangenzitten. Een uitstekende zaak voor het gevangenisbedrijf, maar een ramp voor de democratie. Hoe zal die eruitzien "als het merendeel van de jonge mannelijke stadsbevolking in gevangenissen wordt opgevoed en gevangeniswaarden krijgt ingeprent?"

Stern houdt een warm pleidooi voor geweldpreventie, voor hulp aan ontspoorde gezinnen, voor opvoedkundige voorzieningen voor jongeren die, als ze niet geholpen worden, de volgende generatie van gevangenen zullen vormen. Ze wil meer alternatieve straffen, gericht op herstel, restitutie, vergevingsgezindheid en reïntegratie; gedeeltelijke vrijheidsberoving gekoppeld aan positieve elementen; een vorm van schadeloosstelling voor het slachtoffer of de gemeenschap, financieel of door arbeid; de verbintenis van de veroordeelde dat hij zijn leven zal beteren.

Slachtoffers en familieleden kunnen hier actief bij betrokken worden. Bestraffing moet vaker uitgaan van de gemeenschap zelf, opgelegd worden door mensen die in de ogen van de misdadiger iets betekenen, niet door een anonieme en onpersoonlijke autoriteit.Het misdrijf dient niet langer te worden opgevat als een zaak tussen misdadiger en staat. Daardoor vallen slachtoffers immers vaak uit de boot.

Hervormers hebben al heel wat verbeteringen tot stand gebracht, maar momenteel hebben ze het politieke tij niet mee. Men neigt steeds meer naar repressie en verworven rechten worden teruggeschroefd. In Europa wordt onder druk van de publieke opinie geaarzeld om het Amerikaanse voorbeeld te volgen, velen blijken voor nultolerantie te zijn gewonnen. Misdaad wordt kennelijk, door de dreiging die ervan uitgaat, vooral emotioneel benaderd. Afstandelijkheid en redelijkheid komen doorgaans niet aan bod en alternatieve straffen spreken niet aan. Ze voltrekken zich immers niet achter hoge muren die de uitsluiting van het kwaad symboliseren en de burger een vals gevoel van veiligheid geven. Maar weinigen beseffen dat de gevangenis iemand zelden of nooit beter maakt en dat de kans dat de gevangene in de richting van de afwijkende groep evolueert veel groter is.

Vivien Stern. A sin against the future. Imprisonment in the world. Londen, Penguin, 407 p., 664 frank. Distributie AMP-PVD Buitenlandse Boekhandel.

Alternatieve straffen spreken niet aan, want voltrekken zich niet achter hoge muren die de uitsluiting van het kwaad symboliseren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234