Zaterdag 15/08/2020

'Zo waren en zo zijn wij dus'

Natuurlijk is 'Het verdriet' nog actueel. 'We beleven een hoogmis van de identiteit. Je hoort niet anders meer. Maar wat zou identiteit anders zijn dan een schaamlap voor nationalisme?' Guy Verhofstadt, grote fan en goede vriend van Hugo Claus, herlas 'Het verdriet van België'. 'Ik denk nog altijd dat hij het boek voor zichzelf heeft geschreven.'

De reus van de politiek heeft zich altijd klein en nederig gevoeld in de nabijheid van de reus van de literatuur. Terwijl er wel iets van vriendschap tussen hen was ontstaan. Een vriendschap die geregeld beklonken werd met reisjes naar Toscane en vooral met spijs en drank. In culinair genot waren ze elkaar waard, Hugo Claus en Guy Verhofstadt. In belezenheid had Claus een enorme voorsprong, maar die werd met de jaren bijna ingehaald door de ex-premier. In zijn zogeheten politieke woestijnjaren van de jaren negentig bood de vlucht in de literatuur troost.

Aanvankelijk was de publicatie van Het verdriet van België geen blikseminslag in het leven van Guy Verhofstadt. Dat kwam pas later. "In de periode dat het boek uitkwam, de jaren tachtig, werd ik nog de baby-Thatcher genoemd. Mijn horizon was vooral politiek en ideologisch. Ik ben wel aan Het verdriet begonnen, maar verder dan twintig pagina's raakte ik niet. Het was zoals met James Joyce: ik kwam er niet doorheen. Ik denk trouwens dat Het verdriet van België een van de meest ongelezen boeken is. Iedereen heeft het in de kast, maar vraag niet naar de inhoud en de betekenis van het monumentale boek.

"Ik heb zijn meesterwerk tien jaar later gelezen. Ik weet nog dat ik geroerd was door de schitterende kaft, met dat schilderijtje van Ensor. Bij de tweede lezing werd ik meegenomen door een stroomstoot van taal en door de weergaloos wisselende stijl van dialogen. Niet minder dan een openbaring was het."

Vloeibare taal

We spreken elkaar in Knokke, in een restaurant dat bekendstaat om de beste hopscheuten. Een stad waar taal vloeibaar is naar alle windstreken. Vooral naar het patois met licht Franse tongval. Aan het einde van het diner loopt burgemeester graaf Leopold Lippens even langs. Hij vertelt dat hij niet van hoofddoekjes in Knokke wil weten. En godbetert: "Op een dag stapte een man uit de auto die een matje op de stoep legde voor zijn gebed aan Allah. Precies voor de vitrine van Vuitton. Ik wist niet wat ik zag."

Verhofstadt: "Ach, wat maakt het uit?"

Hij is moe, de fractieleider van de liberalen in het Europees Parlement. Veelgevraagd spreker in verre landen. Maar om Hugo Claus te eren wou hij graag nog even op de tanden bijten in het magnum opus van de grootmeester. Vijf jaar na zijn dood is Claus bij de Verhofstadts nog vaak onderwerp van gesprek. Ook al omdat zijn weduwe, Veerle, een goede vriendin is.

Herinneringen aan een groot schrijversleven zijn nog steeds brandstof voor het denken, zegt hij enthousiast. "Auteurs verwoorden wat wij nauwelijks durven te denken en te voelen. Zij verbreken de boeien waaraan een samenleving gekluisterd is.

"Meer dan non-fictie woelt fictie vragen op die buiten de klassieke denkschema's vallen. Fictie brengt ons dichter bij de waarheid dan leerstellige referaten, is mijn overtuiging nu.

"In mijn tijd gingen geschiedenisboeken niet verder dan de Eerste Wereldoorlog. Over identiteit had niemand het. Aan Hugo Claus de eer van de ontmaskering dat er niet zoiets bestaat als een gebeitelde uniforme identiteit. Lees Het verdrieten meer dan een mozaïek van identitaire schilfers kom je niet tegen."

Het boek heeft de tijd doorstaan. "Ik wist dat Het verdriet van België semibiografisch was. Een soort bevrijdingsroman die voor ons, lezers, een inwijdingsroman werd. Mensen zoals ik die geboren zijn in 1953 wisten niets van het Vlaanderen van Hugo Claus. Op het atheneum en aan de universiteit kwam je nauwelijks verder dan de Oostakkerse gedichten.

"Het verdriet van België is het zelfbeeld van een land, van een volksaard, van nationalistische symboliek. Wie kom je er tegen? Leugenaars, opportunisten, plantrekkers... Het is een röntgenfoto van de tijd en de mensen uit die tijd. Claus schrijft genadeloos over de collaboratie, juist omdat hij het zo genuanceerd brengt. Hij hakt er niet op in maar zijn signalement over de afwezigheid van enig idealisme is dodelijk. Hij brengt de uitputting van het profijtbeginsel in beeld. Potsierlijke plantrekkers die de macht zoeken.

"Louis Seynave ontdekt het schrijverschap als uitvalsbasis om te overleven in die schijnwereld. Hij wroet zich omhoog door een wereld van Vlaamse klei. Die ontdekking is de essentie van het boek. Het gaat niet over ideologie en ook niet over geschiedschrijving. Het gaat over een jongen die zich in de cultuur van een flamingantisch opportunisme probeert te handhaven en die via leugens en maskerades zichzelf ontdekt. En wat je ook proeft is dat collaboratie de basis van het Vlaams-nationalisme is. Het creëert schisma's die dwars door gezinnen lopen. Uit de verte klinkt de roep om een leider."

Het verdriet van Hugo zelf

Een schrijver als Hugo Claus interpreteren is altijd een heikele zaak. "Het is niet aangewezen voor een buitenstaander, maar ik heb er wel een idee bij. Ik heb me ooit de vraag gesteld of Het verdriet niet ook het verdriet van Hugo zelf is. Het gaat over grond en territoriumdrift - daar had hij helemaal niets mee. Hij doorgrondde wel de Vlaamse ziel van klagen, mekkeren, plantrekken, overal onderuit willen komen en het nostalgisch verlangen naar symbolen. De sociologie van Vlaanderen en de personages zijn in Het verdriet zeer herkenbaar. In zijn boek De geruchten trapt hij nog dieper op de Vlaamse ziel. Al zitten er in Het verdriet ook tal van hallucinante dialogen met kracht van openbaring. Zo van: je ziet het wel, maar je weet het niet.

"Tijdens een podiumgesprek heb ik Hugo eens gevraagd: in welke mate ben jij dat, 'het verdriet van België'. Dat vond hij een buitengewoon vervelende vraag. Want daar ging het in het boek helemaal niet over, zei hij kortaf. Toch laat hij zijn oma zeggen: 'Jij bent het verdriet van België.' Maar ik neem aan dat het meer een vaste uitdrukking uit die tijd was, zoals onze ouders altijd riepen: 'Je bent de nagel aan onze doodskist.'"

Natuurlijk is het boek nog steeds actueel. "We beleven een hoogmis van de identiteit. Je hoort niet anders meer. Maar wat zou identiteit anders zijn dan een schaamlap voor nationalisme? Je krijgt het mee als een soort gestempelde rugzak.

"Hugo Claus fileerde de identiteit als dwangbuis. Amartya Sen heeft hetzelfde gedaan. Het mag geen restant zijn van nationalisme, van taal, vlag of wimpel. Identiteit is niet eendimensionaal. Het is in het beste geval een veelkleurige mozaïek."

Twee boeken per week

Lange tijd was hij een functionele lezer. These en antithese. Hegeliaans. Met de economen Popper, Friedman en Hayek als leermeesters. Umberto Eco en Jean-Marie Guéhenno konden er ook nog bij.

In de jaren negentig, toen hij politiek op een zijspoor stond, sloeg dat om. Quasi uitgehongerd stortte hij zich op fictie. Alle grote literatuur ging door zijn handen: de Fransen, de Russen, Amerikanen. "Ik had toen het gevoel dat ik als politicus mislukt was. De hele 19de-eeuwse literatuur van de Fransen heb ik in die tijd verslonden. Ik las minstens twee boeken per week. En daar waren Hugo Claus en W.F. Hermans natuurlijk ook bij.

"Romanciers en dichters geven de begripsvorming van een samenleving een eigen kleur. Wat Hugo Claus over Leopold II heeft geschreven, heeft intellectuele betekenis. Dat was geen amusement. Ilya Prigogine leerde me dat de vleugelslag van een vlinder in de Amazone misschien wel een totale revolutie teweeg kan brengen. Het verdriet van België kun je perfect als een testamentair boek lezen. Zo waren en zo zijn wij dus."

De grootste verrassing was de nieuwe taal die Hugo Claus hanteerde. Nooit eerder was zijn talenpalet zo breed geweest. Hij veegde alles bij elkaar: dialect, vloeken, hilariteit, parochiale en wereldse metaforen. Het platste en het meest gesofisticeerde woordgebruik. Een waterval van dialogen. Ongekende rijkdom. De taal maakte het boek onweerstaanbaar en meedogenloos. Zoals ooit iemand zei: 'Hugo schoot met hagel. Schepper en bezweerder.'

"Het verdriet opent als een apocalyptisch gedicht: 'Dondeyne had een van de zeven Verboden Boeken onder zijn schort verstopt en Louis meegelokt. Zij zaten onder de slingerplanten van de grot van Bernadette Soubirous.' Lees die zin en je zit meteen in een andere, magische wereld."

Epos en tragedie: Claus had er een onbegrensd talent voor. "Het boek over afkomst en Werdegang werd een boek over het land waarin het geschreven is. In een zelfbedachte taal die alle varianten van het Vlaams betokkelt en, zoals Cees Nooteboom zegt, 'daarmee aan het Nederlands een draai heeft gegeven die onze taal nog lang zal heugen'. Daarnaast was er als vertaler in zijn hoofd ook nog een tweede museum gegroeid, van waaruit hij hertaalde en schreef. Zijn oeuvre is nauwelijks te bevatten in een mensenleven."

Declamerend: "Het verdriet van België is benchmark geworden voor alle verdriet. Niet het minst voor het verdriet van Europa dat niet los komt van het nationalisme. Waar identiteit nog steeds het toverwoord is. Zij die Het verdriet aandachtig hadden gelezen, zouden beter moeten weten. Hugo rekende subtiel af met identiteit als opstoot van opportunisme, meer dan van ideaal, als ophaalbrug van chaos meer dan van instinct.

"Tientallen miljoenen doden in honderd jaar onder de vlag van het nationalisme: wie wil dat vergeten? En toch hoor ik dat de geestverwanten van de Noorse slachter Breivik door Dewinter werden uitgenodigd in het Vlaams Parlement. Hoe kan dat? Heb jij iets van protest en verontwaardiging gehoord?

"In de vele uren die we samen doorbrachten ging het nooit over partijpolitiek. Maar Hugo had wel scherpe antennes voor maatschappelijke ontwikkelingen. Hij was zeker geen man van politieke statements voor de galerij. Een kunstenaar die aan politiek doet, schakelt zichzelf uit - die opvatting hield hij heel zuiver.

"Ik ben nogal metaforisch ingesteld, maar tranen in de politiek zijn andere tranen dan in de literatuur. Het schrijven van Alberto Moravia is verbleekt nadat hij tot Europees parlementslid was verkozen. Malraux idem dito. Mario Vargas Llosa is ook eerst als politicus dood moeten gaan om het prachtige boek Vis in het water te kunnen schrijven. Een bijna therapeutisch boek."

"Een schrijver als Hugo Claus uithoren doe je niet. Hij moet vrijwillig uit zijn werkelijkheid willen treden die een andere is dan die van een klerk. Ik denk nog steeds dat hij Het verdriet van België meer voor zichzelf heeft geschreven. Het meesterwerk werd twintig jaar aangekondigd. Vervolgens heeft hij er zeven jaar aan geschreven. Ik ken weinig mensen die zeven jaar doen over een inzicht dat niet therapeutisch is. Maar goed, ik heb het hem nooit op de man af gevraagd.

Uniek in de ascese

"Innemender en goedhartiger dan Hugo Claus kwam je ze in de internationale kunstwereld niet tegen. Bonhomie ten voeten uit. Alert en attent. Aan zijn schrijftafel ontvouwde zich een andere man. Daar kon hij fors uithalen. Dat zie je ook in Het verdriet terug. Al was er ook veel speelse boosheid. Ik hechtte zeer aan zijn verhalen, vertellingen en beschouwingen omdat Hugo compleet vrij van pretentie was. Ook in die ascese was hij uniek."

In de keuken boven het fornuis staat een klein fotootje van Hugo Claus. "Ik zie hem dus elke dag. Op mijn bureau staat de foto van Sus Verleyen die Hugo en mij een eerste keer heeft samengebracht. We zaten afzonderlijk te eten in een brasserie en op een gegeven moment schoof Sus de stoelen bij elkaar. Het was het begin van vele ontmoetingen, vele etentjes, veel genoeglijkheid en humor.

"Ik heb Hugo in de laatste dagen van zijn leven mogen bijstaan. Een voorrecht. Hij wist dat zijn tijd op was. Een dichter die op het podium door zijn eigen woorden wordt verlaten, zoals die avond van Saint Amour in Leuven, is een ondraaglijke heidense aanslag. Van die ontwijding wil je liever geen getuige zijn."

In zijn laatste hommage aan de overleden dichter en romancier zei Guy Verhofstadt: "In Het verdriet van België en in andere romans en gedichten heeft Hugo Claus ons een spiegel voorgehouden voor het leven. Een weliswaar hard, vaak meedogenloos beeld dat ons helpt te begrijpen wie wij werkelijk zijn en waar onze lotsbestemming ligt. Ik ken niemand die niet onder de indruk was van de kracht van zijn woorden. Ik ken geen persoon die hem ontmoette en op wie hij niet een onuitwisbaar spoor achterliet.

"Hugo Claus was een begenadigde schrijver die de hemel uitdaagde, tot de ouderdom hem onherroepelijk polijstte tot een blok marmer waarop men o zo graag steunen of rusten wou. Dat is wat ik meer dan tien jaar heb mogen doen.

"Niet meer in staat zijn woorden tot heldere frasen te kneden, gepaste uitdrukkingen en metaforen te creëren, iets wat hem verdomme zestig jaar geen moeite heeft gekost, dat was - denk ik - een niet te harden kwelling geworden.

"Als het waar is, zoals hij ooit schreef, dat 'woorden de kleren van de gedachten zijn', dan was hij nu naakt aan de wereld overgeleverd. Zonder bescherming. Zonder geweer. Zonder het wapen van zijn pen.

"J'écris, donc je suis' gold niet meer."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234