Dinsdag 07/12/2021

Zo snel mogelijk terug over de Moerdijk

De Vlaamse universiteiten en hogescholen zullen de komende tijd allicht nog populairder worden bij Nederlanders. Maar de stap naar het buitenland is, ondanks dezelfde taal, verre van eenvoudig. De culturele en pedagogische verschillen zorgen niet alleen voor meer heimwee, maar ook voor lagere slaagkansen.

Een invasie mogen we het niet noemen, maar het staat wel vast dat het aantal Nederlandse studenten in Vlaanderen jaar na jaar blijft toenemen. Op dit moment staan 7.604 Nederlanders ingeschreven aan een Vlaamse hogeschool of universiteit, zo'n 1.500 meer dan in het academiejaar 2012-2013.

Dat zij nog talrijker zullen worden, staat haast vast. Door de afschaffing van de basisbeurs, een jaarlijkse gift van 3.434 euro voor uitwonende studenten als zij binnen de tien jaar een diploma behalen, moeten Nederlandse jongeren nog meer geld lenen bij de overheid en steken ze zich dieper in de schulden.

Een (tijdelijke) verhuis naar Vlaanderen kan ervoor zorgen dat de schuldenberg minder snel aangroeit. Niet alleen omdat het inschrijvingsgeld hier minstens 1.000 euro lager ligt, maar ook omdat de gemiddelde prijs van een kot in onze studentensteden in bijna alle gevallen lager ligt dan in Nederland.

Tot hiertoe weerklinken louter voordelen. Maar tegelijkertijd blijkt uit statistieken dat de Nederlandse studenten in Vlaanderen minder vaak slagen en sneller afhaken. En als ze uiteindelijk een diploma behalen, dan keren ze doorgaans terug naar huis.

Het is in dat licht dat de boodschap van KU Leuven-rector Rik Torfs moet worden gezien. Hij hoopt dat met name ambitieuze en verstandige Nederlanders de stap over de grens zetten. Slechts 18 procent van de noorderburen in Leuven slaagde in 2012 voor alle vakken in het eerste jaar, bij Vlamingen is dat 43 procent. Uiteindelijk behaalde 26 procent van de Nederlanders na drie jaar een bachelordiploma, tegenover 43 procent van de Vlamingen.

Een tendens die zich doortrekt over alle universiteiten heen. Om dit vast te stellen, hanteert het ministerie van Onderwijs de term studierendement. Dit percentage drukt uit hoeveel studiepunten een student heeft verworven in vergelijking met het totaal aantal opgenomen studiepunten. Eén volledig academiejaar bestaat uit 60 punten. Als een student ze allemaal opneemt en er 40 behaalt, dan behaalt die dus een studierendement van 66,7 procent.

Dat voorbeeld moet verduidelijken hoe goed of slecht Nederlandse studenten in Vlaanderen presteren. Het kabinet van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) geeft immers mee dat de noorderburen in Vlaanderen vorig academiejaar een studierendement van 68,5 procent behaalden. De Vlamingen deden het met 76,9 procent iets beter.

Zwart-witdenken

Zulke cijfers, die in vergelijking dus negatief uitvallen voor de Nederlanders, zijn begrijpelijk, gezien de aanpassingsproblemen. Maar als in ogenschouw wordt genomen dat de Vlaamse overheid tussen de 10.000 en 15.000 euro kwijt is per student, dan kunnen de toestroom en de lagere slaagcijfers volgens sommigen problematisch worden. "De Vlaamse belastingbetaler draait hiervoor op", klinkt het bij Alain Verschoren en Paul De Knop, rectoren van de UAntwerpen en de Vrije Universiteit Brussel.

Hoe groot de economische 'schade' daadwerkelijk is, is niet geweten. Vlaams Parlementslid Koen Daniëls (N-VA) becijferde eerder wel al dat Vlaanderen jaarlijks voor alle onderwijsniveaus samen, dus ook het lager en secundair, 134 miljoen euro betaalt voor Nederlanders. Een nettobedrag overigens, want de Belgen die in Nederland les volgen, zijn al in mindering gebracht. Daarbovenop komt dat veel Nederlanders na het afstuderen terugkeren naar huis en dus verder niet bijdragen aan de Vlaamse en Belgische welvaartsstaat.

Torfs wenst dat evenwel niet te problematiseren en stelt dat het niet gaat om "een sprinkhanenplaag". Niet alleen geven de Nederlanders hier geld uit tijdens hun studietijd, ze zijn ook ambassadeurs van Vlaanderen geworden en hebben economische netwerken uitgebouwd.

Dat stelt ook student politieke wetenschappen Rob van der Horst, afkomstig uit het Noord-Brabantse Nuenen. Hij is vicepraeses van Hollandia Lovaniensis, een vereniging die welkomstborrels, t.d.'s en cantussen organiseert voor Nederlandse studenten in Leuven. "Ik snap dat het misschien een beetje zuur is dat jullie betalen voor onze studie en dat de samenleving er weinig aan heeft, maar we mogen ook niet gaan zwart-witdenken. Vergeet immers niet dat er ook redelijk wat Belgen in Nederland gaan studeren."

Een juiste observatie, al moet daaraan worden toegevoegd dat het Vlaamse onderwijs - Nederlanders zullen doorgaans over 'Belgisch' spreken, maar dat terzijde - een sterke reputatie heeft boven de Moerdijk. Het is daarom niet verwonderlijk dat de stap naar onze hogescholen en universiteiten steeds sneller wordt gezet. Maar het is wel een stap die lang niet altijd goed wordt verteerd, merkt ook de KU Leuven.

"De overgang mag niet als eenvoudig worden voorgesteld", geeft vicerector onderwijsbeleid Didier Pollefeyt mee. "Ondanks de kleine afstand is er toch een cultuurverschil tussen Vlaanderen en Nederland. Doorgaans zijn die laatste wat vrijpostiger, terwijl de Vlaamse studenten gereserveerder zijn. In het begin kan daardoor een gevoel van onwennigheid en niet welkom zijn bestaan."

Het zijn ervaringen die nagenoeg elke Nederlandse student in Vlaanderen zal kunnen bevestigen. Soms zorgt dat ervoor dat zij een relatief eenzaam bestaan leiden, doorgaans betekent het dat de inwijkelingen zich aansluiten bij een studentenkring of -club. En soms bestaat die vereniging uitsluitend uit landgenoten, zoals Hollandia Lovaniensis dus bewijst.

"In het begin moest ik echt wennen", zegt Van der Horst. "Een vriend van mij was een jaar voor mij hier komen studeren en had mij al gewaarschuwd dat het echt wel een ander land is. De clichés kloppen wel: zo spreekt een Vlaming je niet spontaan aan in de kroeg. Bij geneeskunde, waar de Nederlanders talrijker zijn, troepen 'wij' dan ook samen. Voor mij is het fijn om terug te kunnen vallen op de vereniging, omdat je dan een stuk directer kunt zijn."

De impact van zulke culturele verschillen hangt natuurlijk af van de student in kwestie. De een mist de openheid van het Hollandse café en zal verteerd door heimwee terug naar huis gaan, terwijl de ander zich in enkele maanden aanpast en uitgroeit tot een heuse reserve-Belg. Maar, zo geeft Van der Horst aan, het komt slechts zelden voor dat een Nederlander daardoor zal terugkeren naar zijn of haar vaderland.

Geheel onlogisch is dat niet. Want hoe groot de cultuurshock ook is, de pedagogische breuk is een stuk groter. De onderwijstaal aan de vijf Vlaamse universiteiten vormt logischerwijs geen obstakel. De manier waarop er wordt onderwezen en geleerd doet dat soms wel. De lesgroepen in Nederland zijn doorgaans bijzonder klein, in Vlaanderen komen jongeren terecht in hoorcolleges waar honderden studenten tegelijk les krijgen.

En dat is lang niet alles. In het Nederlands secundair onderwijs kiezen jongeren in het vierde jaar een profiel dat grote invloed heeft op hun latere studiekeuze. Met bijvoorbeeld het profiel Cultuur & Maatschappij, waarin veel minder de nadruk ligt op wiskunde, kunnen zij aan een Nederlandse universiteit niet zomaar een exacte studie gaan volgen. Hier geldt die beperking niet, waardoor zij (te) onvoorbereid een studie fysica of ingenieurswetenschappen starten.

Valkuil

"We merken dat de voorkennis vaak een valkuil is", zegt Sonia Brunel, international students officer aan de UAntwerpen. "Op onderwijsbeurzen in Eindhoven vertellen wij hen dat voor de exacte opleidingen veel wiskunde vereist is. Soms raden wij hen zelfs aan om er niet aan te beginnen. Ook geven we mee dat ons onderwijs vrij theoretisch is. Je moet echt alles uit het hoofd leren en dat is voor veel Nederlanders even schrikken. Daar is begrip en toepassing van de kennis voldoende."

Dat merkt ook Van der Horst. Hij begrijpt de meerwaarde van het memoriseren van kennis, maar meent dat het af en toe te ver gaat. "Soms krijg je op het examen een vraag over iets dat in het handboek letterlijk tussen haakjes staat. Dat stoort, omdat je daardoor gedwongen bent om alles uit je kop te knallen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234