Maandag 05/12/2022

Zo klunzig als joden

Een geweldig debuut: Nathan Englander. 'Verlost van vleselijke verlangens'

Frans Roggen

Hij is er best wel eerlijk over, Nathan Englander. Voor hem had die hele joodse hype niet gehoeven. Maar dat was buiten Nicole Aragi gerekend, zijn literair agente. "Schat," zei die tegen hem. "Dat is nu net wat we gaan doen - we gaan die joodse hype verkópen. Jij schrijft je boeken, ik verkoop ze." Bij een vooringenomen recensent werkt dat averechts. Die denkt dan meteen aan I.B. Singer of Chaïm Potok en de authentieke spanning in hun werk tussen de moderne seculiere wereld en de traditionalistische joodse gemeenschap. Wat kan zo'n jonge snaak van 28 jaar, uit het welvarende Long Island, met de kop van een drummer uit een heavy metal band, daar nog aan toevoegen? Folklore misschien? Maar toch laat hij een eigen geluid klinken. Niet echt origineel die verhalen, dat niet, ze doen inderdaad denken aan Singer, ook aan Malamud overigens (en, opgelet, één criticus vernam er een echo uit het werk van Brett Easton Ellis in!).

De verhalen uit Verlost van vleselijke verlangens spelen zich vooral af in de wereld van de orthodoxe joden. Het titelverhaal gaat over een chassied uit Jeruzalem wiens vrouw haar echtelijke plichten niet wil vervullen en die van zijn rabbijn de goede raad krijgt om haar te negeren tot ook bij haar de verlangens de kop opsteken. Maar de man heeft het zeer moeilijk met zijn driftleven en de rabbijn verleent hem dispensatie zodat hij een prostituée kan bezoeken die hem van zijn ondraaglijke vleselijke verlangens moet verlossen. Dat plan lijkt te werken, maar dan blijkt de vrome man een druiper te hebben opgelopen. Bij zijn bezoek aan de prostituée heeft hij namelijk geen condoom willen gebruiken, omdat hij, Onan indachtig, zijn zaad niet heeft willen verspillen.

Englander heeft daar geen kolder van gemaakt. Hij respecteert zijn personages, er valt helemaal niet te lachen - en toch is een glimlach om zoveel droevige onnozelheid niet te vermijden. Dat is ook het geval in 'Buitelaars', een holocaustverhaal. De setting daarvan is niet toevallig Chelm, de legendarische sjtetl van de wijze dwazen. (Gaat een trotse vader naar de rabbijn om de geboorte van zijn kind te melden. Is het een jongetje? Nee. Is het dan een meisje? Hoe raadt u het?)

Ook voor Chelm is het oorlog geworden. Op een dag wordt het getto ontruimd en de joden krijgen het bevel zich te melden en alleen het allernoodzakelijkste mee te nemen. Maar wat is nu precies het allernoodzakelijkste? Voor de chassidiem van Chelm is het duiden van die verordening verre van eenvoudig. De ultravromen komen tot het besluit dat alleen hun lange ondergoed het allernoodzakelijkste is, "aangezien de rest in feite slechts overbodige opsmuk was. 'Zelfs onze gebedssjaal?' vroeg Feitel, verbijsterd. 'Zelfs het haar van je baard,' zei de rabbijn (...)." (Voor de andere chassidiem van Chelm blijkt het allernoodzakelijkste datgene wat nodig is om een zomerhuisje in te richten.)

De ultravrome groep, kaalgeschoren en in ondergoed, vergist zich van trein en sukkelt in een wagon met circuslui. "Wie had ooit geweten dat de weduwe Raizel armen had die ze twee kanten op kon buigen, of dat Sjmoe'el Bereld op handen en voeten ondersteboven over de grond kon schuifelen en het loopje van een krab kon nabootsen." De groep gaat dus door voor acrobaten. "Het moesten wel acrobaten zijn met zulke ongeïnspireerde en kleurloze kleding - en dan nog zo mager ook. De ideale bouw. Lenig voor het slappe koord." Tenslotte treden ze op voor een Duits publiek, waaronder Hitler zelf. "'Kijk nou toch,' zei de stem. 'Ze zijn zo klunzig als joden.'"

Englander waagt het om de holocaust op een humoristische manier als inspiratiebron te gebruiken, een beetje zoals Benigni dat in La Vita è bella gedaan heeft. De gebeurtenissen worden er niet minder schrijnend door.

In 'De zevenentwintigste man' laat hij zich inspireren door een stalinistisch fait divers, de executie van 26 vooraanstaande joodse kunstenaars op 26 augustus 1952. De finishing touch na de holocaust. Zevenentwintig Jiddische schrijvers worden op dezelfde dag ergens in een geheime gevangenis afgeleverd om vermoord te worden. Op de een of andere manier is Pinchas Pelovits, een Jiddische schrijver die nog nooit een woord heeft gepubliceerd, als 27ste op de lijst beland. "Het was geen kwestie van haat, enkel van loyaliteit. Want Stalin wist dat men slechts één land trouw kon zijn. Wat hij minder goed wist was welke namen van schrijvers op zijn lijst stonden. Toen het arrestatiebevel hem de volgende ochtend werd voorgelegd tekende hij toch maar, al stonden er nu zevenentwintig namen op, terwijl het er de dag daarvoor nog zesentwintig waren geweest. Het maakte weinig uit, behalve misschien voor die zevenentwintigste."

Tijdens zijn korte gevangenschap schrijft Pinchas (in zijn hoofd) zijn finale verhaal, dat dit keer door zijn collega's wordt gehoord en dan met hem verdwijnt. Eventjes is hij de evenknie van de andere beroemde schrijvers, onder wie de door hem verafgode Zunser, die voor hun executie tegen hem zegt: "Waarom zou je eigenlijk nog schrijven als je lezers tot as zijn verworden? Probeer nooit je taal te overleven." Met hen verdwijnt het Jiddisch.

Dit verhaal met zijn Tjechoviaanse toon springt er tussen de andere wat uit, maar het mag er zijn, met zijn topzware thematiek en zijn luchtig-melancholische toon. Maar Englander heeft nog meer pijlen op zijn boog.

In 'De dibboek van Park Avenue' verandert Charles Morton Luger, een typische WASP, plots in een jood, op de achterbank van een taxi. Een heuse metempsychose, die na korte tijd uitmondt in een echte metamorfose, want onder begeleiding van een rabbijn die hetzelfde heeft ondergaan, wordt hij zelfs ultraorthodox, compleet met peies (slaaplokken) en talles (gebedsdoek). Zijn vrouw begrijpt er niets van en kan er zeker niet om lachen. Je moet gek zijn om jood te worden, hoor je Englander denken, maar dan ook nog een orthodoxe, daar moet je wel stapelkrankzinnig voor zijn!

In 'De pruik' waagt de auteur zich aan een studie in zinnelijkheid en seksualiteit bij een chassidische pruikenmaakster die voor zichzelf een prachtige blonde pruik wil maken, en in 'De kerstrabbijn' moet een rabbijn elk jaar voor kerstman gaan spelen om het gezinsbudget wat in evenwicht te brengen.

Het is natuurlijk ook een kwestie van geluk dat Englander op zijn Libanese agente is gestoten, maar dat uitgever Alfred A. Knopf voor een onvoltooide verhalenbundel en een niet geschreven roman van een totaal onbekend broekje 350.000 dollar heeft neergeteld zou er weleens op kunnen wijzen dat we hier te maken hebben met oertalent. Acht van de negen verhalen in Verlost van vleselijke verlangens zijn werkelijk pareltjes. Het negende, 'Dit is onze vrijheid', het enige semi- autobiografische verhaal uit de bundel, gaat over een jonge Amerikaanse jood in Jeruzalem die net een bomaanslag heeft gemist. Hier laten Englanders fijne humor en invoelingskracht het even afweten, maar misschien zou dat niet zo zijn opgevallen als de andere acht verhalen niet van zulk hoog gehalte waren geweest. Blijven volgen, deze schrijver. Als hij niet versmacht wordt door alle hype, zou hij weleens een hele grote kunnen worden.

Nathan Englander (uit het Engels vertaald door Nicolette Hoekmeijer), Verlost van vleselijke verlangens, Vassallucci, Amsterdam, 198 p., 798 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234