Maandag 27/01/2020

Zo krachtig kan verf zijn

Triomf. Het gaat goed met Jan Vanriet. Na een bejubelde expo in Moskou toont hij nu werk in Brussel. Het British Museum kocht aquarellen van hem en er komen expo's in Warschau en Birmingham. 'Zijn kracht is dat hij autobiografisch schildert en tegelijk universele thema's aanpakt', zegt critica Charlotte Mullins. Eric Rinckhout

at de carrière van Jan Vanriet (67) de jongste tijd in een stroomversnelling zit, is zeker mee te danken aan de dynamische aanpak van galeriehouder Roberto Polo, die enkele jaren geleden neerstreek in Brussel en nogal wat kunstenaars uit het noorden des lands onderdak biedt. Roberto Polo opende in november 2012 zijn galerie in de Zavelwijk met een tentoonstelling van Jan Vanriet. Opvallend daarbij was de grote aandacht die de Franstalige Belgische pers aan de schilder besteedde.

Maar er is ook de kwaliteit van het werk. Volgens de Engelse kunstcritica Charlotte Mullins, die onlangs een essay over de schilder schreef, ligt de kracht van Vanriet erin dat hij het persoonlijke universeel maakt: "Aan de hand van een foto van zijn dansende ouders of van zijn stervende oom, verkent hij zijn familiegeschiedenis", zegt ze. "Tegelijk handelen zijn schilderijen over de vernietigingen van de oorlog en snijden ze universele thema's aan als geheugen, herinnering, verlies en de complexiteit van liefde."

Mullins trekt de vergelijking tussen Vanriets schilderijen over de oorlogservaringen van zijn familie - moeder, vader en oom zaten in de concentratiekampen - en het portret van Oom Rudi (Onkel Rudi uit 1965) door de beroemde Duitse schilder Gerhard Richter. Richter is, volgens Mullins, net zoals Luc Tuymans, vooral geïnteresseerd in beelden en hoe verschillend die in de media en in de schilderkunst werken. "Jan Vanriet geniet daarentegen ten volle van de mogelijkheden van het schilderen, het plezier en de kracht van de verf", zegt ze. Vanriets grote verscheidenheid van stijlen en de uiteenlopende manieren waarop hij een thema verkent, beschouwt ze als de kracht van zijn oeuvre.

Dienstbaar werk

Tot 1 maart toonde Jan Vanriet veertig portretten van Holocaustslachtoffers in het Joods Museum in Moskou. Het was een tentoonstelling die, uitgerekend zeventig jaar na de bevrijding van de nazikampen door het Russiche leger, niet alleen massale belangstelling kreeg van de Moskouse media maar ook een groot aantal bezoekers lokte. In die werken, waarvan een aantal eind 2013 onder de titel Gezichtsverliesin de Mechelse Dossinkazerne te zien waren, geeft Vanriet de omgebrachte mensen "een tweede leven". "Ze zijn nu weer aanwezig", zegt hij daar zelf over.

Met die reeks raakte hij duidelijk een gevoelige snaar. De Russische organisator van de expositie in Moskou zei dat Vanriet "de gruwel toont zonder te choqueren". Auteur Stefan Hertmans schreef dat bij Vanriet "de vaak tragische inhoud" botst met "de enorme vitaliteit, inventiviteit, sensualiteit en het schildersplezier": "het memento mori is een triomf van de kunst". De tentoonstelling reist in 2017 door naar het gloednieuwe en imposante Joods Museum van Warschau.

Vijf van de Holocaustportretten - geen schilderijen, maar aquarellen - werden zopas aangekocht door het Prentenkabinet van het gerenommeerde British Museum in Londen. In deze verzameling tekeningen en prenten - een van 's werelds beste en grootste collecties met werk van onder anderen Leonardo da Vinci, Michelangelo, Rubens en Rembrandt - is recent ook werk op papier van Jan Fabre en Luc Tuymans opgenomen. "Deze aanwinsten maken deel uit van een bredere visie van het British Museum om de verzameling te versterken op het gebied van moderne en hedendaagse prenten en tekeningen uit België en Nederland", zegt An Van Camp, conservator Vlaamse en Nederlandse tekeningen en prenten. Van Camp noemt Fabre, Tuymans en Vanriet "toonaangevende hedendaagse kunstenaars".

Maar er is meer. Vanaf 15 mei zal Jan Vanriet in het Nationaal Museum van Gdansk in Song of Destiny een overzicht tonen met zo'n vijftig schilderijen uit de periode 1986-2014. Begin volgend jaar volgt dan onder de titel The Music Boy een expositie in The New Art Gallery Walsall, net buiten Birmingham, met schilderijen en aquarellen.

Zopas publiceerde Vanriet ook een overzicht van zijn werk in opdracht tussen 1972 en nu: Het dienstbare beeld. Zijn hele leven lang heeft de schilder graag 'dienstbaar werk' gemaakt, zoals hij dat zelf noemt. Hij werkte onder meer voor Behoud de Begeerte, het literaire tijdschrift Revolver, het Willem Elsschot Genootschap en De Morgen, waarvoor Vanriet vanaf 2000 enkele jaren lang met grote regelmaat tekeningen en aquarellen leverde, zowel voor de nieuwspagina's als voor de zaterdagbijlage Zeno. Vanriet noemt zijn werk in opdracht "een overblijfsel uit mijn journalistieke periode". Hij was in de jaren 1960 een tijdlang redacteur van het tijdschrift Links, dat mee door zijn vader opgericht was, en maakte interviews voor het weekblad Panorama - toen een totaal ander blad dan nu.

David Hockney

Jan Vanriet verliest, bij het internationale succes, zijn thuisbasis niet uit het oog. Hij nam onlangs een nieuw, ruim atelier in Antwerpen in gebruik, de stad waar hij binnenkort, in mei, bij galerie De Zwarte Panter zijn jongste aquarellen zal tentoonstellen. Dat was ook de galerie waar Vanriet voor het eerst in 1973 exposeerde, na zijn studie aan de Antwerpse Academie.

Ook toen ging het vooruit. Jan Vanriet zat als jonge kunstenaar al snel bij befaamde galeries als Lens Fine Art in Antwerpen en, in de jaren 1980, Isy Brachot in Brussel en Parijs. Toen maakte hij kleurig, speels pop-artachtig werk, waarbij een schilder als David Hockney zijn inspiratiebron was, maar waarin ook de heldere lijnvoering van meesters als Picasso en Ingres terug te vinden is. Vanriet werd toen uitgenodigd voor de belangrijke biënnales: São Paulo in 1979 en Venetië in 1984. In Venetië stelde hij samen met Jan Fabre, José Vermeersch en Karel Dierickx tentoon.

1986 was een sleuteljaar. Vanriet schilderde Het portret van een oom. Geen portret in de strikte zin maar een werk waarop hij een accordeon, het lievelingsinstrument van zijn oom, schilderde als was het het concentratiekamp van Dachau, dat zijn oom nauwelijks overleefde. Kort na de Tweede Wereldoorlog stierf zijn oom, de tweelingbroer van Vanriets moeder, van uitputting.

Het is alsof Vanriet pas in 1986, op zijn 38ste, besefte dat de geschiedenis van zijn familie allang onder zijn huid zat en hij de gruwel van de oorlog niet langer mocht negeren. Bovendien was het een periode waarin de schilderkunst niet meer au sérieux werd genomen. De weerstand die er was in kringen van conceptuele kunst en minimal art gaf Vanriet de kracht om door te gaan en vanaf dan zijn sterkste werk te maken.

Sindsdien lopen er verschillende rode draden door zijn oeuvre, die toch nauw met elkaar verweven zijn: oorlog, onderdrukking van het kwetsbare individu, overheersing van ideologische systemen als nazisme en communisme, en de verknipte verhouding tussen kunstenaar en politiek. Daartegenover plaatst Vanriet zijn ruimhartig humanisme.

IJdelheid

Hoe veelstemmig Vanriet is, blijkt opnieuw in de tentoonstelling Vanity, die nu in Brussel loopt. Vanriet verkent het thema in alle betekenissen, vormen en formaten. De schilder werkt het liefst in reeksen: "Ik heb een leidraad nodig, een thema, hoe cryptisch dat ook mag zijn."

De expositieruimte van Roberto Polo in Brussel is bijna verdubbeld in oppervlakte en Jan Vanriet grijpt de kans om er een nagenoeg museale tentoonstelling op te zetten. Het begint met een dreun. Alle dagen mét vlees: monumentale Ierse zesribben die, zeer tastbaar geschilderd, de eerste ruimte inpalmen. Op die manier verkent de schilder het aloude vanitasthema: de weg van alle vlees. Vanitasstillevens van de 16de en 17de eeuw toonden vooral de kortstondigheid van het leven en de aardse genoegens, met symbolen als een klok, een schedel en een uitdovende kaars. Vanriet doet het aan de hand van vergankelijk vlees en verflenste bloemen.

Het tijdelijke komt op diverse manieren aan bod. Zo schildert Vanriet zijn ouders, gebaseerd op een oude foto. Maar hun beeld desintegreert, hun gezichten vervagen, net zoals herinneringen dat doen. Alleen de monumentaal geschilderde armband van de moeder is een onvergankelijk voorwerp, dat ongetwijfeld veel persoonlijke herinneringen oproept. Er zijn ook schilderijen met lichteffecten, schaduwen, silhouetten, plassen en druppels. Alles wat voorbijgaat en nauwelijks tastbaar is probeert Vanriet in verf te vatten.

'Vanity' betekent, niet in de laatste plaats, 'ijdelheid': er zijn dan ook portretten te zien en zichten in musea waar het werk van schilders - ook zij zijn ijdel - aan de muur hangt.

Met deze uitstekende en overrompelende tentoonstelling laat Vanriet zien dat hij alle genres aankan: portret, stilleven en stadsgezichten, figuratief en nagenoeg abstract. Je kunt als toeschouwer alleen instemmen met een uitspraak van Stefan Hertmans: het oeuvre van Jan Vanriet "verdient zijn plaats tussen Raveel en Tuymans in, als het indrukwekkende getuigenis van een groot en gepassioneerd schilder".

Vanity, tot 19 april in Roberto Polo Gallery, Lebeaustraat 8-12, Brussel. www.robertopologallery.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234