Woensdag 28/07/2021

Zodra de passie uitdooft...

Twee versies van hetzelfde toneelstuk in enkele maanden tijd, het is om vergelijkingen vragen. Dat ondervond ook Het Zuidelijk Toneel toen het na het Antwerpse gezelschap De Tijd met Bérénice van Jean Racine in première ging. Regisseur is Pierre Audi (41), artistiek directeur van de Nederlandse Opera in Amsterdam en voor de tweede keer te gast bij Het Zuidelijk uit Eindhoven. Maar noem hem geen operaregisseur op visite in theaterland - die omschrijving begint hem danig te vervelen.

Steven Heene

Tintelend van liefdessmart. Sublieme vertolkingen. Vorsten van vlees en bloed." Maar ook: "Een strovuurtje. Designtoneel. Bloedeloze schoonheid. Een esthetisch verantwoord plaatjesboek." De reacties op Jean Racines Bérénice door Het Zuidelijk Toneel lopen opvallend uiteen, en daar zit zeker die andere Bérénice voor iets tussen. Terwijl regisseur Pierre Audi bij Het Zuidelijk Toneel opteerde voor een nieuwe vertaling in proza en lichtvoetig acteerwerk, koos De Tijd-regisseur Johan Van Assche voor de bestaande vertaling in alexandrijnen, met de tekst als begin- en eindpunt. In veel kritieken werd die laatste aanpak als de betere naar voren geschoven, niet zelden vanuit de redenering dat de vormgetrouwheid van Van Assche de neoclassicistische oorsprong van de tekst dichter benaderde, ja zelfs bijna opnieuw uitvond.

Vooral dat laatste argument is bij Pierre Audi in het verkeerde keelgat geschoten, net als de opmerking dat de taal in zijn voorstelling stiefmoederlijk zou zijn behandeld, zoals een recensente van de Volkskrant schreef. Audi werd opgevoed in het Frans en het Engels, en is naar eigen zeggen opgegroeid met de stukken van Racine. De reflex bij journalisten om een "uitgesproken Franse" teksttraditie te verdedigen in zijn Nederlandse versie, noemt hij "hypocriet en onzinnig". (Het 'alexandrijn' verwijst naar een 12de-eeuwse Franse roman waarin deze versmaat voorkomt: de 'Roman d'Alexandre', SH).

De beslissing om de verzen door Janine Brogt als een soort "ritmisch proza" te laten vertalen, heeft in ieder geval niet de muzikaliteit uit de dialogen doen verdwijnen, zo bleek vorige maand tijdens een voorstelling in Eindhoven. Zegt Titus, keizer in spe van het Romeinse rijk, nadat hij besloten heeft zijn geliefde Bérénice te verraden omwille van zijn nieuwe status en de hardvochtige publieke opinie: "Ach! / Wat is de glorie wreed, / al tooit zij zich / met mooie woorden! / Hoeveel mooier nog / zouden mijn droeve ogen / haar vinden / als ik nog slechts / de dood moest trotseren!"

Pierre Audi: "Bérénice is binnen het oeuvre van Racine een revolutionair stuk. Een erg persoonlijk stuk ook, waarvan de vorm (vertaalster Janine Brogt noemde het een strak 'taalcorset' van verzen, SH) pas op de tweede plaats komt. De kracht zit vooral in de private, excentrieke emoties van de personages - emoties die tijdloos zijn. Oké, Racine is een meester van de tekstuele vorm, maar dan moet je het stuk ook in het Frans lezen en horen. In een Nederlandse vertaling is het mijns inziens alleen maar normaal dat de toeschouwer onmiddellijk het hart van de voorstelling voelt kloppen: de driehoeksverhouding tussen Bérénice, Titus en zijn strijdmakker Antiochus. En natuurlijk moet er muziek in de taal zitten, de taal ís muziek bij Racine. Maar moet het daarom harpmuziek zijn?

"Die zucht naar traditie in sommige kritieken is belachelijk, omdat de taal slechts de enveloppe is voor de psychologie in het verhaal. Een enveloppe die overeenkomt met de traditie van de tijd waarin het geschreven werd. Maar er zit een merkwaardige spanning in dit stuk, juist omdat de inhoud als het ware duwt tegen de vorm. In mijn regie heb ik geprobeerd dat te accentueren: door de paranoia en de nachtmerrie in het stuk aan te tonen, door te tonen waar vorm en inhoud elkaar wel ontmoeten. Zo is er het schaduwspel van de personages aan het Romeinse hof. Bij Racine danken de personages hun bestaan aan dat tegenbestaan, their counterexistence in het rijk der schaduwen. Al die elementen wou ik combineren."

Was het meteen duidelijk dat de nieuwe ver-taling de versmaat zou verlaten?

"Aanvankelijk dacht ik eraan de bestaande vertaling van Laurens Spoor (de vertaling die De Tijd heeft gespeeld, SH) te gebruiken. Maar na enkele maanden realiseerde ik me dat die tekst, hoe degelijk ook, niet de vrijheid laat om uit dat formele karakter te stappen. En dat was nu net mijn bedoeling. Je mag niet vergeten: ik ben opgegroeid met de teksten van Racine - de nuances in zijn taal zijn mij niet vreemd. Maar ik vond het eerlijker om de versmaat achterwege te laten, vooral omdat die neoclassicistische traditie in het Nederlands nergens mee correspondeert. En Bérénice is in wezen een erg modern stuk, met frisse ideeën. Het onlogische en absurde van die driehoeksverhouding bijvoorbeeld, is echt verbazend. Het wordt bijna grappig omdat het zo extreem en pathetisch is.

"Voor mij is vooral het Antiochus-personage belangrijk. Hij fascineert door zijn melancholie, maar er is ook iets pervers aan. Hij fantaseert over een leven met Bérénice, maar moet in werkelijkheid leven met een leugen over zijn liefde - uit vriendschap jegens Titus. Dat resulteert in erg gesofisticeerde, speelse scènes.

"Tijdens de repetities merkte ik - ik voelde me haast een archeoloog - dat Antiochus eigenlijk Racine zelf is. Racine als de observator, de gefrustreerde ziel, de auteur die ervan droomt om de emoties van zijn personages als het ware te penetreren. Want Bérénice gaat natuurlijk over het immense besef dat de liefde nooit constant blijft. Zodra de passie uitdooft, gaat het met de liefde automatisch naar beneden, hoe je het ook draait of keert. Iedereen kent wel de curve van vijf jaar binnen een liefdesrelatie, het moment waarop de intensiteit begint te tanen. Je kunt nog wel proberen dat te negeren, maar het mechanisme in jezelf - zeker voor mensen met een vurig temperament - maakt dat je op den duur gereed bent om deze bladzijde om te draaien. Dat is gruwelijk, zeker, maar de realiteit."

Ik las ergens dat u deze productie als een vakantie beschouwt tussen uw operaregies.

"Och, het was natuurlijk verfrissend om, na een Wagner-enscenering, dit stuk te mogen regisseren. Vooral met acteurs als Chris Nietvelt, Steven van Watermeulen en Bart Slegers. En een toneeltekst is vanzelfsprekend nog iets anders dan een partituur: je krijgt als regisseur niet te maken met moeilijke zanglijnen, grote decors, complexe overgangen... Dan is het inderdaad een verademing om, zoals in Bérénice, met een open bühne en enkele gordijnen te werken. Het zuivert de geest zeg maar, hoewel het altijd hard werken blijft. Zo zaten de repetities voor deze Racine verweven tussen die voor Wagners Der Ring des Nibelungen en Il ritorno d'Ulisse van Monteverdi.

"Ik ben al zeer bevoorrecht geweest in de theaterproducties die ik de voorbije jaren heb mogen regisseren: één voor Toneelgroep Amsterdam, twee voor Het Zuidelijk Toneel. Ik put er ook ervaring uit voor de opera. Zo heeft Maat voor Maat (Audi's vorige regie bij Het Zuidelijk, SH) gediend voor mijn regie van Der Ring. Zo is Bérénice een studie voor wat ik wil doen in Alceste van Christophe Gluck, mijn volgende opera."

Beschouwt u zichzelf meer als een opera- dan als een theaterregisseur?

"Daar had ik het gisteren nog over met Ivo van Hove (directeur van Het Zuidelijk Toneel, SH). Het probleem is dat er altijd zo snel in clichés wordt gedacht: die regisseur is van de opera, die van het theater. Dat bemoeilijkt het werken, juist omdat er veel mensen bezig zijn om de grenzen tussen die disciplines te verleggen of zelfs op te heffen. Ik vergelijk het altijd met mijn tweetaligheid. Ik werd opgevoed in het Frans, maar groeide op in Engeland. Ik heb trouwens nog altijd een Brits paspoort, hoewel ik al jaren in Nederland woon. Eerlijk gezegd kan ik vandaag niet met zekerheid zeggen of ik het Frans dan wel het Engels als mijn moedertaal beschouw, de duidelijkheid daaromtrent is mettertijd vervaagd. Dat biedt voordelen, als die tweetaligheid tenminste als een evenwicht wordt ervaren. Om op uw vraag te antwoorden: ik heb in Londen veel theaterregies gevoerd, en de combinatie van opera en theater voelt evenwichtig aan. Gezond evenwichtig, ik heb niet het gevoel dat ik van het een naar het ander moet springen. Dat heeft onder andere te maken met Het Zuidelijk Toneel als gezelschap. Er zijn daar zulke goeie acteurs, fysiek maar ook muzikaal in hun zegging, waardoor ik niet het gevoel krijg dat ik weer eens de grens oversteek."

U zag uw eerste opera als zesjarige: Aïda.

"Muziek heeft altijd een grote rol gespeeld in mijn leven. Ik had nooit gedacht dat ik directeur zou worden van een opera, maar ik heb er wel als knaap van gedroomd om een opera te regisseren. Ik heb geluk gehad. Maar om heel eerlijk te zijn: eigenlijk was het film die het eerst tot mijn verbeelding sprak. Dat is een medium waarvan ik dacht - en denk - dat het alle ingrediënten bevat die mij interesseren. Misschien dat het er ooit nog van komt, wie weet. Maar dan moet ik eerst de sleutel tot dat medium vinden.

"Film is van nature vaak autobiografischer dan opera of theater, maar mijn jeugd is zo complex geweest dat ik nog steeds bezig ben om het verleden te ontwarren. Eigenlijk heb ik een directe confrontatie met het verleden altijd een beetje vermeden - ik zocht mijn expressie meer via indirecte wegen. Maar dan nog zijn het dikwijls stukken of verhalen over mensen die, al dan niet cultureel, ontheemd zijn. Dat thema keert telkens terug: in Il ritorno d'Ulisse maar ook in Bérénice. Daarin gaat het immers over een Oosterse koningin die haar emoties moet uitdrukken omdat de bevolking van een ander land haar niet bepaald verwelkomt. Het is een atmosfeer die mij wel ligt. Daarom wou ik het begin van Bérénice een mediterraan klimaat geven. Het moest er heel zonnig en open uitzien. Maar zodra Titus op het toneel komt, voel je dat klimaat veranderen - de sfeer wordt die van de Romeinse wereld: koud en streng. Het zit allemaal in de tekst, hoor, Racine was daarin heel verfijnd."

"Ik zou het leuk vinden om wat vaker theaterregies te voeren, maar nu ben ik het even moe om weer als 'die regisseur uit de opera' te worden afgeschilderd. Ik wil geen exotisch dier zijn dat zich van de ene discipline naar de andere slingert. Maar jammer genoeg bestaat er in Nederland een verbazend grote behoefte om mensen in een vakje te stoppen. Dat is erg vervelend. Als ik dan weer zo'n kritiek lees over de overduidelijke opera-invloeden in mijn theaterproducties, heb ik er bijna weer voor een jaar of twee genoeg van. Om dan met veel plezier terug te keren natuurlijk.

"Maar het zou toch anders kunnen. Ik krijg de indruk dat, in vergelijking met opera, veel theaterrecensenten in de war zijn over wat theater allemaal kan zijn binnen in die eigen tradities van het Vlaamse en Nederlandse theater. Er is een merkwaardige energiestroom voelbaar tussen theatermakers in deze contreien, misschien wel de vitaalste energie die je op dit moment in Europa zult vinden. Dan is het nogal deprimerend om te zien dat de kritiek achterblijft. Want het publiek laat zich niet misleiden, hoor, wees daar maar zeker van. Die openheid is een feit."

Voorstellingen van Bérénice: van 1 tot en met 4 december, telkens om 20 uur in de theaterzaal van Kunstencentrum Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat, Gent. Reserveren op tel. 09/267.28.28. Daarna in Brugge (14/12) en Hasselt (17/12).

'Film is van nature vaak autobiografischer dan opera of theater'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234