Zaterdag 16/01/2021

Zomercolumn Griet Op de Beeck

Ik heb dat altijd al gehad, dat ik niet tegen afscheid kan. In de kleuterklas is de juf moeten stoppen met het liedje te zingen over kleine Anna. Dat was iets met in cirkels rond één kindje draaien dat Anna speelde, en om de beurt zingen. In het begin ging het nog, maar dan, na de vijfde strofe of zo, brulde de klas: 'Kleine Anna, waarom huil jij zo?', en dat drie keer. Waarop zij antwoordde: 'Omdat ik morgen sterven moet.' Oók drie keer. Op dat moment hield ik het niet meer. Hoe vaak ze mij ook uitlegden dat het maar een liedje was, fictie, niet het echte leven, ik wist wel beter. Dood moesten we allemaal een keer, óók dat ene kindje, en wie weet: misschien wel morgen? Een bus is gauw over een meisje heen gewalst. Zo gemeen zit de wereld wel in elkaar, had ik toen al begrepen. En groter afscheid bestaat natuurlijk niet, dan dat voor altijd. Dus was het huilen onbedaarlijk. Elke keer weer.

Ik kan vandaag nog steeds niet goed tegen afscheid. Zelfs niet in fictie. Omdat dat, als het echt goed gemaakt is, ook een soort van realiteit wordt. Het meest van al heb ik dat gevoel bij de betere dvd-series, omdat daar tijd wordt genomen. Om mensen goed te leren kennen, om levens te zien evolueren, om complexiteit te laten bestaan. Zoals Six Feet Under bijvoorbeeld, nog altijd mijn all-time favourite serie van Alan Ball, u weet wel: over een familie begrafenisondernemers die na de dood van de vader probeert verder te leven. Er wordt altijd gezegd dat het een disfunctionele familie zou zijn, ik denk gewoon: een familie. Zoals ik er veel ken. Niet zozeer in de anekdotiek misschien, maar wel in de mechanismen. In dat eeuwige verzwijgen van wat belangrijk is, bijvoorbeeld, om de ander te sparen, om zichzelf te beschermen, uit grote schrik, uit gemakzucht. Of in de confrontaties die wél worden aangegaan. Hoe ongemakkelijk die vaak zijn, hoe naast de kwestie soms, hoe schoon op andere momenten. In dat rare gevecht tussen

afhankelijkheid en drang naar autonomie. In hoe bepalend opgroeien kan zijn voor later. In die vreemde mix tussen graag zien en wrevel die een mens alleen kan hebben met iemand die zo dichtbij komt als een bloedverwant. Niet alleen de familiestructuur is fascinerend herkenbaar, ook de personages zijn prachtig in hun eindeloze menselijkheid. In hun onvermogen, hun heftige verlangen, hun zoeken en hun weten, hun verdwalen en hun vasthouden, hun liefde en hun kleine en grote afkeer. Ik ben van al die figuren beginnen houden. Dat ze eigenlijk niet bestaan, kan mij geen moment hinderen in dat gevoel. Want ik ga mee, in de fictie. Een voorwaarde, denk ik, voor de ware appreciatie van alle kunst.

Ik had meteen een zwak voor Claire, de jongste. Een echte artiest, zelfs toen ze dat zelf nog niet wist. Als de serie begint, is ze zestien. Wild in haar zoeken, radicaal in haar denken, en in haar twijfelen, al wil ze dat niet per se elk kwartier geweten hebben. Hoe zij met horten en stoten groot wordt, ten prooi aan zware gevoeligheid, dat is ontroerend om te zien. En ik was zot van Brenda, die dochter van psychologen die zelf de weg maar moeilijk vindt in dat donkere bestaan alhier. Een vrouw met een scherpe geest en een groot hart, altijd in gevecht met zichzelf, en af en toe met een ander. En ik vond David, die worstelende homo met zijn overontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel en zijn hunker en zijn gestuntel, iemand om eens heel hard vast te pakken. Bij sommige mensen denk je toch dat dat zou kunnen helpen. En ik hield zelfs van de moeder, die hoekige vrouw met haar principes en haar onhandige hart en haar soms verstikkende liefde en haar aandoenlijke wankelen.

En ik weet zeker dat ongeveer iedereen wild was van Nate. De zachtaardigste. Ooit bijna het nest ontvlucht, toch weer teruggekeerd. Vastbesloten om dat leven naar zijn hand te zetten, of toch zoveel mogelijk. Voluit in zijn graag zien. Vechtend met zijn demonen. Rots in vele brandingen, en soms ook niet. Dat net hij ziek werd - wie, god forbid, Six Feet Under nog niet zou gezien hebben, moet nu stoppen met lezen - heeft mij onderuitgehaald. Dat hij in die laatste jaargang bijna gracieus maar even verpletterend onrechtvaardig sterft, heeft mij harder doen huilen dan veel ander huilen. Alsof ik een vriend verloor. Afscheid, ik kan daar niet tegen. Dat wordt wel nooit meer beter.

Griet Op de Beeck gaat acht zomerweken lang op zoek naar wat haar binnen de verschillende kunsten ultiem aan het huilen heeft gebracht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234