Zaterdag 16/10/2021

'Zodra je de realiteit instapt, vlucht je weg van de kunst'

Sommige mensen krijgen bij hun geboorte gewoon een zielsverwant cadeau. Tim (46, galeriehouder) en Tom Van Laere (40, heeft net een nieuw Admiral Freebee-album uit), over hun wel heel speciale broederband.

Zullen we maar gewoon beginnen met een grote waarschuwing?

"Het gaat niet lukken", zegt Tom Van Laere, nog voor de recorder is gestart. "Als je denkt dat je in een interview onze band als broers kunt vatten, vergeet het maar. Je kunt een uur met ons praten of een jaar met ons optrekken, niemand zal het ooit echt begrijpen."

Tim: "Vaak denken mensen dat we tweelingen zijn. De band die Tom en ik hebben, is iets heel speciaals."

Zijn er ooit momenten dat jullie niet blij zijn met die hechte broederband?

Tom: "Soms is het confronterend. Als Tim zegt: 'Met die mensen moet je niet werken, want die zijn niet goed genoeg voor u', dan word ik daar lastig van. Omdat ik weet dat hij gelijk heeft en het altijd goed met me meent."

Tim: "We kennen elkaar door en door. En we weten welke waarden voor de ander belangrijk zijn."

Tom: "Zie, we proberen daar nu wel een uitleg aan te geven, maar je kunt dit niet in woorden vatten. Dat is zoals met kunst. Iedereen wil alles altijd uitleggen en verklaringen zoeken, maar dat knijpt de liefde dood. Kunst is een kérnvraag. Een antwoord vinden, is een gemiste kans."

Tim: "Dat is waar. Mensen willen vaak een verhaaltje over een kunstwerk, terwijl hedendaagse kunst juist niet anekdotisch of verhalend wil zijn."

Tom: "Kunst die niks zegt, kan juist heel interessant zijn. Een leeg canvas, dat is wat stilte is voor een muzikant. Dan kan er echt iets gebeuren. Gewoon aan iets beginnen zonder dat je vooraf al hebt beslist wat het einddoel moet zijn. Dan komen de grote waarden naar boven."

In de videoclip voor het nummer 'Buddy' van Admiral Freebee zien we jullie samen bootje varen, in een decor van Rinus Van de Velde - die ook het artwork van het album verzorgde. Hoe groot is de inbreng in elkaars werk?

Tim: "Met veel artiesten die aan de galerie verbonden zijn, heeft Tom een goede band. Rinus, Henk Visch, Kati Heck, Edward Lipski, dat zijn allemaal vrienden geworden van ons beiden. Ik heb ook veel geleerd over artiesten door met Tom om te gaan. Ik kan me makkelijk in hun leefwereld verplaatsen."

Tom: "Toen ik enkele jaren geleden in de Bourla een avond mocht samenstellen met verschillende artiesten, had ik me helemaal ingeleefd in mijn rol van curator, gekleed in een te groot kostuum. Tim is dan meteen mee met het verhaal. Samen zijn we toen Jonathan Meese gaan opzoeken, een Duitse performance- kunstenaar die we allebei geweldig vinden."

Tim: "Dat optreden van Jonathan Meese, Dictatorship of Art, is legendarisch geworden. Iedereen beweert er bij te zijn geweest. Zo is Jonathan hier in de galerie terechtgekomen. Dat is onze manier van samenwerken; het is meer spelen, op basis van een persoonlijke band. 'The Van Laere System' noemde iemand het toen."

Als hier een nieuwe expo opent, is Tom er haast altijd bij. Ga jij ook naar de concerten van Admiral Freebee?

Tim: "Ik ga zo vaak mogelijk, ja. Ik ben ook echt een grote fan van de muziek die Tom maakt, en niet alleen omdat hij mijn broer is. Ik wil de nieuwe nummers als eerste horen."

Tom: "Vroeger liet ik nummers die nog niet af waren aan Tim en aan vader horen. Maar dat maakte alles veel moeilijker."

Tim: "Hij stuurt nog wel vaak nieuwe teksten. Ik vind Toms teksten altijd geweldig."

Tom: "Ik heb altijd een publiekje in mijn hoofd waar ik alles aan aftoets. Tim zit daar sowieso bij, samen met Bob Dylan en Jo Francken (producer van twee albums van Admiral Freebee, red.). Als zij het oké vinden, dan is het goed."

Hoe was jullie band toen jullie tieners waren?

Tim: "We zijn altijd bijzonder hecht geweest. Op mijn achttiende ben ik naar de Verenigde Staten vertrokken, om daar te gaan studeren. Tom hield me toen op de hoogte van de muziek die hij ontdekte. Hij stuurde me cd's van Elvis en portretten van Eric Clapton die hij had getekend. Dat is ongelooflijk, achteraf gezien."

Waren de kiemen toen al gelegd, van jullie carrières in muziek en kunst?

Tim: "De interesse was er altijd al; muziek en kunst hebben we van jongs af aan meegekregen van onze ouders. Onze vader ging veel naar musea, en dan gingen wij mee. Meestal liet hij ons daar gewoon vrij rondlopen."

Tom: "Dat was spelen voor ons. Er was nooit enige druk."

Tim: "We konden alles vragen als we iets over kunst wilden weten. Maar als we op een Giacometti-sculptuur wilden klimmen, hield hij ons ook niet tegen. Dat is nog altijd belangrijk voor mij: kunst werd niet als iets heiligs voorgesteld. Er was geen drempel. We vonden het als kind nooit erg om naar een museum te gaan."

Tom: "Hij was het ook die me meenam naar Ornette Coleman, Miles Davis, Dizzy Gillespie. Terwijl ik toen nog heel jong was, 13 of zo? Ik weet niet of die muziek toen zo veel indruk op mij maakte, maar ik vond het vooral boeiend om die artiesten bezig te zien op het podium. Dat waren imposante figuren."

Jullie mochten sculpturen als speeltuigen gebruiken. Werden jullie verder streng opgevoed?

Tim: "Nee. Het belangrijkste wat we van thuis hebben meegekregen, is om kritisch te zijn tegenover gezag. Dat je altijd zelf moet nadenken. Er is ons altijd ingeprent dat we niet zomaar moesten geloven wat de leraar verkondigde, en niet altijd moesten doen wat hij zei. Onze grootvader zei ons ook: 'Blijf altijd jezelf.'"

Tom: "Onze moeder is vrij en open, tegen iedereen. Zij is meer de performancekunstenaar van het gezin." (lacht)

Dat lijkt me een leuke basis om aan het leven te beginnen, niet?

Tim: "Absoluut. Onze ouders hebben ons vooral veel vertrouwen gegeven. Ze geloofden gewoon in ons, en in alles dat we deden."

Tom: "Ik heb ooit van mijn vader een cd van Muddy Waters cadeau gekregen als beloning voor een slecht rapport. Omdat ik drie buizen minder had dan de keer daarvoor."

Tim: "Toen Tom thuis vertelde dat hij muzikant wilde worden, vonden zij dat direct oké. Zolang hij er maar echt serieus mee bezig was."

Tom: "Toen ik gitaar begon te spelen, zei mijn vader net iets te enthousiast: 'Je kunt ook stoppen met school.' (lacht) Dat had toen bijna het omgekeerde effect op mij. Mijn vader heeft me zo hard gestimuleerd dat ik een tijdje met muziek wilde stoppen.

"Hij had ook graag een leven in de muziek gewild, denk ik. Nu vind ik dat wel schoon, dat hij mij dat zo hard toewenste."

Zoals de fanatieke papa's aan de zijlijn die hopen dat hun zoon hun gemiste voetbalcarrière goedmaakt?

Tim: "Maar onze ouders hebben ons nooit onder druk gezet om eender wat te doen of te presteren. Ook niet toen we allebei tennis speelden, bijvoorbeeld."

Tom: "Alleen Tim zette mij onder druk."

Tim: "Dat is waar. Ik was altijd veel ambitieuzer. En ik wilde heel graag dat Tom beter werd in tennis."

Tom: "Hij speelde gewoon beter, veel tactischer. Ik vond tennis nooit echt belangrijk genoeg."

Is er nooit enige rivaliteit tussen jullie geweest, op of naast het tennisveld?

Tom: "We speelden nooit tegen elkaar in competities, daarvoor was het leeftijdsverschil te groot."

Tim: "Ik heb nog nooit rivaliteit gevoeld tussen ons. Ik voel meer een soort vaderlijke trots; ik wil altijd dat Tom het goed doet."

Tim startte op zijn 27ste een eigen galerie, Tom was 27 toen hij zijn debuutplaat opnam, na een succesvolle passage in Humo's Rock Rally. Heeft een van jullie ooit een gewone job gedaan 'voor een baas'?

Tim: "Dat zou niet lukken. We kunnen niet om met autoriteit. Ik was op school een goeie student maar ik werd altijd uit de klas gezet."

Tom: "Ik heb ooit met het busje rondgereden voor de galerie. Maar met die baas kon ik echt niet om." (lacht)

Tim: "We hebben ook allebei tennisles gegeven."

Tom: "Dat was in mijn geval geen succes. Tim kon dat wel goed. Hij haalt het beste in mensen naar boven. Dat is wat hij nu ook met zijn artiesten doet. Daarom is hij een goeie galerist."

Hoe doe je dat eigenlijk, een galerie opstarten?

Tim: "Ik heb in de VS een diploma Economie gehaald, en toen ik terug naar België kwam ben ik gewoon kunstenaars beginnen opbellen waarmee ik wilde werken. Een combinatie van lef en naïviteit, wellicht. Ik heb het al doende geleerd.

"Hier in Vlaanderen heeft ambitie een vieze bijklank gekregen, alsof er iets mis mee is om heel graag iets heel goed te doen. Ik wil met goeie artiesten werken, sterke solo-exposities maken, en ik wil dat mijn artiesten goed verdienen zodat ze zich op hun kunst kunnen concentreren.

"In mei lanceer ik een nieuwe jonge artiest, Ben Sledsens, 25 jaar. Op zijn grote canvassen toont hij zijn kennis van de traditie van de schilderkunst. Invloeden van voorgangers als Matisse en Rousseau verwerkt hij in zijn eigen poëtische beeldtaal. Zo'n ontdekking, daar word ik blij van."

Tom, jij debuteerde op je 27. Dat is best laat.

Tom: "Ik ben ook pas op mijn 17de echt beginnen gitaar spelen, nadat ik door een blessure aan mijn knie moest stoppen met tennis. Dat voelde direct als iets heel natuurlijks, alsof ik het fysiek nodig had om die gitaar vast te houden.

"Ik wilde graag muziek maken, maar ik bakte er niks van. Met boeken op schoot heb ik uren zitten oefenen op nummers van Hank Williams en Bob Dylan.

"Ik kon ook gewoon niks anders, en ik had mijn humaniora niet afgemaakt. Dat leek me het beste, zo had ik zeker geen vangnet om op terug te vallen." (lacht)

Tom, ben jij het breed lachende jongetje op de cover van je nieuwe album?

Tom: "Ja, dat is een foto van mijn eerste communie. Ik was toen al fan van Bob Dylan, en wilde me graag kleden zoals hij. Toen ik kleren ging passen in de winkel zei de verkoopster: 'Amai, dat is helemaal zoals Dylan.' Pas later had ik door dat mijn moeder haar dat had ingefluisterd. En zoals iedereen kan zien, is dat geen coole Dylan-outfit.

"Ons mama deed ons ook vaak exact dezelfde kleren aan toen we klein waren. Een korte broek en van die hemdjes met grote jaren-70-kragen."

Tim: "Nu we zelf onze kleren kiezen, hebben we eigenlijk ook vaak bijna hetzelfde aan." (lacht)

Wat is het grootste verschil tussen jullie beiden?

Tim: "Tom is een kunstenaar, ik niet.

"Ik werk graag samen met artiesten, maar ik heb nooit de behoefte gevoeld om zelf iets te creëren. Ik heb genoeg aan alle kunst die me hier omringt."

Tim moet voor andere artiesten zorgen, terwijl Tom alleen met zichzelf bezig moet zijn. Wie heeft de leukste job?

Tom: "Tim heeft een eigen wereld gecreëerd met uitsluitend mensen waar hij fan van is. Ik moet me veel meer bezighouden met mensen die me soms niet liggen."

Tim: "Ik vind goeie kunstenaars ook nooit moeilijke mensen."

Tom: "Ik zie hoe Tim zijn artiesten veel vrijheid en veel vertrouwen geeft."

Tim: "Toen ik met de galerie begon, heb ik Jan Hoet opgebeld. Hij is heel belangrijk voor me geweest toen, als een soort mentor. Zijn ideeën over kunst zijn nog altijd een inspiratie."

In welke zin?

Tim: "Alles vertrekt hier vanuit het respect voor de kunstenaar. Dat lijkt logisch, maar dat is het niet altijd. In de kunstwereld is er veel meer ontzag voor 'de artiest' dan in de muziekwereld."

Tom: "Dat is zo. Omdat muziek ook niet echt als kunst wordt beschouwd. Wat wij doen, zit op de grens van entertainment, en dat brengt andere eisen met zich mee. In de entertainmentwereld zijn exhibitionisme en narcisme de norm geworden."

Tim: "Ik vind kunstenaars - en ik reken Tom daar bij - de belangrijkste mensen in onze samenleving. Ze zijn visionair en wijzen ons welke richting de maatschappij uitgaat. Kunstenaars leren ons met een open blik naar de wereld te kijken. Die complexe, boeiende karakters moet je heel juist benaderen. Als ik zie hoe Tom soms wordt aangesproken na een optreden als hij net één minuut van het podium is gestapt, dat zou in de kunstwereld ondenkbaar zijn."

Tom: "In de muziek moet je met heel andere factoren rekening houden. Muziek maken is één ding, maar er wordt ook verwacht dat je een single hebt die op de radio wordt gespeeld, en dat je promo doet om je album te verkopen."

Tim: "Als mijn artiesten niet met de pers willen praten, dan zorg ik daarvoor. Wij kiezen altijd de kant van de kunstenaar."

Tom: "Ik heb het daar sowieso moeilijk mee. Dat mensen meer geïnteresseerd zijn in de persoon dan in het werk."

Vind je het gek dat het publiek wil weten wie er achter jouw muziek schuilgaat?

Tom: "Zelf vind ik dat echt niet interessant. Ik wil alleen weten hoe Nina Simone haar stem klinkt. In deze tijd zou je op Instagram elke dag kunnen zien wat Nina Simone als ontbijt gegeten heeft. Dat maakt de magie kapot. Kunst moet juist los staan van de realiteit. Kunst moet het raadsel vergroten."

Tim: "Wij zijn ooit David Bowie tegengekomen op een luchthaven, weet je nog? Ik was 17, Tom was 11. Tom had hem herkend, maar hij zag eruit als de meest doodgewone kerel. Het contrast met de ster Bowie die we van op televisie kenden, kon niet groter zijn.

"Vandaag kun je als artiest geen mythe meer rond jezelf creëren. Kijk naar oude portretfoto's van De Kooning of Pollock of Rothko, dat is pure cult. Nu kan iedereen hier in de galerie even een lelijke foto van je nemen en op Instagram zetten. Het mysterie is weg."

Dat doet me aan jullie vriend Rinus denken, die zijn 'fictieve biografie' afbeeldt. Ook voor hem is het imago van de kunstenaar interessanter dan de 'echte' mens die erachter schuilt.

Tom: "Ik ga nog wat verder. De 'echte mens' die hier nu zit, dat ben ik ook niet. (lacht)

"In mijn verbeelding is alles intenser dan in de werkelijkheid. Alle films en muziek en kunst die ik in mijn leven heb gezien en gehoord, betekenen meer in mijn leven dan de realiteit. Dat is zoals verliefd zijn op iemand die je niet kent; dat gevoel is veel sterker dan wanneer je die persoon echt leert kennen."

Tim: "Ja, dat is waar. Ik vind dat Tom altijd fantastische interviews geeft." (lacht)

Tom: "En toch zou het boeiender zijn om een kunstwerk te interviewen, of een liedje. Want die hunkeren niet naar erkenning zoals de artiest."

Tim: "Ik denk dat het moeilijk is voor mensen om te begrijpen dat artiesten altijd met hun kunst bezig zijn. Dat stopt nooit, ook niet als ze moe zijn of zich slecht voelen. Dat is iets anders dan creativiteit, dat is instinct."

Tom: "Dat is als een hond die zonder doel een put graaft. Zo maak ik een song. Of als een kind dat een zandkasteel bouwt en daarna kapotmaakt. Zomaar. Als je te hard over je doel of bedoeling nadenkt, dan zit je in de realiteit. Dat is juist wat je moet ontvluchten.

"Eigenlijk is het zo: zodra je de realiteit instapt, vlucht je weg van de kunst. In mijn songs stel ik net de vraag: 'Wat wil ik niét voelen?' 'Wat vermijd ik?'"

Hebben jullie iets van die tenniscarrière overgehouden in jullie huidige leven?

Tim: "Ik speelde op professioneel niveau, vooral toen ik in de VS woonde. Maar ik heb er nooit mijn studies voor willen opgeven, dus de echte top ging ik niet behalen.

"Maar het is zonder twijfel de beste leerschool voor het leven. De ene week win je een toernooi, een week later lig je er in de eerste ronde uit. Je krijgt altijd opnieuw een kans om er weer te staan. En zo zie ik het leven ook. Tegenslagen kunnen incasseren, doorzettingsvermogen, dat zijn kwaliteiten die ik uit het tennis heb overgehouden. Ik heb nog altijd die mentaliteit van een sportman."

Tom: "Maar ik leef nog als een sportman."

Niet roken, niet drinken, geen nachtbrakerij. Waar komt die ascetische levenshouding vandaan?

Tim: "Dat is vooral mijn schuld, denk ik. Ik heb daar nooit behoefte aan gehad."

Tom: "We zijn ook pas op latere leeftijd beginnen uitgaan, want in het weekend moesten we altijd vroeg op om te gaan tennissen."

Je kon na de tennisjaren toch je schade inhalen?

Tom: "Zeker. Dat komt nog. Als ik 70 of 80 ben."

Tim: "Ik denk dat ik ook graag contrair wou doen. Iedereen vindt het zo evident dat je drinkt, dat is voor mij al een hele goeie reden om het niet te doen."

Tom: "Dat is zeker een van de dingen die ik van Tim heb geleerd. Dat je niet zomaar moet volgen wat anderen doen. Ik vind tegendraadsheid soms interessanter, daar komt veel energie uit voort."

Broederliefde is in jullie geval ook: alle neuroses delen.

Tom: "We zijn allebei hypochonders, ja, ook dat is iets dat ik van Tim heb overgenomen. Maar hij heeft me vooral geleerd dat dat iets is om trots op te zijn." (lacht)

Tim: "Eigenlijk zijn we allebei vooral bang voor tijdverlies. Daar kunnen we niet tegen."

Tom: "En nog veel simpeler, gewoon bang voor de dood."

Tim: "Al van jongs af aan."

Tom: "De dood is natuurlijk het grootste tijdverlies."

Op het nieuwe album worstelt Tom ook openlijk met het ouder worden. In 'The Easy Way In (Kim Basinger)' zing je over je terugwijkende haarlijn. 'I tell myself I look like Jack Nichol-son, but my mama says 'Don't flatter yourself.''

Tom: "Het leek me interessant om als zanger over je zwaktes en onzekerheden te zingen. Er wordt tegenwoordig zoveel gepraat over authenticiteit. 'Echtheid' is een product geworden, zoals Guillaume Van der Stighelen schreef. Maar Nick Cave, toch het voorbeeld van credibility, draagt tegenwoordig een haarstukje. Vergelijk zijn foto's van vroeger en nu maar eens. Ik vind dat zonde. Hoe geweldig zou het zijn als Nick Cave in een heel triestig, donker bluesnummer zou zingen dat hij het heel erg vindt om kaal te worden?

"Ik merkte bij mezelf dat ik er echt mee zit, dat ik me schaam en vaker een hoed opzet. Die schaamte vind ik een interessante drijfveer om nummers te maken. Als Nick Cave het niet aandurft, moet ik het maar doen."

Tim: "Ik zie het probleem niet. We zijn toch helemaal niet kaal?"

Nog tot 30/4 in Tim Van Laere Gallery: nieuw werk van Edward Lipski en Nicolas Provost. Op 5/5 opent de eerste expo van Ben Sledsens. Werk van Rinus Van de Velde is momenteel te zien in het S.M.A.K., Kati Heck exposeert in het MuHKA. timvanlaeregallery.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234