Dinsdag 27/10/2020

Zo smokkel je 200 ton uranium

Het boek België en de bom van Luc Barbé vertelt onder meer het verhaal van operatie Plumbat. Dat is een van de spectaculairste acties die de Israëlische inlichtingendienst Mossad ooit heeft uitgevoerd. In de hoofdrol een vrachtschip met 200 ton uranium dat spoorloos is. Steven Samyn

Het verhaal start in het Israël van de jaren zestig. Israël heeft dankzij de Fransen de noodzakelijke infrastructuur en technologie verworven om kernwapens te maken: een zwaarwaterreactor, een opwerkingsfabriek en plannen voor een kernwapen. Frankrijk heeft Israël ook uranium geleverd maar tegen 1967 zijn die voorraden al flink geslonken. De Zesdaagse Oorlog heeft de relaties tussen Israël en Frankrijk helemaal verstoord. Frans president Charles de Gaulle staat aan de kant van de Arabische staten en kan het optreden van Israël absoluut niet appreciëren. De nucleaire samenwerking tussen de twee landen wordt drastisch gereduceerd. Een nieuwe lading uranium kopen bij de Fransen lijkt uitgesloten. Uranium met geweld in handen krijgen lijkt eveneens onmogelijk.

De Mossad krijgt de opdracht een geheime operatie op te zetten om op slinkse wijze het nucleaire centrum in Dimona, een klein stadje in de Negevwoestijn, ongeveer 200 ton nieuw uranium te bezorgen. Dat is de minimumhoeveelheid nodig om een geloofwaardige kernwapenmacht van enkele tientallen kernwapens op te bouwen.

De Mossad kijkt al snel naar ons land. Union Minière beschikt in Olen over grote voorraden uranium uit Congo. In 1967 staat de civiele nucleaire sector nog in zijn kinderschoenen en Union Minière zoekt actief naar kopers. De Mossad is niet zeker dat de Belgen wel rechtstreeks aan een Israëlisch bedrijf zullen verkopen. Bovendien is het voorafgaand en noodzakelijk akkoord van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) absoluut niet gegarandeerd. De Mossad wil koste wat kost slagen in de operatie en zet dus een complexe constructie op om zowel Union Minière als Euratom om de tuin te leiden.

De Mossad benadert het Duitse bedrijf Asmara Chemie, dat tegen flinke betaling koper van het Belgische uranium wil zijn. Het gaat om uranium in de vorm van 'yellowcake', een poeder verkregen na het bewerken van uraniumerts. Omdat de Mossad niet zeker is dat Union Minière uranium wil verkopen dat moet dienen voor kernenergie, wordt een andere bestemming verzonnen: gebruik als katalysator in de petrochemische nijverheid. Dat is natuurlijk je reinste nonsens maar de Mossad kan naar een precedent verwijzen. In Nederland loopt daar wetenschappelijk onderzoek over. De Mossad koopt een vrachtschip, de Scheersberg, en geeft hem een nieuwe naam door gewoon een letter bij te voegen, de Scheersberg A. Tot hun verbazing wordt de bemanning zonder boe of ba onmiddellijk vervangen door een nieuwe ploeg. Die boot moet het uranium van de Antwerpse haven naar de Italiaanse stad Genua brengen. Van daar zal het verder vervoerd worden naar Milaan, waar het Italiaanse bedrijf SAICA het zal bewerken vooraleer het terugkeert naar Duitsland.

Om technische redenen is de verkoper niet Union Minière maar een andere onderneming uit de groep van de Generale Maatschappij, de Société Générale des Minerais (SGM). Die commercialiseert grondstoffen van Union Minière. Denis Dewez is bij SGM verantwoordelijk voor de uraniumtransacties. Hij kijkt op als hij in maart 1968 de Duitsers over de vloer krijgt. Asmara Chemie? Nooit van gehoord. Uranium als katalysator in de petrochemische nijverheid? Tiens, dat is nieuw. Hij verneemt dat de Nederlanders daar experimenten mee doen. Die uitleg volstaat voor Dewez. De baas van Asmara Chemie zegt dat het uranium eerst via Genua naar Milaan moet worden overgebracht voor behandeling in het bedrijf SAICA en vervolgens moet terugkeren naar zijn bedrijf in Duitsland. Dewez heeft nooit gehoord van dat Italiaans bedrijf en als hij even gecheckt had, zou hij ontdekt hebben dat het geen enkele ervaring met uranium had en helemaal niet wist wat daarmee te doen. SAICA is een bedrijfje dat handel drijft in textielverven. De baas van SAICA en Asmara Chemie kennen elkaar goed.

Maar Dewez checkt dat dus allemaal niet en antwoordt dat het transport naar Italië geen probleem is. Hij checkt maar één aspect, en dat heel nauwkeurig, de financiële kant van de zaak. De deal heeft een waarde van 3,7 miljoen dollar, wat toen een serieus bedrag was. Kan dat kleine Duitse bedrijfje dat wel betalen? Dat blijkt geen enkel probleem te zijn. Er staat geld genoeg op een rekening bij een Zwitserse bank. De deal wordt beklonken. Enkel het akkoord van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) is nog nodig. Ook dat loopt heel vlot. De papieren van koper en verkoper zijn in orde en ja, ook bij Euratom hebben ze weet van het Nederlandse onderzoek op uranium als katalysator. De operatie kan starten.

Overladen op zee

Asmara Chemie, de schermvennootschap van de Mossad, doet een beroep op transportfirma Ziegler om het uranium van Olen naar Antwerpen te vervoeren en aan boord van de Scheersberg A te brengen. Zaakvoerder Marcel Heylen van Ziegler handelt de zaak af als een routinetransport. Op 17 november 1968 verlaat de boot de Antwerpse haven. Dat was amper vijf maanden nadat het non-proliferatieverdrag na een proces van tien jaar onderhandelen was afgerond en opengesteld voor ondertekening. Dat was drie maanden nadat België het had ondertekend. Het zoveelste voorbeeld van ambiguïteit in de geschiedenis van de nucleaire sector. Voor de tribune was België telkens weer een voorbeeldige leerling, maar achter de schermen ging het er wel eens anders aan toe.

De Scheersberg A vaart langs de Golf van Biskaje en de straat van Gibraltar naar de Middellandse zee. Het schip vaart echter niet naar het Italiaanse stadje Genua. Het zal daar nooit aankomen. Na een tocht van twee weken duikt het op in de Turkse haven van Iskenderum. De laatste twee bladzijden van het logboek zijn eruit gescheurd. De vracht is verdwenen. Die was onderweg in volle zee ergens tussen Cyprus en Turkije overgeladen op een Israëlisch schip begeleid door twee Israëlische oorlogsschepen. De kostbare vracht werd nadien in Dimona afgeleverd.

Ondertussen heeft de Duitse schermvennootschap Asmara Chemie aan het Italiaanse bedrijf SAICA laten weten dat ze het contract helaas moesten schrappen en het uranium niet naar Italië zal komen. SAICA krijgt een mooie schadevergoeding zodat het geen reden tot klagen heeft. De Mossad trommelt de oude bemanning weer op en verkoopt later in alle stilte de Scheersberg A. Operatie afgerond. Geen vuiltje aan de lucht, niemand heeft iets verdachts opgemerkt.

Ambtenaren van Euratom worden er zich in de loop van de daarop volgende maanden stilaan van bewust dat er iets misgegaan is. Ze krijgen van het Italiaanse bedrijf geen bewijs van ontvangst zoals nochtans wettelijk voorzien is. Aandringen bij dat bedrijf levert niets op. Is de 200 ton uranium wel degelijk aangekomen in Italië? En waar is die nu? Asmara Chemie helpt Euratom ook niet verder. Euratom heeft niet de bevoegdheden om een onderzoek in te stellen. Dat is een bevoegdheid van de lidstaten. Euratom informeert de Europese Commissie die op haar beurt de lidstaten informeert. Bovendien vraagt de Commissie aan België, West-Duitsland en Italië een onderzoek in te stellen.

Minimaliseren en ontkennen

Het Belgische en Italiaanse onderzoek is een lachertje. Het Duitse Bundeskriminalamt steekt er iets meer tijd in, maar zonder succes. De Europese Commissie bespreekt de zaak, beslist die zonder gevolg te sluiten en het Europese Parlement niet in te lichten, kwestie van zich niet compleet belachelijk te maken. In 1976 gaat een Amerikaanse expert nucleaire proliferatie, Paul Leventhal, de zaak uitspitten en hij ontdekt de grote lijnen van het dossier. Hij licht de pers in, onder meer over het feit dat de Europese Commissie geen flauw benul heeft waar de 200 ton uranium was. De pers belegert de Commissie en het Europese Parlement vraagt om uitleg. De bevoegde commissaris minimaliseert de zaak, vertelt de parlementsleden en de journalisten dat het uranium niet gebruikt kan worden voor kernwapens en voegt eraan toe dat de controle ondertussen veel beter is. Case closed.

Het Duitse en Italiaanse bedrijf die betrokken waren in de operatie ontsnappen aan gerechtelijke vervolging. De Israëlische overheden ontkennen iets met de zaak te maken hebben. In Dimona wordt de 200 ton Belgische uranium gebruikt als basis voor de productie van kernwapens. Op diplomatiek vlak heeft Israël nauwelijks een prijs moeten betalen. De 'beste inlichtingendienst ter wereld' heeft zijn werk perfect gedaan en Union Minière heeft een flinke stuiver verdiend aan de 200 ton uranium die in zijn loodsen in Olen lag te wachten op een koper.

De vraag blijft waarom de Belgische overheden vlot alle vergunningen gaven zonder te checken wie de koper van het uranium was. Kwam het dossier eigenlijk formeel op de ministerraad? De notulen vertellen er alvast niets over. Terwijl enkele jaren voordien een ander nucleair dossier wel op de ministerraad besproken en goedgekeurd werd. Het ging om de verkoop van uranium van Union Minière aan Zwitserland die begin jaren vijftig door de regering-Van Houtte werd goedgekeurd.

In 1967 was de problematiek van de non-proliferatie al veel beter bekend. Dan zou het toch vreemd zijn dat het Plumbatdossier niet in politieke kringen besproken werd? Trouwens, op de ministerraad van 17 maart 1967, dus een jaar voor de eerste contacten over de transactie, had op de ministerraad een interessante discussie plaats over kernwapens. Minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel vermeldde er drie risicolanden: "En effet, aux cinq pays qui disposent actuellement de la bombe atomique risquent de s'ajouter l'Inde, l'Israël et la Suède." De minister was blijkbaar goed ingelicht. Als minister Harmel dat wist, waarom keek de overheid dan niet toe op de verkoop van het uranium van Union Minière?

De onderneming, ondertussen omgedoopt tot Umicore, hult zich ook vandaag nog in stilzwijgen. Nochtans werd hun uranium niet alleen in het Israëlische kernwapenprogramma gebruikt, maar ook in het Amerikaanse, Engelse, Franse en dat van nazi-Duitsland. Dat wist de top van het bedrijf maar al te goed, maar zette blijkbaar niet aan tot voorzichtigheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234