Woensdag 26/02/2020

'Zo ziet de ideale wereld eruit'

Multatuli schreef zijn Max Havelaar op de zolderkamer van een Brussels logementshuis. Vincent van Gogh verspreidde het woord Gods onder de mijnwerkers in de Borinage. En de Tachtigers doolden rond in de omgeving van Houffalize. Koningin Beatrix kreeg gisteren een boek over haar illustere artistieke landgenoten die het 'met België deden'.

door Filip Rogiers

Brussel l Men kan discussiëren over Groot-Nederland tot men oranje ziet, maar meer of minder structurele samenwerking over de Moerdijk is voor Nederlandse schilders en schrijvers nooit een beletsel (of stimulans) geweest om naar het zuiden af te zakken. Naar Vlaanderen, maar nog vaker naar Brussel en Wallonië.

Op de 'latere' passanten na - Gerard Reve, Jeroen Brouwers, Charlotte Mutsaers of (de inmiddels naar Berlijn verhuisde) Oscar van den Boogaard - overschreden vooral de Nederlandse schilders met de Moerdijk ook een taalgrens: in het Belgique à papa leefden ze vaak als Hollandobelges.

Een staalkaart van die kunstenaars die de afgelopen anderhalve eeuw in België hun mosterd kwamen halen, kreeg koningin Beatrix gisteren overhandigd door Luc Devoldere, hoofdredacteur-uitgever van de Stichting Ons Erfdeel. Taverne du Passage heet het fraai geïllustreerde boek, naar een bekend etablissement in de Brusselse Sint-Hubertusgalerij. In die taverne hield Jan Greshoff overigens 'kantoor'.

Ook de Parijse communards in verbanning plachten er samen te komen omdat, zo weet Devoldere, "het huis twee uitgangen had, wat bij het vluchten voor de politie zeer dienstig kon zijn".

Het boek vertelt in woord en beeld dus over de 'passage' van Nederlandse schilders en schrijvers in België. "Ze verbleven of verblijven er kortere of langere tijd, maar nooit zonder een spoor na te laten." In Brussel, "de smeltkroes van deze Babelse stad, die provincie aan wereld paart", dixit Devoldere, passeerden ze allemaal. Auteurs Saskia de Bodt en Frank Hellemans trokken al die Nederlandse artistieke sporen in Belgenland netjes na.

De Nederlandse kunstenaars kwamen zich hier niet alleen verrijken, de meesten van hen gaven dit land ook iets terug. De al genoemde Greshoff bijvoorbeeld deed Willem Elsschot opnieuw schrijven. Ook haalde hij een Waalse studente in huis om zijn zonen Frans te leren. En die studente, ene Angèle Manteau, stortte zich vervolgens op zijn aangeven in het Nederlandstalige uitgeversvak.

Het is een boek vol anekdotes geworden, maar ook met veel politiek interessante cultuurhistorische wetenswaardigheden. De eerste Nederlanders in het pas van het Noorden afgescheurde België zijn in de jaren veertig van de negentiende eeuw vooral 'Hollandse' schilders die gelokt werden door de academies, vooral die van Antwerpen, en door het gunstige kunstklimaat in België. In Parijs was de concurrentie moordender.

In de hoofdstad van de nieuwe Belgische natie daarentegen konden ze een leven leiden "als prinsen". De generatie na hen werd, zoals Vincent van Gogh, vooral aangetrokken door de gevolgen van de industriële revolutie op mens en landschap in Wallonië, vooral de Borinage.

Voor de Nederlandse schrijvers effende in 1859 Eduard Douwes Dekker de weg. Hij verzon zijn nom de plume, Multatuli, op een zolderkamertje in het Brusselse logementshuis, Au Prince Belge. Hij zat er kou te lijden. Multatuli vluchtte zuidwaarts, niet uit grote liefde voor Ardennen, Antwerpen of Brussel - hij zag het hele land -, maar omdat hij op de vlucht was voor schuldeisers.

Daar op zijn zolderkamertje schrijft hij in een brief aan zijn (Antwerpse) vrouw Tine overigens: "Gisteren heb ik tien centiemen moeten lenen (...) voor een klein flesje inkt."

Een verhaal apart vormen de Tachtigers. Zij ontvluchtten de platte polders voor de Ardennen waarin ze vermoedelijk hun Lake District zagen. "De Belgische Ardennen zijn het enige bergland waarmee ik ooit intiem ben geweest", schreef Lodewijk Van Deyssel.

Een heel ander België trekt de jongste Nederlandse kunstenaars aan. In de globaler wordende wereld verkleinde ook de mentale afstand Nederland-België. Maar juist dat 'globale' van België sprak dan weer Oscar van den Boogaerd aan. Zoals Luc Devoldere hem citeert: "De Hollanders zijn zo Hollands, de Duitsers zo Duits, de Fransen zo Frans - daarom moeten zij zich zo snel mogelijk van hun nationale identiteit ontdoen en echte Europeanen worden -, maar de Belg is dat van nature, vrij en onbelast, een Belg kan iedereen zijn. Ik houd van mensen die iedereen kunnen zijn. Ik wil er zelf ook graag eentje zijn.

"Ik heb vaak op het punt gestaan de Belgische nationaliteit aan te vragen. Omdat ik me met een Belgische pas eigenlijk zou ontnationaliseren. Ik zou me officieel een vreemdeling voelen in het hart van Europa, in een land dat een niemandsland is, een land van niemand in het bijzonder, maar van iedereen. Zo ziet de ideale wereld er voor mij uit. Als België dus."

Taverne du Passage, Nederlandse schilders en schrijvers in België, Saskia de Bodt en Frank Hellemans, Ons Erfdeel, 2006

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234