Woensdag 27/01/2021
Joachim PohlmannBeeld Bob Van Mol

Column

Zoals sommigen de kans missen om te zwijgen, heb ik mijn kans gemist om te spreken

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn column verschijnt wekelijks.

“Eindelijk gerechtigheid”, whatsappte mijn vrouw, met bijgevoegd een link naar een lokaal krantje. Het was de aankondiging van het faillissement van een horecazaak, zo’n typische afgelikte brasserie ergens in het rurbane Vlaanderen.

Vooraleer u er mijn eega van verdenkt als een sadiste elk annonceblad na te pluizen op zoek naar falingen om zich daar vervolgens met sardonisch genoegen in te verkneukelen, moet ik u meegeven dat er een verhaal achter zit. En daarvoor moet ik u enkele jaren mee terug in de tijd nemen.

Zondags familiebezoek

We waren op de terugweg van een zondags familiebezoek in West-Vlaanderen. Het was in de vroege avond, de zon zakte weg achter de E17 en onze magen begonnen te knagen. Eerder dan de rit naar Antwerpen uit te zweten, besloten we de volgende afslag te nemen.

We kwamen aan in een plaatsje waaronder de lagen van oprukkende verstedelijking nog het dorp van vroeger herkenbaar was. Appartementsblokken van drie hoog, leegstaande winkels en een paar cafés met veel neonlicht. En aan de kerk, achter een kale parking, die brasserie.

Er zat niet veel volk binnen, hooguit twee andere tafeltjes. Daardoor heeft de zaak in mijn hoofd een grotere omvang dan ze wellicht in werkelijkheid had. Onzeker of het etablissement wel open was, namen we plaats, bekeken de kaart en bestelden.

We moesten fluisteren, want alles wat we op gespreksvolume tegen elkaar zeiden, klonk enorm in de quasi lege zaal. De bediening was vlot, niet al te vriendelijk maar wel beleefd. En het eten was zoals in haast elke brasserie van dat type. “Meh”, is de beste omschrijving.

We waren zo goed als klaar – het bestek lag op ons bord, er moest enkel nog afgeruimd worden – toen de deur openging. Een koppel van onze leeftijd kwam binnen, de man met een zware snor, de vrouw met een hoofddoek. Ook zij hielden onwennig halt, zich afvragend of de zaak open was.

Een ober stapte op hen af. Vriendelijk informeerde de man of er nog plaats was – wat een totaal overbodige vraag leek. De kelner moest hen teleurstellen: ze gingen sluiten. Zonder bezwaar verliet het koppel weer de zaak. Ze waren al bij al nog geen halve minuut binnen geweest.

Ontsteltenis

Even later stond diezelfde ober met een betaalterminal aan onze tafel. De deur ging weer open. Een oudere man en dame kwamen binnen. Tot mijn ontsteltenis, wees de ober naar een tafel aan het raam: “Zet u daar maar.” Hij scheurde het bonnetje van het bancontactmachientje en gaf het aan mij.

Met verstomming geslagen, nam ik het in ontvangst, waarna de ober menukaarten naar zijn nieuwe klanten bracht. Richting stad staarde ik doods over het in oranje licht badend asfalt. Met elke kilometerpaal groeide de woede. Een woede van onmacht en zelfverwijt die ik herkende.

Een jaar ervoor zag ik op de tram in Borgerhout hoe een groepje Marokkaanse jongens een meisje uitmaakte voor hoer omdat ze geen hoofddoek droeg. Toen ik eindelijk dacht: “Nu is het genoeg, ik ga iets zeggen”, waren we aan een halte en stapte de bende uit.

Beide voorvallen knagen nog steeds aan mij. Omdat ik iets had kunnen en moeten zeggen, maar het niet heb gedaan. Was het lafheid? Gebrek aan zivilcourage? Of toch vooral de burgerlijke moraal die dicteert geen stennis te schoppen en je met je eigen zaken te bemoeien?

Ik zal niet zeggen dat ik mijn afspraak met de geschiedenis heb gerateerd. Maar zoals sommigen de kans missen om te zwijgen, heb ik mijn kans gemist om te spreken. Twee keer. Dat gerechtigheid is geschied, is daarbij niet eens een schrale troost.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234