Woensdag 12/08/2020

Zoals een berin haar welpen likt

De Oudheid in 2.500 woorden: een tour d'horizon naar aanleiding van de Boekenweek

Je veus lire en trois jours l'Iliade d'Homere

et pour-ce, Corydon, ferme bien l'huis sur moy...

Je veus trois jours entiers demeurer à requoy,

Pour follastrer apres une sepmaine entiere.

(Ronsard)

door Patrick de Rynck

Ik ga er, geëerde lezers, in wat volgt van uit dat ook u zich even wilt terugtrekken uit de waanzin van de wereld, en wel om oude Griekse en Latijnse schrijvers te lezen. Onthaasting, jaja. U zult daarbij als een goede humanist te werk gaan: door de teksten zelf te lezen. In vertaling, dat spreekt. In Nederlandse vertaling. Dat heeft ingrijpende gevolgen, dat weet u. Odysseus en de cycloop spraken nu eenmaal Grieks en de oude Turk Aeneas klaagt bij Vergilius in betoverend Latijn. Uw stille lectuur is bovendien een vorm van autisme. Veel antieke teksten zijn geschreven om in groep gehoord te worden. En dat er enige begeleidende toelichting nodig zal zijn, ligt voor de hand: dit zijn tenslotte ook vreemde teksten.

Wat moet er op uw plankje Klassieken komen? Het aanbod is, dat is intussen bekend, overvloedig. Hieronder volgt een selectieve tour d'horizon. Enkele hoogtepunten en een enkel dieptepunt, voor de suspense. Ik kijk kritisch naar wat er in en rond de Nederlandse Boekenweek nieuw is verschenen of (goedkoop) herdrukt.

Onze reisgidsen zijn Ilja Leonard Pfeijffer en Piet Gerbrandy, beiden Nederlandse dichters en classici, beiden niet op hun zelfverzekerde en retorisch gevormde bek gevallen, beiden schamper afgevend op klassieke klassieke filologen (geen tikfout).

Pfeijffer is graecus (geen ziekte), docent en nog voor zijn 33ste de auteur van De Antieken. Een korte literatuurgeschiedenis (De Arbeiderspers, 599 frank), een langverwachte nieuwe Nederlandse (mini)literatuurgeschiedenis over de Oudheid. Ze voert alles wat tot nu toe bestond terug tot historische documenten over hoe men ooit over Griekse en Romeinse literatuur schreef. Dat is een verdienste. Zo is het een eye-opener dat Pfeijffer Griekse en Latijnse literatuur samen behandelt in zijn tweede en laatste deel, 'Hellenistische literatuur'. De waterscheiding met de 'Literatuur van de stadstaten', zoals hij ze noemt, is "de internationalisering van de literatuur die begon als gevolg van de veroveringen van Alexander de Grote". Gedaan met gouden en zilveren tijden, met op- en neergang, alsof literatuur verloopt volgens het trap-op-trap-afritme van de menselijke levensloop. Mooi zo.

Piet Gerbrandy (°1958) bundelde dertig recensies en andere stukken (vooral uit De Groene Amsterdammer) tot een boek over Boeken die ertoe doen (Meulenhoff, 698 frank). Zijn uitgangspunt is van een ontwapenende duidelijkheid: "Ik wil lachen, huilen, verbijsterd worden, het boek moet me opwinden of geil maken, na het lezen ervan moet mijn kijk op de werkelijkheid veranderd zijn. (...) Amusement is aan mij niet besteed." De emoties laaien hoog op, vooral als teksten Gerbrandy, die zijn emoties rationeel onderbouwt, niet beroeren.

Homeros. "Homerus is de eerste, de belangrijkste en de beste" (Pfeijffer). "Niemand zal het in zijn hoofd halen de superioriteit van de Homerische poëzie te loochenen" (Gerbrandy).

Daar zijn we het dus over eens. Welke van de nu herdrukte vertalingen moet u lezen, waardoor u van Homeros meer zult weten dan pakweg Geert van Istendael? Die beweerde op 9 maart in deze krant dat "in de laatste zang (sc. van de Ilias) een verkoolde en uitgemoorde stad wordt achtergelaten". De Ilias eindigt met de begrafenis van Hektor, niet met het bloed van Troje. Er wordt wat geschréven over de klassieken, zonder dat de babbelaars de teksten (uit)gelezen hebben, laat staan een bijdetijdse beschouwing over wat de Ilias nog meer is dan "wreedheden, moord en doodslag" (Gerbrandy biedt hier uitkomst.) Een erfenis van het snobisme, waarvan ik dacht dat we het stilaan achter ons hadden gelaten? Een verlate vadermoord?

Imme Dros' Odysseia-vertaling - 15 drukken in tien jaar (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 599 frank) - wordt bejubeld omdat ze Homeros' unserved audience aanspreekt, verguisd omdat ze Homeros vertrut en verkleutert, omdat de ondertitel De reizen van Odysseus misleidt en omdat haar zogenaamde hexameters boerenbedrog zijn. Maar geef dit boek gerust cadeau aan uw achttienjarige zoon of dochter die zijn middelbare school besluit. En als ik op de radio iets doe met Homeros, kies ik ook al voor Dros. Het steeds oudtijdser wordende proza van Maximiliaan Schwartz (Querido, 398 frank) vertoont een patina dat goed bij de archaïsche Homeros lijkt te passen. Schwartz is bovendien zo'n vertaling waar je aan verknocht kunt raken, een beetje zoals Benno Barnard aan de Statenvertaling. Maar de schitterende hexameters van De Roy van Zuydewijn (De Arbeiderspers, 599), een van de grootste naoorlogse vertaalprestaties in ons taalgebied, zijn zonder enige twijfel het beste wat er is, toch voor wie in zijn leven al een stuk of wat boeken heeft gelezen.

Sapfo. "De intensiteit van haar passie spreekt ons aan met een directheid en urgentie alsof zij naast ons zit in plaats van ruim tweeënhalf millennium van ons vandaan" (Pfeijffer).

Herdrukt is nog eens Eros ontwortelt mijn hart (Flamingo-pocket, 298 frank). Laat dit ding, een zogenaamde vertaling, alstublieft onaangeroerd bij uw boekhandelaar. Dan kan het straks de papiermolen in. Ja, kijk, om de Grieken en Romeinen te kunnen vertalen - en zeker de in snippertjes overgeleverde Sapfo - moet je onvermijdelijk ook een béétje een consciëntieus filoloog zijn, niet iemand die denkt beter te dichten dan Sapfo. Koop daarom de vertaling van Paul Claes, "de geleerdste Belg aller tijden" (Gerbrandy).

Pindaros. "Door de eeuwen heen het klassieke voorbeeld voor dichters die zich afzetten tegen de classicistische poëzietraditie" (Pfeijffer).

Van Pindaros zijn 45 zegezangen bewaard voor atleten die op een van de spelen een overwinning behaalden en vervolgens in hun stad feestelijk onthaald werden. Hij schreef ze in de tijd tussen die twee momenten in. Pindaros heeft alles om het in onze tijd bij de modale poëzieliefhebber niet te redden: hij is niet persoonlijk in zijn verzen, die voor geld en op bestelling zijn geschreven, met een inhoud die deels is opgelegd, in een conservatief-religieuze sfeer. Bovendien missen we de connotaties van zijn Grieks, de muziek en de dans.

En toch is Pindaros overweldigend, al zult u er meer dan drie dagen voor nodig hebben en is hij niet de geschikte literatuur om rustig bij in te dommelen. De Thebaanse adelaar klapwiekt je wakker met brutale metaforen (als we die tenminste juist kunnen interpreteren), gaat ervan uit dat u een eminent mytholoog bent en plaatst in zijn gedachtengangen onverhoedse demarrages. Daarom zijn de parafrases die vertaler Patrick Lateur (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1.599 frank) van elke zang geeft hoogst welkom.

Mij viel de eer te beurt deze vertaling in de loop van zo'n tien jaar(!) van nabij te zien uitgroeien tot wat ze geworden is: groots. Ik laat het daarom graag het koor van critici in mijn plaats zingen: "De poëticale kracht, zo groot bij Pindarus, blijft groot bij Lateur, en dat is een prestatie op zichzelf" (David Rijser in NRC), "Een werkstuk dat ik uit de grond van mijn hart bewonder" (Hans Oranje in Trouw), "Niets dan goeds over Lateurs vertaling" (Nicolaas Matsier in Vrij Nederland), "Patrick Lateur heeft zijn meesterproef met brille volbracht" (Paul Claes in De Standaard), "Zegezangen is voldoende lectuur voor de tiendaagse van de klassieke Boekenweek" (Kees Fens in de Volkskrant).

Tragedies. "Het boek werkt als een bijzonder gecompliceerde, maar ook spannende roman waarin een veelvoud van vertellers steeds zijn eigen visie op de gebeurtenissen geeft" (Gerbrandy over Eén familie. Acht tragedies, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 799 frank).

Zonder de vertaalkunst van mensen als Gerard Koolschijn was er geen klassieke Boekenweek, zo simpel is dat. Vorig jaar al bundelde hij acht tragedies van de drie groten over de familie Agamemnon-Klytaimestra en hun kinderen Orestes en Elektra. De drie groten, dat zijn Aischylos, Sofokles en Euripides. Anderen zijn niet bewaard en van de 295 stukken van het drietal hebben we er nog nauwelijks 33.

Van tijdloosheid gesproken: Koolschijns boek verscheen naar aanleiding van de Boekenweek 1999: toen was het thema 'familie'. Ach ja, Aischylos' Oresteia, dat gaat over alles. Ik noem maar wat: de man-vrouwverhouding , misbruik van taal, bloedwraak en recht, liefde en haat in de familie, het individu in zijn samenleving... Koolschijns boek verleidt Gerbrandy tot een Mister Tragedy-verkiezing. Van Sofokles wil hij niets weten: "Zijn tragedies bevatten evenveel leven als de verzamelde plaatopnamen van Glenn Miller." Pfeijffer geeft ook cijfers: zijn nummer één is... Sofokles: "Onder elk woord gaapt een afgrond van betekenissen, die allemaal een functie hebben in het stuk." Een uitdagende uitnodiging om zelf ook maar eens jury'tje te spelen.

Apollonios van Rhodos. "Iedere liefhebber van de Odysseia, van Euripides en van modernistische auteurs als Joyce, Claus en Brakman moet dit boek onmiddellijk kopen" (Gerbrandy over De tocht van de Argonauten, (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1.970 frank).

Koop, lees en koester het prachtige 'Kleine Bellettrie'-boekje met deel 3 van De tocht, in een vertaling van Wolther Kassies (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 499 frank). Doe dat bijvoorbeeld voor de uiterst sensuele homerische vergelijkingen en om Jason en Medea te vergelijken met Vergilius' Aeneas en Dido.

Catullus. "De combinatie van puberale flauwiteiten, dodelijke satire en obsessieve jaloezie maken dat de lezer bij zo'n gedicht niet weet waar hij moet kijken. Is dit serieus? Is het een geintje? Is de man gek?" (Gerbrandy over gedicht 37).

Catullus heeft dus alles om het bij bijdetijdse poëzieliefhebbers te redden en het is een godsgeschenk dat Paul Claes hem heeft vertaald en nieuw gemaakt. De volledige vertaling is van 1995; nu zijn 76 korte gedichten vol passie, pijn en kunstigheid verzameld in Liedjes voor Lesbia (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 499 frank; zie ook het gedicht op pagina 22). Voor de fans: in deze editie heeft Claes kleine wijzigingen in de vertalingen aangebracht. Dichter Jan Kal heeft zich ook aan Catullus gewaagd, dertig gedichten in imitatie-antieke metra (Bert Bakker, 300 frank). Zucht. Het boekje bevat gelukkig ook de Latijnse tekst.

Vergilius, Aeneïs. "Het is mogelijk Aeneïs te lezen als een eerbetoon aan de militaire en morele macht van Rome en even mogelijk om het te lezen als een pacifistisch werk waarin de donkere keerzijde wordt getoond van oorlog en plichtsbesef" (Pfeijffer). "Het is puur ideologische mythomanie, poëtisch verpakte propaganda om het van bloed druipende bewind van keizer Augustus te legitimeren" (Gerbrandy).

Dat zal wel klassiek zijn, zeker, deze voortdurende, heftige meerstemmigheid? Marietje d'Hane-Scheltema, nog een van die topvertalers, heeft na Ovidius' Metamorphosen de Aeneïs vertaald, als Het verhaal van Aeneas (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1.500 frank). Haar voorgangers zijn M.A. Schwartz, Anton van Wilderode en Piet Schrijvers: een select kwartet. Ze geeft een originele verantwoording van haar keuze om dit epos in verzen te vertalen: een prozavertaling zou nu als een psychologische roman worden gelezen. Ik denk dat dat klopt. Want de symbolische band tussen mythisch verleden en Romeins heden en het literaire spel maken van de Aeneïs veel meer dan een verhaal over iemand die van de goden met pijn en moeite rust en ruimte moet zoeken voor zijn volk.

Op de presentatie van deze vertaling bracht het RO-theater een stuk uit de confrontatie tussen Dido en Aeneas ten gehore, een beetje zoals het ooit in Rome ook moet zijn gegaan. Ik wist genoeg: deze vertaling haalt het dankzij haar volgehouden register en haar eigentijdse maar niet modieuze taal met glans. Geen gegalm, geen talkshowtaal, geen dartel walsende hexameters, geen gemarteld Nederlands, geen parafrases, geen misplaatste joligheid. En ook hier blijkt opnieuw hoe dat komt, behalve natuurlijk door talent en ervaring: er is jaren werk aan besteed, de verzen zijn bewerkt "zoals een berin haar welpen likt".

Tacitus. "De stijl van Tacitus, zoiets heb je nog nooit gezien. Hij is de vuilste, briljantste, meest manipulatieve en handigste prozaïst die Rome heeft voortgebracht" (Pfeijffer). "Het onthutsende oeuvre van deze cynicus is verplichte kost voor ieder die van Kafka, Dostojewski of W.F. Hermans houdt" (Gerbrandy).

De verschijning van Tacitus' De jaren van Tiberius, een vertaling van een deel van de Jaarboeken door M.A. Wes (Voltaire, 1.580 frank) is een gebeurtenis: de eerste leesbare Tacitus na die van P.C. Hooft uit 1684! Van Wes zijn we lange, historische inleidingen gewend. Dat is hier niet anders. Maar. De oudhistoricus presteert het in 70 bladzijden ongeveer niets te zeggen over die zo bijzondere literariteit van Tacitus. Die stijlverwaarlozing wordt bevestigd in de vertaling zelf, waar al te vaak de angel uit Tacitus is gehaald. Kun je wellicht ook te snel en te veel willen doen als vertaler-hoogleraar-publicist (cf. supra)? Laten we dus blij zijn voor deze Tacitus, maar met mate, en laten we lezen hoe iemand onder de zwaarte van een dictatuur op den duur ondraaglijk cynisch wordt. Ter ontspanning kunt u vervolgens de schandaalkroniek van Suetonius lezen over diezelfde keizers: de vertaling van Daan den Hengst is ook goedkoop herdrukt (Keizers van Rome, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 599 frank).

Apuleius. "Een onvervalste kraker" (Gerbrandy over De gouden ezel).

Het mooiste antieke sprookje met er-was-eens-allure is dat van Amor en de te nieuwsgierige Psyche. Dat verscheen in een nieuwe vertaling - en een knappe, van Emilie van Opstall - in nog zo'n aaibare 'Kleine Bellettrie'-uitgave (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 499 frank).

Een woord nog over onze gidsen. Pfeijffers vademecum is welkom, maar komt te vroeg: storend is vooral het onevenwicht, het ongelijke niveau. Je voelt op je klompen met welke teksten hij volop vertrouwd is en bij welke auteurs hij grotendeels anderen napraat. En hij zal wel bij de tijd zijn (en ik dus uit de tijd), maar van een literatuurhistoricus verwacht ik niet al te vaak het soort jolige meligheid à la "Ennius droomde elke nacht dat hij Homerus was en hij stierf aan de jicht." Eén keer, oké, maar geen tien. Prettig leesbaar is dit boek in elk geval wel. Pfeijffer weet op elke bladzijde te verrassen met stilistische tussenspurtjes. Mag ik het tot slot jammer vinden dat er in een werk als dit geen vertalingen worden genoemd, laat staan geduid? Ik veronderstel dat de lezers van Pfeijffer dezelfde zijn als van al die vertalingen. Een gemiste kans en een achteruitgang in vergelijking met wat Johannes Van IJzeren in zijn Prisma-deeltjes (1958) deed. En toch moet dit boek dwingend uw plank op.

Gerbrandy dan. Uit het Register leer ik dat Willem Bilderdijk een van de namen is die het vaakst in dit boek voorkomen. Dat is geen toeval. Gerbrandy doet mij in zijn (post)romantische heftigheid en beoordelingscriteria aan deze 'vreemdeling op aarde' denken. Het is merkwaardig hoe hun voor- en afkeuren parallel lopen. Snorkend jubelen doet Gerbrandy bij niet altijd even vanzelfsprekende namen: Homeros, Apollonios van Rhodos, Kallimachos, Propertius, Horatius, Boëthius... Van hen allen vertaalde Bilderdijk minstens fragmenten. En ook hij liet Vergilius links liggen.

Ik gun Gerbrandy graag zijn Bilderdijkiaans hoog oplopende emoties. Die vloeien bovendien mooi uit zijn pen, met knappe knipogen naar vandaag. Gerbrandy dwingt je tot een tegenstem. Alle classici moeten dit boek dus lezen en erop reageren, desnoods onder dwang. Maar het galmt allemaal soms wel erg hard en het wordt op den duur nogal voorspelbaar. En vooral: kun je als modern lezer dan echt niet anders dan een antiek auteur "beoordelen met maatstaven die hij zelf nooit gehanteerd zou hebben", met de emotionaliteit van Piet Gerbrandy? Komkom. De "neurotische rituelen" waar hij van rept bij Ovidius' Tristia - "iedere keer hetzelfde liedje" - wel, die speelden mij ook even door de geest toen ik zijn Boeken die ertoe doen las. Bilderdijk kon óók een flink stukje doorzeuren. Misschien had ik Gerbrandy in een trager tempo moeten lezen, niet zoals nu in één ruk - het boek bundelt stukken die ook niet allemaal tegelijk zijn geschreven.

Pfeijffer en Gerbandy zijn mannen naar mijn hart: eigenzinnig, zich niets aantrekkend van wat de loodzware traditie als canoniek voorprogrammeert, een aanpak en een stijl met spirit en body, de blik niet op oneindig en tijdloos maar op nu. Je wenst het alle vertegenwoordigers van de antieken op aarde toe. Met name Gerbrandy is een welsprekende getuige van de omslag die we aan het meemaken zijn: van 'Iedereen moet dit lezen!' naar 'Waarom zouden mensen dit moeten lezen?' De barre barbaren staan aan de poorten te dringen, maar een bataljon neorenaissancisten gordt zich aan. Benieuwd hoe dat afloopt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234