Donderdag 20/01/2022

Zo word je rijk

Vorige week leidde journalist en schrijver P.J. O'Rourke ons rond langs de fundamenten van de vrije markt: obligaties, aandelen en derivaten. Deze week legt hij uit hoe we daar zelf ons voordeel mee kunnen doen:

P.J. O'Rourke

Nu we alles afweten over de verschillende soorten investeringen, kunnen we gaan uitvissen wat de beleggingsindustrie eigenlijk doet, en dan niet alleen in eigen land, maar over de hele wereld. Wat die industrie doet, is afwisselend euforie en paniek veroorzaken. Als het snor zit met de investeringen, dan verdienen we allemaal een fortuin door elkaar IBM-aandelen te verkopen. In de nachtwinkels liggen de briefjes van 500 frank voor het grijpen tussen de reclame. De Wereldbank schenkt broodroosters aan Malawi. En in India zetten de massa's hun riksja's aan de kant om met Lear Jets door te straten van Calcutta te scheuren. Als het met de investeringen minder snor zit, gooien we allemaal onze handen in de lucht en vragen we gezamenlijk het faillissement aan. Banen worden dan zo schaars dat we moeten betalen om in de koolmijnen te mogen werken. En het Leger des Heils marcheert door de achterbuurten om de daklozen hun soep weer af te pakken.

De investeringsindustrie is gebaseerd op het principe dat iedereen met zijn geld doet wat hij wil. En soms zijn dat hele vreemde dingen. "Mensen stoppen hun geld in de dingen waar ze van dromen", vertelde een investeringsbankier me ooit. Dat betekent dat er heel wat mannen zijn die zich, om het zo uit te drukken, in financiële topless bars ophouden en hun geld tussen de G-strings van heupwiegende aandelen en obligaties stoppen. "Als er vrij verkeer van iets mogelijk is, dan is er ook onnozel verkeer van mogelijk", zei een andere investeringsbankier.

Zo ontstaan hausses en baisses op de beurzen. En die schommelingen kunnen op hun beurt nog veel grotere gevolgen hebben, zoals gebeurde in 1929 toen de aandelenkoersen naar beneden tuimelden en de banken als kaartenhuisjes in elkaar klapten. Binnen de kortste keren kon je de New Yorkse spoorwegmaatschappij kopen voor een houten cent, alleen kon niemand zich nog hout veroorloven; de mensen moesten thuis zelf centen maken uit oude sokken die tevoren ook al gekookt waren om - samen met de laatste schoen van de familie - tot avondmaal te strekken, zodat de kinderen mijlenver met potten en pannen onder hun voeten door de diepe sneeuw naar school moesten sjokken omdat niemand nog geld had om mooi weer te betalen. Mijn generatie heeft daar in geuren en kleuren horen over vertellen door onze ouders. Dat is ook de reden waarom we die mensen allemaal in bejaardentehuizen hebben gestopt.

Of we kunnen een situatie krijgen zoals vorig jaar in de VS, toen de aandelen hun hoogste koersen bereikten sinds de aparosaurussen op aarde rondzwierven, de vrees voor inflatie beperkt bleef tot krantenverhalen over siliconen-borstimplantaten en de werkloosheid zo laag was dat als je hond een MacDonald's binnenwandelde hij even later weer buitenstapte met een badge 'stagiair' opgespeld. En de Aziatische economieën waren zelfs nog sterker dan die van de VS. Er was daar toen iets met 'Aziatische waarden' aan de gang, wat bleek te slaan op naarstigheid, spaarzaamheid, respect voor het gezin en fortune cookies waarop stond: "Confucius zegt: 'Maak je huiswerk'." Aziatische landen hadden toen ook een verstandig regeringsbeleid: 'Exporteer alles'. De wereld kreeg rekenmachines, stereo's en video's. De Aziaten werden rijk. Het leven was fantastisch.

Maar toen viel plotseling iemand de baht aan. Een aantal deviezenhandelaren besloop de officiële Thaise munt van achteren en stak die keihard in de rug met een kipsaté-pen. De stoot kwam zo hard aan dat de baht eventjes dacht dat hij een Mexicaanse peso was. Toen scheurden ze hem in kleine stukjes, maakten er bolletjes van en begonnen op de Thaise beursvloer een proppengevecht dat zo hevig was dat alle aandelen huilend naar hun moeder renden.

Wat de makelaars de baht in werkelijkheid aandeden, was hem verkopen. De Thaise regering had een tijdje bahts aangekocht en gebruikte daarvoor de voorraden buitenlandse deviezen die ze in de schatkist had door rekenmachines, stereo's en video's te exporteren. Thailand deed dat om te voorkomen dat de baht 'devalueerde'. Devalueren betekent eenvoudigweg toegeven dat je eigen munt minder waard is geworden ten opzichte van andere munten, maar geen enkele regering doet dat graag. Als een munt gedevalueerd wordt, worden ingevoerde goederen - stereo-ertsen en nog ongezuiverde cijfertjes voor in de rekenmachines - duurder. De inflatie stijgt. Buitenlandse investeringen - de videoboerderijen - dalen in waarde. De aandelenkoersen zakken. Alles verdwijnt in het toilet.

In de VS weten ze alles over devaluaties, want in de jaren zeventig devalueerde de dollar bijna voortdurend. We kunnen het de Thais dan ook niet kwalijk nemen dat ze een situatie willen vermijden die tot disco en Jimmy Carter kan leiden. In ieder geval verkochten de makelaars de baht met de glimlach, en ze bleven verkopen. Agressieve makelaars verkochten zelfs bahts die ze helemaal niet hadden. Ze leenden bahts om ze te kunnen verkopen, in de hoop de lening later te kunnen aflossen met goedkopere bahts. Die techniek wordt 'selling short' genoemd. Je kunt het ook doen met aandelen, en in feite zelfs met de auto die je van de buren hebt geleend, tenminste als je denkt dat je dezelfde Saab ergens goedkoper kunt terugkopen vóór ze van de Bahama's terugkomen. De makelaars gingen ervan uit dat de Thaise regering op de duur helemaal geen buitenlandse deviezen meer zou hebben. Op de duur had de Thaise helemaal geen buitenlandse deviezen meer. Alles verdween in het toilet.

Toen de valutahandelaren klaar waren met Thailand, gingen ze hun aandacht op de andere Aziatische landen richten. Misschien was het ook wel niet zo'n goed idee om die Indonesische roepia's, de Maleisische ringgits en Zuid-Koreaanse wons nog veel langer te houden.

Tegen oktober had de verkoopkoorts ook Hongkong bereikt, en hoewel de Hongkongse dollar niet devalueerde, nam de Hongkongse beurs er wel een TWA 800-duikvlucht. De Hang Seng-index verloor op 23 oktober 1.211 punten en de totale waarde van de aandelen daalde met 42 miljard dollar. Daardoor deden de Japanse beurzen het plots in hun broek, wat dan weer een schokgolf door de Europese beurzen joeg, die zich op hun beurt afreageerden op de markten in Mexico en Brazilië (ik vermoed dat ze zich baseerden op de theorie dat alle ondergekapitaliseerde bruinjoekels gelijk zijn, om het even waar je ze aantreft).

Op maandag 27 oktober bereikte de paniek ook de New Yorkse beurs. De Dow Jones Industrial Index zakte 554 punten omdat... wel, omdat alle andere indexen dat ook deden. Het betekende de grootste daling van de dollar aller tijden en de grootste procentuele daling van de laatste tien jaar.

Toen herpakte de markt zich. "Maandag was heel, heel beangstigend", zei een van de New Yorkse makelaars. "We maakten ons zorgen over dinsdag, maar toen de koersen 's ochtends weer begonnen te stijgen, was het allemaal snel vergeten."

Blijkt dat de Amerikaanse economie op 28 oktober nog net even sterk was als twee dagen ervoor. Geen enkele van de Amerikaanse fabrieken en winkelcentra was ontvoerd door buitenaardse wezens, en de Amerikaanse werknemers waren 's nachts ook niet vergeten hoe ze moeten rekenen of schrijven. De markt schoot omhoog.

Maar was dit geen 'dead-cat bounce'? In Wall Street zegt men dat "zelfs een dode kat nog wel een keer omhoogspringt, als je ze maar van hoog genoeg laat vallen". De markt verloor opnieuw terrein.

Maar de Aziatische devaluaties waren misschien een goede zaak. Ingevoerde producten zullen goedkoper worden. De inflatie zal laag blijven. De markt herleefde.

Maar de Aziatische devaluaties waren misschien een slechte zaak. Uitgevoerde producten zullen duurder worden. De handel zal eronder lijden. De markt kelderde.

Wat als Japan meegesleurd wordt? De markt zakte nog dieper.

Wie kan het eigenlijk wat schelen? Het enige wat we aan de Japanners verkopen zijn Seinfeld-reruns. De markt klauterde overeind.

En China dan? De markt verloor opnieuw terrein.

En mijn buitenverblijf dan? De markt herpakte zich.

"We zijn rijk!", zei ik tegen mijn vrouw. "Koop een Mercedes en een pastamachine!"

"We zijn arm!", schreeuwde ik. "Verkoop de hond!"

"We zijn weer rijk!"

"We zijn arm!"

"We zijn echt arm!"

"Rijk! Rijk!"

"Arm! Arm!" En zo ging het nog verschillende weken verder, tot mijn vrouw opmerkte dat onze volledige investeringsportefeuille bestaat uit de tien aandelen Eastern Airlines die we in 1978 van Oom Mel hebben geërfd.

De investeringsindustrie laat ongelooflijke hoeveelheden cash de wereld rondgaan met een duizelingwekkende snelheid en met angstwekkende resultaten. Daarna betaalt ze zichzelf daar fabelachtige sommen geld voor. De bedrijven die geregistreerd staan bij de United States Securities and Exchange Commission (SEC) rekenden hun klanten in 1995 voor 23 miljard dollar makelaarslonen aan. Ze verdienden 29 miljard dollar uit beleggingen voor eigen rekening, 9 miljard uit het garanderen van aandelenemissies, 7 miljard uit de verkoop van aandelen in beleggingsfondsen en 68 miljard uit zaken die met een technische SEC-term 'Andere' genoemd worden. Op Wall Street vinden mensen niet dat ze een behoorlijke baan hebben tenzij ze "een telefoonnummer verdienen". Kinderen die zo uit business school komen bouwen overdekte golfbanen en leggen het aan met de verkeerde soort vrouwen. Er doet trouwens een oude beursgrap de ronde over jouw investeringen: "De makelaar heeft eraan verdiend. Het bedrijf heeft eraan verdiend. Twee op drie is niet zo'n slecht resultaat."

Bestaat de beleggingsindustrie dan echt uit een bende piraten in maatpakken?

"Voor het grootste deel wel", zegt een verkoper van een makelaarskantoor.

"Wat doet je vermoeden dat dat niet zo zou zijn?", zegt een financiële analist.

"Was het maar waar", zegt een man die in totaal 2 miljard dollar van andere mensen beheert. Ondertussen staart hij stuurs naar de metershoge stapel jaarverslagen en onderzoeksmateriaal op het dressoir naast zijn bureau. "Ik ben twee dagen weg geweest", legt hij uit. "Mijn secretaresse heeft me ook een aantal dingen met Federal Express nagestuurd."

"De werktijden zijn vreselijk. Tonnen uren", zegt een beursmakelaar. "Het vergt snelheid en concentratie. Het aantal mensen met burn out-verschijnselen is erg groot. Heel veel kreten van: 'Ik wil een leven'."

Maar hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden van pizzabestellers. De mensen uit de wereld van het grote geld verdienen zelf ook groot geld. Kan iemand die enorme lonen rechtvaardigen?

"Ik niet", zegt de beheerder van 2 miljard dollar.

"Ik kan het niet goedpraten", zegt de beursmakelaar.

"Het zou niet mogen", zegt een andere.

Waarom pikken we dit dan? Dat hele internationale financieringsgedoe lijkt zo onrechtvaardig. Investeringen schrikken ons af. Die verdomde conjunctuurcycli ook. We weten niet eens of we aan de Rivièra moeten rondlummelen en de coupons van onze obligaties knippen, of aan onze keukentafel moeten gaan zitten en de reclamebonnen uit de krant knippen. Die mallemolen van geld dat de hele wereld rondvliegt, die fiduciare El Niño die depositobewijsdroogtes naar de ene kant van de wereld stuurt en een zondvloed aan no-load-beleggingsfondsen naar de andere, die cashstormen die hightech bedrijven zoals Hindenburgs de hemel inblaast; die speculatieve blikseminslagen die het openbaar vervoer en andere nutsbedrijven in vlammen doen opgaan, wat hebben wij daar in feite aan? Wij gewone werklieden, wij kinderen van God met eelt op onze handen (of pleegkinderen met RSI van het vele computeren, wat de moderne variant daarvan is), waarom komen we niet in opstand? Waarom gooien we dat vreselijke kapitalistische systeem niet overboord? Waarom vervangen we het niet door iets wat een beetje menselijker is en voorspelbaarder en iedereen als gelijken behandelt? "Wat", zo vroeg ik aan alle Wall Street-mensen die ik interviewde, "geeft de beleggingsindustrie eigenlijk terug aan de samenleving?"

Dit keer hadden ze wel een goed antwoord.

"Liquiditeit", zei de beheerder van 2 miljard dollar.

"Liquiditeit", zei de investeringsbankier die beschreven had hoe sommige mannen zich in pecuniaire bordelen ophouden.

"Liquiditeit", zei de investeringsbankier die verteld had hoe onnozel sommige mensen soms doen met hun geld.

"Liquiditeit", zei de eerste beursmakelaar.

"Het zorgt voor liquiditeit", zei de tweede.

Liquiditeit is de Wall Street-term voor als je iets weet wat je kunt doen met je geld en ook het geld hebt om het te doen. Mensen met een lichte neiging tot gewichtig doen zouden iets kunnen zeggen als :"Alle mensen worden als gelijken geboren en bezitten een aantal onvervreemdbare rechten, waaronder het recht op Leven, het recht op Vrijheid en het recht op het nastreven van Geluk" (of van datgene waarmee de American Express-rekeningen voor Geluk betaald worden). In ieder geval is liquiditeit het 'vrije' deel van de vrije markt.

Er zijn alternatieven voor die vrije markt. We zouden de overheid de beleggingsindustrie kunnen laten overnemen. Die overheid zou dan afwegen wat het beste is voor ons allemaal. Als Amerika aandelen wilde kopen, zou het bijvoorbeeld naar de aandelen van de Coca-Cola Company kunnen kijken. Coca-Cola noteerde in 1982 anderhalve dollar per aandeel, tegenwoordig is dat rond de 84 dollar. Dat zou dus een goede aankoop geweest zijn. Maar Coca-Cola is geen product dat maatschappelijke voordelen biedt. Je krijgt er gaatjes van, het draagt bij tot het algemeen verspreide gezondheidsprobleem dat zwaarlijvigheid heet, en er zit cafeïne in, wat schadelijk is voor de ontwikkeling van de foetus bij ongehuwde moeders.

In de plaats daarvan zou de overheid dus aandelen kopen van de Studebaker-Packard Corporation. Studebaker-Packard is zware industrie. De zware industrie zorgt voor vetbetaalde banen voor geschoolde en halfgeschoolde arbeiders. Studebaker-Packard leverde een belangrijke bijdrage aan de Amerikaanse militaire inspanningen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En de auto's van Studebaker-Packard veroorzaken heel weinig luchtverontreiniging omdat er maar een goede tweehonderd meer van rondtuffen. Toegegeven, Studebaker-Packard bestaat eigenlijk niet meer, maar de regering zou een busje met beleggingsgeld kunnen laten staan op de lege bedrijfsterreinen waar vroeger de fabrieken van Studebaker-Packard stonden, zodat de geschoolde arbeiders gewoon konden langskomen en nemen wat ze nodig hadden.

Plus, als de overheid de beleggingsindustrie zou beheren, zouden die schandalig overbetaalde boekaniers in Wall Street vervangen worden door ambtenaren met bescheiden salarissen. De beslissing over uw beleggingen zou dan genomen worden door mensen in overheidsdienst, mensen zoals, in Arkanas, Paula Jones. Misschien gaat uw hele pensioenfonds dan wel op aan een rechtszaak over de piemel van de president.

Misschien moeten we de overheid er maar buiten houden. Misschien moeten we een commissie van wijze en rechtgeaarde mensen aanduiden om over de hele wereld de beleggingsmarkten in goede banen te leiden. Mario Cuomo, Maya Angelou, Vaclav Havel, John Kenneth Galbraith. Oprah, Alec Baldwin, Kim Basinger. Die commissie zou zich dan over zaken buigen zoals productveiligheid, invloed op het milieu, sociale rechtvaardigheid tussen rijke en arme landen, en de vraag of het bedrijf in kwestie wel een vrouwvriendelijk personeelsbeleid voert. Daarna zou de commissie op basis van haar bevindingen een bepaalde hoeveelheid kapitaal ter beschikking stellen. O, wat kan ik toch overtuigend lijken. Uw pensioenfonds bestaat nu uit de enige 36 rashonden die voor altijd aan de gruwelen van medische experimenten zijn kunnen ontsnappen.

Of we zouden de beleggingsindustrie gewoon met rust kunnen laten en de winst eerlijk verdelen. Bill Gates leidt een enorm bedrijf in Redmond Washington. Jij bent leraar informatica in een wijkschool in Akron, Ohio. Op het einde van het jaar verdelen Bill en jij - en alle anderen - de buit. Daarna zal Bill misschien tot de conclusie komen dat Microsoft leiden eigenlijk een verschrikkelijk zware job is. Voor hetzelfde geld kan hij jouw baan als leraar informatica inpikken. Hij heeft er in ieder geval de kleren voor.

Of we kunnen allemaal naar Noord-Korea verhuizen en voortaan boomschors eten.

Als we vrijheid willen en het geld om ervan te genieten, dan moeten we een heleboel dingen aanvaarden. En dat brengt ons bij de enige reden waarom iemand ooit een artikel als dit leest. Wat moet een mens eigenlijk met zijn geld? Ik weet toevallig het antwoord op die vraag. Terwijl ik mijn research deed over de beleggingsindustrie, had ik een ontmoeting met Myron S. Scholes en Robert C. Merton, die net de Nobelprijs voor economie hadden gekregen. Ze kregen die Nobelprijs omdat ze een wiskundige formule hadden opgesteld voor de prijsbepaling van derivaten. Ze hebben er een berg geld mee verdiend waar zelfs een volleerde alpinist niet over zou geraken. En het zijn twee van de slimste mensen ter wereld, want dat zegt het Nobelcomité. Ik vroeg hen wat een mens met zijn geld moet doen (in feite vroeg ik wat ik met mijn geld moet doen, maar...). Ze zeiden allebei hetzelfde: "asymetrische informatie".

Je moet speculeren op basis van asymetrische informatie. De veeboeren die hun kalveren tellen, de Burger King-bazen die hun vleesbehoefte berekenen, maken allemaal gebruik van asymetrische informatie. Ook de kerel in de bar die het op een akkoordje gooide over de borgsom van je schoonbroer baseert zich op asymetrische informatie, want hij ziet net je zus de bar binnenkomen met een knuppel in de hand, op zoek naar haar echtgenoot. Als iemand in de markt informatie heeft (of denkt te hebben) die niemand anders in de markt heeft, dan is dat asymetrische informatie. Zonder asymetrische informatie zou er van een markt trouwens niet veel sprake zijn. Als iedereen geloofde wat alle anderen ook geloven, zou iedereen op alles dezelfde prijs zetten. The Wall Street Journal zou dan Het Wall Street Annoncenblad heten.

Asymetrische informatie is niet te verwarren met 'inside information' of voorkennis, want deze termen betekenen precies hetzelfde. Voorkennis is alleen dat deel van de asymetrische informatie dat illegaal is. Als je een hoge piet bent bij Seagram en je bent op de hoogte van de nakende overname van Disney en van de plannen voor een enorm Whisky-en-Waterpark in Boca Raton, dan mag je geen Disney-aandelen kopen in afwachting van de hogere prijs die Seagram gaat bieden voor Disney-aandelen. Maar als je een gewone werknemer van Seagram bent die de vuilnisemmertjes van de hoge pieten leegmaakt, en je weet dat whisky vreselijk smaakt met ingewanden van dieren erin en dat je nooit dronken mensen in muizenpakken mag vertrouwen, dan mag je alles.

Het probleem is natuurlijk dat je geen van beide bent. Dat is de reden dat je zelf geen aandelen mag kopen. Je moet beleggen in een beleggingsfonds. Beleggingsfondsen hebben hele legers MBA's in dienst die voortdurend rondscharrelen op zoek naar asymetrische informatie.

Het probleem is dat er veel te veel van zijn. Er zijn tegenwoordig meer managers van beleggingsfondsen dan er aandelen genoteerd zijn op de beurs van New York. Het is zo'n menigte dat maar een paar enkelingen iets gaan vinden dat een heleboel anderen niet ook vinden. Dat is de reden dat je in feite in indexfondsen moet beleggen. Dat zijn fondsen met dezelfde aandelen die ook in de Dow Jones Industrial Average of de Standard & Poor's 500-index of een andere index zitten. Index-fondsen gaan overal waar de markt gaat.

Het probleem is, waar is dat in 's hemelsnaam? Die informatie is zo asymetrisch dat niemand het weet.

Wat je echt met je geld zou moeten doen, is kijken naar wat de babyboom-generatie doet. Kijk naar mij. Wij babyboomers hebben ongeveer alles veroorzaakt wat er in de wereld gebeurd is sinds 1946. Wij zullen aandelen blijven kopen tot we met pensioen gaan. Maar denk eraan, als we 65 worden, gaan we aandelen verkopen. En de aandelenbeurzen zullen zakken. En we gaan allemaal naar de drommel. Het rekensommetje is simpel: 1946 + 65 = 2011.

Koop aandelen tot 2011, koop dan Thangtervanaf.

© Los Angeles Times Syndicate

Vertaling: Wim Coessens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234