Zondag 25/10/2020

#overdegrensGetuigenissen

‘Zo erg zal het niet geweest zijn’ of ‘ga elders in therapie’: overal ontbreekt kennis over seksueel geweld

Toen Sophie (35) misbruik door haar sportleraar toen ze 12 was kwam aangeven, vroeg de politieagent haar twintig minuten later terug te komen, ‘want zijn frieten werden koud’.Beeld KAAN

Een agent die eerst zijn frieten wil opeten vooraleer hij een aangifte van verkrachting noteert. Een kindermisbruiker die een foldertje in zijn handen geduwd krijgt wanneer hij vraagt om therapie. Onderzoek van De Morgen toont hoe het op elk niveau ontbreekt aan kennis en kunde als het gaat over de aanpak van seksueel geweld.

“Je had al eens met hem gevreeën. Je bent de dag erna gaan werken. Zo erg kan het allemaal toch niet geweest zijn?” Marie* (30) stond aan de grond genageld toen de politieman die het bewijsmateriaal kwam ophalen in het ziekenhuis haar toesprak. Een dag eerder was ze bij haar thuis verkracht door een jongen die ze via Tinder leerde kennen.

“Kun je anders over twintig minuten terugkomen, want mijn frieten zijn koud aan het worden”, zei een agent aan de balie tegen Sophie (35) toen ze niet meteen uit haar woorden raakte. Ze kwam aangifte doen van misbruik door haar sportleraar toen ze ongeveer 12 jaar oud was.

“Je hebt een lief? Waarom ben je alleen op reis geweest?” Zo stond het beschreven in een proces-verbaal dat Martine Van den Bossche van Slachtofferonthaal in Gent te zien kreeg tijdens een briefing. Het ging om de ondervraging van een slachtoffer van seksueel misbruik in het buitenland.

De verhalen die hier beschreven staan, dateren niet uit een ver verleden. Marie werd verkracht in 2018, Sophie deed eind vorig jaar aangifte en de pv waarvan sprake werd begin deze maand opgemaakt.

Uitzonderlijk zijn deze verhalen evenmin. In België worden naar schatting dagelijks honderd mensen verkracht. Amper 10 procent vindt zijn of haar weg naar de politie. Dat ze daar nog steeds niet in staat blijken om deze mensen goed bij te staan, maakt de drempel niet bepaald lager.

De vele gesprekken die De Morgen voerde voor het onderzoeksdossier #overdegrens, leren dat het eerste contact met de politie tot op vandaag te wensen overlaat: er wordt nog altijd aan victim blaming gedaan, feiten worden nog steeds geminimaliseerd en mythes over seksueel geweld blijven hardnekkig.

‘One of the boys’

De voorbije jaren is er bij de politie nochtans meer aandacht gekomen voor het thema. Zo is er sinds 2014 een specifieke cursus ‘onthaal slachtoffers seksueel geweld’, die sindsdien door minstens 125 agenten werd gevolgd. Sinds 2017 hebben 133 agenten de opleiding tot zedeninspecteur afgerond. Het zijn beperkte aantallen op het totaal van ruim 35.000 politiebeambten.

Bij de federale politie benadrukken ze dat ze zich bewust zijn van het probleem dat seksueel geweld vormt en dat er zeker nog meer opleidingen zijn over dit onderwerp. Maar dat neemt niet weg dat er op dit moment nog altijd agenten zijn die in hun basisopleiding hierover nauwelijks iets meekrijgen. Gentse onderzoekers stelden onlangs nochtans vast hoeveel verkeerde ideeën over seksueel misbruik leven bij aspirant-inspecteurs. Zo gelooft ruim 30 procent dat vrouwen vaak uit wraak mannen van verkrachting beschuldigen.

“Ondanks alle initiatieven of opleidingen vrees ik dat sommige agenten zullen blijven vasthouden aan bepaalde vooroordelen”, vertelt een voormalig zedenrechercheur, die liever anoniem blijft. “‘Een korte rok? Dan heb je het zelf gezocht. Eerder seks gehad met iemand? Dan is het geen verkrachting.’ Zulke denkbeelden krijg je er soms simpelweg niet uit. We moeten vooral vermijden dat die mensen in contact komen met slachtoffers.”

Voor het verhoor van daders moet de lat net zo hoog liggen. Ewout*, tegen wie een klacht was ingediend voor verkrachting, miste professionaliteit: “De agent haalde zaken aan uit haar gesprek met het slachtoffer waarvan ik me afvroeg of ze die mocht zeggen. Het was een vrouwelijke inspecteur, maar ze had een heel cliché man-vrouwbeeld. Ik voelde me er zelf niet goed bij.”

Niet enkel bij de politie loopt het mis. De hulpverlening is volgens experts en getuigen in hetzelfde bedje ziek.

Marie* getuigt hoe de therapeut die ze toegewezen kreeg bij een Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) naar buiten zat te staren en te geeuwen. Rita*, die zwaar fysiek en seksueel misbruikt werd door haar ex-man, zette na tien sessies in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) de therapie stop omdat “het nergens naartoe ging”. Sophie verbleef meerdere malen in een psychiatrisch centrum, maar niet één keer werd ze er geholpen voor het misbruik dat ze als kind meemaakte.

Omdat seksueel geweld zo vaak voorkomt, zou je verwachten dat een brede groep hulpverleners – van artsen en verpleegkundigen tot psychologen en maatschappelijk werkers – vertrouwd is met de materie. Maar uit de gesprekken die De Morgen voerde, blijkt dat onder meer de expertise vaak ontbreekt, zowel bij de laagdrempelige als bij de meer gespecialiseerde voorzieningen.

“De kritiek is terecht. Er zijn veel goede bedoelingen, maar de aanpak is niet altijd evidencebased”, zegt professor seksueel geweld Ines Keygnaert (UGent). “Als je hoort hoe sommigen hun patiënten tijdens groepstherapie de raad geven om op elkaar te gaan liggen en zich zo bloot te stellen aan lichamelijk contact, dan frons je toch wel even de wenkbrauwen.”

Onderbelicht

De kern van het probleem zit in de basisopleidingen aan hogescholen en universiteiten. Want hoewel het zo vaak voorkomt, blijft seksueel geweld daar voor hulpverleners een onderbelicht thema. En dan gaat het niet alleen over huisartsen en verpleegkundigen. “Op dit moment kan in principe elke psycholoog in een behandelcentrum gaan werken zonder enige notie van forensische psychologie of psychiatrie”, zegt forensisch psycholoog Kasia Uzieblo (UGent/VUB). “De kans is zo groot dat onze studenten later te maken krijgen met slachtoffers of daders, maar ze weten er nauwelijks iets over.”

In de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZGS) is er wel veel expertise, maar momenteel kunnen nog niet alle slachtoffers daar terecht. “Er zijn nog niet overal Zorgcentra en enkel mensen die recent slachtoffer werden, kunnen er geholpen worden”, zegt zedenmagistraat en substituut-procureur des Konings Myriam Claeys, die mee aan de wieg stond van de centra. “Bovendien is de opvolging er beperkt in de tijd.” Zij merkt hoe er ook op haar terrein nog een gebrek is aan kennis en kunde. “Magistraten, advocaten, politie... Op alle niveaus zou er meer kennis moeten zijn over seksueel geweld en het specifieke karakter van zedenzaken.”

Dat minister van Justitie Koen Geens (CD&V) heeft besloten dat alle magistraten verplicht een opleiding over seksueel en intrafamiliaal geweld moeten volgen, juicht Claeys toe. “Daarbij is het belangrijk dat die vormingen goed afgestemd zijn op de specifieke taken van magistraten. Een vonnis vellen is niet hetzelfde als een strafonderzoek voeren.”

Claeys is blij dat er de voorbije jaren toch al wat stappen vooruit zijn gezet in de ondersteuning van slachtoffers, maar benadrukt dat er ook inspanningen nodig zijn voor daders. “Daarmee kom je ook tegemoet aan slachtoffers. Door daders op de juiste manier te bestraffen, maar ook door ze te behandelen. In de gevangenis zijn er een aantal mogelijkheden, maar die zijn te beperkt.”

‘Hier is een folder’

Na zijn feiten wou Bart * niks liever dan een behandeling. “Ik wou aan mezelf werken en ervoor zorgen dat dit nooit meer gebeurde. In de gevangenis heb ik gevraagd om therapie, gesmeekt zelfs. Maar het heeft zeven maanden geduurd voordat ik antwoord kreeg en toen kreeg ik een folder in mijn handen geduwd over die Nederlandse partij die pedofilie wil legaliseren. Ik heb dan maar beslist om zelf algemene psychologie te studeren.”

Het was niet de eerste keer dat Bart op een muur stootte. Tien jaar geleden had hij al eens aan de alarmbel getrokken, nog voordat hij feiten pleegde. “Toen ik merkte dat ik opgewonden werd van een minderjarige jongen, ben ik naar mijn PMS (tegenwoordig CLB, FVG/SV) teruggekeerd met de vraag om hulp. Ik werd wandelen gestuurd.” Dat er tegenwoordig laagdrempelige initiatieven als Stop it Now! bestaan, waar mensen hun bezorgdheden over hun gevoelens of gedrag ten aanzien van minderjarigen kunnen bespreken, vindt hij een goede zaak. Desondanks blijft het aantal plekken waar mensen met seksuele gevoelens voor minderjarigen en zedenplegers voor hulp kunnen aankloppen nog altijd te beperkt, volgens hem. 

Expert in daderhulp Kris Vanhoeck is het daarmee eens. “Wat ik zelf in I.T.E.R. (behandelcentrum voor daders, FVG/SV) vaak hoor van daders, is dat ze niet wisten waar ze met hun problemen terechtkonden. Bespreek je je seksuele voorkeur voor kinderen met een huisarts? Wie durft daarnaar te luisteren en helpende vragen te stellen? Daar moeten we echt aan werken.”

Te veel mensen zijn er volgens Vanhoeck van doordrongen dat daders niet geholpen kunnen worden. Dat therapie niks uithaalt en dat het dus weinig zin heeft daarin te investeren. Een hardnekkige misvatting, noemt hij het. “Gedragsproblemen kunnen wel degelijk behandeld worden. Ook bij mensen die niet gemotiveerd zijn. Daarvoor bestaan specifieke modellen.”

Volgen het Universitair Forensisch Centrum werken de huidige voorzieningen, justitiehuizen en psychosociale diensten in gevangenissen goed samen rond daderbegeleiding. “Maar de capaciteit blijft wel ruim onvoldoende. Zeker voor heel specifieke groepen, zoals bijvoorbeeld personen met een verstandelijke beperking, vrouwen of hoogrisicoprofielen”, zegt criminologe Minne De Boeck. Bij het steuncentrum krijgen ze steeds meer vragen over vormingen. “Dat is zeer waardevol, er is nood aan vorming en expertise. Maar we kunnen ze niet allemaal bolwerken. We hebben nog steeds dezelfde middelen als toen we startten eind jaren 90, terwijl de vraag sterk is uitgebreid.”

Actieplan

Dat er een nijpend gebrek is aan kennis en kunde, beseffen ook de beleidsmakers. Zo werkt de Orde van Vlaamse Balies samen met Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir (N-VA) aan een opleiding voor advocaten. Demir legt momenteel de laatste hand aan een eerste Vlaams actieplan seksueel geweld, dat de aandacht en expertise naar zedenslachtoffers en -daders toe moet vergroten.

Het zijn belangrijke stappen vooruit. Maar volgens experts, slachtoffers en daders blijft het te beperkt. De kans dat je als slachtoffer of dader vandaag bij echte professionals terechtkomt, noemen zij te gering. Wat daarom niet betekent dat het nooit gebeurt. Sommige getuigen geven aan hoe zij wél op die ene persoon stootten die het verschil maakte.

Els* bijvoorbeeld, die net als haar dochter door haar ex-man misbruikt werd, en naar eigen zeggen bijgestaan werd door enkele fantastische zedenrechercheurs. “Met hen was er een open communicatie en het onderzoek verliep grondig en professioneel. En vooral: er was menselijkheid. Wat dat betreft hebben wij echt geluk gehad. Ik ken heel veel andere verhalen. Dat is jammer. Dit zou geen kwestie van geluk mogen zijn.”

Morgen: Hoe financiële drempels slachtoffers en daders van seksueel geweld parten spelen. ‘Met het geld dat ik na mijn verkrachting uitgaf, had ik een huis kunnen afbetalen.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234