Donderdag 13/05/2021

ReportageGuantánamo

Zo verging het de eerste twintig van Guantánamo: ‘Het ergste van het ergste’

De eerste gevangenen van Guantánamo zijn gearriveerd in Cuba, op 11 januari 2002. Beeld NYT
De eerste gevangenen van Guantánamo zijn gearriveerd in Cuba, op 11 januari 2002.Beeld NYT

Bijna twintig jaar na 9/11 trekt Amerika zich terug uit Afghanistan en rijpt het plan om Guantánamo te sluiten. Begin 2002 werden hier de eerste terreurverdachten opgesloten. ‘Het ergste van het ergste’, werden ze genoemd. Wat is er van hen geworden?

Op 11 januari 2002 escorteerden US Marines twintig in oranje uniform geklede gevangenen – “het ergste van het ergste”, volgens het Pentagon – die op een verlaten landingsstrook aan de Guantánamo Bay op Cuba uit een vrachtvliegtuig van de Amerikaanse luchtmacht stapten. Ze waren de eerste gedetineerden van het gevangenencentrum daar, dat nog steeds operationeel is. In de daaropvolgende jaren zouden nog 760 gevangenen hen volgen. Ze vertrokken ook weer allemaal, behalve de veertig die er momenteel nog zitten.

Maar hoe verging het die eerste twintig, die de wereld leerde kennen via een door de Navy vrijgegeven foto – geketend, op hun knieën? Hun lot vertelt veel over de complexe geschiedenis van Guantánamo Bay, die twee decennia geleden in de bittere nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 begon. En het illustreert de uitdagingen waarmee de regering van president Joe Biden geconfronteerd wordt, die plannen heeft om de gevangenis te sluiten.

Slechts twee van de eerste twintig bevinden zich nog in Guantánamo. Een van hen is Ali Hamza al Bahlul, de enige gevangene daar die voor een oorlogsmisdaad werd veroordeeld. Hij zit een levenslange gevangenisstraf uit. De andere is een Tunesiër, Ridah bin Saleh al Yazidi (56), die jaren geleden al mocht vertrekken maar weigert mee te werken aan pogingen om hem te repatriëren of elders onder te brengen.

De rest – een mengeling van geharde en minder geharde strijders en mannen die zich op het foute moment op de foute plaats bevonden – is al lang vertrokken. Ze bevinden zich in elf staten, waaronder Australië en landen rond de Perzische Golf. Behalve Bahlul, die ergens in de 50 is, werd slechts één andere van de originele twintig aangeklaagd.

Sommigen van de eerste twintig hebben hun droom uit hun Guantánamo-tijd waargemaakt, zijn getrouwd en hebben nu kinderen. Sommigen hebben de anonimiteit opgezocht. Velen hebben hun verleden niet achter zich gelaten. Onder hen: vier mannen die politieke en militaire leiders van de taliban zijn geworden. Twee anderen zitten in een cel in de Verenigde Arabische Emiraten nadat een diplomatieke uitwisseling met de VS fout liep.

Een Jemeniet die in Montenegro met zijn gezin is herenigd probeert een inkomen bij elkaar te schrapen door kunstwerkjes die hij als gevangene maakte te verkopen. Een andere overleed begin dit jaar in zijn thuisland Soedan aan fysieke en mentale kwalen die hij aan tien jaar Guantánamo Bay overhield.

Rauw

De regering-Bush verdedigde de beslissing om gevangenen 13.000 kilometer ver van Afghanistan naar een Amerikaanse militaire basis op Cuba over te vliegen voor ondervraging en opsluiting als een harde, maar noodzakelijke reactie op de aanslagen van 11 september en de vrees dat meer aanslagen zouden plaatsvinden.

Maar door de marteling van sommige gedetineerden, de beslissing om hen uit te sluiten van burgerlijke rechtsprocedures, de keuze om hen vast te zetten in rauwe omstandigheden en het feit dat zo weinig gevangenen voor oorlogsmisdrijven aangeklaagd werden, groeide ­Guantánamo Bay uiteindelijk uit tot een symbool van alles wat fout was aan de reactie van de regering-Bush op 9/11.

Op 19 december 2013 landt een Amerikaans militair vliegtuig in Khartoem, met aan boord Ibrahim Idris. De Soedanees zat sinds januari 2002 opgesloten in Guantánamo, zijn ernstige gezondheidsklachten zouden het gevolg geweest zijn van de martelingen die hij daar moest ondergaan. Beeld AP
Op 19 december 2013 landt een Amerikaans militair vliegtuig in Khartoem, met aan boord Ibrahim Idris. De Soedanees zat sinds januari 2002 opgesloten in Guantánamo, zijn ernstige gezondheidsklachten zouden het gevolg geweest zijn van de martelingen die hij daar moest ondergaan.Beeld AP

Twee decennia later is Guantánamo nog altijd operationeel als detentiecentrum, ondanks het voornemen van opeenvolgende regeringen om het te sluiten. De twintigste verjaardag van 9/11 dit jaar zal voorbijgaan zonder de start van het proces van de beruchtste gevangenen in Guantánamo: de vijf mannen die ervan beschuldigd worden de aanslagen mee te hebben beraamd.

Het vervallen gevangeniscomplex draaiend houden kost de Amerikaanse belastingbetaler 13 miljoen dollar per gevangene per jaar.

Polsen en enkels gekneveld

De onderneming op vreemd grondgebied begon op een vrijdagochtend, toen een C-141-Starlifter met aan boord gevangenen uit Afghanistan op de militaire basis landde. Een klein groepje reporters keek toe terwijl militairen de mannen een voor een van het vliegtuig leidden, mondmasker en verduisterende bril op het gezicht, de polsen en soms ook de enkels gekneveld.

Tweeduizend kilometer noordelijker vertelde generaal Richard B. Myers, destijds hoofd van de Joint Chiefs of Staff, aan journalisten in het Pentagon dat de eerste vlucht “heel, heel gevaarlijke mensen” aan boord had, mannen “die de hydraulische leidingen zouden doorknagen om een vrachtvliegtuig te doen neerstorten”.

Het was exact vier maanden na de aanslagen van 11 september. De brigadegeneraal die de gevangenis opzette, Michael R. Lehnert, beschreef hen als “de ergste elementen van Al Qaida en de taliban. We vroegen om de slechteriken eerst.”

Toch werd niemand van die eerste mannen voor de aanslagen van 11 september aangeklaagd. Niemand werd er ook van beschuldigd vooraf kennis van de plannen van Al Qaida te hebben gehad. Khalid Sheikh Mohammed en de vier andere mannen die de Verenigde Staten nu beschuldigen van het plannen van de aanslagen liepen toen nog vrij rond en werden pas vier jaar later krijgsgevangenen in Guantánamo.

Gevangenen die de regering-Bush beschouwde als “het ergste van het ergste” werden naar geheime buitenlandse gevangenissen gebracht, waar ze door de CIA ondervraagd en gefolterd werden, een beslissing die een schaduw werpt over de wet die zulke praktijken mogelijk maakte.

Pogingen om te bepalen welke gedetineerden een reële dreiging vormden of tastbare informatie hadden, begonnen snel nadat de gevangenis operationeel was geworden. Acht van de twintig werden tijdens de ambtstermijn van Bush vrijgelaten, vanwege besparingen of als onderdeel van een diplomatieke deal.

Rehabilitatie

De eerste die mocht vertrekken was een Pakistaanse man, Shabidzada Isman Ali, die 21 was toen hij in mei 2003 naar huis gestuurd werd. Wellicht was zijn arrestatie een vergissing. Kort erna vertelde hij aan een journalist hij onschuldig was en vanwege een premie opgepakt was.

De militaire inlichtingendiensten maakten wel meer fouten in Guantánamo. Bekend is de vrijlating in 2007 van Mullah Abdul Qayyum Zakir, die ook die eerste dag arriveerde en werd vastgehouden onder een pseudoniem, Abdullah Gulam Rasoul, zo blijkt uit gevangenisdocumenten. Snel na zijn terugkeer ontpopte hij zich tot aanvoerder van de talibanstrijdkrachten in Zuid-Afghanistan. De inmiddels 48-jarige militaire leider wordt beschouwd als een hardliner en een tegenstander van de vredesgesprekken die vorig jaar tussen Amerikaanse diplomaten en vertegenwoordigers van de taliban plaatsvonden.

Drie andere mannen van die eerste lichting maakten deel uit van het onderhandelingsteam van de taliban in Qatar. De drie – Mullah Fazel Mazloom, Mullah Norullah Noori en Abdul Haq Wasiq – behoorden ook tot het groepje van vijf gevangenen die de regering-Obama in 2014 overbracht naar Doha, de hoofdstad van Qatar, als pasmunt voor de vrijlating van sergeant Bowe Bergdahl, die vijf jaar lang door de taliban was gevangengehouden.

De mannen werden aanvankelijk opgesloten, maar wonen inmiddels weer bij hun familie in door Qatar ter beschikking gestelde woningen. Ze kunnen zich vrij voortbewegen in de kosmopolitische hoofdstad, de vrouwen winkelen op plaatselijke markten, de kinderen lopen school in een door Pakistani geleide onderwijsinstelling. Maar ze hebben wel de toestemming van hun gastland, de VS en hun land van bestemming nodig om naar het buitenland te reizen.

Hun overbrenging naar Qatar strookte met de strategie van de regering-Obama om bepaalde gedetineerden naar andere landen te sturen omdat het volgens een inschatting van de inlichtingendiensten te gevaarlijk was om hen naar huis te laten gaan. Van 2009 tot 2017 onderhandelden Amerikaanse diplomaten hervestigingsovereenkomsten met bevriende landen, die vrijgelaten gedetineerden rehabilitatie, huisvesting, en, idealiter, een baan zouden bezorgen.

Dit is de ‘televisiekamer’ van Camp Delta, de gevangenen worden er geketend wanneer ze tv kijken.  Beeld
Dit is de ‘televisiekamer’ van Camp Delta, de gevangenen worden er geketend wanneer ze tv kijken. 

De regering-Trump transfereerde slechts één gedetineerde, een zelfverklaarde Al Qaida-terrorist die naar zijn geboorteland Saudi-Arabië werd gestuurd om daar een gevangenisstraf uit te zitten na onderhandelingen met de regering-Obama.

Wreed en bedreigend

Bij de dertig Jemenitische gevangenen die werden opgenomen door de oliestaat Oman was Samir Naji al-Hasan Mogbel, die deel uitmaakte van de eerste twintig. Hij is 43, heeft werk gevonden in een fabriek, is getrouwd en vader van twee kinderen, zegt een andere voormalige Guantánamo-gevangene, Mansour Adayfi, die bijhoudt wat er met sommigen na hun gevangenschap is gebeurd.

Twee anderen die deel uitmaakten van de oorspronkelijke twintig, Ali Ahmad al-Rahizi (41) en Mahmoud al-Mujahid (40), allebei afkomstig uit Jemen, verging het minder goed. Ze behoorden tot een twintigtal gevangenen die in de laatste jaren van de regering-Obama naar de Verenigde Arabische Emiraten gebracht werden. Ze zitten nog altijd vast, in omstandigheden die volgens het in Londen gevestigde project Life After Guantánamo, wreed en bedreigend zijn, gedeeltelijk omdat de Emiraten overwegen hen onvrijwillig te repatriëren naar Jemen, een land dat door oorlog en een humanitaire crisis geteisterd wordt.

Abd al-Malik (41), een Jemeniet, mocht zich in een vreedzaam land hervestigen, Montenegro. Na zijn vrijlating in 2016 kreeg hij een tijdlang een uitkering van de overheid, maar dat is ondertussen afgelopen. Hij probeerde geld te verdienen door kunst te verkopen die hij in Guantánamo gemaakt had, maar heeft al een jaar geen kunstwerk meer aan de man gebracht. Zijn ambitie om als chauffeur en gids aan te slag te gaan heeft hij nooit gerealiseerd, ook omdat de op toerisme gestoelde economie stagneerde. Nu zitten hij, zijn vrouw en zijn 20-jarige dochter meestal thuis vanwege de coronapandemie. “Ik weet niet wat ik moet doen, zeker nu met corona”, zei hij onlangs. “Geen werk, niets.”

Vier van de oorspronkelijke twintig, die allen werden vrijgelaten door de regering-Bush, vonden we niet terug. Gholam Ruhani (46), schoonbroer van een van de talibanonderhandelaars, keerde in 2007 terug naar Afghanistan, en dat is het laatste wat zijn advocaat over hem hoorde. Feroz Abbasi werd in 2005 teruggestuurd naar Groot-Brittannië, Omar Rajab Amin in 2006 naar Koeweit, en David Hicks in 2007 naar Australië. Allemaal zijn ze van de radar verdwenen.

Hicks (45), een Australiër die zich bekeerde tot de islam, werd in 2001 in Afghanistan opgepakt. Hij was de enige van de oorspronkelijke twintig, naast Bahlul, die aangeklaagd werd. Hij pleitte schuldig en werd veroordeeld voor het leveren van materiële ondersteuning aan terroristische activiteiten als voetsoldaat van de taliban, een vonnis dat later ongeldig werd verklaard.

Ben Saul, een hoogleraar rechten in Sydney die Hicks in 2016 bij een mensenrechtenzaak hielp, zegt dat Hicks toen hij de laatste keer van hem hoorde “werkte als landschapsontwerper en fysieke en mentale klachten overhield aan zijn behandeling door de Verenigde Staten voor en tijdens Guantánamo”. Hij werd in 2017 voor het laatst gezien, toen hij zijn opwachting maakte in een rechtbank in Adelaide voor een zaak van huiselijk geweld, die geseponeerd werd.

Guantánamo groeide uit tot een symbool van alles wat fout was aan de reactie op 9/11. Beeld NYT
Guantánamo groeide uit tot een symbool van alles wat fout was aan de reactie op 9/11.Beeld NYT

Abbasi (41) vertelde in 2011 aan een journalist dat hij snel na zijn thuiskomst zijn naam wijzigde. Pogingen om hem via een tussenpersoon te vragen hoe het met hem gaat leverden niets op.

Ook Amin (53), die tien jaar voor hij in 2001 aan de Afghaanse grens werd opgepakt, afstudeerde aan de University of Nebraska, ging niet in op pogingen om via tussenpersonen naar zijn welzijn te informeren. Mensen die hem kennen zeggen dat hij in zijn geboorteland Koeweit met zijn familie een rustig leven leidt.

Vrij wegens goed gedrag

In Saudi-Arabië bevinden zich momenteel vier mannen die op de dag dat de gevangenis opende in Guantánamo aankwamen: drie Saudiërs en een Jemeniet wiens zus Saudisch staatsburger is. Ze zijn allen getrouwd en de meesten hebben kinderen, volgens een Saudische ambtenaar die anoniem wilde blijven omdat het onderwerp in het koninkrijk zo gevoelig ligt.

De bekendste van hen is de meest vastberaden hongerstaker uit Guantánamo, Abdul Rahman Shalabi (45), die na zijn terugkeer in september 2015 in een Saudische gevangenis werd opgesloten. Een dik jaar later werd hij in een rehabilitatieprogramma gestoken. In 2018, nog voor zijn gevangenisstraf van drie jaar voorbij was, kwam hij wegens goed gedrag vrij. Hij is sindsdien getrouwd en is vader geworden, waarmee hij de wens vervult die zijn advocaat in 2015 uitsprak voor de commissie voor voorwaardelijke invrijheidstelling in Guantánamo: “Zich settelen, trouwen en een gezin stichten, en het verleden achter zich laten”.

De andere drie gevangenen die in Saudi-Arabië terechtkwamen – Mohammed al-Zayly (43), Fahad Nasser Mohammed (39) en Mohammed Abu Ghanem (46) – voltooiden allen het rehabilitatieprogramma. Geen van hen was “betrokken bij illegale misdrijven” sinds hun vrijlating, zegt de Saudische ambtenaar.

Hetzelfde geldt voor Ibrahim Idris, een Soedanese man die artsen in Guantánamo behandelden voor schizofrenie, obesitas, diabetes en hoge bloeddruk en die in 2013 na een gerechtelijk bevel gerepatrieerd werd. Hij vond nooit een baan, huwde nooit en leefde zowat als een kluizenaar in bij zijn moeder in Port Soedan. Hij overleed op 10 februari door aandoeningen die verband hielden met zijn tijd in Guantánamo. Hij werd 60.

De 20 van Guantánamo: terreurbreinen of onschuldig bestraften?

null Beeld rv
Beeld rv

1. Fahad Nasser Mohammed: naar Saudi-Arabië gestuurd

Ten tijde van zijn ­terugkeer uit Guantánamo, in 2007, was het gebruikelijk voormalige gedetineerden op te sluiten en aan te klagen voor misdrijven zoals zonder toelating het land verlaten. ­Mohammed werd ­veroordeeld tot twee jaar gevangenis en voltooide het rehabilitatieprogramma van het koninkrijk. Hij werd halverwege 2008 wegens goed gedrag vrijgelaten, huwde, kreeg kinderen en vond werk in de privésector. “Hij was sinds zijn vrijlating niet betrokken bij onwettige misdrijven”, zegt een Saudische ambtenaar.

2. Omar Rajab Amin: naar Koeweit gestuurd

Er is weinig bekend over wat er na zijn ­repatriëring in 2006 van Amin geworden is. Moazzam Begg, een ex-gevangene die actief is als mensen­rechtenactivist in Londen, zegt dat hij via een tussenpersoon vernam dat Amin “gelukkig is bij zijn familie en het rustig aan doet”. Advocaten die aan zijn zaak werkten, zeggen dat hij zich, anders dan ­andere Koeweitse gevangenen, gedeisd hield. Zo’n tien jaar voor hij eind 2001 werd opgepakt door Pakistaanse troepen, was hij afgestudeerd aan de University of Nebraska.

3. Mohammed al-Zayly: naar Saudi-Arabië gestuurd

De Saudische regering stuurde een vliegtuig om Zayly in 2006 ­met vijftien ­andere burgers in Guantánamo Bay op te halen. Dat ­gebeurde in een heftige transferperiode onder de regering-Bush, waarbij sommige gedetineerden in een Saudische cel ­terechtkwamen, meestal omdat ze het koninkrijk zonder ­toelating verlaten hadden, om later deel te nemen aan een rehabilitatieprogramma voor jihadi’s. Zayly volgde dat rehabilitatieprogramma gedurende een jaar, huwde en werd vader. Hij werkt nu in de privésector.

4. David Hicks: naar Australië gestuurd

Hicks was een van de bekendste vroege ­gedetineerden omdat hij een westerse bekeerling was. Hij verliet de krijgsgevangenis in 2007 ­nadat hij schuldig had gepleit voor terrorisme, een bekentenis die later ongeldig werd verklaard. In 2017 oordeelde het Mensenrechten­comité van de ­Verenigde Naties dat Australië zijn rechten had geschonden door hem na zijn terugkeer zeven maanden in de gevangenis op te sluiten. Hicks ging niet in op pogingen om hem via tussenpersonen te benaderen, maar mensen die hem kennen, zeggen dat hij nog altijd fysieke en emotionele problemen overhoudt aan zijn opsluiting in Guantánamo.

5. Ibrahim Idris: naar Soedan gestuurd

De regering-Obama was bereid Idris te repatriëren nadat ze had besloten geen verzet aan te tekenen tegen een rechtszaak wegens onwettige detentie voor een federale rechtbank. In Guantánamo werd hij behandeld voor schizofrenie en andere gezondheidsproblemen, en hij bracht ook een tijd op de psychiatrische afdeling door. Na zijn vrijlating in 2013 leidde hij een geïsoleerd bestaan in Port Soedan. Hij was invalide en kon niet werken. Een andere voormalige Soedanese gevangene, Sami al-Haj, zegt dat hij leed aan aandoeningen die het gevolg waren van martelingen in Guantánamo. Idris overleed op 7 ­februari van dit jaar.

6. Mullah Abdul Qayyum Zakir: naar Afghanistan gestuurd

Zakir werd in 2007 overgeleverd aan de Afghaanse overheid, die hem vrijliet, zegt Bill Roggio, hoofd­redacteur van de Long War Journal dat de bewegingen van de taliban van nabij opvolgt. Hij bevindt zich momenteel in Pakistan, tussen Quetta en Peshawar, waar hij zou samenwerken met een hoge talibanleider, Mullah Muhammad Yaquob, de zoon van Mullah Mohammad Omar, de talibanleider die in 2013 overleed. Hij zou de leiding hebben over jihaditroepen die de Afghaanse regering proberen omver te werpen. “Hij is iemand die nooit vrijgelaten had mogen worden uit Guantánamo”, zegt Roggio. “Hij is nog altijd actief.”

7. Shabidzada Usman Ali: naar Pakistan gestuurd

Ali, een Pakistaanse burger, was een van de eersten die gerepatrieerd werden. Op dat moment verbleven er in het hoofd­gedeelte van de gevangenis, Camp Delta, zo’n 680 gevangenen. Journalist Mark Bowden schreef dat hij naar Pakistan reisde om enkele voormalige Guantánamo-gevangenen te ontmoeten. Hij trof er Ali en een andere gevangene aan, die stelden dat ze tijdens hun gevangenschap niet waren gemarteld. Ze waren twintigers, zo schreef hij, afkomstig uit kleine dorpen in de Pakistaanse gebergtes, waar zowel Al Qaida als de taliban zich schuilhielden. Bowden omschreef hen als ‘ongelukkige jonge Pakistani’ die door ‘Afghaanse krijgsheren’ waren gevangengenomen.

8. Feroz Abbasi: naar Groot-Brittannië gestuurd

Abbasi keerde in 2005 terug naar Groot-Brittannië, ging naar de universiteit en nam een nieuwe naam aan. Hij maakte deel uit van een groep ex-gevangenen die in 2010 van de Britse regering compensatie ontvingen. In 2011 was hij gescheiden, had hij een zoon en werkte hij deeltijds voor een verhuisfirma en voor Cage Prisoners, een Britse belangengroep voor mensen die tijdens de oorlog tegen het terrorisme gevangengenomen werden. Mensen die hem kenden van zijn Guantánamo-dagen zeggen dat hij besliste geen contact te houden. Hij ging niet in op pogingen om via tussenpersonen te praten over hoe hij het stelt.

9. Mullah Fazel Mazloom: naar Qatar gestuurd

Mazloom, die ook Mullah Mohammad Fazl genoemd wordt, was een van de vijf taliban­leden die in 2014 naar Qatar gebracht werden als pasmunt voor de vrijlating van sergeant Bowe Bergdahl, die werd vast­gehouden door het Haqqani-netwerk aan de noordwestelijke grens van Pakistan. Mazloom, een voormalige leider in het ­talibanleger, wordt ­ervan beschuldigd de hand gehad te ­hebben in de afslachting van de sjiitische Hazara-bevolking in Afghanistan voor de Amerikaanse invasie in 2001. In Qatar trad hij aan als lid van het team van taliban­onderhandelaars die gesprekken voerden over een terugtrekking van de VS.

10. Abdul Haq Wasiq: naar Qatar gestuurd

Wasiq, viceminister van Inlichtingenzaken voor zijn gevangenneming in 2001, maakte ook deel uit van de Bergdahl-ruil in 2014 en is lid van de politieke talibandelegatie in Qatar. Zijn schoonbroer Ghulam Ruhani werd in 2007 gerepatrieerd. Beide mannen werden opgepakt toen ze aan onderhandelingen met Amerikaanse functionarissen wilden deelnemen. Hij verblijft nog altijd in Doha, waar hij betrokken was bij gesprekken met de VS die resulteerden in een vrijlating van talibangevangenen die werden vastgehouden door de Afghaanse overheid, een deal van de regering-Trump.

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

11. Mullah Norullah Noori: naar Qatar gestuurd

Noori, die provinciaal gouverneur in ­Afghanistan was, trad recent ook toe tot de politieke taliban­delegatie in de Qatarese hoofdstad Doha. Noori en vier andere taliban­gevangenen die in 2014 geruild werden voor Bergdahl leven als gasten van de Qatarese overheid, zoals veel inwijkelingen in Doha. Ze lieten hun familie overkomen, sturen hun kinderen naar een Pakistaanse school speciaal voor buitenlandse families, en ­leven van een overheidsuitkering in een gebouwencomplex. Als zij ­willen reizen, hebben ze daarvoor een -toestemming nodig van de Qatarese overheid.

12. Abd al-Malik: naar Montenegro gestuurd

Malik, een Jemeniet die bekendstond ­onder de naam Abdul Malik al-Rahabi, leeft in Montenegro, waar de VS hem in 2016 naartoe stuurden om zich te hervestigen. Hij probeerde kunstwerken te verkopen die hij in Guantánamo maakte. Hij kreeg er het gezelschap van zijn vrouw en dochter, die er niet konden aarden, en dus verhuisde het ­gezin naar Khartoum in Soedan. Maar ook daar was het leven moeilijk en dus keerden ze terug naar Montenegro. Kunst verkoopt Malik al een tijdje niet meer. Zijn hoop om zijn brood te verdienen als chauffeur en gids liep op een sisser af door corona.

13. Samir Naji al-Hasan Moqbel: naar Oman gestuurd

Als Jemeniet kwam Moqbel niet in aanmerking voor repatriëring vanwege de burgeroorlog, waardoor de regering-Obama geen optimale bescherming kon onderhandelen. Buurland Oman was in 2016 bereid hem op te nemen, samen met 29 andere gedetineerden, als onderdeel van een van de meest succesvolle hervestigingsregelingen. Hij vond werk in een fabriek, huwde en heeft nu twee kinderen, zegt Mansour Adayfi, een voormalige Guantánamo-gevangene die opvolgt wat er met sommige gevangenen is gebeurd. Voormalige gedetineerden in Oman spreken niet met buitenlandse journalisten, wellicht op aandringen Oman.

14. Mahmoud al-Mujahid: naar de VAE gestuurd

Mujahid, een Jemeniet, vertrok in 2016. Hij is een van de achttien mannen die gevangenzitten in de Emiraten, dat er nooit in geslaagd is een overeenkomst met de regering-Obama na te leven waardoor ex-gedetineerden in de samenleving geïntegreerd zouden worden. Pogingen om de kwestie op te lossen liepen spaak onder de regering-Trump, die het kantoor dat zich bezighield met de transfers vanuit Guantánamo ontmantelde. Experts bij de VN uiten hun bezorgdheid over het lot van de ­mannen, zeker nu berichten opduiken dat de Emiraten plannen hebben om hen te repatriëren naar Jemen, waar vervolging wacht.

15. Mohammed Abu Ghanem: naar Saudi-Arabië gestuurd

Abu Ghanem, een Jemeniet, heeft een tot Saudi genaturaliseerde zus. Zij financierde in 2017 zijn overbrenging naar Saudi-Arabië, waar hij begon aan een rehabilitatieprogramma. De regering-Obama sloot gelijksoortige deals voor verscheidene Jemenitische mannen met sterke familiebanden in het koninkrijk. Abu Ghanem kwam een jaar later vrij, is nu gehuwd en heeft een baan – allemaal dingen die hij ­zichzelf had voorgenomen toen hij in mei 2016 ­verscheen voor de commissie voor voorwaardelijke invrijheidstelling in Guantánamo. Er zijn geen aanwijzingen van ­misdrijven in zijn ­dossier, zegt een ­Saudische ambtenaar.

16. Gholam Ruhani: naar Afghanistan gestuurd

Ruhani werd in 2007 samen met taliban­kopstuk Mullah Abdul Qayyum Zakir over­gebracht, maar er is weinig bekend over wat er van hem is ­geworden. “Ik heb de bevestiging van zijn familie gekregen dat hij inderdaad is teruggekeerd en nooit werd opgesloten”, zei Rebecca Dick, zijn pro-Deoadvocaat destijds. “Maar ik heb nooit rechtstreeks met hem gesproken en weet niet hoe het hem vergaan is.” ­Roggio van de Long War Journal beschrijft hem als “een geest” die hij niet kon ­traceren. Ruhani werd gevangengenomen samen met zijn schoonbroer, een van de onderhandelaars van de taliban, op een moment dat ze ­dachten gesprekken met de Amerikanen te gaan voeren.

17. Ali Hamza al-Bahlul: zit nog in Guantánamo

Bahlul, een Jemeniet, was de persoon die van de twintig ­mannen het dichtst bij de top van Al Qaida stond. Hij zit een levenslange gevangenisstraf uit als enige veroordeelde onder de veertig nog resterende gedetineerden. Hij werd in 2008 veroordeeld voor drie aparte oorlogsmisdaden tijdens zijn tijd als pr-directeur en persoonlijke secretaris van Osama bin Laden. Advocaten die worden betaald door het Pentagon voeren sinds 2011 beroepsprocedures in zijn zaak en vechten de legitimiteit van de militaire tribunalen in federale rechtbanken aan. Ze zijn erin geslaagd twee van de drie aanklachten te laten verwerpen.

18. Ridah bin Saleh al-Yazidi: zit nog in Guantánamo

Yazidi, een Tunesiër, kwam in januari 2010 in aanmerking voor een transfer, maar weigert met Tunesische en Amerikaanse functionarissen over zijn repatriëring te praten. Yazidi heeft al jaren geen advocaten meer gezien, en het is niet meteen duidelijk waarom hij zich verzet tegen een vrijlating. Een notitie in zijn ­dossier stelt dat hij in 2002 bij verstek ­veroordeeld werd in Tunesië wegens betrokkenheid bij een buitenlandse terroristische organisatie en veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van twintig jaar. De Arabische Lente maakte in 2011 een einde aan de dictatuur in zijn land, maar de rechtbanken bleven er wel intact. Hij riskeert nog altijd een straf als hij terugkeert naar Tunesië.

19. Abdul Rahman Shalabi: naar Saudi-Arabië gestuurd

Shalabi werd een van de bekendste Saudische gevangenen in Guantánamo door zijn lange hongerstakingen. Na zijn terugkeer naar Saudi-Arabië in september 2015 werd hij onmiddellijk naar de gevangenis gestuurd. Zijn celstraf van drie jaar werd ingekort vanwege voorbeeldig gedrag. In 2018 kwam Shalabi vrij na het volgen van het eerder genoemde rehabilitatie­programma in het koninkrijk. Hij huwde en werd vader, en vervulde zo de wens die zijn advocaat in 2015 had uitgesproken voor de ­commissie voor voor­waardelijke ­in­vrijheidstelling.

20. Ali Ahmad al-Rahizi: naar de VAE gestuurd

Rahizi, een Jemeniet die volgens de VS niet veilig gerepatrieerd kon worden, zit in een cel in de Emiraten. Amerikaanse functionarissen zeggen dat met de Emiraten de afspraak werd gemaakt gevangenen die niet naar huis kunnen geleidelijk te integreren in de samenleving. Dat is er nooit van gekomen. Het project Life After Guantánamo, gevestigd in Londen, beschrijft hun omstan­dig­heden in de gevangenis als wreed en bedreigend, ­gedeeltelijk omdat het land overweegt voormalige gevangenen onvrijwillig te repatriëren naar Jemen, waar ze groot gevaar lopen.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234