Woensdag 19/06/2019

Proces Nemmouche

Zo verloopt een gesprek met een IS-strijder: “Stuur me anders naar Tel Aviv”

Beeld BELGA

Moeten we IS-strijders terughalen en hier berechten? Deze week werden de aanwezigen in de assisenzaal in Brussel geconfronteerd met de praktijk, de eerste ondervragingen van IS-strijder Mehdi Nemmouche: ‘Ik maak het jullie toch makkelijk? Dazz, dazz, dazz. Hoeven jullie bijna niks te noteren.’

Het thema is beige. De wandtegels zijn beige, zijn gevangenishemd is dat. Links boven zijn hoofd accentueert een neonlamp de sfeer van een verhoorlokaal.

Het is 3 juni 2014. Een week eerder is Mehdi Nemmouche in Marseille door de douane van een Eurolines-bus geplukt in het bezit van de in een IS-vlag gewikkelde wapens waarmee tien dagen eerder vier mensen zijn geëxecuteerd in het Joods Museum in Brussel. Op zijn laptop is een filmpje aangetroffen waarop een stem, meer dan waarschijnlijk de zijne, de aanslag opeist en uitlegt dat zijn GoPro-camera het tijdens de aanslag jammerlijk liet afweten.

Voldoende redenen om te denken dat het de bedoeling was dat het bloedbad zou worden gefilmd, en dat de beelden door IS wereldkundig zouden worden gemaakt, eens het Nemmouche zou zijn gelukt zichzelf en z’n wapens in veiligheid te brengen.

Dit is het vierde en laatste verhoor van Nemmouche door de Franse politie, voor hij zal worden uitgeleverd aan België. Het verhoor vindt plaats in Parijs. De beelden werden deze week geprojecteerd in de assisenzaal in Brussel. Ze bieden ons een glimp op hoe dat dan in z’n werk gaat, als je een IS-strijder hier wil berechten.

Zwijgrecht

“Is wat we op jou vonden alles wat je bezit?”

“Nee.”

“Je had tien euro op zak. Hoe dacht je daarvan te kunnen leven?”

Hij haalt de schouders op. Grijnst. Mehdi Nemmouche kan het goed vinden met zijn Franse ondervragers. Af en toe gaat de grijs over in gegiechel. Hij lijkt de situatie vermakelijk te vinden.

“Waarvoor dienden die twee simkaarten?”

Hij hoest. Krabt zich in de stoppelbaard. Zegt: “Das.”

Das is de Franse banlieu-afkorting voor droit au silence. Jonge boefjes krijgen het aangeleerd door hun oudere broers. Als de politie je te grazen heeft en vraagt wie de anderen waren die op tijd wisten weg te rennen, zeg je das. Je spreekt het bij voorkeur tergend traag uit. Dazz. Zo doet ook Nemmouche het.

“U had een oorlogswapen bij zich en een revolver.”

“Dazz.”

“Het machinegeweer was geladen, schietklaar.”

“Dazz.”

“We vonden in uw bagage ook een gasmasker.”

“Dazz.”

“Is er iemand waar u bang voor bent?”

Hij lacht: “Ik ben bang voor jullie. Erg hé?”

“Zijn er mensen daarbuiten die u vreest?”

Hij schatert het uit: “Wel, als jullie me nu eens naar Tel Aviv zouden sturen? Wat denken jullie daarvan”

“Wat dan?”

“Dan zou ik de zekerheid hebben over mijn veiligheid. Maar ja, dan zouden er misschien andere mensen achter me aan gaan zitten. Haha!”

De puffer

De verdachte plaatst z’n knie op de stoel, als om het gevoel van gezelligheid te versterken. Het genot dat samengaat met de gedachte dat men langs beide kanten van de tafel z’n tijd zit te verspillen. Mehdi Nemmouche is praatgraag. Zij het enkel over zelfgekozen onderwerpen.

“U had ook een puffer bij zich.”

“Ja, een massa-vernietigingswapen!”

“Het is Ventolin, in Frankrijk enkel op voorschrift te bekomen.”

“Ja, in Frankrijk, maar ik kwam uit Maleisië aangevlogen, Hongkong, en Bangkok. Daar betaal je er honderd en krijg je er duizend.”

“Bent u astmatisch?”

Hij schuift wat dichter tegen de camera aan: “Vraag het aan dokter Lambert. Oh ja, wacht, die zal intussen misschien overleden zijn. Vraag het aan mijn onthaalfamilie, aan mevrouw Vasseur (zijn pleegmoeder in Tourcoing, DDC). Jullie hebben de dossiers opgevraagd, toch? Of weet u wat? Vraag het na in alle Franse gevangenissen waar ik gezeten heb. Daar hebben ze vast nog wel ergens een medisch rapport liggen.”

“Nou, dat is tenminste eens een antwoord.”

“Ik heb astma sinds m’n achtste. Vooral in een stoffige omgeving heb ik last. En weet u, ik vond dat een hele schok, op die leeftijd te moeten verhuizen naar een dorp op het platteland. Er woonden daar driehonderd mensen. Er waren meer koeien dan mensen (schatert het uit). Nu ja, al zeg ik het zelf: als het over Ventolin gaat, is mijn antwoord wel heel omstandig. Toch?”

De psychiater

“Wij hebben de indruk dat u zich in de gevangenis meer op uw gemak voelt dan daarbuiten.”

“Dazz.”

“Wat zou u ervan vinden als wij u zouden laten onderzoeken door een psychiatrisch expert?”

“Ah, zo’n gast die zichzelf geweldig gewichtig vindt! Die je vraagt hoe je was als kind, die je in vlekken laat kijken, en die dan pretendeert daar allerlei freudiaanse of andere gevolgtrekkingen aan te kunnen koppelen. En dan nog eens een hele tekst aflevert over hoe je hersenen functioneren?”

Als hij is bijgekomen van het lachen, leunt hij achterover.

“Luister”, zegt de agent: “Ik ben ernstig. Bij ons werken we nu eenmaal zo.”

“We zijn nu vier dagen bezig. Op 99 procent van jullie vragen antwoord ik dazz. Ik zeg de hele tijd maar dazz, dazz, dazz en dazz. Wat doet u denken dat het bij een psychiater anders zal zijn?”

“We zijn niet louter uit op politionele inlichtingen.”

“Komaan, heb tenminste ballen! Zijn jullie op zoek naar mijn gevoelens? Denken jullie me door over mijn grootmoeder (mevrouw Vasseur, DDC) te beginnen in huilen kunnen doen uitbarsten? Komaan, dit dient helemaal nergens toe. Hou op.”

“We willen gewoon een paar antwoorden.”

“Nou, ik maak het jullie toch makkelijk? Dazz, dazz, dazz. Hoeven jullie bijna niks te noteren.”

In Brussel

Enkele dagen later.

Een witte muur. Mehdi Nemmouche zit gebukt op z’n stoel. Hij heeft iets meer baard en iets minder haar op z’n hoofd. Hij oogt al iets meer jihadi dan een week geleden in Parijs. In het bijzijn van zijn advocaten Sébastien Courtoy en Henri Laquay, buiten beeld, lezen agenten van de cel terrorisme van de Brusselse federale politie hem zijn in België geldende rechten voor.

De transformatie van de verdachte is totaal. Het lachje is helemaal weg.

“Bent u bereid om op onze vragen te antwoorden?”

“Geen enkele!”

“Waarom niet?”

“Ik wens niet dat mijn verklaringen worden verkocht aan de Franse en de Belgische pers! Ik wil zelfs niet deelnemen aan dit verhoor en teruggebracht worden naar mijn cel.”

“We zullen niet aandringen, maar u moet weten dat wij gebonden zijn door ons beroepsgeheim.”

“Ik ben geen idioot. Ik heb het gezien in Parijs, toen.”

“Wat is er toen gebeurd?”

“Het feit alleen al dat in de pers is verschenen ik mij beroep op mijn zwijgrecht is het bewijs. Jullie hebben kopieën gemaakt van mijn verklaringen en verkocht aan de pers!”

Hij krabt driftig, bijna spastisch, aan het beginnende baardje. Om de een of andere reden heeft het een soort hysterie tot leven gewekt. De gedachte dat de woorden die hij hier uitspreekt weleens de buitenwereld zouden kunnen bereiken.

De Belgische speurders proberen het met good cop, bad cop.

Good cop: “Dus, als ik het goed van u begrijp, zijn uw eerdere verklaringen in de pers gekomen?”

“Ja. Onder andere.”

Bad cop: “Ik heb nog één vraag.”

“Ik werk niet mee, ik heb al twee keer gezegd dat ik niet meedoe!”

Ook vandaag nog, anderhalve maand na de start van zijn proces, beroept Mehdi Nemmouche zich omtrent elk aspect van de aanslag op het Joods Museum op zijn zwijgrecht.

Volgende week beginnen op het proces-Nemmouche de pleidooien. Acht burgerlijke partijen zullen samen vier dagen lang pleiten. Daarna volgt een twee dagen durend requisitoor van het federaal parket en zullen de advocaten van de verdediging achtereenvolgens ‘een kleine dag’ en ‘ongeveer zes uur’ pleiten. Daarna gaat Mehdi Nemmouche zelf het woord nemen om te vertellen wat er is gebeurd. Tenminste, dat is wat hij tijdens de debatten heeft aangekondigd.

Het proces zou begin maart worden beëindigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden