Donderdag 17/10/2019

Zoals Polleke is er geen tweede

Guus Kuijer

Querido, Amsterdam, 100 p., 500 frank, leeftijd: 10 +.

Of het nu een pluspunt is of niet, daar ben ik nog niet uit, maar het is een feit dat je een boek anders leest als je de auteur kent. Met kennen bedoel ik dan: weten hoe hij of zij eruitziet, hem of haar ooit eens ontmoet hebben. Sinds ik Guus Kuijer even gesproken heb, kan ik zijn boeken niet meer onbevangen lezen. Zijn hoofdpersonage, Polleke, een wijs wicht van elf, is ontsproten aan het brein van een beetje ouderwets eruitziende man op jaren. Dat brengt problemen met zich mee. Als je Polleke tegen een vriendje het volgende hoort zeggen, en er eigenlijk het gezicht van een 70-jarige man bij ziet, wordt het moeilijk: "'Wou je beweren dat je stond te zoenen met een meisje dat je meisje niet is?' Het was eruit voor ik het wist. Ik had niks willen zeggen. Ik had zeker niks willen zeggen met het woord zoenen erin. Ik draaide me snel om en liep verder naar de wei. Ik wil niks met die gek te maken hebben, dacht ik."

Als een schrijver in de huid van een kind wil kruipen, loopt dat vaak slecht af. Ofwel het resultaat is een te groot kind, of een kinderachtige volwassene. Maar niet bij Kuijer. Die heeft van die kwalen absoluut geen last, hij vermomt zich uitstekend. Het is fijn om er te zijn is het tweede deel van de avonturen van Polleke. Nog niet zo lang geleden (12 januari jl.) stond op deze plek een bespreking van de voorganger van dat boek: Voor altijd samen, amen, waarin hoofdpersonage Polleke geïntroduceerd wordt. We leren haar nu beter kennen. Polleke is een echt meisje met een bijzonder karakter. Ze is elf en staat op de rand van volwassen worden. Soms is ze nog een heerlijk, puur kind, bijvoorbeeld wanneer ze koetje rijdt op de rug van haar kalf. Dan weer heeft ze de typische zorgen van een prille puber: ze is verliefd op Mimoen, een Marokkaanse jongen, voelt zich vreemd aangetrokken tot Tom, een stoer vriendje, giechelt en ruziet met Caro, haar beste vriendin. Daarenboven wordt ze door haar ouders ook nog eens afwisselend voor volwassen, dan weer voor kind aanzien. Haar moeder vraagt haar om advies in haar liefdesperikelen, haar vader om steun als hij beslist om iets te doen aan zijn drugsverslaving. Zoals Polleke is er geen tweede. "Er zit veel in jouw hoofd," zegt haar opa op zeker ogenblik.

Haar grootouders zijn van kapitaal belang voor Polleke. En omgekeerd is ze het lichtpuntje in het eentonige, stille leven van de oudjes. Kuijer beschrijft heel mooi hoe oma weer kan giechelen om wat opa vertelt, en dat omdat Polleke erbij is. Met hun drieën eten ze daar op zondag boterhammen, in een woonkamer waar de klok luid tikt en het bijzonder stil is. Voor het eten wordt er gebeden, en ieder doet dat op zijn manier. Allemaal bidden ze voor Spiek, Pollekes vader. Spiek is een clochard, een drugsverslaafde, een mislukte dichter. Polleke wil hem helpen. In dit boek raapt ze al haar moed bijeen en gooit ze hem in het gezicht dat hij moet afkicken. Spiek antwoordt iets wat ze niet had verwacht: "Oké, als jij met me meegaat."

Net als het eerste boek over Polleke staat ook dit tweede deel bol van de problemen die het leven met zich meebrengt. Polleke heeft geen doorsnee leven, maar slaat zich er moedig doorheen. Meer nog, ze getuigt van een heerlijk enthousiasme, dat zegt de titel Het is fijn om er te zijn alleen al. Kuijer gaat soms erg ver, maar dringt niets op. Nooit heb je het gênante gevoel in een probleemboek beland te zijn. Zo'n boek waarvan gezegd kan worden dat het voor kinderen herkenbaar is, of dat het mensen in een vergelijkbare situtatie kan helpen. Niets zo erg als een functionele roman, of hij nu voor kinderen bedoeld is of niet. Een nuttig handboek voor emotionele problemen, een leidraad voor een nieuw leven.

De kunst is daar ook nog een aannemelijk, vlot leesbaar verhaal van te maken. En dat doet Guus Kuijer dus altijd. Als hoofdpersonage kiest hij een meisje dat terecht komt in situaties waar de doorsnee lezer nooit mee in aanraking zal komen. Stel je voor: je moeder wordt verliefd op je meester, je bent zelf verliefd op een Marokkaanse jongen die al een toekomstige bruid heeft in Marokko, en je vader is een zwerver. Polleke begrijpt niets van wat volwassenen aanrichten, maar heeft de gave de problemen recht in de ogen te durven kijken.

Op een dag gaat ze op zoek naar haar vader. Ze vermoedt dat hij dakloos is en op straat woont. Ze hoopt hem te vinden in de stationsbuurt, en loopt daarvoor mee met vreemde types, die ze eigenlijk niet mag vertrouwen. Dan gebeurt er iets vreselijk confronterends, maar Polleke kan ermee leven: "Er was een inham in de muur met daarin een bank van steen. Op de bank lag een man onder een berg vodden. Ik schrok, omdat ik aan Spiek dacht. Ik schrok zo erg dat ik er misselijk van werd. Ik rende naar huis. Ik wilde niet weten wie die man was onder zijn berg vodden."

Om terug te komen op het begin van dit stuk: het is op z'n minst fascinerend dat een man op leeftijd een elfjarig meisje volkomen overtuigend weet te schetsen. Kuijer is een man die ontzettend goed kan observeren en in plaats van absoluut in de huid van een kind te willen kruipen, de lezer de mogelijkheid geeft dat zelf te doen. Je zit in het hoofd van Polleke, je leeft met haar mee, tobt met haar mee, schrikt en lacht met haar mee. Vooral dat laatste, want je raakt ontzettend gecharmeerd door Pollekes slimme, eerlijke persoontje.

Belle Kuijken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234