Maandag 13/07/2020

Zo maak je Brusselse files niet korter

"Niet met extra rijstroken, wel met slimme planning van winkelcentra", menen Kobe Boussauw, Dirk Lauwers en Ward Ronse, die verbonden zijn aan het Instituut voor Duurzame Mobiliteit van de Universiteit Gent.

De Vlaamse regering wil de Brusselse ring verbreden in een op termijn vergeefse poging om de files korter te maken. Daarmee lijkt ze nauwelijks te beseffen dat ze de congestie zelf mee organiseert. De vraag die niemand zich vandaag lijkt te stellen is namelijk waar al dat bijkomend verkeer eigenlijk heen gaat. Een deel van het antwoord is te vinden in recente en toekomstige randstedelijke activiteitencentra die bijkomend autoverkeer creëren, en waarbij de rol van het openbaar vervoer er vooral een is van retoriek.

In en om Brussel staan drie grootschalige winkel- en vrijetijdscentra in de steigers: Uplace in Machelen, Neo op de Heizel, en Docks Bruxsel (voorheen: Just Under the Sky) tussen Laken en Schaarbeek. Elk van deze drie projecten plant vijftig- tot tachtigduizend vierkante meter verkoopoppervlakte. Uplace en Neo liggen vlakbij de Brusselse ring, en voorzien de inrichting van een enorme parking. Voor de ontsluiting van Uplace wordt verder gedacht aan een nieuwe tramlijn, naast de aanleg van een afrit. Ook Docks Bruxsel zal bediend moeten worden door een nieuwe tramlijn. Neo is als enige project aangesloten op de bestaande Brusselse metro.

Nieuw verkeer
Van deze winkelcentra wordt nogal wat verkeersimpact verwacht. Door hun schaalgrootte en gespecialiseerde winkelaanbod mikken ze op klanten die tot honderd kilometer ver wonen, naast de bewoners van de Brusselse agglomeratie en rand zelf. Het is bekend dat klanten van grote winkelcentra grotere afstanden afleggen dan gemiddeld, dat deze verplaatsingen dus bijkomende mobiliteit genereren en dat deze een extra belasting vormen voor het wegennet. Het bezoek aan een groot, veraf gelegen winkelcentrum vervangt namelijk één of meerdere bezoeken aan winkels in de eigen stad of buurt.

Het toverwoord in milieu-effectenrapporten die de impact van dergelijke projecten op voorhand proberen in te schatten luidt 'openbaar vervoer'. Ruim een jaar geleden verkondigde minister-president Peeters op televisie dat 40 procent van de bezoekers van Uplace met het openbaar vervoer zou komen. Zijn uitspraak was gebaseerd op een verkeerssimulatie tijdens de avondspits, waarbij het aangewende verkeersmodel vaststelde dat het wegennet met zijn beperkte capaciteit niet meer dan 60 procent van het door Uplace aangetrokken verkeer zou kunnen opnemen. Zodra het wegennet helemaal vol zit, gebiedt de logica van het model dat er andere uitwegen moeten worden gezocht en daarom móest de (voorlopig onbestaande) tram wel zorgen voor het vervoer van de resterende klanten.

Aan de Universiteit Gent deden wij de rekenoefening over. Ons eigen model vertrekt van de verplaatsingen van klanten die de bestaande winkelcentra in België bezoeken. We stelden vast dat het aandeel automobilisten, openbaarvervoergebruikers en voetgangers bepaald worden door (1) de inbedding van het winkelcentrum in het stedelijk weefsel, (2) de connectiviteit van het openbaar vervoer en (3) het aantal parkeerplaatsen. Naarmate er meer mensen in de buurt wonen, de bereikbaarheid met het openbaar vervoer van een hoger niveau is en er minder parkeerplaatsen ter beschikking staan, genereert het winkelcentrum een kleiner aandeel autoverplaatsingen.

Onze eigen simulatie voorspelt vervolgens dat 62 procent van de klanten van Docks Bruxsel met de auto zal komen, tegenover 75 procent voor Neo en 87 tot 94 procent (afhankelijk van de beschikbaarheid van het openbaar vervoer) voor Uplace. Meer dan 60 procent dus.

Goochelen met cijfers
Heeft ons eigen model de waarheid in pacht? Geenszins: ook onze methode kent haar beperkingen. Maar wat vaststaat is dat grootschalige winkelcentra de fijnmazigheid van het bestaande weefsel van handelszaken uithollen en de mogelijkheid om dicht bij huis te winkelen ondermijnen. Met uiteindelijk meer verkeer en files tot gevolg.

Als er dan toch aan de vraag naar grootschalige winkelcentra tegemoetgekomen wordt, dan levert ons model de randvoorwaarden voor verantwoorde ontwikkeling: in de stad, boven op een bestaand knooppunt van hoogwaardig openbaar vervoer en met een minimum van (betaalde) parkeerplaatsen.

Onrealistisch? Niet echt: City2 in Brussel, Shopping-Zuid in Gent en Grand Bazar Shopping in Antwerpen illustreren dat het met minder auto's kan. En geen van deze drie winkelcentra hoeft daarvoor met cijfers te goochelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234