Zondag 04/12/2022

Zoete taferelen van

Anne Wiazemsky. 'Liefdesliederen'

jeugd en gemis

Frans Aerts

Als er al zoiets bestaat als 'vrouwelijke' literatuur, dan is Anne Wiazemsky daar een zuivere vertegenwoordigster van. Ze schrijft over haar meisjesjaren, onder het sterrenbeeld van de melancholie, in de ban van gevoelens die slechts geduld worden bij kinderen, en een heel klein beetje bij vrouwen.

Anne Wiazemsky is de kleindochter van François Mauriac en dus min of meer veroordeeld tot de literatuur. Ze was gehuwd met de cineast Jean-Luc Godard, en werkzaam als actrice bij Bresson, Pasolini, Ferreri en Godard; haar boeken zijn heel visueel en scenisch opgebouwd. De entourage van bekenden geeft die autobiografische verhalen natuurlijk een meerwaarde. Je zult je eerste diepzinnige gesprekken maar gevoerd hebben met je opa, Nobelprijswinnaar voor literatuur.

Deze opa Mauriac is prominent aanwezig op communiefeesten, op familiekiekjes, maar vooral als referentiepunt op de achtergrond van de gesprekken in de familie. Geen tiran, wel een reusachtige morele autoriteit die alle stadia van een meisjesleven heeft getekend en natuurlijk ook sublimeert. Met zo'n grootvader kun je alleen maar iets buitengewoons gaan betekenen als volwassen vrouw, het geeft niet op welk domein: de literatuur, de muziek, de film, de liefde...

Nog belangrijker lijkt de eigen vader, van Russische afkomst zoals de naam Wiazemsky aangeeft, en dus gevoelig voor vrouwen, voor drank en voor hopeloos romantische liederen. We weten allemaal hoe intens bepaalde levensfasen verstrengeld kunnen zijn met de goedkoopste schlagers; in Liefdesliederen cirkelen de herinneringen vooral rond Edith Piaf. Terwijl leeftijdgenootjes van Anne 's nachts aan hun bed gekluisterd zijn door de yéyé van Salut les copains, staat haar jeugd in het teken van 'Hymne à l'amour': "Quand il me prend dans les bras / qu'il me parle tout bas / je vois la vie en rose. / Il me dit des mots d'amour / (...) / et ça m'fait quelque chose."

De ouders zijn van elkaar vervreemd, ze houden er elk een minnaar op na, twee relaties die toevallig, onafhankelijk van elkaar, in het teken staan van de melodie Piafs 'Hymne à l'amour'. Dit boek onderneemt een poging om de intimiteit van broer en zus Anne en Pierre Wiazemsky te herstellen, de relaties ook met de kindermeisjes Maryse en Madeleine, in het perspectief van de regelmatige afwezigheid van de ouders. Vooral de prachtige, tragische figuur van Madeleine maakt indruk, naarmate ze in de loop der jaren gaandeweg degenereert onder invloed van drank en een uitzichtloze liefde. Soms lijkt het decor zelfs te poëtisch, te dramatisch door de zoete bril van de herinnering - daar in die zonovergoten tuin van de Zwitserse jeugd van de Wiazemsky's.

Het boek in zijn beheel is opgevat als een filmische flash-back; bij het leegruimen van het ouderlijk huis na de dood van de moeder, stuiten Wiazemsky en haar broer op het moreel testament van haar vader, waarin hij onder meer zijn plaat 'Hymne à l'amour' vermaakt aan zijn minnares. De lectuur ervan voert de schrijfster naar de vrouw in kwestie, een zekere Maud in Genève. Bij haar hoopt ze inzicht te krijgen in het wezen en het karakter van de man die ze als kind nooit helemaal heeft doorgrond.

Ten slotte staat dit hele boek in de schaduw van het gemis, naar die sentimentele Russische lobbes van een vader, zaakgelastigde in Caracas, die op 48-jarige leeftijd aan kanker overleed. Zijn afwezigheid vormt wellicht de eigenlijke bodem van het leven, de kunst en de literatuur van schrijfster en actrice Anne Wiazemsky, dat kinderlijk heimwee naar die imposante vader die veel te vroeg uit haar jongemeisjesleven is verdwenen.

Ook in de liefde heeft ze slechts een vader gezocht, zo kon dit boek slechts geschreven worden aan het eindpunt van een grote passie. "Ik heb deze reis naar Genève gemaakt om mijn vader te zoeken, maar aan het einde van deze vreemde omzwerving is het Gerard die ik vind. Of liever de zekerheid dat hij er nooit meer zal zijn."

Het handelsmerk van Liefdesliederen is soberheid: in gevoelens, in de taal, in de opzet. Nergens is de behoefte merkbaar om grote literatuur te produceren, 'ingehouden autobiografisch', zo zou ik het genre willen noemen. Een genre voor schrijvers die voldoende van het leven hebben geleerd om verder af te zien van ultieme boodschappen.

Anne Wiazemsky (uit het Frans vertaald door Floor Borsboom), Liefdesliederen, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 150 p., 599 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234