Donderdag 01/12/2022

Zo gaat dat in de wereld van de olie

Op het internationaal tribunaal over oorlogsmisdaden tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone liep vorige maand het proces van Charles Taylor, de voormalige president van Liberia, ten einde. De hoofdaanklager, de Amerikaanse rechtenprofessor David Crane, meldde The Times of London dat de zaak onvolledig was. De aanklagers wilden ook Kadhafi aanklagen, die volgens Crane “verantwoordelijk was voor de verminking van en de moord op 1,2 miljoen mensen”. De aanklacht kwam er nooit. De VS, Groot-Brittannië en andere landen grepen in om dat te verhinderen. Gevraagd naar het waarom, zei Crane: “Welkom in de oliewereld.”

Een ander recent slachtoffer van Kadhafi was Sir Howard Davies, de directeur van de London School of Economics, die ontslag nam na onthullingen over banden van de school met de Libische dictator.

In Cambridge in Massachusetts werd de Monitor Group, een consultancybedrijf dat werd opgericht door professoren van Harvard, vet betaald voor diensten zoals een boek dat de onsterfelijke woorden van Kadhafi tot het volk moest brengen “in dialoog met gerenommeerde internationale experts”, en andere acties om “de internationale waardering van (Kadhafi’s) Libië te bevorderen”.

De oliewereld is zelden veraf als het over deze regio gaat.

Toen de omvang van de Amerikaanse nederlaag in Irak niet langer geheim kon worden gehouden, werd de fijne retoriek bijvoorbeeld vervangen door een boude bekendmaking van de beleidsdoelstellingen. In november 2007 kwam het Witte Huis met een Declaration of Principles die stipuleerde dat Irak onbeperkte toegang en privileges moest geven aan Amerikaanse investeerders.

Twee maanden later meldde president Bush het Congres dat hij wetten zou weigeren die de permanente stationering van Amerikaanse gewapende troepen in Irak belemmerden, of “de controle door de VS van de oliebronnen in Irak”. Eisen die de VS snel moesten opgeven na het Iraakse verzet.

De oliewereld is een handig begrip om de westerse reacties op de democratische opstanden in de Arabische wereld te verklaren. Een dictator met veel olie die een betrouwbare klant is, krijgt de vrije hand. Er was weinig reactie toen Saoedi-Arabië op 5 maart verklaarde: “De wetten en regels van het koninkrijk verbieden alle demonstraties, protestmarsen en zitstakingen en oproepen daartoe, want ze gaan in tegen de beginselen van de sharia en de Saoedische gebruiken en tradities.” Het koninkrijk bracht een enorme veiligheidsmacht op de been om het verbod streng toe te passen.

In Koeweit werden kleine demonstraties uit elkaar geknuppeld. De ijzeren vuist sloeg toe in Bahrein, nadat door Saoedi-Arabië geleide militaire eenheden tussenbeide waren gekomen om te verhinderen dat de monarchie van de soennitische minderheid bedreigd zou worden door de roep om democratische hervormingen.

Bahrein ligt gevoelig, niet alleen omdat het de thuishaven is van de Amerikaanse Vijfde Vloot, maar ook omdat het grenst aan de sjiitische gebieden in Saoedi-Arabië, waar de meeste olie van het koninkrijk zich bevindt. De belangrijkste energiebronnen ter wereld liggen toevallig dicht bij het noorden van de Perzische Golf - of Arabische Golf, zoals Arabieren vaak zeggen -, en zijn vooral sjiitisch, een potentiële nachtmerrie voor westerse planners.

In Egypte en Tunesië leidde de volksopstand tot een indrukwekkende overwinning, maar zoals de Carnegie Endowment aangaf blijven de regimes voortbestaan en zijn ze “schijnbaar vastbesloten het prodemocratisch momentum te keren dat tot nog toe bestaat. De vervanging van de heersende klasse en van het bestuurssysteem is nog altijd een ver verwijderd doel”. En een doel dat het Westen ver weg zal houden.

Libië is een ander geval. Het is een olierijke staat die wordt geleid door een brutale dictator, die evenwel onbetrouwbaar is - een betrouwbare klant zou veel beter zijn. Toen geweldloos protest losbarstte, was Kadhafi er snel bij om het te onderdrukken.

Op 22 maart, toen de troepen van Kadhafi optrokken naar Benghazi, de hoofdstad van de rebellen, waarschuwde Obama’s topadviseur voor het Midden-Oosten Dennis Ross dat bij een bloedbad “iedereen ons de schuld zal geven”. En het Westen wilde allerminst dat de macht en de onafhankelijkheid van Kadhafi zouden groeien door de opstand neer te slaan. De VS stemden in met een installatie door de VN-Veiligheidsraad van een no-flyzone, die zou worden toegepast door Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS.

De interventie voorkwam een waarschijnlijk bloedbad, maar werd door de coalitie geïnterpreteerd als een toelating om de rebellen rechtstreeks te steunen. De troepen van Kadhafi moesten een bestand respecteren, maar de rebellen kregen hulp om naar het westen op te rukken. Op korte termijn veroverden ze de voornaamste bronnen van de Libische olieproductie, of toch tijdelijk.

Op 28 maart waarschuwde de in Londen gevestigde Arabische krant Al-Quds Al-Arabi dat de interventie kon leiden tot een Libië van “twee staten: een door rebellen gecontroleerd olierijk in het oosten en een armoedig, door Kadhafi geleid westen. Als de oliebronnen eenmaal veroverd zijn, dan komt er misschien wel een nieuw Libisch olie-emiraat, dunbevolkt, beschermd door het Westen en sterk gelijkend op de emiratenstaten in de Golf”. En de door het Westen gesteunde rebellie zou verder kunnen oprukken om de vervelende dictator te elimineren.

Er wordt vaak beweerd dat olie niet het motief kan zijn voor de interventie, aangezien het Westen er toegang toe had onder Kadhafi. Klopt, maar irrelevant. Hetzelfde kan worden gezegd over het Irak onder Saddam Hoessein, of het hedendaagse Iran of Cuba.

Waar het Westen op uit is, is wat Bush aankondigde: controle, of tenminste afhankelijke klanten. En in het geval van Libië: toegang tot de onontgonnen gebieden waarvan verwacht wordt dat ze veel olie herbergen. Amerikaanse en Britse interne documenten benadrukken dat “het virus van het nationalisme” de grootste angst blijft, want dat kan tot ongehoorzaamheid leiden. De interventie wordt geleid door de drie traditionele imperialistische machten (al herinneren we ons misschien - de Libiërs zullen dat allicht doen - dat Italië na de Eerste Wereldoorlog een genocide uitvoerde in Oost-Libië).

De westerse machten handelen vrijwel geïsoleerd. Staten in de regio - Turkije en Egypte - willen er niet aan deelnemen, Afrika evenmin. De dictators in de Golf zien Kadhafi graag verdwijnen. Maar ook al kreunen ze onder het gewicht van geavanceerde wapens die hen geleverd werden om petrodollars te recycleren en gehoorzaamheid af te kopen, toch werken ze alleen symbolisch mee. Hetzelfde geldt voor India, Brazilië en zelfs Duitsland.

De Arabische lente heeft diepe wortels. De regio smeult al jaren. De eerste van de huidige golf opstanden begon vorig jaar in de Westelijke Sahara, de laatste Afrikaanse kolonie, die in 1975 veroverd werd door Marokko en sindsdien wederrechtelijk wordt bezet, een beetje zoals in Oost-Timor en de door Israël bezette gebieden.

Geweldloos protest in november vorig jaar werd neergeslagen door Marokkaanse troepen. Frankrijk verhinderde een onderzoek door de VN van de misdaden van zijn klant.

Toen lichtte een vonk in Tunesië, en sindsdien staat de regio in brand.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234