Zondag 16/06/2019

Voeding

"Zomaar vlees vervangen door een veggieburger is geen goed idee"

Beeld Eleni Debo

Is vlees eten ongezond? Een makkelijke vraag, waar geen makkelijk antwoord op is, meent voedingsdeskundige Christophe Matthys. Het voedseldebat wordt nu vooral verkeerd gevoerd, vindt hij. “We moeten af van het simplistisch idee dat je een voedingsmiddel kunt vervangen door een ander.”

Komt vlees zo stilletjesaan in de verdrukking? Een mens zou het bijna gaan denken, als we de cijfers bekijken van de vzw Eva, een organisatie die plantaardige voeding promoot. Tegenwoordig laat een op de tien Vlamingen minstens drie keer per week zijn stukje vlees of vis achterwege. Vijf jaar geleden was dat nog een op twintig. 

Maar professor Christophe Matthys, hoofddocent humane voeding aan de KU Leuven en wetenschappelijk coördinator van het Competentie Centrum Klinische Voeding van het UZ Leuven, blijft voorzichtig. “De doorsnee-Vlaming denkt nog altijd dat hij een goed stuk vlees nodig heeft. Het zit in onze cultuur ingebakken. Dat idee dateert natuurlijk uit een tijd waarin mensen nog veel actievere jobs deden en dus een hogere energie- en eiwitbehoefte hadden. Maar door de grote hoeveelheden zijn we ons nu vooral aan het overeten.”

Is er toch niet al een kleine verandering te merken? Je hoort wel eens dat het tegenwoordig de vleeseters zijn die zich moeten verantwoorden en niet langer de vegetariërs. Is vlees niet een beetje het nieuwe roken aan het worden?

“Er is inderdaad een evolutie bezig. Vlees eten wordt naar mijn aanvoelen nog niet scheef bekeken, grote hopen vlees eten wel. Als we vroeger naar een barbecue gingen, kreeg je enorme lappen vlees waar je spreekwoordelijk een boer mee van zijn paard kon slaan. Die tijd lijkt toch deels voorbij. Nu moet je al naar een gespecialiseerd steak- of ribbetjesrestaurant om grote hompen te krijgen. Mensen gaan op zoek naar evenwicht en vooral ook kwalitatievere producten. Daar hebben verschillende voedselschandalen en tendentieuze documentaires over de vleesindustrie voor gezorgd. Mensen zijn beginnen nadenken over hun vleesconsumptie.

“Maar om nu te zeggen dat we vlees aan het bannen zijn? Neen. Uit onderzoeken naar onze voedselconsumptie blijkt dat we nog altijd grotere hoeveelheden vlees eten dan wordt aangeraden door internationale organisaties. Die zeggen bijvoorbeeld dat 500 gram rood vlees per week het maximum is. Een meerderheid van de Vlamingen zit daar nog altijd ver boven. Uit de laatste Belgische cijfers blijkt dat slechts 11 procent die norm niet overschrijdt.”

Christophe Matthys, hoofddocent humane voeding KU Leuven. Beeld Wouter Van Vooren

Wat is nu eigenlijk het probleem met vlees eten? Waarom mogen we er maar zo weinig van eten?

“Dat lijkt een makkelijke vraag, maar is het niet. En er is bovendien heel wat discussie over. Eerst moet je begrijpen hoe zo’n aanbeveling tot stand komt. Je moet als gezondheidsorganisatie noodgedwongen een veralgemenende boodschap brengen en die houdt een zwakte in. Als je zegt: alle ambtenaren zijn lui, dan weet je ook dat die uitspraak niet klopt. Er zijn misschien wel luie ambtenaren, maar je hebt ook vele andere.

"Dat is hetzelfde met vlees. We spreken hier over een hele voedingsmiddelengroep. Het ene vlees is het andere niet, maar bij zo’n veralgemening wordt alles noodgedwongen over een kam geschoren.

“Bovendien gebeuren voedingsonderzoeken op populatieniveau. Het zijn dus populatierichtlijnen die niet noodzakelijk een effect hebben op elk individu. Dat heb je bij alle gezondheidsonderzoeken. We weten dat roken niet goed is, maar we kennen allemaal iemand die gezond oud geworden is met een pakje sigaretten per dag.

“De wetenschappelijke consensus is dus dat je beter niet veel vlees eet. Want vlees eten verhoogt het risico op kanker. En dat risico is nog hoger bij zogenaamd processed meat, bewerkt vlees dus. Dus met andere woorden: eet een beperkte hoeveelheid vlees en als je toch vlees eet, ga dan voor een pure biefstuk in plaats van préparé. Betekent dat dat je meteen kanker krijgt en gaat doodvallen als je préparé eet? Natuurlijk niet.”

Maar hoe kan je een verhoogd risico op kanker hebben door vlees te eten? Hoe werkt dat mechanisme?

“Ook daar is veel discussie over. Als je elke dag vlees eet, dan consumeer je een grote hoeveelheid ijzer, die niet altijd geabsorbeerd wordt. Dat kan het evenwicht in de darmen verstoren, waardoor je dus een verhoogd risico hebt op colonkanker, darmkanker dus.

“Maar ik moet meteen bekennen dat die these moeilijk wetenschappelijk te onderbouwen is met een menselijke studie. Om die hypothese met alle zekerheid te weten, zouden we eigenlijk een groep mensen moeten verplichten veel ijzer te consumeren gedurende twintig jaar en dan zien of ze colonkanker ontwikkelen. Dat is ethisch niet echt verantwoord. Nu werken we retrospectief. We vragen onze mensen om terug te gaan in hun geheugen wat ze de afgelopen twintig jaar gegeten hebben. Dat is meteen de zwakte van het hele onderzoek.

“Maar hypotheses geven bij wetenschappelijk onderzoek wel een specifieke richting aan. Dus is de aanbeveling over vlees eten wat ze is: een aanbeveling. Wij raden aan niet meer dan een handpalm per dag te eten.”

We kunnen ook gewoon geen vlees meer eten, om zeker te zijn. En allemaal vegetariër worden. Of zijn we dan ook niet gezond bezig?

“Daar bestaat nog veel onduidelijkheid over. Vegetarisme is wel meer dan geen vlees eten. Het is een levenswijze. Het gratuit vervangen van vlees door een veggieburger is geen goed idee. En je hebt ook luie vegetariërs. Een pizza margherita of kaaskroketten met frieten is ook vegetarisch.

"We moeten dringend af van het simplistisch idee dat je een voedingsmiddel kunt vervangen door een ander. Het is een argument dat de voedingsindustrie al jaren gebruikt om aan te tonen dat vegetarisme ongezond is: de eiwitten in vlees zijn niet te vervangen. Dat klopt, je hebt zo goed als geen enkele andere eiwitbron die kwalitatief gelijkaardig is, behalve misschien soja. Je moet als vegetariër dus heel goed gaan nadenken over hoe je je voedingspatroon uitbalanceert zodat je voldoende voedingsstoffen binnen hebt. Het is niet één op één.”

De Boerenbond schrijft op zijn website dat niet alleen de eiwitten in vlees belangrijk zijn, maar ook de mineralen en vitaminen. De samenstelling van vlees zou volgens hen daardoor het sterkst de behoefte van de mens benaderen. Klopt dat?

“Dat is weer zo’n redenering op niveau van voedingsmiddel. Daar zijn wetenschappers allang van afgestapt. We consumeren geen voedingsmiddelen, we eten een bepaald voedingspatroon. De visie die wij als wetenschappers uitdragen is: bekijk je eetgewoonten over een hele week. Je hoeft als vegetariër niet elke maaltijd vlees te vervangen door een ander product. Zo werkt het niet. Je moet over een hele week gezien zorgen dat je voldoende gevarieerde voedingsstoffen binnenkrijgt. Je hoeft niet elke dag met een microweegschaal alles af te wegen.

“Als je de redenering van de Boerenbond omdraait, zou je ook frieten in de ban kunnen slaan. Want als je de friet analyseert op nutriëntniveau, dan kom je niet ver. Moeten we dan zeggen aan de mensen: eet geen frieten meer? Of meer nog: ban de aardappel. Dat krijg je als je op productniveau blijft redeneren.”

Wordt er nu niet heel vaak op productniveau gediscussieerd? Zijn we het hele voedingsdebat dan verkeerd aan het voeren?

“Ja, en dat zorgt net voor veel verwarring. Nog een voorbeeldje van productredeneren? Het suikergehalte van een sinaasappel of appel is hoger dan dat van een klein glas cola. Moeten we dan maar iedereen cola doen drinken?

“Het toppunt van productdenken is soylent. Een drankje ontwikkeld door enkele IT-ingenieurs in Sillicon Valley die wel nutritioneel gebalanceerd wilden eten maar geen zin hadden om dat klaar te moeten maken. Ze zochten bij internationale organisaties naar welke samenstelling van nutriënten het gezondst was, haalden die bij de apotheek en kapten die samen. Je kunt daar als wetenschapper weinig tegen inbrengen, het drankje heeft inderdaad de juiste balans.”

Ook bij de overheid denken ze blijkbaar nog steeds op productniveau. De VLAM, toch een overheidsinstantie, bestookt ons met filmpjes die ons aanraden net rundvlees te eten en melk te drinken.

“Klopt. Bovendien verschenen de jongste filmpjes van de VLAM net een paar dagen nadat de nieuwe voedseldriehoek werd voorgesteld. Ik vond het heel lovenswaardig dat de Vlaamse minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V, CG) en het Vlaams Instituut Gezond Leven hier resoluut voor gezondheid en duurzaamheid hebben gekozen. Het is ook heel positief dat waar in de oude driehoek nog stond ‘vlees, vis, eieren en vervangproducten’, er nu van vervangproducten geen sprake meer is. Net omdat het een heel simplistische redenering is dat een voedingsmiddel een ander voedingsmiddel moet kunnen vervangen. De nieuwe driehoek zet ook vlees en melk een trapje lager, ten voordele van groenten en fruit.

“Maar net datzelfde moment verschijnen er op tv overheidsboodschappen van de VLAM om meer rundvlees en melk te nuttigen. De VLAM valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Landbouw Joke Schauvliege (ook CD&V, CG). Ik denk dat ze bij de Vlaamse overheid eens goed moeten nadenken waar ze met de bevolking naartoe willen en welke boodschap ze nu eigenlijk willen geven.”

Je had onlangs ook nog een andere campagne, waar veel heisa over was. Vegetarische organisatie Eva kopte: ‘Je bent een kalf als je melk drinkt’.

“Ook die lobbygroep speelt het op productniveau. Eva vindt melk niet nodig. Dat klopt. Je kunt op andere manieren je calciumgehalte binnen halen. Door veel donkere bladgroenten te eten bijvoorbeeld. Maar als je dat bij kinderen wilt doen, dan moet je hen wel heel veel voeding geven. Dat wordt praktisch moeilijk. En kinderen zijn ook gevoeliger voor de neveneffecten van die grote hoeveelheden aan groeten. Denk maar aan flatulentie of andere maag- en darmproblemen. Dus ja, zonder melk kan het ook. Maar melk geven, is bij kinderen wel een eenvoudiger manier om aan de calciumbehoefte te voldoen.”

Het wordt als gewone mens wel moeilijk om nog door de bomen het bos te zien, met al die lobbygroepen die zich moeien.

“Onze maatschappij is totaal veranderd op vlak van informatie. Vroeger kon de overheid met eenvoudige boodschappen afkomen. Als de overheid dat nu doet, dan krijgt die meteen uit allerlei hoeken tegenkantingen. Niet alleen van lobbyorganisaties maar ook van veel ervaringsdeskundigen. Iedereen eet, dus is iedereen die dat wil ervaringsdeskundige.

“Kijk, ik word soms gevraagd om op radio en tv in discussie te gaan over voedingsthema’s. Ik pas daar meestal voor. Ik heb weinig zin in polemieken, want die brengen de burger vooral nog meer in verwarring.”

Maar nu krijgt die burger zijn info van lobbygroepen of van de Pascale Naessensen, Jeroen Meusen en Sandra Bekkari’s van deze wereld. Die dan nog eens onderling ruziën. Moeten echte voedingsexperts zich niet net meer gaan moeien in het publieke debat?

“Een moeilijke vraag, waar ik dikwijls mee worstel. Maar je belandt nogal snel in een welles-nietesspelletje. Bovendien is het mijn job om enerzijds mijn studenten zo goed mogelijk op te leiden en mijn onderzoek aan de hoogste kwalitatieve normen te laten voldoen en anderzijds zo goed mogelijk advies te geven binnen het UZ Leuven. De job van de uitgeverijen achter die BV’s is om zoveel mogelijk boeken te verkopen. Daar is op zich niets mis mee natuurlijk, maar het is wel een andere situatie.

“Het is ook niet zo eenvoudig. Wij zijn hier nu al meer dan een uur aan het praten en zo krijg je een wetenschappelijk onderbouwde en genuanceerde uitleg. Maar die tijd is er vaak niet in de media, zeker niet op radio of tv. Daar komen ze meestal met de vraag: en wat mag een mens nog eten? En dan is mijn antwoord, als het kort moet: zoek een voedingspatroon waar je jezelf goed bij voelt. En hou er rekening mee dat je voldoende groeten en fruit eet.”

Dat is inderdaad kort gezegd waarover het gaat. Maar om eerlijk te zijn, sexy klinkt dat niet.

“Juist. En dat is nu net het probleem. De boodschappen van die anderen klinken vaak veel aanlokkelijker. Ze vertellen allemaal min of meer hetzelfde, maar gebruiken andere verpakkingen. Bij de ene persoon gaat het over een stappenproces, bij een andere over het creëren van sfeer, bij nog een ander over gezond verstand. Allemaal mooi en de recepten zijn vaak ook erg lekker. Het probleem is alleen dat er soms wetenschappelijke uitspraken gedaan worden die dan niet blijken te kloppen.”

Zoals?

“Bepaalde personen – ik noem liever geen namen want dan krijgen we weer een hele polemiek – promoten bijvoorbeeld het gebruik van de glycemische index, dat is de maat van absorptie van suiker. Hoe hoger die index is in een product, hoe meer suikers er dus geabsorbeerd worden. Een voedingspatroon met een hoge glycemische index kan geassocieerd worden met een hoger risico op chronische aandoeningen.

"Maar als je de index gebruikt op productniveau kan dat aanleiding geven tot het bashen van producten met een hoge index, zoals brood en aardappelen. Zo werkt het natuurlijk niet. Want als je die redenering zou doortrekken en alleen producten wil met een heel lage index, dan kom je uit bij gin en chocolade. Die hebben namelijk de laagste glycemische index. Ik denk niet dat het de bedoeling is om iedereen aan de gin en de chocolade te krijgen.”

Misschien nog eens terug naar de discussie over vlees. Er is tegenwoordig nogal wat te doen rond labovlees en nepvlees. Ziet u dat als de toekomst?

“Dat zal van de publieke opinie afhangen, en dan twijfel ik toch. De trend is nu dat alles wat natuurlijk en lokaal is goed verkoopt. Denk maar aan leuke initiatieven als zelfplukboerderijen, deel een koe en varken in de stad. Het lijkt me dan ook onwaarschijnlijk dat mensen gaan overschakelen naar lokaal geproduceerd labovlees of zoiets. 

"Bovendien is het publiek sinds de genetische gemanipuleerde maïs wat huiverig voor dat soort zaken. Er is puur wetenschappelijk weinig bewijs dat die maïs of andere ggo’s schadelijk zijn voor de mens. Maar de volledige discussie is sterk beïnvloed door het feit dat die eerste gewassen op de markt zijn gebracht door een producent van onkruidbestrijders. Misschien dat het in landen als de Verenigde Staten, Japan en China doorbreekt, daar heeft men andere waarden en visies. Maar in Europa acht ik de kans klein.”

+++++++++++++++++

Beeld Wouter Van Vooren

Wie is Christophe Matthys?

-Hoofddocent humane voeding KU Leuven (deeltijds)

-Wetenschappelijk coördinator Competentie Centrum Klinische Voeding UZ Leuven (deeltijds)

-Studeerde in 1998 af als bio-ingenieur in de landbouwkunde

-Studeerde in 2006 af als ‘doctor in de medische wetenschappen’

-Heeft nationale en internationale wetenschappelijke onderzoekservaring in het brede domein van humane voeding

-Vader van drie zonen

-Noemt zichzelf ‘matig vleeseter’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden