Dinsdag 15/10/2019

Zo telkens weer, voor iedereen en elke keer

Morgen, 193 jaar na de geboorte van Florence Nightingale, is het Dag van de Verpleging. Het is een knelpuntberoep geworden, verpleegkundige. De sector heeft het zwaar. Ann De Craemer volgde thuisverpleegster Martine op haar ronde in het West-Vlaamse Moen.

6u42

Dat van de morgenstond en het goud, zeg ik haar, is een grove leugen. Een schaterlach klatert de ochtendlijke stilte aan flarden. "Allez, stap maar in mijn sjieke voiture", zegt Martine Segers (47), al vijfentwintig jaar verpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis, dat ruim een derde verzorgt van alle zieken die in Vlaanderen thuis worden verpleegd. In de 'allez' van Martine zit een groot deel van haar werkethos vervat: vooruit met de geit, hupsakee, niet getalmd.

Thuisverpleegster worden was een droom waar ze zich als student in vastbeet. Pas afgestudeerd ging ze bij het Wit-Gele Kruis letterlijk om een job smeken. "Ik vond dat zo schoon: thuis de mensen kunnen helpen. Je hebt contact met patiënten in hun vertrouwde omgeving, maar je behoudt tegelijk een hoge mate van zelfstandigheid." Als leerlinge in het middelbaar onderwijs kreeg Martine te horen dat ze nooit verpleegster zou kunnen worden. Net die 'nooit' deed haar ontvlammen: "Als een mens zijn best doet, kan hij alles bereiken. Toen ik mijn diploma had, klopte ik letterlijk op de deur van de Wit-Gele Kruisafdeling in Avelgem. Er was geen werk. Maar ik bleef aandringen - et voilà."

7u02-7u26

Dat het warm zou worden, zei de weerman, maar de zon begint slechts moeizaam aan haar beloofde steile klim naar boven wanneer Martine naar de eerste patiënt van de dag rijdt. Paula (82) woont in de Kapellestraat, een naam die exemplarisch blijkt voor de vele Mariabeeldjes en ingekaderde smeekbedes tot God die we die dag zullen tegenkomen. Moen, een deelgemeente van Zwevegem, is een dorp van drieduizend inwoners in het diepe West-Vlaanderen - een regio waar men de hemel nog ogen en oren toedicht, maar niemand daarboven die een insulinespuit kan zetten of een etterende wonde verzorgen.

Paula is nog niet goed wakker, maar Martine begroet haar met een enthousiasme dat daar snel verandering in brengt. Haar stem galmt door de woonkamer, waar een Leuvense stoof broederlijk naast een flatscreentelevisie staat. "We zijn hier, Paula! Ik had je gezegd dat ik volk zou meebrengen, hè! Ge hebt er toch kunnen van slapen?" Verlegen glimlach. Het is moeilijk je géén indringer te vinden in de voelbare vertrouwensband tussen deze twee mensen.

"Ze komt al heel lang bij mij", zegt Paula, terwijl koffie en koekjes op tafel worden gezet. "Aimé, mijn man, is vijf jaar geleden gestorven. Eerst kwam Martine één keer per week voor zijn verzorging, maar toen het steeds slechter ging, was ze hier elke dag." Paula's stem stokt. Ze kijkt naar een foto aan de muur: Aimé. Martine knikt en neemt het over. "We hebben veel werk gehad met Aimé, hè, Paula'tje."

Martine heeft Paula intussen een insulinespuit gegeven, want een babbel hoort weliswaar bij de thuisverpleging, maar meteen wordt duidelijk dat er amper wordt gebabbeld zonder dat er ook wordt gewerkt: multitasken is hier de boodschap. Martine heeft een strak schema te volgen: tegen twaalf uur deze middag moet ze 21 patiënten verzorgen, wat betekent dat ze gemiddeld slechts 14 minuten per behandeling heeft, en daar zit ook de verplaatsing naar de patiënt bij. Paula lijkt met haar gedachten nog steeds bij Aimé, maar Martine weet hoe ze de donkere wolk moet verdrijven. "Als ik haar kousen aandoe, trek ik nu en dan eens aan Paula's tenen. Dat heeft ze graag." Magie: meteen maakt de duistere blik plaats voor een glimlach.

Op het bebloemde tafellaken ligt de SIS-kaart van Paula al klaar, die Martine inbrengt in het zogeheten Elektronisch Verpleegdossier of EVD, een soort tablet die het werk van de thuisverpleegsters gemakkelijker moet maken en in 2012 stapsgewijs werd ingevoerd. Via het EVD zijn zowel de ronde als de patiëntendossiers raadpleegbaar en aanvulbaar, aan het bed van de patiënt zelf. "Vroeger hadden we een lijst waarop we afvinkten wie we hadden behandeld. Nu wordt elk bezoek automatisch doorgegeven aan het afdelingssecretariaat in Avelgem." Dat betekent dat ook de tijd minutieus wordt geregistreerd, waardoor de zelfstandigheid van thuisverpleegsters minder groot is geworden. "Dat klopt, maar we winnen ook tijd door niet langer met pen en papier te werken. Ik geef toe dat er minder tijd dan vroeger is voor een babbel. Maar Moen is klein. Iedereen kent mekaar, dus mijn patiënten hebben nog ander sociaal contact dan met de thuisverpleegster. In grote steden is het een ander verhaal. Daar zitten oude mensen vaak te wachten op hun enige bezoeker van de dag, maar ook daar geldt dat elke seconde voor de verpleegkundigen telt."

Omdat in de steden inderdaad een nijpend tekort aan personeel bestaat, gaf het Wit-Gele Kruis Antwerpen in 2011 een aanwervingspremie van 350 euro aan wie een verpleegkundige overtuigde om in de regio Mechelen of Antwerpen aan de slag te gaan. Twee jaar geleden deed de organisatie op de Dag van de Verpleging een oproep om de fenomenale groei in de thuiszorg op te vangen. Als belangrijkste oorzaken van de sterk toenemende vraag naar thuisverpleging, werden de vergrijzing en de kortere ligduur in de ziekenhuizen genoemd. De organisatie had toen over heel Vlaanderen 540 vacatures in te vullen. Vandaag blijft het nog steeds zoeken naar 150 verpleegkundigen. Met promofilmpjes probeert het WGK mensen te overtuigen om in de thuiszorg aan de slag te gaan, en naar aanleiding van de Dag van de Verpleging morgen kregen de verpleegsters van het WGK West-Vlaanderen zelfs een heus vel met stickers die de aantrekkelijkheid van hun beroep moeten aantonen, van 'Nurses rock!' tot 'Kiss me. I'm a nurse' en 'Nurses call the shots'.

7u38 - 9u19

Vooruit met de geit, hupsakee, niet getalmd: negen patiënten op anderhalf uur tijd. Ik leer steeds sneller in en uit Martines auto te stappen, want haar blik op de klok kan niemand ontgaan.

Brigitte gleed afgelopen winter uit in de sneeuw, en haar gespalkte vinger moet verzorgd worden. Josiane en haar man 'Zorro' zijn beiden insulinepatiënten. Josué, die de Poëzieman van Moen wordt genoemd, heeft 'wondzorg aan de poep' nodig. Vijf jaar geleden schreef hij een gedicht voor Martine en haar collega met wie zij in een duobaan werkt: ''t Geblokte kruis in wit en geel/verpleegkundigen aan huis met plichtsbesef en nooit teveel'. Titel van het gedicht: 'Bedankt'. Of hoe eenvoud sieren kan.

9u25 - 9u43

Buiten het 'centrum' van Moen wordt het landschap groener en landelijker - 9 km verder had Stijn Streuvels zijn idyllische woning Het Lijsternest. Van de rust die zijn werkplek ook vandaag nog uitstraalt, is hier echter geen sprake: met korte snokken aan de versnellingspook snelt Martine naar Cyriel, 'ons Feyske', over wie ze minzaam vertelt dat hij verliefd op haar is. Feyske heeft geluk: vandaag wordt hij 85 en krijgt hij drie zoenen van zijn thuisverpleegster.

Feyske staat glimlachend te wachten in de deuropening, de das netjes dichtgeknoopt. "Jamaarja, dat doe ik altijd", schaterlacht hij. "Om de rimpels in mijn nek te verbergen. Maar pas op, de gedachten zijn jong!" - en hij kust Martine om zijn woorden kracht bij te zetten.

Feyske heeft spataders, en bovendien al een tijdje een ulcus cruris of open been - een zweer aan het onderbeen die ontstaat door een slechte doorbloeding van de aders. Echtgenote Anna kijkt vanop de bank toe hoe Feyske verzorgd wordt. "Hij is blij dat zijn ding niet volledig geneest," grijnst ze, "want dan ziet hij Martine vaker."

Anna vraagt of Martine de houten spatel waarmee ze zalf op Cyriels wonde aanbrengt niet wil breken. "Ik heb er nu al te kort, Martientje." Dan, tegen mij: "Ik steek er mijn stoof mee aan." Schaterlach. "Nee, niet waar, ik bewaar ze om tussen mijn zaaisels te zetten, zodat ik weet wat ik waar heb geplant." Uit de wonde van Cyriel groeien bloemen - ziekenzorg kan dus voorwaar ook poëtisch zijn.

9u45 - 11u15

Martine heeft, op alweer anderhalf uur tijd, negen inwoners van Moen verzorgd. In een aantal gevallen ging het om 'toiletten', waarbij mensen gewassen en aangekleed moeten worden. Andere patiënten zijn tijdelijk, zoals Marnix: hij kreeg de vaatwasmachine op zijn voet, met een driedubbele open teenbreuk als resultaat. Bij Hilde sneed een chirurg tijdens een routineingreep aan de baarmoeder de bezenuwing van haar blaas door. Gevolg van deze medische fout is dat Martine twee keer per dag haar blaas moet spoelen. In 2012 waren slechts 7 procent van de patiënten van het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen tussen de 40 en 49 jaar, maar Marnix en Hilde zijn twee van hen.

11u24 - 11u45

Aan de voet van de kerk van Moen wonen Odette (85) en Agnes (95) al hun hele leven samen. Agnes: moeder van drie kinderen die ver weg in een grote stad van het land wonen. Odette: ongehuwd - en dat zegt ze terwijl ze even door het raam naar buiten staart. In de stilte die na haar mededeling valt, hoor ik de statige klok de tijd wegtikken. Tantes van Cyriel Buysse is niet ver weg.

"Ik heb niet graag dat je de klok zo goed hoort", zegt Martine. De verpleegster die een uur eerder lachend het hoofd schudde toen ik vroeg of haar werk haar niet bang maakt voor ziekte, pijn of aftakeling, heeft dus toch angsten. "Jaja, hè," mompelt Odette, "het leven."

Lange tijd heeft ze zelf haar zus helpen aankleden, maar de voorbije maanden ging het niet meer. "Ze is veel achteruitgegaan. Vorige week is ze uit bed gevallen, en Martine verzorgt nu ook de wonde aan haar arm." Stilte, de tikkende klok; dan, aarzelend: "En Alzheimer. Het begint. Tja. Jaja, hè."

Agnes komt een kwartier later netjes aangekleed opnieuw de woonkamer binnen. "Oei, hebben we bezoek?" vraagt ze verbaasd. Martine wuift met een kwinkslag Agnes' verwarring weg en smeert haar arm in met een gel tegen brandwonden. "Jaja", zegt Odette, "als het niet meer gaat, dan gaat het niet, hè."

12u15

Martine heeft straks een halve dag verlof, maar op een normale werkdag rijdt ze in de namiddag nog drie uur van deur tot deur. Twee keer per maand is er ook weekendwerk, en als diabeteseducator geeft Martine opleidingen aan mensen bij wie de diagnose van diabetes werd gesteld, waarbij ze advies verstrekt over zelfzorg en een aangepaste levensstijl. Om de zes weken zijn er uitgebreide patiëntenbesprekingen met de huisarts van Moen, en elk jaar begeleidt Martine met de Landelijke Gilde een speciale bedevaart naar Lourdes voor zieken en mensen met een beperking.

Maar nu draait het even om haar eigen gezondheid: straks gaat ze fietsen met De Vélobellen. Zitten Paula, Feyske, Agnes, Odette en de anderen nog in haar hoofd wanneer de wind door haar haren waait? "Nee. Ik zie ze graag, maar ik neem hen niet mee naar huis."

Terwijl Martine wegrijdt, denk ik aan wat Florence Nightingale, die morgen 193 jaar geleden werd geboren, ooit schreef over de juiste omschrijving van een verpleegster: "Er is geen man, zelfs geen dokter, die ooit een andere definitie geeft dan wat een verpleegster moet zijn dan deze: toegewijd en gehoorzaam. Die definitie zou evengoed passen bij een portier, en zelfs bij een paard."

Had Nightingale vandaag nog geleefd, dan zou men haar moeten voorstellen aan Josué, de Poëzieman van Moen, die zijn thuisverpleegsters als volgt omschreef in zijn gedicht: 'Zo telkens weer / voor iedereen en elke keer / enig in hun gedrevenheid /edel werk in dienstbaarheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234